InfoNu.nl > Educatie en School > Diversen > Gedicht analyse van het gedicht 'De Dapperstraat'

Gedicht analyse van het gedicht 'De Dapperstraat'

Het gedicht De Dapperstraat is geschreven door J.C. Bloem. In het gedicht komen verschillende vormaspecten en een achterliggende gedachte naar voren.

De Dapperstraat

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De’ in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.

Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.


Inhoud

Het gedicht gaat over iemand die zich afvraagt wat de natuur in deze tijd nog voorstelt. Hij hecht meer waarde aan de wegen en de grachten. Toch vind hij de natuur wel mooi. Juist omdat het in de stad zo opvalt als er mooie natuur te zien is.
In de eerste strofe vertelt de schrijver ook dat natuur voor leken is, oppervlakkige mensen, voor mensen die niet nadenken over het leven.

In de tweede strofe vertelt de schrijver dat als je kijkt door een raam naar de wolken die voorbij trekken, dat dit wel een schilderij lijkt.

In de derde strofe legt de schrijver nog eens de nadruk op hoe mooi de kleine dingen zijn die je soms ziet. Deze dingen (bijvoorbeeld de wolken) zijn alleen mooi voor mensen die niet veel verwachten. Voor deze mensen kan dat beeld (dat bijna een schilderij is) een wonder zijn dat zich opeens laat zien.

In de laatste strofe denkt de schrijver terug aan het moment dat hij dat zo door het raam zag. Alleen de gedacht hier aan maakt hem al gelukkig, ondanks dat hij buiten in de miezerige regen loopt.

Vormaspecten

Het gedicht is een sonnet. Er wordt telkens omarmend rijm gebruikt: abba. In regel 7 en 8 is een enjambement te herkennen. Ook komt er antimetrie in het gedicht voor, in regel 11 verbreekt het woord opeens het ritme. Dit zorgt er voor dat er nadruk op dit woord komt. Wonderen in de natuur zijn er meestal opeens en soms zijn ze in een paar seconden weer weg.

Voorbeelden van assonantie: tevredenen en legen, stedelijke wegen. Voorbeelden van alliteratie: langs de lucht, miezerigen morgen, domweg en Dapperstraat.

In dit gedicht komen verschillende stijlfiguren voor. In regel 3 staat een hyperbool, de vergelijking bos en krant is namelijk erg overdreven. In regel 10 en 11 staat een antithesis, wonderen verborgen houden en tonen is namelijk een tegenstelling. De laatste strofe is een paradox, de schrijver is domweg gelukkig terwijl hij verregend is en in de stad loopt.

Achterliggende gedachte

Volgens mij is er niet echt sprake van een achterliggende gedachte, het gaat gewoon om wat er staat. Dat je moet genieten van de kleine dingen in de natuur, maar ook in het leven. Dat deze dingen plotseling komen en vaak ook plotseling weer gaan. Het is dus belangrijk dat je deze dingen onthoud, omdat zij het leven mooi maken in moeilijkere tijden (tijdens de regen in de stad, in het gedicht dan).

Meest kenmerkende zin

Domweg gelukkig, in de Dapperstraat vind ik de meest kenmerkende zin. Deze zin slaat terug op de rest van het gedicht. Dat je dus de mooie momenten moet onthouden zodat je ook nog gelukkig kan zijn tijdens de minder mooie momenten.

Eigen mening

Ik vind dit een mooi gedicht. Zelf houd ik erg van de natuur en de schrijver heeft helemaal gelijk dat de kleine dingen die er opeens zijn de mooiste dingen zijn die je blijft onthouden.
© 2010 - 2019 Xdoriss, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Koekjes bakken, tips en trucsOp een middag koekjes bakken, samen met kinderen of alleen, is altijd leuk en levert een leuke traktatie op. Soms gaat h…
KoekjesreceptenAltijd al koekjes willen bakken. Met dit artikel vind je de beste koekjesrecepten voor jong en oud. Dus ik zou maar snel…
Recept Pepernoten en Taai taaiRecept Pepernoten en Taai taaiIn aanloop naar het Sinterklaasfeest kunnen kinderen (samen met de ouders) zelf pepernoten en taaitaai maken.
Drie maal wafeltjesDrie maal wafeltjesElke mama bakt wel eens lekkere, goudgele wafels en er zijn honderden recepten over wafels te vinden, maar deze 3 moet j…
3 keer kokosvetKokosvet is zeer gezond en kan in de meeste gerechten gebruikt worden. De typische smaak verrijkt veel gerechten. In dit…

Reageer op het artikel "Gedicht analyse van het gedicht 'De Dapperstraat'"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reacties

Marijke Blom, 20-03-2016 13:56 #6
Heerlijk die Bloem. Ik ga verhuizen naar een appartement op 40 hoog met beneden de stromende Maasin Rotterdam. Ik heb 4 glazen deuren met elk een gedicht over een rivier, waaronder natuurlijk de tekst van Bloem
Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
etc.

