InfoNu.nl > Educatie en School > Samenvattingen > Boekverslag: De meisjes van de suikerwerkfabriek

Boekverslag: De meisjes van de suikerwerkfabriek

Titel: De meisjes van de suikerwerkfabriek Auteur: Tessa de Loo Eerste druk: november 1983 Gelezen uitgave: twaalfde druk, maart 1985 Uitgeverij: De Arbeidspers, Amsterdam Aantal bladzijden: 194 bladzijden

Boekbeschrijving

Tessa de Loo, De meisjes van de suiketwerkfabriek; verhalen. 11e dr. De Arbeiderspers, Amsterdam, november .1984. (De eerste druk verscheen in november 1983.)
Het boek heeft 194 bladzijden en bevat zes verhalen.

Bespreking

Muziekles (blz. 7-27)

Johan en Lisa wonen in een eenvormige nieuwbouwwijk. De dromen en verlangens uit hun jeugd hebben plaatsgemaakt voor een sleur met allerlei dagelijkse en huishoudelijke beslommeringen. Johan reageert zich af op zijn gitaar en tijdens Top Pop. Lisa verlangt naar rust. De oudste zoon Tom, wiens blokfluit stuk is gegaan, moet van Johan maar eens een echt instrument gaan kiezen. Achtereenvolgens stelt Tom een drumstel, een viool en een piano voor, maar niets kan de goedkeuring van zijn ouders wegdragen. Het onbegrip en de kloof tussen Tom en zijn ouders wordt prachtig in beeld gebracht op blz. 15-17. Het gezinnetje zit aan tafel. Op Toms bord ligt een landschap: een zandberg van aardappelpuree, een grasveld van spinazie en een donkerbruine akker met doorploegde voren van rundvlees. Er tussendoor stroomt een jusrivier. Tom, met zijn kinderlijke fantasie, staat in scherp contrast met de afgestompte volwassenen Johan en Lisa, die 'kauwden op een brok vlees'. De baby Roelie tergt haar ouders tot 'het uiterste met haar gespetter en gehuil. Tom denkt: 'Misschien is hij mijn vader helemaal niet, is er ergens een vergissing gemaakt. Ik kan in de verkeerde familie terechtgekomen zijn.' Op een dag imiteert Tom een rock-ster, wat Johan meteen tot grootse toekomstdromen inspireert: Tom wordt een popster en hij de manager. 'Beroemd te zijn, vrijheid, macht' (blz. 22). Al zijn eigen onvervulde verlangens projecteert hij op Tom. Er wordt een gitaar gekocht en Tom krijgt lessen. Moeizaam prie¬gelt hij zijn eerste melodietjes. Het klassieke gitaarspel strookt echter niet met Johans toekomstplannen. Ongeduldig probeert hij Tom de beginselen van de rock en de blues te leren. Het heeft een averechts effect: de gitaar begint Tom tegen te staan. Hij gaat liever voetballen.

Personages
Johan is een man tussen de 30 en de 40 jaar oud. Hij heeft zijn eigen jeugddromen niet waar kunnen maken. Hij had graag een carrière als rockgitarist gehad en als hij zijn zoon dan ziet playbacken met zijn gitaar in zijn handen, wil hij dat zijn zoon zijn droom gaat vervullen. Hij pusht zijn zoon net zo lang tot deze er geen zin meer in heeft. Lisa is Johan’s vrouw en Tom’s moeder. Ze is een drukke huisvrouw en heeft net als Johan haar dromen en verlangens opgegeven om plaats te maken voor de sleur met allerlei dagelijkse en huishoudelijke beslommeringen. Soms wordt het haar allemaal even teveel. Tom is de oudste zoon thuis, hij wordt niet begrepen door zijn ouders en vindt hen maar vreemd. Hij leeft in zijn eigen kindwereldje. Zijn vader probeert hem te pushen om gitaar te spelen, maar eigenlijk is dat helemaal niet wat hij wil. Pas als het voor hem echt te ver gaat, durft hij tegen zijn vader in opstand te komen.

