Taal en Nederlands

Grammatica Nederlands - redekundig ontleden

Grammatica Nederlands - redekundig ontleden

Grammatica heeft verschillende regels, die geven zinnen structuur. Door de regels juist toe te passen, krijg je geen foutieve Nederlandse zinnen. Het onderwerp, gezegde en allerlei andere termen komen aan bod.


Redekundig ontleden

De functie van de woordgroepen of zinsdelen.

Zinsdelen

  • Dit zijn verplaatsbare woordgroepen (werkwoorden en persoonsvorm).
  • Alles wat al voor de persoonsvorm staat of er voorgezet kan worden, zonder dat daardoor de betekenis van de zin verandert, zijn zinsdelen.
  • voorbeeld - (Een nieuwe auto) (koopt) (men) (tegenwoordig) (vaak) (op afbetaling)

Onderwerp

Het onderwerp ondergaat dat wat door de persoonsvorm wordt uitgedrukt.
Hoe kun je het onderwerp makkelijk vinden;
  • Wie of wat + persoonsvorm + de rest van de zin.
  • Een onderwerp begint nooit met een voorzetsel.
  • In zinnen met gebiedende wijs tref je nooit een onderwerp aan.

Voorzetsels

  • voor
  • op
  • na
  • naar
  • door
  • met
  • in
  • over
  • etc.

Gezegde

Dit zijn de werkwoordsvormen in een zin.

Werkwoordelijk gezegde
Als een zin alleen uit werkwoorden bestaat, noemen we dit een werkwoordelijk gezegde. Het werkwoordelijke gezegde is de persoonsvorm + de daarmee verbonden werkwoordsvormen. Het werkwoordelijke gezegde kan ook uit een werkwoord bestaan, alleen de persoonsvorm, dan is het zelfstandig werkwoord.
voorbeeld - Mijn zoontje moet zijn speelgoed zelf op ruimen.

Naamwoordelijk gezegde
Als er andere woorden (bijvoorbeeld een zelfstandig naamwoord) onlosmakelijk verbonden is met een werkwoordsvorm, samen vormen zij het gezegde. Het naamwoordelijke gezegde is persoonsvorm + (zelfstandig of bijvoeglijk) naamwoord + aanvulling.
  • Zelfstandige naamwoorden verwijzen naar mensen, dieren en dingen.
  • Bijvoeglijke naamwoorden noemen een eigenschap van die mensen, dieren en dingen.
voorbeeld - De drukke jongen (drukke = bijv.nw. / jongen = zelfst.nw.)
  • Een naamwoordelijk gezegde heeft altijd een van de negen koppelwerkwoorden in combinatie met een bijvoeglijk of zelfstandig naamwoord.

Koppelwerkwoorden

Koppelwoorden koppelen het naamwoordelijk deel aan het onderwerp.
  • zijn
  • worden
  • lijken
  • blijken
  • schijnen
  • blijven
  • heten
  • dunken
  • voorkomen

Lijdend voorwerp

Dit is het zinsdeel waarop de handeling zich richt, het zinsdeel dat de handeling ondergaat.
Hoe kun je het lijdend voorwerp makkelijk vinden;
wie/wat + persoonsvorm + rest gezegde

Meewerkend voorwerp

Dit geeft een zinsdeel aan dat meewerkt aan de handeling van het gezegde.
voorbeeld - Hij geeft zijn moeder een bos bloemen.
Het begint altijd meet 'aan' of 'voor' of je kunt deze woorden er voor zetten.

De enkelvoudige en de samengestelde zin

Enkelvoudige zin
Dit zijn zinnen met een persoonsvorm
voorbeeld - Ik ben moe.

Samengestelde zin
Dit zijn twee of meer eenvoudige zinnen aan elkaar vast geplakt.
voorbeeld - Ik ben moe, want ik heb een drukke dag gehad.

Hoofdzin en bijzin

Hoofdzin
Als het onderwerp en persoonsvorm niet van elkaar te scheiden zijn.

Bijzin
Als het onderwerp en persoonsvorm wel van elkaar te scheiden zijn.

Special

Nederlandse Taal

Gerelateerde artikelen

Taalkundig ontleden
Nederlands Spelling
Leestekens
© 2007 - 2010 Coby79, gepubliceerd in Taal (Educatie en School) op 07-11-2007, laatst gewijzigd op 08-09-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Coby79 is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • NHA - cursus foutloos schrijven en spreken

Reageer op het artikel "Grammatica Nederlands - redekundig ontleden"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.