InfoNu.nl > Educatie en School > Methodiek > Van kerndoelen naar groepswerkplan taal-lezen

Van kerndoelen naar groepswerkplan taal-lezen

Van kerndoelen naar groepswerkplan taal-lezen Aan het eind van de (basis)school moet de balans worden opgemaakt. Hiervoor zijn de kerndoelen bedacht. De kerndoelen zijn vastgelegd zodat scholen op hoofdlijnen weten wat kinderen moeten leren. Om het concreter te maken, kunnen de kerndoelen voor Nederlandse taal en lezen worden vertaald naar groepswerkplannen taal-lezen.

Inleiding

De wetgever in het onderwijs heeft vastgesteld dat basisscholen kinderen tot leren moeten brengen. Wat kinderen aan het eind van groep 8 moeten beheersen is in hoofdlijnen vastgelegd in een aantal kerndoelen. Deze kerndoelen zijn gegroepeerd in een aantal domeinen. In dit artikel gaan we in op de kerndoelen zoals die zijn vastgesteld voor de Nederlandse taal en lezen.

Kerndoelen Nederlands

Mondeling taalonderwijs
1De leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ze leren tevens die informatie, mondeling of schriftelijk, gestructureerd weer te geven.
2De leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te drukken bij het geven van informatie, het uitbrengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren en bij discussiëren.
3De leerlingen leren informatie te beoordelen in discussie en in een gesprek dat informatief of opiniërend van karakter is en leren met argumenten te reageren.

Schriftelijk taalonderwijs
4De leerlingen leren informatie te achterhalen in informatieve en instructieve teksten, waaronder schema’s, tabellen en digitale bronnen.
5De leerlingen leren naar inhoud en vorm teksten te schrijven met verschillende functies, zoals; informeren, instrueren, overtuigen of plezier verschaffen.
6De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het lezen van school- en studieteksten en andere instructieve teksten, bij systematisch geordende bronnen, waaronder digitale.
7De leerlingen leren informatie en meningen te vergelijken en te beoordelen in verschillende teksten.
8De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het schrijven van een brief, een verslag, een formulier of een werkstuk. Zij besteden daarbij aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een leesbaar handschrift, bladspiegel, eventueel beeldende elementen en kleur.
9De leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve teksten.

Taalbeschouwing, waaronder strategieën
10De leerlingen leren bij de doelen onder ‘mondeling taalonderwijs’en ‘schriftelijk taalonderwijs’ strategieën te herkennen, te verwoorden, te gebruiken en te beoordelen.
11De leerlingen leren een aantal taalkundige principes en regels. Zij kunnen in een zin het onderwerp, het werkwoordelijk gezegde en delen van dat gezegde onderscheiden.
De leerlingen kennen
Regels voor het spellen van werkwoorden;
Regels voor spellen van andere woorden dan werkwoorden;
Regels voor het gebruik van leestekens.
12De leerlingen verwerven een adequate woordenschat en strategieën voor het begrijpen van voor hen onbekende woorden. Onder ‘woordenschat’ vallen ook begrippen die het leerlingen mogelijk maken over taal te denken en te spreken.

Uitwerking van de kerndoelen

Met het opstellen van de kerndoelen wordt richting gegeven aan het onderwijs. De kerndoelen geven aan wat de aard van het leerstofaanbod moet zijn, maar geven geen concrete doelen. Het is aan de scholen te bepalen op welke wijze en met welke materialen dit dient te geschieden.

Van kerndoelen naar curriculum (Bron: Expertise Centrum Nederlands)

Een eerste stap in het concretiseren van de kerndoelen kan hieronder worden gevonden.
Er wordt een onderverdeling gemaakt in doelstellingen van:
  • Lees- en schrijfmotivatie
  • Technisch lezen
  • Spelling en interpunctie
  • Begrijpend lezen
  • Stellen
  • Informatieverwerking
  • (Lees)woordenschat
  • Reflectie op geschreven taal
Zoals je ziet zijn er doelstellingen die bij meerdere kerndoelen kunnen passen. Aangezien kerndoelen 'waar mogelijk in samenhang' behandeld moeten worden, is dat geen probleem.