Tijd
De vertelde tijd beslaat een paar weken, het verhaal wordt niet chronologisch verteld. De verteltijd is 20 bladzijden.

Ruimte
Het verhaal speelt zich af in een huis in een eenvoudige nieuwbouwwijk.

Perspectief
Er is een auctoriale verteller in dit verhaal; je leest de gedachten en gevoelens van alle drie de hoofdpersonen.

Thema
Het thema van dit verhaal is “het laten gaan van dromen en verlangens uit je jeugd”.

Motieven
  • verschil tussen volwassene en kind
  • teleurstelling
  • kiezen
  • dagelijkse sleur

De meisjes van de suikerwerkfabriek (blz. 28-64)

Vier vrouwen werken in een suikerwerkfabriek. Al jaren reizen Cora, Trix en Lien met de trein van en naar hun werk; ze hebben een 'eigen' coupé en zijn een vast rustpunt voor de drie conducteurs op deze route. De ik-figuur, een jong meisje dat nog maar kort in de fabriek werkt. na op school 'mislukt' te zijn, is sinds een maand in hun groepje opgenomen. De vier vrouwen hebben geen goede ervaringen met mannen. Cora’s echtgenoot, die de ziekte van Parkinson heeft, moet constant worden verzorgd. Trix' echtgenoot heeft haar een keer een blauw oog geslagen en verkracht. Lien vergezelt haar echtgenoot altijd naar sportevenementen om hem in de gaten te houden. Ook op de fabriek worden zij vernederd door hun mannelijke bovengeschikten. Lien vindt alle mannen hetzelfde, 'ze willen een madonna voor hun kinderen en een Marilyn Monroe in bed' (blz. 51). Ook de 'ik' heeft geen prettige ervaringen met mannen. Ze wordt doodmoe van haar dominante, belerende vader, die haar moeder volkomen onder de duim houdt. Haar oom Harry deed haar seksuele gevoelens ontwaken met zijn verhalen over Indië. De mooie erotische dromen worden echter ontluisterd als zij met haar vriendje Ruud voor het eerst naar bed gaat in een meubelzaak. De ellende is compleet als zij later een meisje bij Ruud achter op de brommer ziet zitten.

De vrouwen klagen in de coupé wel hun nood bij elkaar, maar gelaten accepteren zij de wereld zoals die is. Alles voltrekt zich toch buiten hun invloed om. Dit verandert plotseling als op een ochtend een nieuwe, jonge conducteur hun kaartjes komt knippen. De 'ik' is vergeten haar maandkaart te verlengen en de conducteur schrijft een boete uit. Een onbekende kracht haalt de vrouwen uit hun lethargie en als een soort wraak op alle mannen kleden zij de conducteur uit. Als hij helemaal naakt is en de haat van de vrouwen overgaat in liefkozingen, breekt het verzet van de conducteur; hij krijgt een erectie en gaat huilen. Beduusd laten de vrouwen hem gaan, nog vlug zijn bundeltje kleren in zijn handen stoppend. Verdwaasd stapt de conducteur naakt het perron op.

Vertelsituatie
Er is een ik-vertelsituatie met een ik-als-hoofdpersoon, al is zij de meest passieve en teruggetrokkene van de vier vrouwen. De 'ik' vertelt het gebeuren, geeft er commentaar op en probeert er een verklaring voor te vinden.

