InfoNu.nl > Educatie en School > Methodiek > Getalbegrip en sommen al bewegend oefenen in groep 3

Getalbegrip en sommen al bewegend oefenen in groep 3

Getalbegrip en sommen al bewegend oefenen in groep 3 Voor sommige kinderen is het lastig om lang aan een tafel te zitten. Veel bezig zijn in een werkschrift is voor leerlingen die net de overstap van groep 2 naar groep 3 gemaakt hebben, een hele overgang. Tussendoor even kunnen bewegen is dan vaak een opluchting. Gelukkig kan dat op een hele zinvolle manier. Getalbegrip, hoeveelheden, splitsen en automatiseren kunnen goed in spelvorm door te bewegen geoefend worden.

Rekenen in groep 3

In groep 3 wordt de basis gelegd voor optellen en aftrekken. Het getalbegrip wordt verder uitgebouwd. Het automatiseren van sommen tot en met 10 is een van de doelen voor eind groep 3. De verschillende rekenmethodes geven daarvoor allerlei oefeningen en ook in het werkschrift staan aantrekkelijk ogende opdrachten. Veel opdrachten worden gedaan aan een tafel en dat is een heel verschil met de werkvormen die doorgaans in groep 2 worden gehanteerd. Een aantal rekenoefeningen zijn eenvoudig om te zetten in een oefenvorm met beweging. Bewegend rekenen heeft een paar voordelen. Er wordt veel geoefend in een korte tijd. Je merkt meteen voor wie de oefening nog te moeilijk is. Vaak kun de oefening aanpassen aan het niveau van de kinderen. Kinderen die meer aankunnen geef je bijvoorbeeld een moeilijker getal. En de kinderen bewegen, waardoor de kinderen zich beter kunnen concentreren op de oefening.

Oefenen met hoeveelheden, is het meer of minder

Doe de cijfers, die de kinderen kennen, in een doos. Haal er een cijfer uit en schrijf dat duidelijk op of hang het duidelijk zichtbaar op. De leerlingen gaan staan. Haal nu telkens een cijfer uit de doos. Is het meer dan het eerste cijfer, dan doen ze hun armen omhoog. Is het minder, dan gaan ze zitten.

Getalbegrip met de bal, meer, minder of sommen maken

De leerlingen staan in een kring. Kies één van de onderstaande opdrachten, bijvoorbeeld "2 meer". Gooi de bal naar een leerling en noem een getal, bijvoorbeeld 3. De leerling die de bal vangt telt 2 bij 3 op en zegt "5".
  • Noem het getal dat 1 meer is.
  • Noem het getal dat 2 meer is.
  • Noem het getal dat 1 minder is.
  • Noem het getal dat 2 meer is.
  • Laat het cijfer dat de leerkracht noemt herhalen en laat er een som van maken. (Leerkracht noemt 3 en gooit de bal. Leerling herhaalt “3”, en vult aan “plus 2 = 5”

De leerlingen kunnen zelf de som moeilijker of makkelijker maken. Ook kun je bijvoorbeeld min-sommen toestaan.

Loop naar het juiste getal

Hang drie verschillende getallen van groot formaat in het (gym)lokaal (of schrijf ze groot op het plein). De kinderen lopen naar het getal dat hoort bij de opdracht van de leerkracht. Mogelijkheden:
  • Geef een plus-, of minsom op die de leerlingen zouden moeten kennen.
  • Geef aanwijzingen over het getal: het is meer dan 4 en minder dan 7.
  • Ga naar het grootste getal (of het kleinste).
  • Ga naar een even (of on-even) getal.
  • Ga naar het getal dat minder is dan … (of meer dan …)
  • Ga naar het getal dat 3 meer is dan … (of 3 minder dan …)
  • Ga naar het dubbele van …
  • Ga naar de helft van ...

En zo zijn er natuurlijk veel meer opdrachten te bedenken. Misschien zijn (afhankelijk van de getallen en de opdrachten die je kiest) meerdere juiste oplossingen. Dat is juist leuk, en de kinderen leren er weer van als ze van anderen horen waarom ze deze keuze gemaakt hebben. Moeilijker: hogere getallen en/of meer getallen ophangen. Is de groep te groot om allemaal naar één getal te lopen, dan kun je variëren:
  • De meisjes.
  • De kinderen met rood in hun kleren.
  • De kinderen die een zusje op school hebben.
  • De kinderen die al 7 jaar zijn.

Even of oneven

Met de kinderen bedenk je twee verschillende bewegingen. In de klas kan dat klein zijn (handen draaien en schouders aantikken). Buiten of in het gymlokaal kan dat bijvoorbeeld springen en zwaaien met je armen zijn. Spreek af welke beweging bij even getallen hoort en welke beweging bij on-even getallen. Noem een getal. De kinderen bedenken of het een even of on-even getal is en doen de bijbehorende beweging.

