InfoNu.nl > Educatie en School > Werkstuk > Slapen, of toch maar niet?

Slapen, of toch maar niet?

Slapen, of toch maar niet? Bedenk eens hoe heerlijk het is om na een lange dag op de bank te ploffen en lekker weg te dommelen. Hoe heerlijk het is om op zondag wakker te worden door de zon die in je gezicht schijnt, om je nog een keertje om te draaien en om wakker te worden uit die heerlijke droom, waardoor je heel even denkt dat je leven totaal veranderd is.

Inhoud


Stel je eens voor hoe de wereld eruit zou zien zonder slaap. Waarschijnlijk leef je maar 3 weken. Langer is het niet vol te houden. Niemand zou overleven. Dus slapen we. Slaap zorgt ervoor dat we vrolijk kunnen blijven, maar ook dat we met een ochtendhumeur dingen kunnen zeggen die we niet zo bedoelen. Voor de meeste van ons is slaap iets heerlijks, even een tijd om uit te rusten en bij te komen van de afgelopen dag, maar er zijn ook mensen voor wie slapen een frustratie is. Mensen voor wie het inslapen elke nacht weer een probleem is en mensen die vermoeider zijn als ze opstaan dan wanneer ze gaan slapen. Kortom, slaap is belangrijk voor iedereen, jong, oud, uitgezakt, gerimpeld en overwerkt. Dus: Slaap lekker!

Soorten slaap

Er zijn 2 verschillende soorten slaap. Elke soort zorgt weer voor een ander deel van je lichaam of geest, Doordat er verschillende soorten slaap zijn, kan je lichaam goed uitrusten, terwijl je geest alle indrukken van die dag verwerkt. Tijdens de slaap wordt er een soort back-up gemaakt van je geheugen. Hierbij worden alleen de belangrijke dingen onthouden en wordt alle overbodige informatie verwijderd.

REM slaap

De REM (Rapid Eye Movement) slaap is waarschijnlijk de bekendste soort slaap. Tijdens de REM slaap is er veel hersenactiviteit. De hersenactiviteit is heel onregelmatig en ook de ogen bewegen erg veel. De spieren zijn bijna geheel ontspannen. Deze eigenschappen zijn bijna het zelfde bij wakkere en geconcentreerde mensen. De REM-slaap is ook de slaap waarin je droomt. Als je tijdens deze slaap gewekt wordt, zal je bijna altijd kunnen zeggen dat je gedroomd hebt.

Tijdens de REM-slaap wordt een deel van de hersenstam geactiveerd die normaal geactiveerd wordt door de zintuigen. Dit deel moet worden geactiveerd om te kunnen dromen. Dromen zijn vaak zo chaotisch omdat de hersens proberen om van de stroom aan beelden, een logisch verhaal te maken.

Een volwassene bevindt zich zo’n 15% van de totale slaap in de REM-fase. Een volwassene komt 4 á 5 keer per nacht in deze fases en het duurt gemiddeld per keer 20 minuten. In het begin zijn de rem periodes korter en ze worden gedurende de nacht steeds langer.

Kleine kinderen en baby’s zitten soms wel 70% van hun slaap in de REM-fase. Waarschijnlijk helpt de Rem fase bij de ontwikkeling van de hersens. Als mensen ouder worden, zal de non-REM slaap afnemen, maar de REM-slaap blijft hetzelfde.
Als je een lange tijd achter elkaar steeds wakker gemaakt wordt tijdens de REM-slaap, zal je na een tijdje behoefte hebben aan de rem-slaap. De nacht erna zal je meer REM-fases hebben om het tekort van de vorige nacht weer aan te vullen.
Wordt de totale hoeveelheid aan slaap minder, dan zal de REM slaap meer verminderen dan de non-REM slaap. Hieruit blijkt dat de non-REM slaap belangrijker voor het lichaam is dan de REM slaap. De REM slaap-fase is nog niet zo lang geleden ontdekt. Dit was in 1953 door Eugene Aserinsky en Nathaniel Kleitman.

Non – REM slaap

De non Rem slaap is het tegenovergestelde van de REM slaap. Het is eigenlijk de ‘normale’ slaap. Tijdens deze periode is er niet veel hersenactiviteit en ook de bewegingen van de ogen worden minder. Er zijn 4 verschillende fases tijdens de non-REM slaap. Deze fases geven de hersenactiviteit aan. Fase 1 geeft de meeste hersenactiviteit aan, terwijl fase 4 de fase is met de laagste hersenactiviteit. Fase 3 en 4 van deze slaap worden ook wel de diepe slaap genoemd.

Fase 1 is de fase tussen waken en slapen, Deze fase duurt maar 3 tot 5 minuten en zorgt ervoor dat je inslaapt. De lichaamstemperatuur daalt en de spieren ontspannen. Je hebt moeite om wakker te blijven en je kan nog makkelijk gewekt worden door harde geluiden of plotselinge spiersamentrekkingen in je lichaam.

In fase 2 slaap je al iets dieper. Dit is het begin van de echte slaap. Je wordt minder snel wakker van geluiden en bewegingen om je heen. Deze fase duurt ongeveer 30 tot 40 minuten en je nachtrust bestaat voor 50% uit deze fase.

Fase 3 en 4 worden vaak als één fase beschouwd. Je slaapt zeer diep en dit doe je ongeveer 3 uur per nacht. Door deze diepe slaap herstelt je lichaam zich weer en er komen dan ook groeihormonen vrij. Als je een nacht geen diepe slaap hebt gehad, zal je je de volgende dag niet echt prettig voelen. De fases 3 en 4 zijn vaak de eerste 3 uur van een nacht. Je zit in fase 3 en 4 ongeveer 20 % van je slaap.

Als je wordt gewekt tijdens de non-REM slaap, dan zal je bijna nooit zeggen dat je gedroomd hebt.

Per nacht kom je meerdere keren in de REM slaap, de non-REM en de verschillende fases van de non-REM slaap terecht.

Slaapdeprivatie

Slaapdeprivatie is het lang wakker blijven. Niet in de zin van laat gaan slapen, maar echt hele dagen wakker blijven. Slaapdeprivatie is ongezond, zowel lichamelijk als mentaal. Na een langere tijd niet slapen wordt je reactievermogen aangetast en ook zal je emotioneel overgevoelig zijn. Bij een onderzoek naar slaapdeprivatie zijn al een aantal ratten overleden. Zij werden wakker gehouden om te kijken wat slaapdeprivatie met je doet. Het is alleen nog niet duidelijk of ze stierven door vermoeidheid of door de stress van het wakker houden.

