InfoNu.nl > Educatie en School > Taal > Nederlandse taal: Stijlfiguren in het Nederlands

Nederlandse taal: Stijlfiguren in het Nederlands

Nederlandse taal: Stijlfiguren in het Nederlands Stijlfiguren zijn een veel gehanteerd middel door schrijvers en sprekers. Je zou stijlfiguren kunnen zien als subtiele taalspelletjes waarmee je je tekst levendig houdt. Met een stijlfiguur formuleer je een tekst net iets anders dan de lezer verwacht. Als je een stijlfiguur goed gebruikt kun je de lezer onder meer verrassen, interesseren of verbazen, en kortweg nader bij je tekst of speech betrekken. Stijlfiguren kunnen daarom erg handig zijn om je lezer af en toe wakker te schudden in een gortdroge verhandeling, of om je toespraak meer kracht bij te zetten. Een beknopt overzicht van enkele veelvoorkomende stijlfiguren: alliteratie, chiasme, climax, hypallage, hyperbool, litotes, parallellie, pars pro toto, personificatie, pleonasme, prolepsis, de retorische vraag, tautologie en totum pro parte.

Alliteratie

We spreken van alliteratie wanneer opeenvolgende woorden met dezelfde klank beginnen.

“Zon, zee en zand”

Een alliteratie maakt de zin in de regel sterker en beter te onthouden. Vooral de laatste eigenschap maakt deze stijlfiguur bijzonder geschikt voor reclamedoeleinden:

“Heerlijk Helder Heineken”

Chiasme

Zinnen waarin twee keer dezelfde woorden voorkomen, kun je ritmisch beter laten klinken met behulp van een chiasme. Je zet hierbij eigenlijk een spiegel tussen de twee identieke delen van de zin. De zin “Wat is verloren, is verloren” krijgt meer kracht door er een chiasme van te maken:

“Wat verloren is, is verloren.”

Climax

In een climax laat je je zin toewerken naar het sterkst mogelijke einde. Het einde van je zin moet het hoogtepunt worden, het begin en middendeel van de zin vormen de aanloop naar dit hoogtepunt. Deze stijlfiguur is erg bruikbaar in een opsomming. Het deel van de opsomming met het meeste belang, of het deel waar je lezer het meest van onder de indruk zal zijn, staat achteraan:

  • “Onze afdeling heeft contacten in de Benelux, maar ook in Frankrijk, en zelfs in Amerika.”
  • “Mijn vader heeft een Volkswagen, maar ook een Porsche, en zelfs een Lamborghini.”

Hypallage

In een hypallage plaats je twee woorden (altijd een bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord) bij elkaar, die strikt gezien niet bij elkaar horen. ‘Hypallage’ komt uit het Oud-Grieks en betekent iets als ‘woordruil’. We gebruiken hypallages vaak onbewust en ze zijn sterk ingeburgerd in ons taalgebruik; in een “lopend buffet” lijkt het er letterlijk op dat het het buffet is dat loopt, terwijl iedereen weet dat ‘lopend’ niet bij het buffet hoort, maar bij de mensen die het buffet gebruiken. Nog wat voorbeelden:

  • “Een goed glas bier”
  • “Een stoere sportwagen”
  • “Een sociale huurwoning”

Niet het glas, maar het bier is goed. De woorden ‘goed’ en ‘glas’ zijn als het ware van plaats in de zin geruild. Niet de wagen zelf is stoer, maar de bestuurder ervan. Ook zo is niet de woning op zich sociaal, maar de gedachtegang achter het bestaan van deze woningen.

Hyperbool

Een hyperbool is hetzelfde als een overdrijving. Hierin zeg je iets sterker dan het in werkelijkheid is. Vaak hebben hyperbolen een cynische ondertoon. Hoe sterker de overdrijving, hoe waarschijnlijker het in de regel is dat de spreker of schrijver een cynische bedoeling heeft.

  • “Ik heb je al wel honderd keer gezegd dat je een regenjas moet aantrekken.”
  • “Bedankt, bedankt, duizendmaal dank dat je de deur voor me openhoudt.”

De sprekers overdrijven in bovenstaande zinnen duidelijk. Het is moeilijk denkbaar dat iemand werkelijk honderd keer iets heeft gezegd over het aantrekken van een regenjas. De dankbetuiging in de tweede zin is veel te overdreven voor een kleine gunst als het openhouden van een deur, en erg cynisch van ondertoon.

Litotes

Wanneer je de stijlfiguur litotes hanteert, leg je de nadruk op een bepaalde zaak door het tegenovergestelde van die zaak te ontkennen. Het is eigenlijk een nogal voorzichtige manier van formuleren, waarin je een niet al te uitgesproken standpunt wil innemen.

