InfoNu.nl > Educatie en School > Samenvattingen > Boekverslag: 'Verloren grond' van Murat Isik

Boekverslag: 'Verloren grond' van Murat Isik

Boekverslag: 'Verloren grond' van Murat Isik 'Verloren grond' is de eerste roman van Murat Isik. Het gaat over een familiegeschiedenis met Turkije als decor. Hoofdpersoon in 'Verloren grond' is Selim Uslu, die veel meemaakt en voor grote uitdagingen komt te staan. Het verhaal in deze roman wordt echter verteld door zijn zoon Mehmet. Hij vertelt over zichzelf, maar haalt ook herinneringen op aan zijn ouders en grootouders. Deze drie generaties boeren voerden een harde strijd om het bestaan in het Oost-Turkije van de 20e eeuw. Zij kregen te maken met veel ellende. 'Verloren grond' gaat niet alleen over het verlies van grond. Het gaat ook over het verlies van familie, vrienden, vrijheid en geluk.

Inhoud


Algemene informatie

  • Titel: Verloren grond
  • Auteur: Murat Isik
  • Geboortedatum: 11 september 1977
  • Eerste druk: april 2012
  • Uitgeverij: Ambo|Anthos uitgevers
  • Aantal pagina's: 375
  • ISBN: 978 90 4142 3221

Samenvatting

Verloren grond gaat over de familiegeschiedenis van Selim Uslu, zijn vrouw, zijn ouders en schoonouders. Het verhaal wordt verteld door de zoon van Selim, Mehmet. Hij vertelt over de familiegeschiedenis die zich voor een groot deel afspeelt in Oost-Turkije. Drie generaties boeren voerden een harde strijd om het bestaan in het Oost-Turkije van het begin tot halverwege de 20e eeuw. De boeren werden vaak getroffen door het noodlot en kregen te maken met oorlog, verlies van bezittingen, geweld en een natuurramp.

De jeugd van Selim

Selim werd in 1910 geboren in het dorp Hemgin, Oost-Turkije. Hij was de vierde zoon van Miran en Şare Uslu. Toen Selim bijna vijf jaar was kreeg hij er nog een zusje bij. Selim had een gelukkige jeugd, tot de oorlog uitbrak. In 1916 werd het dorp Hemgin bezet door Russische soldaten. Hierdoor was Selim gedwongen te vluchten in de bergen, samen met zijn moeder en zusje. Zijn zusje overleefde deze tocht door de bergen helaas niet. Toen Selim en zijn moeder terug konden komen naar Hemgin bleek het dorp te zijn geplunderd en in brand gestoken. Een aantal mannen dat in het dorp was achtergebleven had de Russische aanval niet overleefd. Hierbij hoorden ook de vader en broers van Selim.

Na de Russische aanvallen werd Hemgin weer opgebouwd. Selims moeder werkte mee aan de wederopbouw van het dorp. Vanwege het overlijden van haar man werd haar ook een groot stuk grond nagelaten. Selim werkte op dit stuk grond, verzorgde de dieren en hielp in het huishouden. Hij stelde zich dienstbaar op en stond altijd klaar voor mensen die hulp nodig hadden.

Selim als volwassene

Toen Selim achttien jaar was moest hij in dienst. Hij werd gestationeerd op een kazerne in het westen van Turkije. Na vier jaar zat zijn dienstplicht erop en keerde Selim terug naar Hemgin. Daar kreeg hij te horen dat zijn moeder was overleden, twee maanden eerder. Selim was nu een jonge wees zonder broers of zussen. In Hemgin kwam Selim in contact met een oude bekende. Het was Hemo, die een vriend van zijn ouders was geweest. Hemo had Selims moeder beloofd voor hem te zorgen als haar wat zou overkomen. Voorlopig had Selim de hulp van Hemo niet nodig. Selim erfde de grond van zijn vader en werkte, samen met andere boeren, op dit stuk land. Jaren verstreken en Hemo vond het op een gegeven moment tijd dat Selim ging trouwen. Hemo hielp Selim vervolgens om een vrouw te vinden. Hij probeerde Selim te koppelen aan Aşme, die toen in het dorp Sobyan woonde. Selim en Aşme hadden het één en ander gemeen. Ze hadden allebei niemand meer. Selim was wees geworden. Aşme had geen contact meer met familie. Haar vader overleed toen zij nog jong was, waarna haar moeder hertrouwde. Toen haar moeder hertrouwde had Aşme ook met haar geen contact meer. Zij moest van haar stiefvader om onduidelijke redenen achterblijven in Sobyan, waar Aşme oorspronkelijk vandaan kwam. Haar moeder en stiefvader gingen ergens anders wonen.