Sommige wetenschappers zeggen dat slaap de natuurlijke toestand is van de mens. Wakker zijn is van nature alleen bedoeld om eten te zoeken en voort te planten. Andere wetenschappers zijn het hier absoluut niet mee eens en ze zijn er nog niet over uit.
Ondanks alle nadelen wordt slaapdeprivatie ook wel eens in positieve zin gebruikt. Bij sommige vormen van depressies schijnt het goed te werken als therapie. Na 60 uur niet geslapen te hebben, lijken de symptomen veel op de van alcoholisme. Zo kunnen mensen vergeetachtig worden, dubbel gaan zien of geprikkeld worden. Het enige verschil is dat bij slaapdeprivatie de pijngrens lager wordt, terwijl dit bij alcoholisme juist hoger wordt.

Er zijn ook een aantal onderzoeken uitgevoerd met mensen. Zo hebben ze bijvoorbeeld 275 soldaten 112 uur wakker laten blijven. Deze hadden na die tijd gedragsstoornissen die verdacht veel leken op schizofrenie. Bij nerveuze en neurotische mensen zal de slaapdeprivatie veel sneller dit soort gevolgen hebben, dan bij rustigere en niet-neurotische personen. Uit bijna alle onderzoeken is gebleken dat mensen met een tekort aan slaap, veel moeite hebben om zich te concentreren en het moeilijk vinden om zelfs de meest makkelijke tests of opdrachten uit te voeren. Dan moet er wel minstens 60 uur niet geslapen zijn.

Slaap en leeftijd

De hoeveelheid slaap die je nodig hebt hangt niet alleen af van je persoonlijke behoefte maar ook van je leeftijd. Oudere mensen hebben over het algemeen meer slaap nodig dan jongere mensen. De slaapbehoefte neemt dus af naarmate je ouder wordt.

Baby’s

Pasgeboren kindjes slapen het grootste deel van de dag. Ze slapen ongeveer 16 à 17 uur per dag. Dit doen ze niet achter elkaar maar het is te verdelen in losse slaapjes. De meeste baby’s slapen 3 uur en zijn dan 1 uur wakker. Als het kindje ongeveer 4 maanden is slaapt het nog maar 14 à 15 uur. De periodes van slapen worden dus steeds korter. De baby heeft nu ook een vast slaapritme ontwikkeld, waarin ‘s nachts ongeveer 8 uur achter elkaar wordt doorgeslapen. Na 6 tot 7 maanden heeft het kind nog maar 2 slaapjes overdag nodig, meestal één in de morgen en één in de middag. Deze duren ongeveer 2 en een half uur per keer.
De ochtend slaap is meestal wat dieper dan de middag slaap. Als het kind ongeveer één jaar is doet het nog maar 1 middagslaapje van ongeveer 2 uur. Ook slaapt het kindje de hele nacht door. Dit betekent niet dat het kind van vroeg in de avond tot laat in de morgen slaapt. Het is niet meer dan 8 uur per nacht.

Tieners
Het is belangrijk dat kinderen tussen 11 en 18 jaar voldoende slapen. In deze periode van het leven is slapen erg belangrijk, omdat er moet worden uitgerust van de grote groei en ontwikkelingen die je doormaakt in de pubertijd. Een tiener heeft ongeveer 9 uur slaap per nacht nodig. Ongeveer 22% van alle jongeren slaapt ook het aantal uur wat ze nodig hebben. Dat komt omdat tieners vaak wakker gehouden worden door allerlei zaken zoals uitgaan, school en mobiele telefoons. Hierdoor gaan de schoolprestaties achteruit.

Volwassenen

De meeste volwassenen hebben tussen de 6 en 8 uur slaap nodig. Dit is nodig om de volgende dag goed te kunnen functioneren op het werk of thuis. Het komt vaak voor dat volwassenen slaapproblemen hebben. Dit kan worden opgelost met slaapmiddelen.

Ouderen

Bij ouderen is de nachtslaap vaak korter dan bij die van tieners of volwassenen. Maar als de middagdutjes erbij worden opgeteld komt het totaal maar iets lager uit.

Slaap bij mannen en vrouwen

Vrouwen zijn vaker slechtere slapers dan mannen. Dit komt door hormonale en psychologische verschillen tussen de man en vrouw. De wisselende hormoon spiegels bij de vrouw van progesteron en oestrogeen beïnvloeden de slaap tijdens de menstruatiecyclus, de zwangerschap en de overgang. Progesteron zorgt voor een slaperig en vermoeid gevoel en oestrogeen verhoogt de hoeveelheid remslaap.

Vlak voor de menstruatie daalt de hoeveelheid progesteron flink, hierdoor kan de vrouw onrustiger slapen. Maar dit geldt niet voor alle vrouwen, er zijn grote individuele verschillen. Door veranderingen in de hormoonspiegel of gevoeligheid ervoor, stemming, ziekte, stress, leefwijze, medicatie en voeding kunnen voor verschillen tussen vrouwen onderling zorgen.

Slaap tijdens zwangerschap

In de eerste drie maanden van de zwangerschap is het progesteron gehalte erg hoog, hierdoor kan de vrouw zich slaperig voelen en ook ’s nachts slaapt ze langer. Aan de andere kant worden vrouwen ’s nachts vaker wakker om naar het toilet te gaan. In de maanden 4 tot en met 6 wordt het moeilijker om lekker te liggen. In de laatste maanden van de zwangerschap ontstaan de meeste slaapproblemen. Spierkrampen, maagzuur, rusteloze benen en een steeds groter wordende baby kunnen de slaap verstoren. Na de bevalling stoort vooral het slaapritme van de baby de slaap van de moeder. Het beste is dan ook voor de moeder om te slapen wanneer de baby ook slaapt.

Slaap tijdens de overgang

In de overgang daalt de hoeveelheid progesteron en oestrogeen en dat veroorzaakt vaak een slechtere slaap. De verandering van de hoeveelheid oestrogeen leidt bij 75-85% van de vrouwen tot opvliegers. Een opvlieger is een onverwacht gevoel van warmte en zweten. Voor de opvlieger stijgt de temperatuur waardoor de vrouw wakker wordt. Hierdoor hebben vrouwen mét opvliegers een meer verstoorde slaap dan vrouwen zonder opvliegers.

Niet alleen de hormonale verschillen zorgen voor een verschil van slaap bij man en vrouw, er zijn ook psychologische verschillen. Vrouwen slapen vaak alerter als er kinderen zijn. Hierdoor zijn vrouwen misschien ook wel slechtere slapers dan mannen.