Tijd
Het verhaal wordt niet-chronologisch verteld. De tijdsstructuur heeft een cirkelvorm: het verhaal begint met het 'nu' (er is net iets gebeurd), dan volgen scènes uit het verleden, die verdeeld kunnen worden in gezamenlijke ervaringen in de trein en in de fabriek en ervaringen van de 'ik' thuis, op school en met Ruud. Het verhaal eindigt met het 'vergrijp', met datgene wat net was gebeurd toen het verhaal begon. De gebruikte werkwoordsvorm is in overeenstemming met deze cirkelvormige tijdsstructuur: de tegenwoordige tijd in de eerste en laatste scène, de verleden tijd in de rest van het verhaal. Het tijdsperspectief is visi¬on par derrière. Het verhaal speelt zich waarschijnlijk af in de jaren '60 (petticoats waren in de mode, zie blz. 32).
De spanning in dit verhaal is zorgvuldig opgebouwd. Dit gebeurt onder andere door middel van terugwijzingen en vooruitwijzingen, bijvoorbeeld: 'Trix vist een blonde haar uit haar mond, waarvan niet uit te maken is of het er een van haarzelf of van hem is' (blz. 28); 'Bestaat er voor het vergrijp waaraan we ons schuldig hebben gemaakt een woord, een naam of een juridische term'?' (blz. 28); 'Voor de conducteurs was de coupé een rustpunt in een trein vol wisselende passagiers. Vertederd vergaven ze de meisjes hun vergeetachtigheid als ze hun treinabonnement niet tijdig verlengd hadden' (blz. 31).

Ruimte
De treincoupé is de belangrijkste ruimte in het verhaal. Het is voor de vier meisjes een soort heiligdom. Indringers worden geweerd. Het is de enige ruimte waar ze niet worden onderdrukt en vernederd door mannen, zoals dat wel het geval is in de suikerwerkfabriek en thuis. Als de nieuwe conducteur hun 'heiligdom' schendt, wordt hij dan ook gestraft.

Personages
Cora is moederlijk, dik en eet graag bonbons. Zij neemt het initiatief tot de wraakactie. Trix is slank, blond en heeft blauwe ogen. Ze is behaagziek en kijkt doorgaans verveeld. Zij neeint de erotische kant van de wraakactie op zich. Lien heeft dikke brilleglazen en breit altijd. Ze gaat vaak naar sportevenementen, niet uit belangstelling, maar om haar man in de gaten te houden. De 'ik' is een meisje dat haar omgeving (school, ouderlijk huis en vooral haar vader) goed moe is. Nu ook nog haar romantische en erotische dromen een knauw hebben ge¬kregen, heeft ze niets meer om naar uit te kijken. Ten opzichte van de andere vrouwen komt ze nogal passief en teruggetrokken over. Ze voelt zich vaak willoos. 'Het is me een raadsel waarom ik voortdurend doe wat ik eigenlijk niet wil' (blz. 60). Ook de andere vrouwen lijken willoos. Ze ondergaan gelaten alle ellende en zijn niet in staat zich te verzetten. De jonge conducteur is een ijverige jongen die de sfeer in de coupé totaal niet aanvoelt. "Trek een man een uniform aan," zegt Trix, "en hij krijgt meteen kapsones" (blz. 59). Zonder uniform, helemaal naakt, is de conducteur een jongen met blauwe ogen en lieve krulletjes, die medelijden, vertedering en wellust bij de vrouwen oproept.

Thematiek
Vier vrouwen nemen wraak op alles wat man is door een con¬ducteur uit te kleden. Ze worden misbruikt en onderdrukt door mannen. Dit wordt duidelijk in verschillende relaties tussen man en vrouw:
  • bij Trix, Cora, Lien, de moeder van de 'ik' en hun echt¬genoten;
  • bij de 'ik' en haar vriend Ruud;
  • bij de 'ik' en haar vader;
  • bij de 'meisjes van de suikerwerkfabriek' en hun werk¬gevers.

De erotiek speelt hierbij een rol. De vrouwen zijn passief; Trix wordt verkracht en de 'ik' ondergaat willoos haar ontmaagding. De 'ik' zit nog in de puberteit; haar erotische gevoelens werden thuis doodgezwegen, door oom Harry wakker gemaakt, en door Ruud gekwetst. De vrouwen zijn machteloos tegen het machtsvertoon van de man. Ze klagen wel over hun ellende, maar denken zich niet te kunnen verzetten omdat ze afhankelijk van mannen zijn. Cora kan haar man niet laten doodvallen, omdat ze dan niemand meer heeft om te verzorgen. De mishandelde Trix onderneemt niets tegen haar man, want ze kan niet zonder hem. De vier vrouwen ondergaan gelaten en willoos het leven. 'Het wereldgebeuren was voor hen net zo iets als het wisselende, ongrijpbare landschap achter het raam: het voltrok zich buiten hun invloed om' (blz. 30).