Selim kon niet direct met Aşme trouwen, omdat ze al zo goed als weggeven was aan een ander. Selim toonde toen een vastberadenheid die hij niet eerder had gehad. Hij besloot zijn toekomstige vrouw te schaken. Dit deed hij samen met Hemo en Nandar, de jongere broer van Hemo. Aşme werd een dag lang vastgehouden in een dorp nabij Sobyan. Volgens de gebruiken moest Aşme nu wel met Selim trouwen. Een week later trouwden Selim en Aşme. Selim was toen achtendertig en Aşme achttien. Ondanks het leeftijdsverschil en de manier waarop dit huwelijk tot stand kwam, zou het een goed huwelijk worden.

De jaren in Sobyan

Toen Selim was getrouwd verliet hij zijn geboortedorp en ging hij met Aşme in Sobyan wonen. Selim was daar belast met het zware werk op het land. Aşme deed het huishouden, zorgde voor het vee en werkte in de moestuin. Kort na hun huwelijk kregen Selim en Aşme kinderen. Zij kregen eerst de tweelingbroers Salman en Muse, die twee dagen na hun geboorte overleden. Daarna werd Yusuf geboren en vervolgens Zilda.

In 1953 werd Miran geboren. In de prilste jaren van zijn leven werd hij overladen door de liefde van zijn ouders, zijn broer Yusuf en zijn zus Zilda. Tot het noodlot toesloeg en Zilda overleed, Miran was toen drieënhalf jaar oud. Toen Miran vijf jaar was werd zijn zusje Elida geboren. Zij bracht licht en vreugde terug het het gezinsleven, en zij zou de lieveling van het gezin worden.

Selim was meer dan een landarbeider. Hij was namelijk ook de verhalenverteller van het dorp. Tot in de wijde omgeving stond Selim bekend om zijn mooie verhalen en schitterende stem. Ook Miran luisterde, samen met zijn vriendjes, regelmatig naar de verhalen van zijn vader.

Toen Miran vijf jaar was werd hij herder, hij werd hier althans al geleidelijk voor opgeleid. Hij leerde het vak van zijn oudere broer Yusuf. Hij was erg belangrijk voor Miran. Yusuf waakte over Miran en beschermde hem tegen de boze dingen in de wereld. Toen Miran negen jaar was vertrok zijn broer Yusuf naar de stad Muş. Yusuf werd hier naartoe gestuurd door zijn ouders. Selim wilde namelijk dat zijn zoons zich zouden ontwikkelen en niet zouden eindigen als ongeletterde herders. In Muş leerde Yusuf lezen, schrijven en Turks spreken. Ook maakte hij kennis met het stadsleven, dat hem meer aantrok dan het eentonige dorpsleven. In eerste instantie zou Yusuf twee jaar wegblijven. Dit werd uiteindelijk drie jaar. Later zou blijken dat de stad geen goede invloed op hem had gehad.

In 1963 werd Sobyan bezocht door een overheidsfunctionaris. Van deze functionaris moesten alle kinderen Turks leren. Sobyan werd namelijk bewoond door Zaza's en het Zazaki was de taal die men daar sprak. De functionaris probeerde de kinderen via het onderwijs een gevoel van nationalisme bij te brengen. Daar hoorde ook bij dat een aantal kinderen hun naam moesten veranderen in het Turks. Miran was één van hen, hij moest zich nu Mehmet noemen.

In Sobyan had Mehmet een aantal vrienden. Dit waren Ali en Bilal. Ali was de beste vriend van Mehmet, Bilal was de andere goede vriend. Bilal was de zoon van Ibrahim. Ibrahim was een goede vriend van Selim en Aşme.