Optellen

Leg drie of vier hoepels neer. Hang of zet er duidelijk een getal bij. Verdeel de klas in groepjes. Kinderen gooien om beurten elk met twee pittenzakken en proberen die in de hoepel te mikken. Elke pittenzak die in de hoepel terecht komt, krijgt de bijbehorende punten. De kinderen tellen de punten van de pittenzakken die in de hoepel terecht zijn gekomen bij elkaar op. Wie van het groepje gooit de meeste punten? Dit spel is eenvoudig uit te breiden: maak de getallen hoger, geef meer pittenzakken, laat de som opschrijven, of juist alleen het antwoord of laat het groepje bijhouden wie de ronde wint.

Getallenlijn

Deel opeenvolgende getallen uit. Tik een kind aan. Zij gaan op volgorde – een stukje uit elkaar – in een rij naast elkaar staan en houden het getal voor zich. Noem om beurten de namen van de overgebleven kinderen. Zij gaan op de juiste plaats ertussen staan.
  • Makkelijker: Minder getallen door de groep in tweeën of in drieën te splitsen.
  • Moeilijker: Niet alle getallen uitdelen. Hogere getallen nemen. Alleen even getallen uitdelen. Of alleen on-even getallen. Alleen tientallen in de rij zetten en de overige getallen tussen laten voegen.

Optellen met doel schieten

Maak twee of drie niet te grote doelen. Laat de kinderen drie keer schieten (er kunnen dus twee of drie kinderen tegelijk). Ze noteren hoe vaak ze raak geschoten hebben: bv. 2. De volgende keer schieten ze ook twee keer raak. Nu tellen ze de 2 op bij de vorige beurt en noteren dus 4. Wie heeft in een bepaalde tijd de meeste doelpunten gemaakt? Moeilijker maak je het door een doelpunt voor 2 punten te laten tellen of meer schietpogingen per beurt te geven.

Splitsen met een grote dobbelsteen

De kinderen staan in een kring. Gooi de grote dobbelsteen naar iemand. De vanger noemt het getal en een bijbehorende splitsing.
Bijvoorbeeld: Jan vangt de dobbelsteen met de 3 bovenaan en noemt: 3 = 2 erbij (of “en”) 1. Jan gooit door naar een andere leerling.

Min-sommen oefenen met een grote dobbelsteen

De kinderen staan in een kring. Stel een getal centraal, bijvoorbeeld 10. Gooi met de dobbelsteen naar een leerling. De vanger herhaalt het getal 10, zegt “eraf …” (het getal dat gegooid is) en het antwoord. Er wordt weer door gegooid naar een ander kind.

Optellen met twee dobbelstenen

De kinderen staan in een kring. Gooi naar twee kinderen een dobbelsteen. Zij noemen het getal (of het aantal ogen) dat gegooid is. Noem de naam van een andere leerling. Deze leerling noemt de som van beide getallen. De dobbelstenen worden naar een andere leerling gegooid en je noemt weer de naam van een andere leerling voor de som van de getallen.

Het grote hoeveelheden verstopspel

Verstop kleine spulletjes in de klas. Handig zijn bijvoorbeeld kastanjes, knikkers, knopen enz. Verdeel de kinderen in groepjes. Elk groepje zoekt zo veel mogelijk bij elkaar. Als alles gevonden lijkt te zijn, wordt per groepje geteld. Welk groepje heeft de meeste kastanjes gevonden? Wie de minste? Hoeveel verschil zit ertussen? Ook buiten is dit een leuk spel. Je kunt dan meer voorwerpen verstoppen en de kinderen in tweetallen laten zoeken.

Wie is het eerst aan de overkant?

Een spel voor buiten of in de gymzaal. De kinderen staan met ieder twee dobbelstenen achter een streep. Ze gooien de dobbelstenen en mogen evenveel stappen (sprongen, hinkels) vooruit als de som van de dobbelstenen. Wie is het eerst aan de overkant?

Dit rekenen in beweging is makkelijk aan te passen. Je kunt kleinere groepjes maken, een dobbelsteen extra inzetten, of het getal groter of kleiner maken. Zo reken je een paar minuten effectief en kom je tegemoet aan de bewegingsdrang van jonge kinderen. Twee vliegen in één klap dus!
© 2017 Jme01, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Wat is dyscalculie?In onze moderne samenleving komen overal getallen en cijfers voor; met klok kijken, vertrektijden van de trein, groente…
Leren rekenen in groep drieLeren rekenen in groep drieOp de basisschool leren kinderen rekenen. Er zijn verschillende rekenmethodes, elke met bijbehorende boeken. Echter moet…
Leren automatiseren met BloonLeren automatiseren met BloonOp school moeten verschillende dingen uit het hoofd geleerd worden. Denk bijvoorbeeld aan het spellen van woorden. Niet…
De staartdeling is weer terug in het rekenonderwijsDe staartdeling is weer terug in het rekenonderwijsHet realistisch rekenen in het basisonderwijs staat onder druk. Het is bedoeld om de kinderen meer plezier in het rekene…
Leren rekenen in groep vierLeren rekenen in groep vierRekenen is een verplicht vak op de basisschool. Elke school kan een andere methode gebruiken om te leren rekenen, maar a…

Reageer op het artikel "Getalbegrip en sommen al bewegend oefenen in groep 3"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Jme01
Laatste update: 13-09-2017
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Methodiek
Schrijf mee!