Toch nemen de vrouwen wraak op alle ellende die hun door mannen is aangedaan; in de treincoupé, hun enige 'eigen' plekje, ontdoen ze de jonge conducteur van zijn uniform (uiterlijk vertoon van macht) en vernederen hem diep door hem helemaal uit te kleden en met hun liefkozingen een erectie te veroorzaken. Ze nemen nu eens zelf het initiatief op erotisch gebied. De vrouwen voeren deze daad van verzet onbewust uit. Ze beseffen niet of nauwelijks waarom ze het doen. Er' was een kracht ontketend die sterker was dan henzelf. Het gebeuren krijgt zo iets mythisch; het wordt ook beschreven als een geheimzinnig ritueel, dat hen voor altijd aan elkaar bindt. De titel doet denken aan de 'Verkade-meisjes', over wie vroeger wilde verhalen de ronde deden. Tessa de Loo zegt zelf deze verhalen, die her en der in het land opduiken, als stof voor De meisjes van de suikerwerkjabriek te hebben gebruikt.

Rose, met bizarre stukjes geel ertussen (blz. 65-87)

De ik-figuur, een meisje van een jaar of dertien, denkt iets vreselijks te hebben gedaan: ze heeft tegen De Gaai, toekomstig chef van haar vader, gezegd dat hij kennelijk veel van dieren houdt omdat hij graag met andermans veren pronkt. Dit laatste had zij twee dagen geleden toevallig opgevangen. Het was een snikhete zomer. Binnen in het bedompte huis roezemoesde haar vader met haar moeder over De Gaai en het laboratorium, wat de 'ik' een angstig gevoel gaf. De 'ik' en haar vader zijn van elkaar vervreemd: het lijkt of hij haar nauwelijks ziet. De 'ik' denkt dat het hem niets kan schelen hoe zij zich voelt. De kater Parel is verdwenen. Na een paar dagen wordt hij gevonden in een greppel met een steen naast zijn kop. 's Avonds begraaft vader Parel nogal achteloos; de volgende morgen doet de 'ik' het met haar broertje en zusje wat waardiger over. Later op die dag komen De Gaai en zijn vrouw op bezoek. De 'ik' maakt haar vreselijke opmerking omdat alle wreedheid ooit jegens dier en mens bedreven, zich in De Gaai concentreerde. Achteraf lijken haar woorden toch niet veel invloed te hebben gehad: lacherig komen haar ouders met het bezoek naar buiten.
De 'ik' is opgelucht, maar toch ook angstig en boos. De vervreemding tussen haar en haar vader is compleet: waarom slijmt hij met de De Gaais in plaats van ontslag te nemen en te emigreren? 'Ging het maar onweren, dacht ik, met woedende, alle onrecht wrekende bliksems en hevige slagregens die alle onzuiverheden van de aarde wegspoelden' (blz. 87).

Personages
De ik-figuur is een meisje van een jaar of dertien die haar vader niet begrijpt en ook niet door hem begrepen wordt. Ze denkt dat het hem niets kan schelen hoe zij zich voelt en voelt zich vaak overbodig. De vader wordt beschreven als een wrede, ongeïnteresseerde en onbegripvolle man. Maar ik denk dat hij gewoon moeite heeft de wereld van zijn dochter, die hij al lang geleden achter zich heeft gelaten, in te stappen. Hij is verleerd hoe het voelt om kind te zijn en dat zorgt voor een hoop onbegrip.

Tijd
De vertelde tijd is een paar dagen. Het verhaal wordt niet chronologisch verteld. De verteltijd is 22 bladzijden.