Ochtend- en avondmensen

Het is niet duidelijk wat bepaald of je een ochtend- of een avondmens bent. Bij de ene helft van de mensen is het genetisch bepaald of je een ochtend- of avondmens bent. Bij de andere helft van de mensen wordt het bepaald door de omgeving en opvoeding. Of je een ochtend- of avondmens bent, wordt bepaald door je persoonlijke biologische klok. Die is bij iedereen anders.

Kenmerken ochtend en avondmensen

Ochtend mensen zullen vroeg wakker zijn en zullen ook ’s avonds eerder slaperig worden. Avondmensen daarentegen hebben ’s ochtends erg veel moeite om op tijd op te staan en worden ’s avonds ook pas later moe. Iedereen is gevoelig voor het licht en donker worden, maar sommige zijn gevoeliger dan andere. Zo zijn ochtendmensen vaak gevoeliger voor het veranderen van het licht dan avondmensen. Oudere mensen gaan steeds meer richting de ochtendmensen naarmate ze ouder worden. Dit komt doordat ze steeds minder slaap nodig hebben en daardoor dus minder lang in hun bed blijven liggen ’s ochtends.

Je kan er achter komen of je een ochtend of avond mens door te kijken hoe laat je wakker wordt als je niet aan werk- of schooltijden gebonden bent. Als jij in de vakantie al om half 8 je bed uit rolt, is de kans groot dat jij een ochtendmens bent. Kom jij pas om 11 uur je bed uit, dan ben je waarschijnlijk een avondmens. Ook je lichaamstemperatuur wordt hierdoor bepaald. Bij ochtend mensen komt de lichaamstemperatuur ’s ochtends sneller op gang dan bij avondmensen. Bij avondmensen zal de lichaamstemperatuur ’s avonds later dalen. Hierdoor komt het vermoeide gevoel ook pas later op gang.

Dagelijks ritme

Avondmensen hebben vaak moeite met het 9 tot 5 ritme. Hierdoor is het voor hen heel moeilijk om optimaal te functioneren. Vaak worden klachten over vermoeidheid door deze mensen niet serieus genomen. Dat zou wel moeten, zeggen veel onderzoekers. Als er beter gekeken zou worden naar de verdeling tussen ochtend- en avondmensen, dan zouden veel mensen veel beter kunnen functioneren.

Middagmensen

Natuurlijk kan je niet iedereen onderverdelen in ochtend en avond mensen. Er zit ook nog een heel groot gebied tussen. Dit zijn de zogenaamde middagmensen. Die kunnen de ene keer heel vroeg hun bed uit rollen, terwijl ze de volgende keer liever nog even een paar uur blijven liggen. Deze mensen kunnen zich vaak aanpassen aan de gebeurtenissen om zich heen.

Statistieken

Er is een onderzoek geweest naar het aantal ochtend- en avondmensen onder jongeren tussen 14 en 19 jaar. Er zijn in totaal 6.600 jongeren ondervraagd. Hiervan waren er 1.005 ochtendmensen en 742 avondmensen. De overige jongeren zitten tussen ochtend en avond mensen in. Het geslacht maakte bij dit onderzoek niet uit.

Dromen

Dromen vindt vooral plaats tijdens de REM (rapid eye movement) slaap. Onze slaap bestaat voor 25 % uit de REM slaap. Tijdens deze periode zijn de hersenen erg actief en is het lichaam volledig ontspannen. Dromen zijn fantasiebeelden en herinneringen in vreemde combinaties. Het lijkt alsof we toeschouwer zijn in onze dromen, omdat we er zelf weinig aan kunnen veranderen. De gedeelten van de hersenen die zich bezig houden met “zien” zijn tijdens dromen actief. Alleen komen de prikkels niet van buiten af, omdat de ogen gesloten zijn. Alle informatie komt vanuit de hersenen en deze informatie wordt verwerkt alsof het echt is. Je ziet dus dingen die echt lijken, maar het niet zijn. Een ander woord hiervoor is een hallucinatie.

Onze dromen zijn eigenlijk nooit saai, omdat ze gaan over gebeurtenissen uit het dagelijkse leven die ons bezig houden. De informatie komt dus uit onszelf. De buitenwereld kan onze droom wel een beetje beïnvloeden, zoals een wekker in de droom verwerkt wordt, maar het meeste wordt door ons zelf gemaakt. In de dromen zijn de emoties die worden opgewekt dus echt.

Tijdens het dromen denken we simpel. Heel anders als in het echte leven, daar kunnen we verschillende dingen denken en doen tegelijk. Tijdens het dromen kun je maar op één zaak tegelijk je aandacht richten. Dit wordt singlemindedness genoemd.

Waarom dromen we?

Tijdens de slaap is het bewustzijn sterk verminderd. De verdrongen herinneringen en gebeurtenissen komen tijdens het dromen vermomd terug. De droombeelden zouden dus gebaseerd zijn op de verdrongen complexen van de mens.

Een andere theorie is van Hobson en Mccarley. Deze theorie wordt ook wel de “activatie synthese” theorie genoemd. Tijdens de droomslaap treden snelle oogbewegingen op. Dit wordt ook wel de REMslaap genoemd. Tijdens de REM slaap worden de delen van de hersenen geactiveerd die normaal alleen tijdens de waakstand geactiveerd zijn. Dan moeten deze delen van de hersenen de visuele prikkels uit de buitenwereld ontvangen. Tijdens de slaap ontbreken deze prikkels en probeert het brein de chaotische visuele belevingen in de hersenen tot een samenhangend verhaal te maken.

Deze theorie verklaart ook waarom de droominhoud vaak vreemd en bizar is. De visuele belevingen in dromen de logica van tijd en ruimte missen. Het brein probeert de grove informatie tot een samenhangend geheel te maken. De droomslaap is er dus om de ruwe informatie en belevingen samen te voegen.

Lucidedromen

Een lucide droom is een droom waarin de dromer zich ervan bewust is dat hij droomt. Het woord lucide droom komt van lucide, wat helder betekend. Het is dus eigenlijk een heldere droom. Luciditeit begint meestal midden in een gewone droom als er net een onmogelijke gebeurtenis plaats heeft gevonden. De dromer beseft dan dat het niet echt had kunnen gebeuren en het dus een droom is. De mate van luciditeit kan verschillen. Bij hoge mate van luciditeit heeft de dromer in de gaten dat alles zich in zijn hoofd afspeelt en dat hij elk moment wakker kan worden. Bij lage mate van luciditeit is de dromer wel in staat de gebeurtenissen te sturen, maar beseft hij niet dat hij droomt. Mensen die lucide dromen hebben gehad, beschrijven ze vaak als fantastisch, kleurrijk en spannend. Lucide dromen kunnen beter herinnerd worden dan normale dromen, zelf beter dan nachtmerries.