Na drie jaar kwam Yusuf terug uit de stad Muş. Wat daar precies met hem gebeurd was vertelde hij niet, maar Yusuf was erg veranderd. Hij zag er slecht uit en was erg afstandelijk en kortaf. Wel was hij nu een krachtige jongeman geworden. Yusuf bleef zich vreemd gedragen, hij werkte nauwelijks meer en was soms hele dagen van huis.

In 1966 zou het leven van Selim en zijn gezin voorgoed veranderen. Selim besloot Ibrahim te helpen bij het bouwen van een stal. Selim stond bekend om zijn goedheid en was altijd bereid om anderen te helpen. Dit zou hem nu fataal worden. Bij het bouwen van de stal viel er een steen op Selims been. Hierdoor brak hij zijn been, dat vervolgens gespalkt moest worden. In Sobyan waren geen medische voorzieningen. Als het om botbreuken ging werd er altijd één man ingeschakeld, namelijk Atilla, de slager. Atilla was een gevreesd figuur. Hij was fysiek sterk, agressief en onbetrouwbaar. Uiteindelijk spalkte Atilla het gebroken been van Selim. Het been van Selim werd echter te strak gespalkt, het was verkleurd en er was uiteindelijk geen bloedtoevoer meer. De situatie was zo ernstig dat Selim naar het ziekenhuis in Muş werd gebracht. Hij werd vergezeld door Ibrahim, Aşme en Mehmet. Omdat Selims been helemaal verkeerd was gespalkt moest het helaas worden afgezet. Selim bleef vervolgens alleen achter in het ziekenhuis om te herstellen.

Na ongeveer een week kwam Selim weer terug uit het ziekenhuis. Hij liep op krukken en was niet meer de man die hij vroeger was. Selim had vroeger als verhalenverteller een warme en levendige stem. Maar zijn stem verraadde nu pijn en ongeluk. Er was nu een kille schaduw over het gezin van Selim gevallen. Het was het begin van een nieuw leven: met een kreupele Selim, een verdrietige Aşme, een onhandelbare Yusuf, een stille Mehmet en de makkelijke dochter Elida.

Na de terugkeer van Selim was er nog regelmatig contact met Atilla, de slager. Dit ondanks alle ellende die hij had veroorzaakt. In het verleden had Atilla Selim regelmatig gevraagd om zijn vee te verkopen. Selim had dit altijd geweigerd, en ook nu deed hij dit nog steeds. Atilla vond dat Selim zijn vee wel moest verkopen omdat hij als kreupele man niet meer kon werken.

Na verloop van tijd begon Selim anders te denken over de verkoop van het vee. Hij kon de dieren niet meer verzorgen en wilde dit ook niet aan Aşme overlaten. Zij had het nu al zwaar genoeg. Selim verkocht het vee aan Atilla. Dit tot grote woede van Aşme en Mehmet. Selim had niet alleen het vee verkocht, maar zich ook laten oplichten. Hij had het vee weggegeven aan Atilla zonder ervoor betaald te krijgen. Atilla betaalde later wel, maar niet het volledige bedrag. Selim zou niet volledig betaald worden, ondanks dat hij hier enkele keren bij Atilla op aan had gedrongen.

Selim wilde ook weg uit Sobyan, hij wilde terug naar zijn geboortedorp Hemgin. Selim zag voor hem en zijn gezin geen toekomst meer in Sobyan. Selim had in Hemgin een groot stuk land en wilde daar opnieuw beginnen. Aşme, Mehmet en Yusuf waren hier fel op tegen, zij wilden niet weg uit Sobyan. Vooral Mehmet vond het erg om Sobyan te moeten verlaten. Hij was bang dat hij zijn vrienden erg zou missen. Uiteindelijk kreeg Selim zijn zin en vertrok het gezin naar Hemgin.