Doelstellingen: lees- en schrijfmotivatie

  1. Kinderen zijn intrinsiek gemotiveerd voor lezen en schrijven
  2. Kinderen beschouwen lezen en schrijven als dagelijkse routines
  3. Kinderen zien taal als communicatiemiddel
  4. Kinderen hanteren geschreven taal voor informatieverwerking
  5. Kinderen ervaren taal als expressiemiddel
  6. Kinderen waarderen bestaande werken op het terrein van fictie, non-fictie en poëzie
  7. Kinderen hebben een positief zelfbeeld tegenover het gebruik van geschreven taal
  8. Kinderen onderkennen het persoonlijk en maatschappelijk belang van geletterdheid

Doelstellingen: technisch lezen

  1. Kinderen herkennen lettercombinaties en spellingpatronen
  2. Kinderen herkennen lettergrepen in geschreven woorden
  3. Kinderen herkennen het unieke letterpatroon van woorden en leenwoorden
  4. Kinderen maken gebruik van de betekenis van een woord
  5. Kinderen maken gebruik van de context waarin een woord wordt gebruikt
  6. Kinderen gebruiken leestekens op de juiste manier
  7. Kinderen lezen groepen woorden als één geheel
  8. Kinderen lezen een tekst voor met juiste intonatie
  9. Kinderen lezen een tekst in het juiste tempo
  10. Kinderen lezen een tekst zonder 'spellinguitspraak'.
  11. Kinderen houden bij het voorlezen rekening met het leesdoel en met hun gehoor.

Doelstellingen: Spelling en interpunctie

  1. Kinderen zijn in staat klankzuivere woorden correct te spellen
  2. Kinderen kennen de spelling van woorden met homofonen (gelijkklinkende letters: ei-ij, au-ou, ch-g)
  3. Kinderen passen de gelijkvormigheidsregel toe
  4. Kinderen passen de analogieregel toe (hij loopt, hij wordt)
  5. Kinderen kunnen eenvoudige interpunctie begrijpen en toepassen: gebruik hoofdletters, punt, vraagteken, uitroepteken.
  6. Kinderen kunnen hun spelling- en interpunctiefouten onderkennen en verbeteren.
  7. Kinderen zijn in staat lange woorden en woordsamenstellingen te spellen
  8. Kinderen beheersten de regels van de werkwoordspelling
  9. Kinderen kunnen complexe interpunctie duiden en toepassen (leestekens)
  10. Kinderen ontwikkelen een attitude voor correct schriftelijk taalgebruik


Doelstellingen: Begrijpend lezen

De kinderen lezen met begrip eenvoudige teksten die verhalend, informatief en directief van aard zijn. Zij maken daarbij gebruik van de volgende leesstrategieën:
  1. Kinderen bepalen het thema van de tekst en activeren hun eigen kennis over dit thema
  2. Kinderen koppelen verwijswoorden aan antecedenten (hetgeen eerder gebeurd is in het verhaal)
  3. Kinderen lossen het probleem van moeilijke zinnen op
  4. Kinderen voorspellen wat de volgende informatie in de tekst kan zijn
  5. Kinderen leiden informatie af uit de tekst
  6. Kinderen onderscheiden verschillende soorten teksten, zoals bv. Verhalende, informatieve, beschouwende teksten.
  7. Kinderen herkennen de structuur van verhalende teksten.

De kinderen lezen met begrip minder eenvoudig teksten (verhalend, informatief, directief, argumentatief, beschouwend) en voeren daarbij de volgende leesstrategieën uit:
  1. Kinderen zoeken, selecteren en verwerken op een doelbewuste en efficiënte manier informatie uit verschillende bronnen.
  2. Kinderen leiden betekenisrelaties tussen zinnen en alinea's af en herkennen inconsistenties
  3. Kinderen stellen tijdens het lezen vragen.
  4. Kinderen bepalen wat de hoofdgedachte van een tekst is
  5. Kinderen maken een samenvatting van de tekst.
  6. Kinderen herkennen de structuur van teksten
  7. Kinderen plannen, sturen, bewaken en controleren hun eigen leesgedrag.
  8. Kinderen beoordelen teksten op hun waarde