Het is moeilijk om lucide dromen bewust op te roepen. Om dit makkelijker te maken hebben enkelen universiteiten en Stephen Laberge een aantal technieken ontwikkeld. In eerste instantie is het belangrijk om je dromen te kunnen onthouden anders weet je niet of je lucide hebt gedroomd. Dit kun je doen door een droomdagboek bij te houden. Dit doe je door een boek naast je bed te houden en meteen na het ontwaken je droom, of een deel daarvan op te schrijven.

Realiteitstesten
Het belangrijkste aspect bij lucide dromen is het beseffen dat men droomt. Daarom helpt het om bij het zien van een droomteken een realiteitstest uit te voeren. Droomtekens zijn aanwijzingen die je laten beseffen dat je droomt. Het zijn meestal situaties die in werkelijkheid onmogelijk zijn. Deze droomtekens worden in vier categorieën verdeeld:
  • Actie: De dromer doet iets wat onmogelijk is, zoals vliegen.
  • Vorm: Iets of iemand ziet er vreemd uit, of verander plotseling van vorm.
  • Context: De plaats of situatie is vreemd.
  • Bewustzijn: een vreemde gedachte of emotie, een vreemd gevoel of een ongewone manier van waarnemen

Hoewel deze situaties heel vreemd zijn, beseft men meestal niet dat men droomt. Dat komt doordat het logische redeneringsvermogen veel minder goed werkt tijdens het dromen. Om deze droomtekens toch op te merken kun je realiteitstesten uitvoeren. Dit is een veelgebruikte techniek waarbij je een actie uitvoert waaraan je kunt zien of je droomt of niet. Een aantal voorbeelden van veelgebruikte realiteitstesten zijn de volgende:
  1. Probeer het licht aan en uit de doen, dit lukt in een droom meestal niet.
  2. Knijp in je arm, dit doet geen pijn in een droom.
  3. Probeer te zweven of te vliegen.

Mnemonische inductie van lucide dromen (MILD)
Bij deze techniek neemt de dromer een bepaald beeld in gedachte waarover hij wil dromen. Hij probeert met die gedachte in slaap te vallen en kijkt of hij in die droom droomtekens kan herkennen.

Wakkere inductie van lucide dromen (WILD)
Deze techniek wordt meestal alleen gebruikt door mensen die al meer ervaring hebben met lucide dromen. Het is een lastige techniek, maar als het lukt, is de kans op een lucide droom groot. Bij de WILD techniek gaat de dromer direct van de wakkere staat naar de droomstaat.

Tussen het in slaap vallen en het dromen zit de hypnagogische staat. Als de dromer tijdens deze staat bewust kan blijven, kan hij daarna bewust een droom beginnen. Deze techniek is het makkelijkst om uit te voeren als je een kwartiertje wakker bent na een paar uur geslapen te hebben of voor een middagdutje. De dromer probeert bewust te blijven door zich te concentreren op iets. Tijdens de overgang naar het slapen is de kans groot dat de dromer in staat van slaapverlamming komt. Hierin kan de dromer beginnen aan zijn droom.

Nachtmerries

Het woord nachtmerrie komt van het oude woord Mara, dat boze geest betekend. Ook een godin heette Mara. ‘s Nachts kon ze zichzelf in een witte merrie met blauwe ogen en een rood koord om haar hals veranderen. Op sommige schilderijen komt zij ook terug als een paard met 9 koppen, want het getal negen was vroeger het getal van de duivel. Men probeerde nachtmerries te slim af te zijn door gerstekorrels rond hun bed te strooien, de merrie zou dan te druk bezig zijn met het tellen van de korrels en lette nergens anders meer op.

Een nachtmerrie is een angstige droom waaruit men meestal wakker schrikt. Bijna altijd kan de dromer zich de nachtmerrie nog goed herinneren. Veel voorkomende soorten nachtmerries zijn: achtervolging, vallen, verdrinking, anderen zien overlijden en het herhalen van vervelende gebeurtenissen. Nachtmerries zorgen ervoor dat mensen niet meer durven te slapen of door te slapen.

Nachtmerries komen vrij vaak voor, zo heeft bijna iedereen wel eens een nachtmerrie.
van de volwassen Nederlanders heeft 2 tot 3 % meerdere nachtmerries per week. Een half miljoen mensen hebben dus meerdere nachtmerries per week, ongeveer evenveel mensen hebben ook problemen met nachtmerries. Kinderen hebben over het algemeen vrij veel nachtmerries, maar dit gaat over naarmate ze ouder worden. Als volwassenen vaak nachtmerries hebben, gaan deze meestal niet vanzelf weg.

Er zijn twee soorten nachtmerries. Er zijn nachtmerries die ontstaan na een traumatische gebeurtenis. In deze nachtmerrie beleef je meestal de gebeurtenis nog een keer. Deze nachtmerries worden posttraumatische nachtmerries genoemd. Doordat je deze gebeurtenissen echt beleefd hebt, kan zo een nachtmerrie extra heftig en beangstigend zijn.

De tweede soort nachtmerrie ontstaat zonder een specifieke achtergrond. Deze nachtmerries ontwikkelen zich in de loop van je leven. Het gaat hier meestal over één thema bijvoorbeeld vallen, verdrinken en achtervolgen. Meestal is de omgeving steeds anders, maar het thema blijft het zelfde.

Als de nachtmerrie een oorzaak is van een traumatische ervaring, ligt de behandeling voor de hand. Maar als de nachtmerrie geen specifieke oorzaak heeft, is het moeilijker om dit probleem op te lossen. Dromen ontstaan door het brein, maar ook door het verwachtingspatroon van de mens. Als de dromer vervelende dingen verwacht, komen deze meestal ook. Als iemand met een negatieve emotie gaat slapen, kan deze meegenomen worden in de droom. Deze negatieve emotie wordt dan omgezet in negatieve gebeurtenissen. Ook stress heeft invloed op het krijgen van een nachtmerrie. Mensen die overdag gestresst zijn, krijgen vaker ’s nachts vervelende dromen. Beelden in een droom kunnen ook op een verkeerde manier geïnterpreteerd worden. Waardoor je het als eng kunt ervaren terwijl een ander het juist ontzettend leuk lijkt. Zoals een bergbeklimmen.