Het leven in Hemgin

In Hemgin kwamen Selim en zijn gezin in contact met Hemo. Hij was de man die Selim had meegenomen naar Sobyan en hem op een dubieuze manier had gekoppeld aan Aşme. Selim en zijn gezin namen hun intrek in een bekend huis. Zij gingen wonen in het huis van Selims overleden moeder, dat al jaren leegstond. Selim was vooral naar Hemgin teruggekeerd om aanspraak te maken op de grond die hij van zijn vader had geërfd. De grond die hij nu had verloren. Deze grond werd nu gebruikt door mensen die dachten dat het niemand meer toebehoorde. Maar Selim dacht hier anders over, ondanks het feit dat hij achttien jaar geleden uit Hemgin was vertrokken. Selim wist wel dat de dorpelingen afhankelijk waren van de grond, het was hun inkomsten. Maar Selim zag de grond ook als een bron van inkomsten voor hemzelf. Daarom bedacht hij het volgende: degenen die op het land werken mogen er blijven, maar alleen als zij een deel van de opbrengst aan hen zouden afstaan. Selim wilde naar zijn grond gaan om de boeren hiermee te confronteren. Hij legde zijn plan eerst voor aan Hemo. Die vond het een slecht plan. Hij waarschuwde Selim dat de dorpelingen, als zij zich bedreigd voelen, heel vervelend kunnen worden, zelfs gewelddadig. De dorpelingen waren sowieso al niet vriendelijk. Selim en zijn gezin hadden al het gevoel dat ze niet welkom waren in Hemgin. Ook de muhtar (dorpshoofd) stond niet aan de kant van Selim. Het dorpshoofd koos voor het belang van het dorp, in plaats van Selims belang.

Uiteindelijk ging Selim naar zijn grond toe om de boeren met zijn plan te confronteren. Hij werd hierbij bijgestaan door Aşme, Yusuf en Mehmet. Waar Hemo voor had gewaarschuwd gebeurde ook. Er ontstond een conflict met de boeren. Met name met een zekere Wusar, de leider van de groep én de zoon van het dorpshoofd. Wusar wilde de grond niet afstaan en wilde ook dat Selim Hemgin zou verlaten. Er ontstond vervolgens een gevecht met Wusar en zijn mannen. Hierbij raakten Selim, Aşme, Yusuf en Mehmet gewond. Hemo en het dorpshoofd kwamen vervolgens op het gevecht af. Pas na hun ingrijpen werd het gevecht beëindigd.

Ook na dit incident bleef de sfeer gespannen. Er werd op de deur van Selims huis geklopt en toen Aşme 's avonds even buiten was, werd zij bijna door een steen getroffen. Aşme, Yusuf en Mehmet zagen dit allemaal als een waarschuwing voor groter onheil. Zij wilden daarom Hemgin zo snel mogelijk verlaten. Selim wilde hier echter niets van weten, en voorlopig kreeg hij ook zijn zin.

Er volgde inderdaad nog meer onheil. Op een gegeven moment stond Wusar voor de deur, samen met een aantal andere mannen. Wusar dreigde het huis van Selim in brand te steken als hij niet binnen twee dagen zou vertrekken. Uiteindelijk kwam Hemo tussenbeide en droop Wusar af.

Omdat de situatie vrij ernstig was, werd Nandar, de jongere broer van Hemo ingeschakeld. Hij was bewapend, net als Hemo. Ook Yusuf kreeg een geweer en om de beurt werd gewapend de wacht gehouden voor het huis. Na een aantal dagen stonden Wusar en zijn mannen weer voor de deur. Er werd over en weer geschoten. Er vielen twee gewonden aan de kant van Wusar en ook Nandar raakte gewond. Toen Hemo een paar keer dreigend in de lucht schoot kwam er een einde aan het gevecht. De mannen van Wusar vluchtten. Ook Wusar vluchtte uiteindelijk, maar hij dreigde wel wraak te nemen.

Het dorpshoofd was woedend om hetgeen wat gebeurd was en liet zijn zoon niet vallen. Het dorpshoofd vond dat Selim het dorp nu echt moest verlaten. Hij vond ook dat Hemo moest vertrekken. Na alles wat er gebeurd was vond ook Hemo dat het voor Selim beter was om te vertrekken.