  • “Hij speelde niet verkeerd”
  • “Dat is niet ondenkbaar”
  • “Hij is niet te bescheiden”

Wie ‘niet verkeerd’ speelt, speelt eigenlijk best goed. Wat ‘niet ondenkbaar’ is, is eigenlijk best reëel. Wie ‘niet te bescheiden’ is, is eigenlijk behoorlijk zelfverzekerd en kan zelfs arrogant zijn.

Parallellie

Parallellie heeft veel weg van alliteratie. Het belangrijkste verschil zit hem erin dat parallellie wordt toegepast tussen zinnen, en niet tussen klanken. Bij parallellie (het woord zegt het al) laat je je zinnen parallel aan elkaar verlopen. Je bouwt opeenvolgende zinnen op exact dezelfde wijze op. Bijvoorbeeld op de zinnen “Louise spreekt vloeiend Frans, want ze is geboren in Lyon. In Manchester is Ben geboren, en hij spreekt vloeiend Engels” kun je als volgt parallellie toepassen:

“Louise spreekt – ze is geboren in Lyon – vloeiend Frans. Ben spreekt – hij is geboren in Manchester – vloeiend Engels.”

Pars pro toto

Pars pro toto is een begrip uit het Latijn met als betekenis ‘deel voor geheel’. Bij deze stijlfiguur noem je een deel van het geheel dat je bedoelt. Als je ‘de koppen telt’, tel je natuurlijk niet alleen de hoofden (het deel), maar de mensen (het geheel) die bij die koppen horen. Zo zijn er nog veel meer gevallen van pars pro toto, waaronder:

  • “Een vloot van 20 zeilen”
  • “Een dorp met 50 daken”
  • “Een roversbende van 100 zwaarden”

Bedoeld worden 20 schepen, niet enkel de zeilen. Op dezelfde manier wordt met ‘daken’ eigenlijk ‘huizen’ bedoeld, en met ‘zwaarden’ de rovers die de zwaarden hebben.

Personificatie

In een personificatie dicht je menselijke eigenschappen toe aan zaken die deze eigenschappen niet kunnen hebben. Op herfstavonden ‘huilt’ de wind, terwijl in de voorzomer ‘glimlachende’ of ‘knipogende’ zonnetjes te zien zijn. Op deze manier zijn er tal van zielloze voorwerpen die we als bezielde personen met een eigen wil voorstellen:

  • “De winst sukkelt op een drafje achter de verkoopcijfers aan”
  • “De vrede treedt op de voorgrond”
  • “De kerst komt eraan”

We begrijpen deze zinnen allemaal, al weten we best dat ‘winst’ niet letterlijk een sukkeldrafje kan inzetten, dat ‘vrede’ evenmin kan bewegen en dus niet op de voorgrond kan treden. Op dezelfde wijze weten we dat de ‘kerst’ niet letterlijk, als een persoon, naar ons toekomt.

Pleonasme

In een pleonasme wordt een deel van de betekenis herhaald. Let goed op het subtiele verschil tussen pleonasme en tautologie; in een tautologie wordt de gehele betekenis herhaald in een ander woord. De bekendste voorbeelden van het pleonasme zijn ‘witte sneeuw’ en ‘groen gras’. En inderdaad, hier geeft ‘wit’ slechts een deel van de betekenis van ‘sneeuw’ weer, en ‘groen’ slechts een deel van de betekenis van ‘gras’. Andere voorbeelden:

  • “Een ronde cirkel”
  • “Het hete vuur”

Hier noemen ‘ronde’ en ‘hete’ een eigenschap die deels al in de betekenis van ‘cirkel’ en ‘vuur’ besloten liggen. Het woord pleonasme is dan ook afgeleid van het Oud-Griekse woord voor ‘overvloed’. Raadpleeg ook ‘tautologie’ voor meer informatie over het gebruik van pleonasmen.

Prolepsis

Prolepsis betekent vooropplaatsing. Lezers schenken vaak extra aandacht aan het eerste gedeelte van een zin. Wanneer je dus een bepaald deel van je zin goed wil laten opvallen, doe je er in de regel goed aan je zin met dit deel te openen. De zin “Jan zette het boek op de kast” is zo verschillend te hervormen, afhankelijk van welk deel van de zin je het belangrijkst vindt.

“Jan zette het boek op de kast.”

Het belangrijkste is dat het Jan is die de boek op de kast zet, en niet Piet of Henk.

“Het boek zette Jan op de kast.”

Het belangrijkste is dat het boek op de kast wordt gezet, en niet een schrift of een plant.

“Op de kast zette Jan het boek.”