Zo kan dit ook gebeuren met situaties die niet meteen duidelijk zijn. Je verwacht dan iets engs wat gaat komen en als je dat denkt gebeurt het ook meestal. Het gaat tijdens het dromen dus vooral om het verwachtingspatroon van de mens. Mensen die vaker nachtmerries hebben durven dus niet meer te slapen, omdat ze denken dat ze dan weer een nachtmerrie zullen krijgen.

Een nachtmerrie kun je vergelijken met een enge film die zich in je hersenen afspeelt. Bij herhalende nachtmerries wordt deze film veel vaker afgespeeld. Hoe vaker je deze nachtmerrie hebt gezien hoe beter je hem kunt onthouden. Mensen kunnen dan de precieze details en gebeurtenissen herinneren. Dit geld voor beide type nachtmerries. Het enige verschil is dat bij posttraumatische nachtmerries het precieze verhaal in het geheugen wordt gebrand en bij niet-posttraumatische nachtmerries meer de algemene verhaallijn word herinnerd. Een persoon met veel nachtmerries ziet als ieder ander veel verschillende beelden tijdens het slapen. Het verwachtingspatroon is bij deze mensen echter zo sterk dat normale beelden hen aan hun traumatische ervaring herinnerd. Hierdoor start automatisch de nachtmerrie die ze al zo vaak hebben gehad.

Soms wordt er gedacht dat nachtmerries niet behandeld moeten worden, omdat ze zouden helpen traumatische ervaringen te verwerken. Dit werkt echter alleen als de ervaring heel kort geleden gebeurd is. De nachtmerries blijven vaak bestaan lang nadat ze de vervelende gebeurtenis hebben gehad. Deze nachtmerries zijn een soort gewoonte geworden en helpen niet meer bij het verwerkingsproces. Ze zorgen alleen voor een slechte nachtrust. Doordat veel dokters niet weten wat ze aan nachtmerries kunnen doen, zeggen ze dat het vanzelf over gaat of geven ze slaappillen. Hierdoor blijven een hoop mensen rondlopen met hun klachten.

Er is een simpele behandeling die je zelf thuis voor het slapen kunt doen. Dit zijn ademhalingsoefeningen en ontspanningsoefeningen, hiervan wordt je lichaam rustig en ben je minder gestresst. De kans dat je een nachtmerrie krijgt is nu veel kleiner.

Verder zijn er nog drie andere methodes om een nachtmerrie tegen te gaan. Bij de eerste techniek worden de mensen die last hebben van nachtmerries gevraagd of ze zich steeds de angstige droom voor willen stellen. De angst neemt hierdoor af en de droom wordt minder heftig ervaren. Bij de tweede techniek gaan mensen overdag andere, minder angstige eindes aan hun nachtmerries verzinnen. De derde techniek is het werken met lucide dromen. Tijdens het dromen kan de droom door de dromer zelf veranderd worden en de persoon weet ook dat hij aan het dromen is.

Op dit moment wordt er veel onderzoek gedaan naar andere methodes om nachtmerries te voorkomen.

Slaapstoornissen

Slaapstoornissen in het algemeen

Slapen doen we als het goed is allemaal dagelijks. Voor de meeste van ons is dit heel vanzelfsprekend, maar er zijn mensen waarvoor het in slaap vallen en ontwaken niet zo gewoon is. Slaapstoornissen kunnen erg vervelend en lastig zijn. De meeste stoornissen beïnvloeden je hele leven, maar ze kunnen niet tot de levensbedreigende ziektes gerekend worden.

Als je ook wel eens een nacht slecht slaapt hoef je daar niet van te schrikken. Het is heel normaal om één nachtje of een paar nachten slecht te slapen. Wordt dit een gewoonte, dan kan het zijn dat je last hebt van een slaapstoornis. Slecht concentratie, vermoeidheid en prikkelbaarheid kunnen allemaal gevolgen zijn van vele nachten slecht slapen.

Er zijn verschillende soorten slaapstoornissen. Als eerste zijn er de primaire slaapstoornissen. Hierbij worden vooral de slaapduur, kwaliteit en tijdstip van in slaap vallen, gestoord. Deze stoornissen hebben niks te maken met een psychische of lichamelijke ziekte. Onder de primaire slaapstoornissen vallen ook nog de stoornissen die te maken hebben met bepaalde onderdelen van de slaap. Nachtmerries en angstaanvallen horen hierbij. Ook slaapwandelen valt hieronder. Die laatste paar stoornissen treden vaak op tijdens extra belasting en veel stress.

Dan zijn er de slaapstoornissen die te maken hebben met een psychiatrisch probleem. De meest voorkomende psychische problemen die samengaan met slaapstoornissen zijn depressie, manie, angststoornissen en psychoses. Bij deze psychische problemen kan het zijn dat men last heeft van slapeloosheid, weinig of geen behoefte aan slaap of een ernstig verstoord slaapritme.

Als laatste zijn er de slaapstoornissen die te maken hebben met een lichamelijk probleem. Die problemen kunnen ziekten, medicatie, drugs of alcohol zijn. Bij deze stoornissen heeft men last van slapeloosheid, teveel slapen of een gestoorde slaap.

Delayed Sleep – Phase Syndrome (DSPS)

Voor de meeste mensen is het heel normaal om te gaan slapen als het donker wordt en dat je je moe begint te voelen tegen het vallen van de nacht. Voor sommige mensen is dit helemaal niet zo vanzelfsprekend. Zij hebben een verschoven biologische klok. Dit betekend dat ze pas zeer laat in slaap vallen en dan vervolgens de volgende dag veel moeite hebben om rond normale tijd hun bed uit te komen. Hierdoor krijgen ze vaak veel te weinig slaap en voor deze mensen is het bijna onmogelijk om een normaal dagritme te volgen. Deze mensen lijden aan het Delayed Sleep- Phase Syndrome of ook wel DSPS.

De belangrijkste kenmerken van deze stoornis is dat de tijd van naar bed gaan, veel later is dan ze eigenlijk zouden willen, hun bedtijd is elke nacht bijna hetzelfde en het is onmogelijk om het slaapschema van normale mensen te kunnen volgen. Het slaapschema van mensen met DSPS loopt van ongeveer 3 á 4 uur ’s ochtends tot een uur of 12 ’s middags. Als mensen met DSPS gewoon volgens hun eigen slaapschema kunnen slapen, is er niks mis met hun nachtrust.

