Spaans: Onregelmatige werkwoorden I

Spaans: Onregelmatige werkwoorden IIn dit artikel vindt u onregelmatige werkwoorden in het Spaans. Deze werkwoorden zijn vervoegd: 'zijn', 'zich bevinden', 'gaan', 'hebben', 'zien', 'kunnen', 'maken/ doen', 'zeggen' en 'kennen'.

Onregelmatige werkwoorden 'ser', 'estar' en 'ir'

[/TH][TH]Ser (zijn)Estar (zijn, zich bevinden)Ir (gaan)
yosoyestoyvoy
eresestásvas
él/ella/ustedesestáva
nosotros/-assomosestamosvamos
vosotros/-assoisestáisváis
ellos/ellas/ustedessonestánvan
*Op de onderstreepte letter valt de klemtoon

Onregelmatige werkwoorden 'tener', 'ver' en 'poder'

[/TH][TH]Tener (hebben)Ver (zien)Poder (kunnen)
yotengoveopuedo
tienesvespuedes
él/ella/ustedtienevepuede
nosotros/-astenemosvemospodemos
vosotros/-astenéisveispodéis
ellos/ellas/ustedestienenvenpueden
* Op de onderstreepte letter valt de klemtoon

Onregelmatige werkwoorden 'hacer', 'decir' en 'conocer'

[/TH][TH]Hacer (maken, doen)Decir (zeggen)Conocer (kennen)
yohagodigoconozco
hacesdicesconoces
él/ella/ustedhacediceconoce
nosotros/-ashacemosdecimosconocemos
vosotros/-ashacéisdecísconocéis
ellos/ellas/ustedeshacendicenconocen
* Op de onderstreepte letter valt de klemtoon
© 2008 - 2026 Jootje, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming is vermenigvuldiging verboden. Vanaf 2021 is InfoNu gestopt met het publiceren van nieuwe artikelen. Het bestaande artikelbestand blijft beschikbaar, maar wordt niet meer geactualiseerd.