Ruimte
Het verhaal speelt zich in het huis en in de tuin van de familie af. De tuin is tevens het symbool voor de wereld van het kind zijn; de ik-figuur trekt zich vaak terug in de tuin en ook de kat waar ze veel om gaf wordt plechtig begraven door de kinderen in de tuin. Vader heeft als het ware inbreuk gepleegd op de waarde van de kinderwereld door de kat die van zoveel waarde was voor hen, zo oneerbiedig te begraven in diezelfde tuin.

Perspectief
Alles wordt vanuit de ik-figuur verteld, zij drukt haar gedachten en gevoelens uit.

Thema
Het thema van dit verhaal is “het onbegrip en verschil tussen een volwassene en een kind”.

Motieven
  • onbegrip
  • dieren
  • dood
  • pijn

De Grote Moeder (blz. 88-128)

De ik-figuur, Lise, brengt de zomer door in een padvindsterskamp in de bossen vlak bij zee. Haar ouders en zusje Babette vieren vakantie in Parijs. Lise voelt zich in de steek gelaten en denkt dat ze lelijk is en een grote nul. Het kamp is vreselijk. Ze worden beziggehouden met 'huisvlijt, opgediend met een sausje indianenromantiek' (blz. 107). Ze moeten allerlei opdrachten vervullen, gewoon lekker in zee zwemmen is er niet bij. Guido Ravenhorst is een kenau, over wie wordt verteld dat ze lid van de NSB is geweest. Lise is in de puberteit en komt op allerlei manieren in aanraking met seksualiteit (de grote borsten van de Guido, het meisje Hella, de jongens met wie Nadine een afspraak maakt). Lise vertrouwt alleen Maritha, het hulpje van Guido Ravenhorst; het vertrouwen blijkt misplaatst als Maritha medeplichtig is aan het macabere, nachtelijke offerritueel voor De Grote Moeder, waarbij de meisjes elkaars bloed (ranja met zout) moeten drinken. Tijdens een 'bisonjacht' is Lise een van de bisons. Uit angst om gevangen te worden vlucht ze het moeras in en verdwaalt. Ze komt terecht in een jongenskamp en wordt de volgende ochtend teruggebracht. Guido Ravenhorst is erg kwaad en draagt de uitgeputte Lise op om het ontbijt te verzorgen. In schrijnend contrast met haar ellende, krijgt Lise een kaart van haar ouders met de Eiffeltoren erop: 'We hopen maar dat je nog naar huis wilt als de vakantie afgelopen is!' (blz. 128).

Personages
Lise is een meisje in de puberteit dat door haar ouders naar een kamp gestuurd wordt, waar ze het vreselijk vindt. Op allerlei manieren komt ze, ongewild, in aanraking met seksualiteit. Ze voelt zich erg alleen en anders dan de rest. Guido Ravenhorst is de kampleidster waarvan gezegd wordt dat haar vader bij de NSB was. Dit geeft al aan hoe gemeen ze wordt afgebeeld. Ze is een soort tiran die geen enkele vorm van begrip toont voor Lise die wanhopig probeert een positie in te nemen waar ze zich lekker bij voelt, maar die positie niet vindt. Maritha is het hulpje van Guido Ravenhorst. Zij is de enige die Lise vertrouwt, maar heeft zelf volgens mij niet door hoe belangrijk dat vertrouwen voor Lise is. De ouders van Lise spelen eigenlijk niet zo’n grote rol in het verhaal, maar zijn in feite wel de aanstichters van alle ellende; zij hebben haar immers naar het kamp gestuurd.

Tijd
De vertelde tijd is een paar dagen, maar het hele kamp heeft waarschijnlijk een paar weken geduurd. Het verhaal wordt niet helemaal chronologisch verteld; er komen flashbacks in voor. De verteltijd is dertig bladzijden.

Ruimte
Het verhaal speelt zich af in het kamp waar Lise de zomer doorbrengt. Het wordt beschreven als een soort gevangenis, een plaats waar je jezelf niet kunt zijn en opgesloten zit.

Perspectief
Het verhaal is geschreven vanuit een ik-figuur, je leest haar gevoelens en maakt alles mee vanuit haar positie.