Vanwege een rampzalige gebeurtenis zouden Wusar en zijn mannen niet meer terugkeren. Op 18 augustus 1966 werd Hemgin getroffen door een aardbeving. Het dorp werd grotendeels verwoest en er vielen tientallen doden en vele gewonden. Selim en zijn gezin overleefden de aardbeving, alleen Aşme raakte lichtgewond. Eén van de dodelijke slachtoffers was hun grote vijand Wusar. Hij en zijn twee zoons kwamen om toen hun huis instortte. De hulpverlening in Hemgin kwam snel op gang. Daarnaast kreeg ook elk gezin een financiële bijdrage. Deze bijdrage was bedoeld om opnieuw te kunnen beginnen in Hemgin of ergens anders. Selim en zijn gezin kozen ervoor om te vertrekken naar Izmir. Teruggaan naar Sobyan was overigens geen optie, omdat dit dorp waarschijnlijk ook was getroffen door de aardbeving.

Via Muş naar Izmir

Er werd afscheid genomen van Hemo en Nandar. In Izmir zou Selim contact opnemen met een vriend van Hemo, Orhan Aslan. Orhan kon hen aan woonruimte helpen. Selim en zijn gezin reisden eerst met de paardenwagen en een vrachtwagen naar Muş. Vervolgens reisden zij met de trein naar Izmir.

In Izmir werd er contact gelegd met Orhan, die Selim aan een woning hielp. Na verloop van tijd kwam het gewone leven op gang en moest er ook gewerkt worden. Vanwege zijn handicap lukte het Selim niet om werk te vinden. Yusuf vond wel een baan, hij vond werk in een eethuis. Ook Mehmet vond een baan, hij kon aan de slag bij een groentekraam. Met Selim, Aşme, Mehmet en Elida ging het naar omstandigheden goed. Alleen Yusuf begon problematisch gedrag te vertonen, net als vroeger. Hij kwam steeds later terug van zijn werk, tot hij op een gegeven moment hele nachten wegbleef. Overdag lag Yusuf uren op de bank om zijn roes uit te slapen. Hij gaf ook steeds minder geld aan zijn ouders, terwijl was afgesproken een groot deel van de verdiensten af te staan. Aşme vond deze situatie heel ernstig. Zij vond dat haar zoon zijn verantwoordelijkheid moest nemen en stuurde Yusuf vervolgens weg. Na een paar dagen kwam Yusuf weer naar huis. Hij was in elkaar geslagen en gewond. Yusuf wilde niet zeggen wat er precies gebeurd was. Vooral Mehmet was opgelucht dat zijn broer was teruggekeerd, maar bleef ongerust. Yusuf zat blijkbaar weer in de problemen en had vijanden gemaakt. Mehmet wist niet hoe het nu met zijn broer verder moest.

Op een dag zaten Mehmet en Selim aan het strand van Izmir. Het was inmiddels herfst geworden. Selim wilde zijn zoon iets belangrijkst vertellen. Selim had al eerder laten weten dat hij wilde dat zijn zoons beter iets anders zouden moeten gaan doen dan hijzelf. Er waren ook andere beroepen dan landbouwer of herder. Mehmet liet toen weten dat hij herder wilde blijven en ook verhalenverteller wilde worden, net als zijn vader. Nu liet Selim weten dat hij juist in Mehmet geloofde. Door hard te werken kon Mehmet iets in Izmir bereiken. Blijkbaar kon Yusuf dat niet. Selim vertelde Mehmet dat hij het was in wie hij altijd had geloofd. En dat hij altijd grote verwachtingen van hem had gehad. Selim zei ook tegen Mehmet dat het aan hem was om voor het gezin te zorgen. Mehmet was het hier mee eens en zei: 'Alles komt goed. Alles komt goed, lieven vader.'

Personen

Selim Uslu

Selim werd in de winter van 1910 geboren in het dorp Hemgin, Oost-Turkije. Hij was de eerste zoon van Miran en Şare Uslu. Tijdens de Russische bezetting in 1916 verloor Selim zijn vader, zijn broers en zijn zusje. Na de oorlog werkte Selim op het land dat zijn moeder werd nagelaten. Selim stond bekend om zijn goedheid en bescheiden karakter. Hij stelde zich altijd dienstbaar op en stond altijd voor anderen klaar.

