InfoNu.nl > Educatie en School > Methodiek > Samenwerkend leren: de sleutelbegrippen en basisstructuren

Samenwerkend leren: de sleutelbegrippen en basisstructuren

Samenwerkend leren: de sleutelbegrippen en basisstructuren Samenwerkend leren is een van de krachtigste instructiestrategieën om activerend leren in een onderwijsleersituatie vorm te geven. Samenwerkend leren stimuleert het hardop delen van kennis en het stellen van vragen. Sociale vaardigheden van leerlingen worden ontwikkeld wat zorgt voor betere prestaties en hogere productiviteit. Leerlingen kunnen elkaar ondersteunen, motiveren en van elkaar leren waardoor de docent meer tijd heeft om gericht de leerlingen te helpen die zijn of haar steun op dat moment het meest nodig hebben.

Wat is samenwerkend leren?

Samenwerkend leren is een samenwerkingssituatie voor leerlingen die zo gestructureerd is dat samen effectief leren voor elke leerling mogelijk wordt. Bij samenwerkend leren is er sprake van positieve onderlinge afhankelijkheid, de leerlingen hebben elkaar nodig. Alle leerlingen zijn medeverantwoordelijk en er is gedeeld leiderschap. Vaak worden de groepen door de docent samengesteld en heeft de docent een observerende en interveniërende rol. Groepsprocessen krijgen regelmatig aandacht en sociale vaardigheden worden met samenwerkend leren direct onderwezen. Onderwijssituaties waarbij het functioneel is om leerlingen samen te laten leren moeten altijd goed worden voorbereid. Een goede inleiding en uitleg van de opdracht is daarbij belangrijk.

De vijf sleutelbegrippen

Binnen samenwerkend leren zijn er 5 sleutelbegrippen waaraan de samenwerking tussen leerlingen moet voldoen om de kans op succes voor individuele leerlingen zo groot mogelijk te laten zijn. De mate waarin de sleutelbegrippen gerealiseerd worden bepaalt de effectiviteit van het samen leren.

De vijf sleutelbegrippen bestaan uit
  • positieve wederzijdse afhankelijkheid
  • individuele bespreekbaarheid
  • directe interactie
  • sociale vaardigheden
  • evaluatie en bijstelling van de groepsprocessen

Positieve wederzijdse afhankelijkheid

Deze bestaat wanneer groepsleden ervaren dat zij elkaar wederzijds nodig hebben om de opdracht succesvol te vervullen. Zonder positieve wederzijdse afhankelijkheid is de kans op samen leren veel kleiner. Belangrijk is dat de opdracht zo geformuleerd wordt dat er inzet moet zijn van alle groepsleden om resultaat te bereiken. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door verschillende leerlingen in de groep verschillende taken te laten vervullen. Een andere manier is door gebruik te maken van een rolverdeling waarbij verschillende leerlingen verschillende rollen vervullen binnen de groep.

Individuele bespreekbaarheid

Dit betekent dat de leerlingen van de groep aanspreekbaar zijn op hun eigen bijdrage aan de groep en daarnaast ook aanspreekbaar zijn op de gemeenschappelijke uitkomst. Dit kan bijvoorbeeld vormgegeven worden door gebruik te maken van kleuren. Elk groepslid werkt met een eigen kleur zodat ieders bijdrage zichtbaar wordt in het resultaat. Een andere manier is om voor de opdracht te vertellen dat de nabespreking met een willekeurig groepslid plaatsvindt. Dit zorgt er voor dat alle leerlingen goed op de hoogte moeten zijn van de opdracht en het resultaat.

Directe interactie

Directe interactie gaat over elkaar ondersteunen, aanmoedigen en op directe wijze met elkaar communiceren. Elk groepslid moet met alle andere groepsleden over de opdracht kunnen praten. Directe interactie wordt bevorderd als leerlingen dicht bij elkaar zitten, bijvoorbeeld door de tafels tegen elkaar te schuiven of in een kring te zitten.

Sociale vaardigheden

Sociale vaardigheden zijn van groot belang om goed samen te kunnen werken. Individuen moeten bij samenwerkend leren interpersoonlijke vaardigheden bezitten en daarnaast gemotiveerd worden deze te gebruiken. Als groepsleden sociale vaardigheden missen om met elkaar samen te kunnen werken, is samenwerkend leren niet of minder effectief. Als leerlingen goede sociale vaardigheden hebben wordt de prestatie en productiviteit van de groep als geheel beter.

Evaluatie en bijstelling van de groepsprocessen

Samenwerkend leren wordt effectiever wanneer de groepsleden regelmatig hun eigen functioneren in de groep bespreken. Als de leerlingen samen met de docent bespreken hoe effectief zij aan het groepje hebben bijgedragen is dat belangrijk voor het verbeteren van toekomstige groepsprojecten en samenwerkingen.

De drie basisstructuren

Voor samenwerkend leren zijn er basisstructuren die docenten kunnen gebruiken om samenwerkend leren vorm te geven in hun onderwijssituatie. De drie basisstructuren zijn veelgebruikte vormen in het onderwijs en bestaan uit check-in-duo’s, denken-delen-uitwisselen en eenvoudige experts.