Bij mensen met DSPS loopt de biologische klok niet gelijk met het normale slaap/waak schema. ‘Normale’ mensen kunnen beter in slaap vallen als ze de nacht daar voor slecht geslapen hebben. Bij mensen met DSPS is dat niet het geval. Zij zullen niet in slaap vallen totdat het hun eigen bedtijd is. Mensen met DSPS hebben ook nog andere biologische kenmerken, namelijk dat hun lichaamstemperatuur en melatonine-afscheiding minder is. Melatonine is een hormoon dat ervoor zorgt dat de biologische klok gesynchroniseerd wordt. Bij mensen met DSPS komt de melatonine productie later op gang dan bij andere mensen waardoor ze pas veel later het gevoel van vermoeidheid krijgen.

DSPS kan zich ontwikkelen tot het veel ernstigere non-24-hour sleep wake syndrome. Hierbij wordt de patiënt gedwongen om elke avond steeds later te gaan slapen. Hierdoor word je lichamelijk en mentaal totaal verzwakt. Wat de oorzaak is van DSPS is bij de meeste mensen onbekend. Bij sommige mensen is het duidelijk geworden dat DSPS erfelijk is en dat een gendefect zorgt voor deze slaapstoornis. Ook een traumatische verwonding aan het hoofd kan DSPS veroorzaken. Meestal ontstaat deze aandoening in de puberteit of vroege jeugd en soms verdwijt het ook weer na de puberteit.

Een echte behandeling voor ernstige vormen van DSPS is er nog niet. De mildere vormen kunnen behandeld worden met elke keer kleine aanpassingen in het slaapschema. Lichttherapie kan een oplossing zijn voor mensen met een ernstigere vorm van DSPS. Hierbij wordt de patiënt ’s ochtends blootgesteld aan heel fel licht, terwijl ’s avonds het contact met licht wordt vermeden. Deze methode werkt alleen als de levensstijl van de patiënt totaal omgegooid wordt en als ze de patiënt kunstmatig melatonine toedienen.

Het duurt altijd even voordat DSPS wordt vastgesteld door een arts, omdat veel artsen niet van de aandoening afweten en de diagnose wordt pas gegeven als iemand langer dan een maand dezelfde klachten heeft. Vaak wordt iemand gezien als lui en ongedisciplineerd. Soms worden ze ook wel gezien als mensen met een psychiatrisch probleem. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat ongeveer 7% van de mensen DSPS heeft. Uit andere studies komt dat dit percentage veel lager ligt. Erg veel duidelijkheid over hoe vaak deze aandoening voorkomt, is er dus niet.

Slaapwandelen

Slaapwandelen wordt ook wel Somnambulisme genoemd. Het is het rondwandelen terwijl iemand slaapt, terwijl het lijkt alsof die persoon wakker is. Sommige mensen en dan vooral kinderen, kunnen urenlang rondspoken. Andere slaapwandelaars lopen een paar minuten en gaan dan weer rustig slapen. Tijdens het slaapwandelen, bevindt iemand zich in een halfbewuste toestand. Iemand is zich wel bewust van zijn lichaam, maar niet van de omgeving om zich heen. Het kan dus zijn dat iemand slaapwandelt met zijn ogen open, maar slaapwandelaars hebben vaak wel een starende en wezenloze blik in hun ogen. Ook kan iemand reageren op dingen die je vraagt, maar meestal slaan de antwoorden die je krijgt van een slaapwandelaar nergens op. Tijdens het slaapwandelen kunnen slaapwandelaars ook obstakels ontwijken.

Dromen doe je tijdens je REM-slaap, dan lig je meestal helemaal stil. Het is bij slaapwandelen nog niet duidelijk of je dit in je REM-slaap of non-REM slaap doet. Volgens veel onderzoekers hebben slaapwandelaars meestal last van angstdromen, maar die dromen vinden in de REM-slaap plaats, dus dan beweeg je niet. De onderzoekers zijn er dus ook nog niet uit.

Slaapwandelen is niet erfelijk, maar als één van je ouders ook slaapwandelen dan heb je wel een grotere aanleg om ook te gaan slaapwandelen. Slaapwandelen komt meestal voor bij kinderen tot 18 jaar. Na hun 18e jaar is het over of komt het veel minder voor. Er zijn altijd mensen die ook blijven slaapwandelen als ze volwassen zijn. Iemand die aanleg heeft om te gaan slaapwandelen, heeft onder grote druk of bij stress, een grotere kans dat hij gaat slaapwandelen.

Jongens hebben een grotere kans om te gaan slaapwandelen dan meisjes. Dit komt doordat bij jongens hun emoties vaak dieper weggestopt zitten, waardoor de emoties versterkt kunnen worden. Doordat de emoties versterkt worden, zijn er ook meer spanningen, waardoor de kans op slaapwandelen alleen maar groter wordt. Ook het gebruik van alcohol, drugs en medicijnen kunnen invloed hebben op slaapwandelen. Door de stoffen die dan vrijkomen kunnen je evenwichtsgevoel en oriëntatie verstoort worden.

Veel mensen zijn er van overtuigd dat het gevaarlijk is om een slaapwandelaar wakker te maken. Het is niet eenvoudig om een slaapwandelaar wakker te maken en het is ook zeker niet zonder gevaren. Meestal is als je een slaapwandelaar wakker maakt, deze even gedesoriënteerd, waardoor iemand heftig kan reageren. Iemand weet dan niet goed of alles wat ze net hebben meegemaakt echt was of een droom. In deze periode is het het gevaarlijkst voor de slaapwandelaar en zijn omgeving.
Is de slaapwandelaar nog in zijn trance, dan weten ze vaak de weg feilloos en zullen ze ook nergens tegen aan lopen. Als ze ineens gewekt worden, zijn ze ineens de weg kwijt en kunnen ze zich verwonden.

Het laten schrikken van een slaapwandelaar is het gevaarlijkste wat je kunt doen. Het vluchtgedrag kan dan verergeren, waardoor ze bijvoorbeeld uit een raam kunnen springen. Als jij ineens een hard geluid maakt kan het zijn dat de slaapwandelaar dingen gaat gooien naar de plek waar het geluid vandaan kwam.

Je moet nooit een slaapwandelaar zomaar vastpakken. Als deze persoon een normale slaapwandelaar is, zal hij om zich heen gaan slaan om zich te verdedigen. Meestal worden dit soort slaapwandelaars snel wakker. Als je deze slaapwandelaar ineens aanraakt, kan het zijn dat hij je aanziet voor een aanvaller uit zijn droom en je aanvallen. De slaapwandelaar kan dan veel sterker zijn dan overdag.

Het beste wat je kunt doen, is afstand houden en zachtjes gaan praten om hem te laten ontwaken. Je kunt de slaapwandelaar dan rustig terug naar zijn of haar bed terug te brengen. Mensen die slaapwandelen, kunnen zich daar de volgende dag niets meer van herinneren.