Toen Selim achttien jaar was ging hij vier jaar in dienst. Terug uit dienst kreeg hij te horen dat zijn moeder was overleden. Selim was nu een wees zonder broers of zussen. Selim ging vervolgens werken als landarbeider op de grond die hij van zijn vader had geërfd. Pas toen Selim achtendertig was trouwde hij. Selim trouwde met Aşme, die toen achttien was. Zij gingen vervolgens wonen in Sobyan.

Met Aşme kreeg Selim zes kinderen. Dit waren de tweelingbroers Salman en Muse, Yusuf, Zilda, Mehmet en Elida. Zilda en de tweeling stierven al op jonge leeftijd. Nadat Selim met Aşme was getrouwd werkte hij als landarbeider. Daarnaast was hij ook verhalenverteller van het dorp.

In 1966 kreeg Selim een ongeluk en besloot hij terug te keren naar zijn geboortedorp Hemgin. In Hemgin eiste Selim zijn verloren grond op, maar de dorpelingen waren hierop tegen. Toen Hemgin werd getroffen door een aardbeving verhuisde Selim met zijn gezin naar Izmir. In Izmir had Selim zijn hoop gevestigd op Mehmet, wat hem ondanks alle ellende die hem getroffen had, toch hoopvol maakte voor de toekomst.

Aşme Uslu-Damla

Aşme werd in 1930 geboren in het dorp Sobyan, Oost-Turkije. Zij was het eerste kind van Begali en Esmamperi Damla. Een aantal jaren later kreeg Aşme nog een broertje. Aşme verloor op jonge leeftijd haar vader. Daarna trouwde de moeder van Aşme met Osman, een welgestelde landeigenaar. Esmamperi ging met Osman wonen in een dorp vlakbij Sobyan. Aşme moest van Osman echter achterblijven in Sobyan, waarom was niet duidelijk. Aşme was toen vijf jaar. De moeder van Aşme bleek niet echt welkom te zijn in haar nieuwe dorp. Zij was namelijk van alevitische afkomst, terwijl de dorpelingen soennieten waren. Omdat Esmamperi Aşme miste ging ze terug naar Sobyan. Ook hier bleek de moeder van Aşme niet meer welkom te zijn. Zelfs Aşme, haar eigen dochter, wilde niets met haar te maken hebben. Er was Aşme namelijk verteld dat haar moeder was overleden, en Aşme geloofde dit ook. Esmamperi verliet haar geboortedorp en keerde niet meer terug. Ze heeft Aşme nooit meer gezien.

Toen Aşme achttien jaar was trouwde zij met Selim, die toen achtendertig was. Qua karakter was Aşme anders dan Selim. Zij was koppig, strijdvaardig en had veel overtuigingskracht.

Miran (Mehmet)

Miran werd in de zomer van 1953 geboren in Sobyan. Hij kreeg de zelfde voornaam als zijn grootvader. Miran leek veel op zijn vader Selim. Net als zijn vader was Miran zachtaardig en bescheiden. Miran was verstandig, was niet echt een prater, maar kon wel goed luisteren. Al op jonge leeftijd werd Miran herder, samen met zijn oudere broer Yusuf. Toen Miran tien jaar was moest hij, net als alle kinderen, Turks leren. Ook moest Miran zijn naam veranderen. Hij kreeg de naam Mehmet.

In 1966 begon voor Mehmet een nieuw leven. Hij verhuisde, met de rest van het gezin, van Sobyan naar Hemgin en moest afscheid nemen van zijn vrienden. In Hemgin werd Mehmet geconfronteerd met de pogingen van dorpelingen om hen te verjagen, de aardbeving en de verwoestingen. Na Hemgin ging Mehmet in Izmir wonen. Hier ging hij werken bij een groentekraam, maar kreeg hij vooral te maken met het negatieve gedrag van zijn broer Yusuf.

