Taal en Onregelmatige Werkwoorden

Spaans: Onregelmatige werkwoorden I

Spaans: Onregelmatige werkwoorden I

In dit artikel vindt u onregelmatige werkwoorden in het Spaans. Deze werkwoorden zijn vervoegd: 'zijn', 'zich bevinden', 'gaan', 'hebben', 'zien', 'kunnen', 'maken/ doen', 'zeggen' en 'kennen'.



Onregelmatige werkwoorden 'ser', 'estar' en 'ir'

Ser (zijn)Estar (zijn, zich bevinden)Ir (gaan)
yosoyestoyvoy
eresestásvas
él/ella/ustedesestáva
nosotros/-assomosestamosvamos
vosotros/-assoisestáisváis
ellos/ellas/ustedessonestánvan
*Op de onderstreepte letter valt de klemtoon

Onregelmatige werkwoorden 'tener', 'ver' en 'poder'

Tener (hebben)Ver (zien)Poder (kunnen)
yotengoveopuedo
tienesvespuedes
él/ella/ustedtienevepuede
nosotros/-astenemosvemospodemos
vosotros/-astenéisveispodéis
ellos/ellas/ustedestienenvenpueden
* Op de onderstreepte letter valt de klemtoon

Onregelmatige werkwoorden 'hacer', 'decir' en 'conocer'

Hacer (maken, doen)Decir (zeggen)Conocer (kennen)
yohagodigoconozco
hacesdicesconoces
él/ella/ustedhacediceconoce
nosotros/-ashacemosdecimosconocemos
vosotros/-ashacéisdecísconocéis
ellos/ellas/ustedeshacendicenconocen
* Op de onderstreepte letter valt de klemtoon

Lees in de special meer over het Spaans
© 2008 - 2009 Jootje, gepubliceerd in Taal (Educatie en School) op 18-02-2008, laatst gewijzigd op 18-02-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Jootje is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Spaans: Onregelmatige werkwoorden I"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.