Doelstellingen: Stellen

  1. Kinderen schrijven korte teksten, zoals antwoorden op vragen en langere teksten zoals verhalende en informatieve teksten
  2. Kinderen herkennen kenmerken van verschillende typen teksten
  3. Kinderen durven te schrijven en ervaren het plezier daarvan.
  4. Kinderen stellen een onderwerp vast en zijn zich bij het schrijven bewust van de doelgroep en het schrijfdoel.
  5. Kinderen ordenen de gevonden informatie in de tijd.
  6. Kinderen kiezen de geschikte woorden en formuleren hun gedachten en gevoelens in enkelvoudige zinnen.
  7. Kinderen schrijven korte teksten met de juiste spelling en interpunctie.
  8. Kinderen lezen hun schrijfwerk na en corrigeren met hulp van anderen.
  9. Kinderen kunnen kun schrijfwerk voorzien van opmerkingen.
  10. Kinderen schrijven allerlei soorten teksten (verhalend, informatief, etc.)
  11. Kinderen herkennen en gebruiken enkele kenmerken van verhalende (, informatieve, etc.) teksten.
  12. Kinderen stellen het schrijfdoel en lezerspubliek van tevoren vast.
  13. Kinderen verzamelen informatie uit verschillende soorten bronnen.
  14. Kinderen ordenen vooral de gevonden informatie.
  15. Kinderen kiezen de juiste woorden en formuleren hun gedachten en gevoelens in enkelvoudige en samengestelde zinnen.


Doelstellingen: Informatieverwerking

  1. De kinderen zoeken snel woorden op, die alfabetische zijn geordend.
  2. Kinderen kennen de functie en opzet van verschillende informatiebronnen.
  3. Kinderen zoeken gewenste informatie op in verschillende informatiebronnen.
  4. Kinderen zoeken in een documentatiecentrum of schoolbibliotheek een boek of ander materiaal op een efficiënte wijze op met behulp van een trefwoordenlijst of de computer.
  5. Kinderen herlezen een tekst of delen van een tekst als dat nodig is.
  6. Kinderen stellen zich relevante vragen, vóór en ná het lezen van een tekst.
  7. Kinderen kennen de betekenis en functie van verschillende informatiebronnen.
  8. Kinderen zoeken de gewenste informatie op in verschillende informatiebronnen.
  9. Kinderen zoeken in een openbaar bibliotheek boeken of materialen op een efficiënte wijze op met behulp van een computer
  10. Kinderen maken een schema of samenvatting van verhalende of informatieve tekst.
  11. Kinderen stellen zichzelf relevante vragen, vóór, tijdens en ná het lezen van een tekst.


Doelstellingen: (lees)woordenschat

  1. Kinderen breiden hun conceptuele netwerken uit, zodat er diepe woordbetekenissen ontstaan.
  2. Kinderen maken onderscheid tussen vorm- en betekenisaspecten van woorden.
  3. Kinderen kunnen eenvoudig figuratief taalgebruik interpreteren.
  4. Kinderen kunnen strategieën toepassen voor het afleiden van woordbetekenissen uit de tekst.
  5. Kinderen kunnen strategieën toepassen voor het onthouden van nieuwe woorden.
  6. Kinderen weten dat woorden onderschikkende en bovenschikkende betekenisrelaties kunnen hebben.
  7. Kinderen weten dat woordparen betekenissen kunnen hebben, zoals tegenstellingen en synoniemen.
  8. Kinderen passen figuratief taalgebruik zelf toe.
  9. Kinderen kunnen zelfstandig nieuwe woordbetekenissen afleiden en onthouden.
  10. Kinderen weten hoe ze in naslagwerken (gedrukt of via internet) woorden kunnen opzoeken.

Doelstellingen: reflectie op geschreven taal

  1. Kinderen weten dat uiteenlopende tekstgenres verschillende functies hebben
  2. Kinderen hebben zicht op processen van schriftelijk taalgebruik
  3. Kinderen maken onderscheid tussen woordsoorten
  4. Kinderen kennen de begrenzingen van een zin.
  5. Kinderen kennen de globale structuur van verhalen en informatieve teksten.
  6. Kinderen kunnen qua functie en structuur onderscheid maken tussen verschillende typen teksten.
  7. Kinderen kunnen verbuiging van naamwoorden en vervoeging van werkwoorden juist interpreteren en toepassen.
  8. Kinderen beheersen basale grammaticale begrippen.
  9. Kinderen maken onderscheid tussen formeel en informeel gebruik van de geschreven taal.
  10. Kinderen begrijpen dat de geschreven taal is gebaseerd op de standaardtaal.