Yusuf

Yusuf was de oudste zoon van Selim en Aşme. Hij werd in 1949 geboren in Sobyan. Yusuf werkte van jongs af aan als herder. Maar toen hij dertien jaar was vertrok Yusuf voor drie jaar naar de stad Muş. Hij werd daar door zijn ouders naartoe gestuurd om zichzelf te ontwikkelen. Toen Yusuf uit Muş terugkeerde was hij erg veranderd. Hij was afstandelijk en vervreemde zich langzaam van zijn ouders, broer en zus. De stad Muş was blijkbaar niet goed voor Yusuf geweest, want hij zou zich vreemd blijven gedragen. Dit was niet alleen in Sobyan zo, maar ook in Hemgin en later in Izmir. Vooral in Izmir ging het mis.

Plaats en tijd

Verloren grond speelt zich af in Sobyan, Muş, Hemgin en Izmir. Zowel Sobyan, Muş en Hemgin liggen in Oost-Turkije. Aşme werd geboren in Sobyan. Dit dorp werd lang geleden gesticht door de Armenen. Toen het dorp door de Armenen werd verlaten vestigden de overgrootouders van moederskant van Mehmet zich in Sobyan. Selim kwam oorspronkelijk uit het dorp Hemgin. Izmir ligt in West-Turkije, aan de Egeïsche zee.

Het verhaal speelt zich af in een tijdsbestek van 56 jaar. Dit begint met de geboorte van Selim in 1910 en eindigt met het verblijf in Izmir in het najaar van 1966. Selim wordt in 1910 geboren in Hemgin, Aşme in 1930 in Sobyan. Nadat Selim en Aşme in 1948 waren getrouwd gingen zij in Sobyan wonen. Hier kregen zij vervolgens zes kinderen: de tweelingbroers Salman en Muse (1948), Yusuf (1949), Zilda (1951), Mehmet (1953) en Elida (1958). De tweelingbroers stierven bij hun geboorte en Zilda overleed in 1956.

Van 1962 tot 1965 verbleef Yusuf in de stad Muş. In 1966 lag Selim enkele dagen in het ziekenhuis van Muş. In de zomer van 1966 ging Selim in Hemgin wonen. Hier kregen Selim en zijn gezin te maken met de aardbeving van 18 augustus 1966. Enkele weken na de aardbeving vertrok het gezin via Muş naar Izmir.

Titelverklaring

Verloren grond gaat niet alleen over het verlies van grond. Het gaat ook over het verlies van familie, vrienden, vrijheid en geluk. Vooral Selim had in zijn leven veel verloren. Hij verloor op jonge leeftijd zijn ouders, broers en zus. En Selim en Aşme verloren drie kinderen. Na het ongeluk, waarbij Selim zijn been brak, raakte hij nog meer kwijt: zijn huis, zijn vee en grond. Ook Aşme had te maken met verlies. Na het ongeluk was Selim niet meer de man die hij vroeger was. Hiermee kwam voor een groot deel een einde aan het gezinsgeluk. Geluk dat in het begin nog aanwezig was, toen Selim en Aşme net getrouwd waren, en de kinderen nog klein waren. Ook Mehmet had te maken met verlies. Toen hij naar Hemgin verhuisde had hij er moeite mee om zijn vrienden achter te laten. Ook maakte Mehmet zich zorgen na het ongeluk van zijn vader. Hij was bang zijn vader op jonge leeftijd te verliezen, net als Selims vader. Het gezin als geheel verloor in feite ook Yusuf. Door zijn onhandelbare gedrag kwam er deels een einde aan het gezinsgeluk.

Structuur en stijl

Verloren grond gaat over de familiegeschiedenis van Selim Uslu en zijn vrouw Aşme. Het verhaal wordt verteld door Mehmet, de zoon van Selim en Aşme. Toen Mehmet tien jaar was moest hij Turks leren. De leraar die Mehmet Turks leerde zag dat Mehmet goed kon schrijven en stimuleerde hem hiermee door te gaan. Sindsdien schreef Mehmet op wat hij meemaakte. In Verloren grond vertelt Mehmet wat hij zelf heeft meegemaakt, maar haalt ook herinneringen op aan zijn ouders en grootouders.

Verloren grond is verdeeld in 69 korte hoofdstukken. De familiegeschiedenis wordt verteld in de ik-vorm, de mijn-vorm en het noemen van namen. Als Mehmet over zichzelf vertelt praat hij in de ik-vorm. Als hij over anderen verteld is het in de mijn-vorm of in de vorm van namen. Dus bijvoorbeeld mijn vader, mijn broer enz. of Selim, Aşme enz.