Het belangrijkste is dat het boek op de kast terecht komt, en niet op tafel of op een stoel.

Retorische vraag

Een retorische vraag is een vraag waarvan het antwoord al bekend is. De retorische vraag is bij uitstek geschikt om lezers van een bepaald standpunt te overtuigen. Een reclame voor gezonde babyvoeding kan bijvoorbeeld afsluiten met de retorische vraag “Willen wij niet allemaal het beste voor onze baby?” Natuurlijk willen we dat; elke weldenkende lezer zal deze vraag met een volmondig ‘ja’ beantwoorden en zal meer sympathie voor (het standpunt van) de schrijver krijgen. Andere voorbeelden:

  • “Is gezonde voeding niet een van de belangrijkste levensvoorwaarden?”
  • “Is de hongersnood in Afrika niet schrijnend?”

Of nog subjectiever:

“U geeft toch ook om het milieu?”

Tautologie

In de tautologie wordt de gehele betekenis van een woord nog eens in een daarop volgend woord herhaald. Dit versterkt je boodschap; iemand die ‘altijd en eeuwig’ zit te ‘zeuren’ en ‘zaniken’ is vervelender dan iemand die ‘gewoon’ altijd zeurt.

  • “vast en zeker”
  • “hoe je het ook wendt of keert”

Voor alle stijlfiguren, maar in het bijzonder voor tautologie en pleonasme is het aan te raden er zuinig mee om te springen. Vooral veelvoorkomende stijlfiguren zijn clichés geworden. Lezers herkennen de stijlfiguur dan niet eens meer als afwijkend en lezen er dan ook met een zucht overheen. Ze zijn bijvoorbeeld ‘vast en zeker’, ‘wis en waarachtig’ of ‘in vuur en vlam’ al zo vaak tegengekomen, dat ze er helemaal niet meer door aangesproken worden. Sterker nog: zulke clichématige stijlfiguren verzwakken je tekst juist vaak.

Totum pro parte

Totum pro parte is het omgekeerde van pars pro toto. Hier noem je dus het geheel in plaats van het deel dat je eigenlijk bedoelt. Een van de bekendste gevallen is ‘je fiets oppompen’; je pompt niet heel je fiets op, maar enkel de banden ervan. Toch noem je het geheel (fiets) in plaats van het deel dat je bedoelt (banden). Nog een voorbeeld:

“Spanje versloeg Duitsland in de finale met 1-0”

Bedoeld worden niet de landen Spanje en Duitsland, maar het Spaanse voetbalelftal en het Duitse voetbalelftal. Deze elftallen maken slechts een heel klein deel uit van het geheel (de complete landen Spanje en Duitsland met alles erop en eraan).

In welke mate je het best stijlfiguren toe kunt passen Is natuurlijk ook erg afhankelijk van je tekst. In welk genre past je tekst? Voor wie schrijf je, en wat hoop je dat mensen na het lezen van je tekst denken, vinden of weten? Het spreekt voor zich dat een lollige toespraak onder vrienden op een vrijgezellenfeest gepaster is om stijlfiguren in te gebruiken dan een wetenschappelijke verslaglegging over luchtverontreiniging. Tussen deze extremen zijn wel duizenden soorten teksten voor minstens zoveel doelen en lezers denkbaar. Probeer dus goed in te schatten hoeveel stijlfiguren jouw specifieke tekst aankan
© 2008 - 2019 Salo, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Spot in de Nederlandse taalSpot in de Nederlandse taalIn de Nederlandse taal wordt regelmatig gebruik gemaakt van verschillende vormen van spot. De meest gebruikte spot is in…
Woordschikking en benadrukking in de Nederlandse taalWoordschikking en benadrukking in de Nederlandse taalVan de stijlfiguren die in de Nederlandse taal gebruikt worden, zijn er veel gericht op het benadrukken van een bepaald…
Herhalingen in de Nederlandse taalHerhalingen in de Nederlandse taalEen veelgebruikte groep stijlfiguren in de Nederlandse taal is die van de herhalingen. Er zijn veel verschillende vormen…
Tien stijlfigurenTien stijlfigurenTeksten van speeches en essays kunnen krachtiger gemaakt worden met de volgende tien stijlfiguren. Elk taalmiddel wordt…
Opsommingen in de Nederlandse taalOpsommingen in de Nederlandse taalOpsommingen zijn veelgebruikte stijlfiguren in het Nederlands. Opsommingen die als stijlfiguren gebruikt worden, worden…
Bronnen en referenties
  • Schrijfwijzer

Reageer op het artikel "Nederlandse taal: Stijlfiguren in het Nederlands"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Salo
Laatste update: 08-08-2018
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Taal
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!