Thema
Het thema van dit boek is “de onmacht van een meisje in de puberteit dat tegen haar wil in, in allerlei vervelende en nieuwe situaties terechtkomt”.

Motieven
  • ‘over’ zijn (je het vijfde wiel aan de wagen voelen)
  • seksualiteit
  • verdwijnen

Op hoge hakken (blz. 129-171)

Berber en Richard brengen hun vakantie door op het Griekse eiland Korfoe. Ze maken een dagtochtje naar het ongerepte eiland Paxos. 'Zouden ze op dit eiland eindelijk kunnen beleven wat zij [= Berber] van de vakantie verlangde: een moment van eeuwigheidswaarde, de volledige overgave aan elkaar in harmonie met dit landschap?' (blz. 132). Berber mist echter het vermogen om te genieten. Ze blijkt een gigantisch minderwaardigheidscomplex te hebben. Ze is voortdurend bezorgd of ze wel aantrekkelijk genoeg is. Als er die dag van alles mis gaat en ze ook nog op het kiezelstrand moeten slapen omdat de boot pas de volgende ochtend vertrekt, betrekt Berber dit op zichzelf: ze is te dik, ze is dom, saai; enz. Dan komt de ommekeer: de dageraad doet haar heerlijke, warme tranen huilen. ’s Ochtends springt Berber opgewekt op de boot; Richard vindt haar mooi en lekker wild. Haar schoenen met hoge hakken, die ze aangetrokken had om langer, dus slanker te lijken, maar die symbool waren geworden van alle ellende, laat ze achter op de steiger.

Personages
Berber is een meisje van midden twintig dat ontzettend haar best doet mooi en aardig gevonden te worden door haar vriend Richard. Ze is heel onzeker over zichzelf, bij alles wat Richard zegt, kan ze wel iets verzinnen dat duidelijk maakt dat ze niet gewenst/gewild is. Hoe harder ze probeert een perfecte versie van zichzelf te spelen, hoe harder ze haar vriend afschrikt. Richard is de vriend van Berber en ziet de moeilijkheden allemaal niet zo. Hij begrijpt totaal niet waarom Berber zo vreemd doet en stoort zich er hoe langer hoe meer aan. Hij is ook blij als ze aan het einde van het verhaal weer gewoon zichzelf is.

Tijd
De vertelde tijd is een dag, het verhaal wordt chronologisch verteld en de verteltijd is 41 bladzijden.

Ruimte
Het verhaal speelt zich af in Griekenland op het eiland Paxos.

Perspectief
Dit verhaal heeft een auctoriale verteller, je leest de gedachten van zowel Berber als Richard.

Thema
Het thema van dit verhaal is “de manier waarop mensen zichzelf niet durven zijn uit angst voor afwijzing, hoe dat je op een gegeven moment opbreekt en de reactie van anderen erop”.

Motieven
  • relatie tussen man en vrouw
  • de schoenen met hoge hakken
  • minderwaardigheidscomplex
  • twijfel

Mottenballen en parfum (blz. 172-194)

De 'ik', een middelbare-schoolmeisje, heeft erg slechte cijfers op haar rapport. Ze durft het nauwelijks aan haar ouders te vertellen; zouden ze nog wel van haar houden? Ze voelt zich dom, lelijk, onhandig en onnozel. Ze zoekt warmte bij haar moeder, maar die is altijd in gezelschap van anderen, zoals mevrouw Leifbrand, die klaagt over een man die haar steeds lastig valt, maar met wie ze, zoals later blijkt, toch graag het bed in duikt. Er is veel dat de 'ik' niet kan bevatten.

Personages
De ik-figuur is een middelbaar schoolmeisje dat de laatste tijd niet meer lekker in haar vel zit, ze voelt zich dik en lelijk, alles gaat langs haar heen en ze weet niet waarom. Ze wil er graag met haar moeder over praten, maar deze heeft geen tijd voor haar. Het meisje begrijpt totaal niets van de wereld van de volwassenen. De ouders van het meisje hebben totaal geen besef van wat er in hun dochter omgaat. Het enige dat telt voor hen is prestatie. De moeder is zo hard bezig zich te bemoeien met andermans levens, dat ze het overzicht op het hare kwijt is.