Narcolepsie

Narcolepsie is een slaap-waakstoornis. Narcopleptici hebben last van plotselinge slaapaanvallen en extreme slaperigheid. Veel van de mensen met Narcolepsie hebben last van korte spierverslappingen, ook wel kataplexie. Vaak treden deze spierverslappingen op tijdens sommige emoties. Verder hebben ze last van een gestoorde slaap. Ze dromen vaak en hun dromen zijn vaak ook levensecht en ze worden vaak wakker.

Deze slaapaanvallen worden veroorzaakt door een tekort aan het eiwit hypocretine in de hersenen. Bij de ziekte Parkinson is er ook een tekort aan dit eiwit. Deze twee ziektes hebben dus veel met elkaar gemeen.

De slaapaanvallen komen door een continu gevoel van slaperigheid. Ook na een nacht van goed slapen is er het gevoel van slaperigheid. Patiënten voelen zich de hele dag moe totdat ze uiteindelijk echt in slaap vallen. Deze slaapperiodes duren ongeveer 10 tot 30 minuten. De slaapperiodes treden vooral op tijdens rustige periodes, zoals saai werk of vergaderingen. Soms kunnen patiënten de aanvallen onderdrukken, maar daardoor voelen ze zich de rest van de dag heel erg moe en zijn ze erg prikkelbaar. Bijna alle patiënten met Narcolepsie hebben last van deze slaapaanvallen.

De kataplexie (spierverslapping) wordt meestal veroorzaakt door intense emoties. Er zijn twee verschillende soorten kataplexie: de partiële aanvallen, waarbij er maar een beperkt aantal spieren verslapt, en de complete aanvallen, waarbij alle skeletspieren verslappen. Kataplexie is een REM-slaap tijdens de waaktoestand. De kataplexie duurt meestal niet langer dan 30 seconden. Ongeveer 60 tot 70 % van alle patiënten heeft last van deze klachten.

Bij mensen zonder Narcolepsie begint de slaap met de non-REM slaap, waarna de REM slaap komt. Bij mensen met Narcolepsie kan de REM slaap meteen beginnen na het inslapen. Dan zijn ze zich bewust van hun omgeving, maar ze kunnen zich niet bewegen. Hierdoor hebben veel patiënten last van Hypnagoge hallucinaties. Dit zijn extreem levendige dromen. Meestal zijn ze niet van echt te onderscheiden en vaak zijn ze ook erg beangstigend. Deze hallucinaties kunnen ook optreden tijdens de slaapaanvallen overdag. Gelukkig duren ze meestal niet langer dan een paar minuten. Ongeveer 25 % van alle patiënten heeft last van deze hallucinaties.

Narcolepsie is waarschijnlijk gekoppeld aan een beschadiging van de amandelkernen. Het eiwit hypocretine komt minder voor in de hersenen van narcoleptici. Daardoor kan verklaard worden waarom Narcolepsie in sommige families veel voorkomt.
Narcolepsie kan ook worden veroorzaakt door een trauma. Dan heet het secundaire Narcolepsie. Secundaire Narcolepsie wordt vaak niet meteen herkend.

Er zijn in Nederland 1500 mensen waarbij de diagnose voor Narcolepsie is gesteld. Naar schatting zijn er nog zo’n 5500 mensen die ook aan deze aandoening lijden. De aandoening begint meestal tussen de 15 en 35 jaar.

De eerste symptomen van Narcolepsie is een grote drang om overdag te slapen. Na een paar maanden of zelfs na jaren kunnen pas de overige symptomen ontstaan. Narcolepsie in ongeneeslijk en door deze aandoening zal het leven van de patiënt erg moeten veranderen. Zo kan een Narcoleptici zich moeilijk concentreren als er niet genoeg prikkels in de omgeving zijn. Er zullen aanpassingen gemaakt moeten worden op het werk en in het verkeer. De klachten kunnen minder worden door gebruik van medicijnen.

Slaapmiddelen

Niet iedereen heef 8 uur slaap nodig om de volgende dag normaal te kunnen functioneren. Ook verschilt te tijd van het inslapen per persoon. Af en toe wakker worden is normaal, maar als een slaap tekort je belemmert in het dagelijkse leven dan wordt dat een slaapprobleem genoemd. Vaak worden slapeloze nachten veroorzaakt door stress, persoonlijke problemen of lichamelijke klachten. Slaapmiddelen kunnen een hulpmiddel zijn voor mensen die slecht slapen.

Voor- en nadelen

Een slaapmiddel is een geneesmiddel dat het inslapen en doorslapen tijdelijk bevorderd. De meeste slaapmiddelen hebben een remmende werking op het zenuwstelsel, hierdoor wordt je slaperig. Slaapmiddelen hebben ook belangrijke nadelen. Ten eerste wordt tijdens de slaap die veroorzaakt wordt door een slaapmiddel de dromen onderdrukt. Het dromen is een belangrijk gedeelte van een gezonde slaap. Ook kunnen slaapmiddelen verslavend werken of je kunt er versuft van worden. Bij een aantal slaapmiddelen kan een geringe overdosis al gevaarlijk zijn. Daarom worden deze wel eens gebruikt bij pogingen tot zelfmoord. Een overdosis kan ook uitdroging veroorzaken. Het is gebleken dat het moeilijk is om van de slaapmiddelen af en te komen. Veel voorkomende ontwenningsverschijnselen zijn: slechter of onrustiger slapen, meer dromen en nachtmerries, angst, zweten, darmklachten, trillen, spierproblemen, overgevoeligheid voor licht en geluid en heel soms ernstige klachten zoals hallucinaties en epileptische aanvallen.

Het afbouwen van het gebruik van slaapmiddelen hangt af van hoelang en in welke mate het slaapmiddel is gebruikt. Het afbouwen verschilt per persoon, soms kan het zelf enkele jaren duren. Het is daarom belangrijk dat het in je eigen tempo gebeurd. Het belangrijkste bij het stoppen is het kiezen van de juiste periode. Het is niet verstandig om in een drukke en stressvolle periode te proberen om af te bouwen.

Het Nederlandse Huisartsen Genootschap vindt dat langdurig gebruik van slaapmiddelen meer na- dan voordelen heeft. En dat het niet verstandig is om meer dan 3 weken achter elkaar slaapmiddelen te gebruiken. Toch zijn er dagelijks ongeveer honderdduizenden Nederlanders die elke nacht een slaappil nemen.

Slaapmiddelen zorgen niet voor een oplossing van het probleem, maar stellen het alleen maar uit. Daarom is het belangrijk dat de klachten bij de oorzaak worden aangepakt.