Check-in-duo’s

Deze structuur is vooral geschikt voor korte opdrachten met gesloten vragen en opdrachten met eenduidige antwoorden. Met de check-in-duo’s-structuur kan de docent snel en efficiënt antwoorden controleren op vragen waarbij maar één antwoord mogelijk is. Wanneer de docent vaak gebruik maakt van check-in-duo’s is het belangrijk om regelmatig van duo’s te wisselen, dit voorkomt dat er vaste patronen en samenwerkingen ontstaan. Wederzijdse afhankelijkheid ontstaat door het laten vergelijken van antwoorden en de noodzaak consensus te bereiken over het juiste antwoord.

Deze structuur bestaat uit 4 stappen
  • De docent geeft een opdracht en elke leerling voert deze individueel uit.
  • Elke leerling vergelijkt zijn of haar antwoorden met de antwoorden van een andere leerling, de leerlingen komen samen tot één antwoord.
  • Met een ander duo worden de antwoorden nogmaals gecontroleerd.
  • De docent bespreekt met de hele groep de antwoorden waarover geen overeenstemming bereikt kon worden.

Denken-delen-uitwisselen

Deze structuur is geschikt om als docent na te gaan of de uitleg door alle leerlingen voldoende begrepen is. De docent heeft hierbij meer de rol van procesbegeleider, heeft een meer terughoudende rol en is minder inhoudelijk gericht. De structuur is vooral geschikt voor korte opdrachten waarbij de stappen sterk gestructureerd zijn. Er is meer ruimte voor denkvragen, er hoeft niet maar één antwoord mogelijk te zijn zoals bij check-in-duo’s. De stappen van deze structuur zijn denken, delen en uitwisselen.
  • Denken: De docent stelt een vraag aan de gehele groep en vraagt de leerlingen om het antwoord op te schrijven. De leerlingen krijgen hierbij voldoende tijd om over het antwoord na te denken.
  • Delen: De leerlingen worden opgedeeld in tweetallen en vertellen elkaar het gevonden antwoord. Eventueel is er hier ruimte voor een bijstelling van het eigen antwoord.
  • Uitwisselen: In deze stap verandert de opdracht in een onderwijsleergesprek. De docent wijst willekeurig leerlingen aan om hun antwoord te geven maar reageert hier zelf niet op. In plaats daar van vraagt de docent aan andere leerlingen om inhoudelijk commentaar: de leerlingen reageren op elkaars antwoord.

Eenvoudige experts

Deze structuur is geschikt voor meer complexe opdrachten, bijvoorbeeld opdrachten waarbij er veel informatie moet worden verwerkt. De rol van de docent is terughoudend en vooral procesgericht en de structuur vraagt veel individuele aanspreekbaarheid van de leerlingen. Bij deze structuur vindt wederzijdse afhankelijkheid plaats door het feit dat elk groepslid een deel van de benodigde informatie bezit. De eenvoudige-experts-structuur bestaat uit 5 stappen:
  • Verdeling van de leerstof: De docent verdeelt de leerstof in gelijkwaardige deelopdrachten, de leerstof is zo samengesteld dat elke deelopdracht onafhankelijk van de andere deelopdrachten gemaakt kan worden.
  • Verdeling onder de leerlingen: De leerstof wordt over de leerlingen of groepjes verdeeld.
  • Bestuderen van de leerstof: Elke leerling of groep bestudeert het toegewezen deel van de leerstof. Eventueel kan de docent ondersteunende opdrachten toevoegen.
  • Uitwisseling binnen de groep: Elke leerling of groep presenteert de bestudeerde leerstof aan de rest van de groep.
  • Nabespreking: De docent toetst of de individuele leden van de groep begrip hebben van alle leerstof.
© 2019 Nile, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
RealiteitstherapieRealiteitstherapieVeel problemen hebben te maken met het feit dat we ons de hele tijd met ons verleden bezighouden en hieronder gebukt lop…
Acht didactische structuren voor Coöperatief LerenAcht didactische structuren voor Coöperatief LerenSteeds meer (basis)scholen werken tegenwoordig met het zogenaamde Coöperatief Leren. In dit artikel wordt één stroming b…
ReformpedagogiekRond 1900 ontstond er onvrede over het oude 19e eeuwse schoolsysteem. Men vond dat de individuele vrijheid teveel ingepe…
Filosoferen: leerzaam voor kinderen en onderwijzersFilosoferen: leerzaam voor kinderen en onderwijzersFilosoferen biedt kinderen veel vrijheid: niets moet, veel is mogelijk. Filosoferen is de vrijplaats bij uitstek waar de…
Taalontwikkeling: aspecten ontwikkeling taal bij kinderenTaalontwikkeling: aspecten ontwikkeling taal bij kinderenHoe ouder een kind wordt, hoe beter het een taal gaat spreken. Maar hoe gaat dat precies? Hier zullen verschillende aspe…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Alexisrbrown, Unsplash
  • https://books2search.com/storage/book_images/9789001877743_DVB.pdf
  • https://pure.uva.nl/ws/files/4125830/55286_niveauverhoging_door_dekker.pdf
  • https://wij-leren.nl/cooperatief-leren-artikel.php
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Co%C3%B6peratief_leren
  • https://www.leraar24.nl/105645/effectief-samenwerkend-leren-in-het-voortgezet-onderwijs/
  • Boek:Effectief leren basisboek, Ebbens en Ettekoven

Reageer op het artikel "Samenwerkend leren: de sleutelbegrippen en basisstructuren"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Nile
Gepubliceerd: 01-11-2019
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Methodiek
Bronnen en referenties: 7
Schrijf mee!