Tijd
De vertelde tijd is twee dagen, het verhaal wordt chronologisch verteld en de verteltijd is 22 bladzijden.

Ruimte
Het verhaal speelt zich af in en rond het huis van de ik-figuur en haar familie. Een gedeelte van het verhaal speelt in het huis van mevrouw Leifbrand.

Perspectief
Het verhaal is geschreven vanuit een ik-figuur, je leest haar gedachten en ideeën.

Thema
Het thema van dit verhaal is “het onbegrip en het langs elkaar heen leven van een kind en haar ouders”.

Motieven
  • angst
  • eenzaamheid
  • prestatie
  • onbegrip

Thematiek in het hele boek

Hoewel er geen duidelijke rode draad door het boek loopt, keren er toch enkele thema's in de verschillende verhalen terug. Zo is er steeds sprake van machtsverhoudingen, waarbij de ene partij de andere onderdrukt, vernedert, niet begrijpt of geen blijk van affectie geeft:
  • de verhouding tussen kind en volwassene (in alle verhalen behalve Op hoge hakken);
  • de verhouding tussen vrouwen man (vooral in De meisjes van de suikerwerk fabriek, ook in Muzie/es en in Op hoge hakken);
  • de verhouding tussen werknemer en werkgever (in Rose, met bizarre stukjes geel ertussen, ook in De meisjes van de suikerwerkfabriek en zijdelings in Muziekles);
  • de verhouding tussen leerling en leraar (in Mottenballen en parfum, ook aangestipt in De meisjes van de suikerwerkfabriek).

Een speciaal type 'onderdrukkers' zijn de geüniformeerden: de jonge conducteur en Guido Ravenhorst. De 'onderdrukten' zijn machteloos. Willoos ondergaan ze het leven, op enkele kleine, vaak onbewuste 'verzetsdaden' na (de wraakactie in De meisjes van de suikerwerkfabriek, het opnieuw begraven van Parel en de 'vreselijke' opmerking in Rose, met bizarre stukjes geel ertussen).

De meeste 'onderdrukten' hebben de neiging om te willen 'verdwijnen'. Ze willen het liefst in een hoekje schuilen en nergens iets mee te maken hebben. Dit wordt duidelijk verwoord in Mottenballen en parfum: 'Aan sommige fases in mijn bestaan' zou ik me willen onttrekken, schuilend in een niet-zijn, zonder schuld of verantwoordelijkheid' (blz. 186). In dit verhaal wordt, de ik-figuur letterlijk en figuurlijk weggecijferd. Ook in andere verhalen willen de hoofdpersonen zichzelf wegcijferen, maar worden ze zelf ook weggecijferd. In De Grote Moeder probeert Lise zich aan het kampgebeuren te onttrekken. Aan de andere kant voelt zij zich weggecijferd door haar ouders. Als zij tijdens de bizonjacht is verkleed als bizon, denkt zij: 'In mijn zwarte pak bestond ik als het ware niet. Ik was een negatief persoon geworden, het tegenovergestelde van iemand die er wel is. Mijn rol in het kamp had zijn uiteindelijke vorm gekregen' (blz. 120). De meeste hoofdpersonen voelen zich niet thuis in hun omgeving en dromen van andere werelden: de 'ik' in Rose, met bizarre stukjes geel ertussen droomt van bergen (en trekt zich vaak terug in de tuin), de 'ik' in De meisjes van de suikerwerkfabriek droomt van een landelijk leven, Lise in De Grote Moeder van Parijs en Johan en Tom in Muziekles van een kleurrijk, wervelend leven.