Meest voorkomende slaapmiddelen

Er zijn veel verschillende soorten slaapmiddelen. De verschillen liggen tussen de werkingsduur, de inwerking en de veiligheid bij een overdosering. Lang werkende slaapmiddelen worden doorslaapmiddelen genoemd. Middelen die al snel weer uitgewerkt zijn worden inslaapmiddelen genoemd.
Bekende slaapmiddelen zijn:

Barbituraten
Barbituraten zijn verbindingen van barbituurzuur en hebben een dempende werking op het centrale zenuwstelsel. Het kan variëren tussen een lage dosis, wat een kalmerend effect heeft en een hoge dosis wat een diep coma of de dood tot gevolg heeft.
Barbituraten worden ook als kalmeringsmiddel, anti-epilecticum, inductiemiddel bij narcose en bij euthanasie gebruikt.

Benzodiazepinen
Benzodiazepinen zijn een veelgebruikte groep kalmerende, slaapverwekkende en angstgevoelverminderende middelen. Deze middelen zijn populairder dan Barbituraten, omdat het veel minder giftig is. Tegenwoordig wordt het toch minder gebruikt omdat het moeilijk bleek om mensen er weer vanaf te krijgen. Toch heeft dit middel ook veel nadelen zoals: Verslaving, vermindering van de kwaliteit van de slaap, concentratieproblemen, demotivatie, luiheid en het kan giftig zijn.

Chloraalhydraat
Chloraalhydraat wordt ook wel Chloralhydraat genoemd. Een kleine hoeveelheid kan leiden tot een snel intredende maar kort durende slaap. Maar het wordt tegenwoordig niet meer gebruikt als slaapmiddel omdat het een groot gevaar van verslaving met zich meebrengt.
© 2008 - 2019 Waarten, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Slapen en WakenOnder invloed van daglicht produceert de epifyse in de hersenen een bepaalde hoeveelheid van de stof melatonine. Deze st…
Wat zijn slaapproblemen?Wat zijn slaapproblemen?Iedereen kent het wel, slaapproblemen, wie heeft er nou niet eens last van? Bij sommige mensen blijft dit probleem maar…
Kinderpsychiatrie: Slaapstoornissen bij kinderenZowel bij de volwassenenpsychiatrie als bij de kinderpsychiatrie, komen veel verschillende aandoeningen voor. De soort a…
Slaapstoornis; wat is het en wat doe je er aan?Slaapstoornissen komen erg veel voor. De oorzaken van een slaapstoornis kan zeer verschillend zijn. Er bestaan meerdere…
Probleem of stoornis: SlaapproblemenDe slaap is een van de grote mysteries en vreugden van het leven en een of meer nachten slecht slapen een van de grote m…
Bronnen en referenties
  • “Slapen schoont je geheugen op” en “Nieuwe therapie tegen nachtmerries” uit Mind Magazine
  • http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/35164726/
  • http://slaapplein.nl.server4.firstfind.nl/index.php?id=105
  • http://www.gezondheidsnet.nl/slaap/artikelen/522/avondmens-moet-later-aan-het-werk
  • http://www.nrc.nl/wetenschap/achtergrond/article801675.ece/De_wekker_staat_nooit_goed_%5B27.10.2007%5D
  • http://www.e-gezondheid.be/nl/tijdschrift_gezondheid/sante_gezondheid_kinderen_adolescenten/Adolescenten_ochtend__avondmensen-4121-252-art.htm
  • http://uuprod.zappwerk.nl/index.cfm/site/Werkstuksite/pageid/9C77C478-E081-2E3C-90D2E8E77139FECE/objectid/22187009-E081-2E3C-90E166EAF14596EB/index.cfm
  • http://www.narcolepsie.nl
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Narcolepsie
  • http://www.hulpgids.nl/ziektebeelden/narcolepsie.html
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/nachtmerrie
  • http://www.droomnet.nl
  • http://www.elsevier.nl
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/slaapwandelen
  • http://nachtmerries.org/slaapstornissen.slaapwandelen.org
  • http://www.scholieren.com/werkstukken/28061
  • http://www.nvvp.net/upload/34893/slaapstoornissen.pdf
  • http://www.diagned.nl/pdf/diagned09-3.pdf
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Delayed_sleep_phase_syndrome
  • http://www.geolocatie.nl/DSPS
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Slaap_%28rust%29
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Slaapdeprivatie
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Remslaap
  • http://slaapplein.nl.server4.firstfind.nl/index.php?id=49
  • http://www.e-gezondheid.be/nl/ziekten_en_aandoeningen/Slaapstoornissen-4227-892-art.htm
  • http://krant.telegraaf.nl/krant/archief/19991202/teksten/bin.slapen.html
  • http://www.gezonderworden.nl/2007/09/uitslapen-is-beter-dan-vroeg-opstaan.html
  • http://www.gezondheidsplein.nl/nieuws/11106/Uitslapen-in-het-weekend-niet-goed-voor-schoolprestaties.html
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Droom
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Lucide_droom
  • http://www.wdroomtijd.com/
  • http://www.nachtmerries.org/
  • http://www.babyinfo.nl/advies/verzorging/slapen/art_slaapritme.asp
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Slaap_(rust)#Slaap_en_leeftijd
  • http://nhg.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_104_TICH_R1877021042793067
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Slaapmiddel
  • http://www.4d-comfort.com/opencms/opencms/nl/sublinks/slapen/trw/H/hormoonspiegel.html?showAlphabet=true&letter=H
  • http://www.teleac.nl/beterslapen/index.jsp?nr=574728#b578191

Reageer op het artikel "Slapen, of toch maar niet?"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Cor de Rooij, 07-06-2010 11:26 #1
Mooi en helder werkstuk. Ikl lijd zelf aan een extreme vorm van DSPS. Ben 53 jaar oud. Omdat ik zowel een meer dan gemiddeld aantal psy(atris)che en somatische aandoeniingen heb. En dus meer dan gemiddeld een atrs zie is die diagnose bij nog nooit gesteld, Ik werd zelf op het (juiste?) spoor gezet de egodocu van filmmaker en DSPS-lijder Alan Berliner, "Wide Awake". Binnenkoert een consult bij de huisater hierover; hoop dat het slaaplab van het LUMC echt uitsluitsel geeft in de vorm van exacte(re) diagnose. Ik ben mede hierdoor zelfs WSW-arbeidsongeschikt.Vr gr. Cor.

Infoteur: Waarten
Laatste update: 30-09-2008
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Werkstuk
Bronnen en referenties: 38
Reacties: 1
Schrijf mee!