Formuleren van leerlijnen

De opsomming van de doelstellingen in de verschillende onderdelen van taal en lezen staat in de volgorde waarin kinderen zich zaken eigen zullen maken. Echt concreet is de opsomming van deze doelstellingen nog niet. De verschillende einddoelen en subdoelen zijn beter inzichtelijk te maken door het formuleren van leerlijnen. Op deze wijze worden binnen elk onderdeel relevante doelstellingen achter elkaar gezet die elkaar ook op logische wijze opvolgen.
Hoe concreter hoe beter. De doelstellingen moeten vertaald worden naar leerstofcomponenten die qua vakbegrippen, terminologie en methodologische aanpak grotendeels met elkaar overeenstemmen en leerstofjaren overstijgen (Onderwijsraad, 2005).

Leerlijnen taal-lezen

Als je alle kerndoelen en (sub)doelstellingen ordent, zijn de volgende leerlijnen vast te stellen voor Taal-lezen:
  • Tekstkenmerken en woordtypen
  • Technisch lezen
  • Voordrachtslezen
  • Spelling.
  • Werkwoordspelling
  • Taalkundig ontleden
  • Redekundig ontleden
  • Motorisch schrijven
  • Alfabetiseren
  • Begrijpend lezen
  • Woordenschat
  • Spreken en luisteren
  • Taalbeschouwing
  • Stellen
  • Interpunctie
Binnen elk van deze leerlijnen kan een opbouw worden gemaakt van logische, elkaar opvolgende stappen. Het is logisch dat een kind eerst de eerste stap moet beheersen, voor hij verder kan gaan met de volgende fase.

Samenhang

Als de leerlijnen zijn uitgewerkt en duidelijk is wat de opeenvolging van stappen is, wordt ook duidelijk dat de leerlijnen ook een onderlinge samenhang hebben. Zoals gezegd is binnen een leerlijn een bepaalde nieuwe stap pas mogelijk als de voorafgaande stap met succes is doorlopen en afgerond. Je kunt niet voortbouwen op hiaten.
Tevens wordt duidelijk dat er ook een logische relatie bestaat tussen de verschillende leerlijnen.
Een duidelijk voorbeeld, betrekking hebbend op de leerlijnen spelling en technisch lezen:
Vóór kinderen in staat zijn bepaalde woorden te schrijven (spelling), moeten ze eerst in staat zijn deze woorden ook te lezen (technisch lezen). Het betreffende leesniveau moet dus bereikt zijn.
De samenhang tussen alle leerlijnen is vast te leggen in een groepswerkplan (niet te verwarren met de in het basisonderwijs veel gebruikte term 'groepsplan'.)
© 2012 - 2017 Hansvg, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Leerlijnen op schoolLeerlijnen op schoolOp school wordt geleerd. Dat is tenminste wat u als ouder van een school verwacht. Meestal bemoeien ouders zich niet zoz…
Verplicht techniek is leuk, met leuke lestips groep 7 en 8Op de basisscholen wordt de leerlingen kennis bijgebracht in taal en rekenen en wereldoriëntatie. Wereldoriëntatie omvat…
Hoe is het onderwijs in de onderbouw opgebouwd?Hoe is het onderwijs in de onderbouw opgebouwd?De eerste twee jaar van het voortgezet onderwijs wordt de onderbouw genoemd. Er bestaat een voorgeschreven structuur voo…
Drama in het basisonderwijs: lesideeën en lesdoelenDrama in het basisonderwijs: lesideeën en lesdoelenDrama is, sinds de invoering van de Wet op Basisonderwijs 1984, een officieel schoolvak. Toch is het vak drama op veel s…
Onderwijs door de jaren heenOnderwijs door de jaren heenIn 1985 heeft het onderwijs grote veranderingen ondergaan. De Wet op het basisonderwijs werd ingevoerd, waardoor de kleu…
Bronnen en referenties
  • Groepswerkplan Taal-Lezen (Zie Zo Educatief, 2008)

Reageer op het artikel "Van kerndoelen naar groepswerkplan taal-lezen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Hansvg
Laatste update: 02-06-2016
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Methodiek
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!