Het verhaal wordt niet helemaal chronologisch verteld. Mehmet beschrijft zijn jeugd, die begint met zijn geboorte in Sobyan. Vervolgens vertelt hij over zijn jeugd in Sobyan, het ongeluk van zijn vader, de tijd in Hemgin, de ruzie over de verloren grond, de aardbeving en het verblijf in Izmir. Tussendoor vertelt Mehmet over de familiegeschiedenis van zijn vader en moeder. Mehmet kon deze geschiedenis beschrijven omdat zijn ouders hem hierover verteld hadden.

Evaluatie

Verloren grond is vooral tot stand gekomen dankzij familie van Murat Isik. Dit zijn allereerst zijn ouders Aynur Tarhan en Hasan Isik. Maar ook zijn oom Usso Isik heeft een bijdrage geleverd aan deze roman. Allen vertelden enthousiast over hun familiegeschiedenis en jeugd in hun dorp in Oost-Turkije. In Verloren grond hebben veel van hun verhalen in bewerkte vorm een plaats gekregen. Murat Isik benadrukt wel dat deze roman fictie is. Niet alleen het verhaal is fictie, ook de personages en hun namen, en een aantal plaatsnamen zijn fictie. Hoewel Verloren grond fictie is, geeft het toch een realistisch verhaal weer. Het schets een goed beeld van het Oost-Turkije in de jaren vijftig en zestig. Dit alles met zijn positieve en negatieve kanten.

Over de auteur

Murat Isik (1977) werd geboren in Izmir (Turkije), maar groeide op in de Amsterdamse Bijlmer. Hij studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam en de San Francisco State University. Isik werkte vervolgens als jurist bij de gemeente Amsterdam. Voordat Isik romans ging schrijven, schreef hij een aantal korte verhalen. Met zijn korte verhaal De purperen citroen (2007) won Isik de verhalenwedstrijd van de Juni Kunstmaand van 2007. Voor het korte verhaal De laatste reis (2011) ontving hij de El Hizjra Literatuurprijs 2011. Verloren grond (2012) was het debuutroman van Isik. Deze roman is gebaseerd op verhalen uit zijn familie. Isik won er de Bronzen Uil Publieksprijs mee. De tweede roman van Isik was Wees onzichtbaar (2017). Dit verhaal speelt zich af in de Amsterdamse Bijlmer. Deze roman werd bekroond met de Libris Literatuur Prijs 2018 en de Nederlandse Boekhandelsprijs 2018. In 2019 schreef Isik het Boekenweekessay Mijn moeders strijd (2019).

Lees verder

© 2019 - 2020 Maarten1968, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Hoe schrijf je een BoekverslagWat zijn belangrijke dingen die persé in een goed boekverslag terug te vinden zijn en welke dingen kun je er beter uit l…
Boekverslag 'De Trooster' van Esther GerritsenBoekverslag 'De Trooster' van Esther GerritsenDe Trooster speelt zich af in een klooster waar hoofdpersoon en conciërge Jacob, Henry Loman ontvangt. Loman is een ex-s…
Evaluatie van de leerlingEvaluatie van de leerlingLeerkrachten evalueren hun leerlingen voortdurend. Dit doen ze om meer inzicht te krijgen op de leerlingen. Kunnen de le…
Hoe maak je een werkstuk?Hoe maak je een werkstuk?Een werkstuk te maken is heel erg eenvoudig, als je wilt weten hoe dat moet lees dan verder. Zie dit als een handleiding…
De opbouw van een verslagAls je een verslag gaat schrijven bestaat het meestal niet alleen uit de gevonden informatie, maar ook uit een voorwoord…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: bol.com
  • Verloren grond, Murat Isik, Ambo|Anthos uitgevers, 2012
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Murat_Isik

Reageer op het artikel "Boekverslag: 'Verloren grond' van Murat Isik"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Maarten1968
Gepubliceerd: 05-12-2019
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Samenvattingen
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!