In het boek wordt relatief de meeste aandacht geschonken aan de kloof die er bestaat tussen kinderen en volwassenen. Vier van de zes verhalen worden vanuit het gezichtspunt van een kind verteld, een meisje van ca. 13-16 jaar, en in Muziekles worden de gebeurtenissen afwisselend beschreven vanuit Johan, Lisa en het kind Tom. De kinderen hebben het gevoel niet door hun ouders te worden begrepen. Ze missen liefde en begrijpen zelf niet veel van de wereld der volwassenen. Ze voelen zich vaak dom, lelijk en onhandig. Dit laatste, een minderwaardigheidsgevoel, komt ook heel sterk in Op hoge hakken tot uiting. Een ander terugkerend thema in de verhalenbundel is de seksualiteit in allerlei aspecten: ontwakende erotiek (en de ontluistering daarvan) in De meisjes van de suikerwerkfabriek en De Grote Moeder; het onderdrukkende aspect van de erotiek in De meisjes van de suikerwerkfabriek; erotiek als middel om gewaardeerd te worden in Op hoge hakken; de dubbelzinnigheid van de erotiek in de wereld der volwassenen (vooral in Motten¬ballen en parfum).

Stijl

De verhalen zijn geschreven in een eenvoudige, realistische stijl. Hier en daar zijn de zinsconstructies wat gewrongen, bijvoorbeeld: 'Hebben wij onszelf, hoewel ieder een eigen leven leidt tussen het moment waarop we 's avonds vermoeid de trein uittappen en de volgende ochtend als we onze doezelige, lome lichamen de treeplank ophijsen, in het dagelijks samenzijn tussen de wielen ongemerkt aan elkaar uitgeleverd en zijn we door de gebeurtenis van deze ochtend voor eeuwig aan elkaar geklonken?' (blz. 29). Er komt veel beeldspraak voor in de verhalen, zoals: 'Haar vingers met bloedrood geverfde nagels rustten gebogen op haar beige plissérok als de scharen van een krab op de ribbelige bodem van een. zandbank' (blz. 83). Soms onderbreekt de beeldspraak het ritme van het proza. Maar over het algemeen is de stijl trefzeker en genuanceerd.

Literatuurgeschiedenis

Tessa de Loo is het pseudoniem van Tineke Duyvené de Wit. Ze werd geboren in 1946 te Bussum. Haar jeugd bracht zij door in het Brabantse Oss. Ze heeft Nederlands gestudeerd en les gegeven. Ze debuteerde met het verhaal Muziekles in het literaire tijdschrift Maatstaf. Later publiceerde ze hierin De meisjes van de suikerwerkfabriek, dat door allerlei critici werd opgemerkt. Eind 1983 verscheen haar eerste boek, waarin naast deze twee verhalen nog vier andere werden opgenomen. In de pers werd het juichend ontvangen, waarna herdruk op herdruk volgde.
© 2007 - 2019 Cheri, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
BNN-serie TessaOp 26 november 2015 start de nieuwe BNN-serie Tessa. Tessa is een kopie van het Deense televisieprogramma Rita. De serie…
Venz hagelslag op de ontbijttafelVenz hagelslag op de ontbijttafelWij Nederlanders kunnen bijna niet zonder onze hagelslag. Op YouTube is een aardig filmpje te zien over verschillende on…
Boekverslag: Karin Slaughter 'Een lichte koude huivering'Boekverslag: Karin Slaughter 'Een lichte koude huivering''Een lichte koude huivering' is het derde deel uit de Grant County-reeks van de thrillerschrijfster Karin Slaughter. Sar…
Hoe schrijf je een BoekverslagWat zijn belangrijke dingen die persé in een goed boekverslag terug te vinden zijn en welke dingen kun je er beter uit l…
Boekverslag Die zomer door Wanda ReiselBoekverslag Die zomer door Wanda ReiselHet boek Die zomer is een mooi boek geschreven door Wanda Reisel. Wanneer je in Havo 4, Havo 5, VWO 5 of VWO 6 zit heb j…

Reageer op het artikel "Boekverslag: De meisjes van de suikerwerkfabriek"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Cheri
Gepubliceerd: 26-03-2007
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Samenvattingen
Schrijf mee!