Jeroen Vermeer, 13-01-2012 15:17 #5
Domweg gelukkig word je niet van het kijken uit een raam, maar van het naar boven kijken in de straat.

Ik woon 32 jaar in de Dapperbuurt. In die tijd zijn veel zolderramen verdwenen. Zelfs het nieuwbouwpand waarop dit gedicht geschilderd is, heeft er geen. Ik schrijf dit met uitzicht uit een raam op de bovenste verdieping, maar een zolderraam is het niet. Toen Bloem dit schreef, in WOII, zagen de gevels in de Dapperstraat er zo uit:
http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/010107000980
De zolderramen, in de dakkapellen, vormen kartelranden waarlangs de wolken door de lucht bewegen. De Dapperstraat is lang en recht en hoe verder je kijkt, des te strakker de twee randen van zolderramen links en rechts. De dichter is verregend in de Dapperstraat - hij zit dus niet in een zolderkamer. Die hebben over het algemeen ook maar één raam.

Aernoud, 27-12-2010 00:03 #4
Hallo Xdoriss,

Grappig dat jij op een andere lezing uitkomt met het gedicht van Bloem dan ik. Ik ben ook natuurliefhebber, maar ik lees het gedicht als van iemand die zich tot stadsmens verklaart en de natuur weinig waard vindt: iets voor mensen die tevreden zijn (dus niets meer zoeken, geen ambitie meer hebben); 'leeg' duidt op min of meer hetzelfde. Als je het over stijlfiguren hebt: misschien kun je in 'tevredenen of legen' een hendiadys zien, een enkelvoudig begrip dat door twee woorden (verbonden door 'en'; hier staat 'of', dat kan soms ook) wordt uitgedrukt. De dichter zou dan kunnen bedoelen: mensen wier bestaan doordat ze tevreden zijn leeg is…
De dichter vindt de natuur weinig waard, beschrijft hij, omdat die ook zo weinig meer voorstelt. De hyperbool die je terecht herkent, geeft wel een tikkie ironie mee aan die stelling. Dat komt verderop nog terug.

Als hij de natuur al wat waard vindt - lees ik daarna in de tweede strofe - is het de bedwongen natuur in de ketens van het stedelijke: water tussen stenen kades, wolken in de omlijsting van het zolderraam. De uitdrukking 'geef mij… ' ondersteunt mijn idee naar aanleiding van de eerste strofe: die betekent 'ik heb liever… ', zoals in 'Geef mij maar Amsterdam… '.

Het moeilijkst te plaatsen vind ik de derde strofe. Ik kom er het best uit door te bedenken, dat de twee terzetten van het sonnet eigenlijk chronologisch verkeerd-om staan weergegeven. De situatie: de dichter staat natgeworden in de Dapperstraat, voelt zich gelukkig en realiseert zich dan dat dat geluksgevoel gezien de mistroostigheid van de omstandigheden een wondertje is. Dit is een plotselinge inval die hem verrast, gezien de tegenstrijdigheid (de antithese die je noemt). Dit laatste lijkt me te worden ondersteund door dat antimetrum, dat je weliswaar herkent, maar verkeerd leest. Niet 'opeens' loopt uit de maat, maar 'toont'. Bloem maakt gebruik van de "conventie" om in een gedicht de tegen elkaar stotende klinkers van twee opeenvolgende woorden in elkaar te laten vloeien zodat twee lettergrepen er één worden. Dat gebeurt een aantal keer:
regel 6: 'De in kaden… ' moet je lezen als D'in kaden…
regel 7: '… dan als ze, omrand', lees: dan als z'omrand
regel 11: 'Tot het ze, opeens… ', lees: Tot het z'opeens…
Het zijn in principe jambische regels en dat gegeven houdt alleen stand als je deze (in Bloems tijd nog steeds heel gebruikelijke) manier van lezen toepast. Zo komt tevoorschijn dat de antimetrische klemtoon valt op 'toont' en dat is goed te verantwoorden: 'toont' staat daardoor extra scherp in contrast met 'verborgen'. Daaruit zou je de verrassing kunnen halen van de dichter, die ik veronderstel.
Dit kan allemaal in een ander daglicht komen te staan, als je verder rekening houdt met de ironie die ik al opmerkte. In die wat problematische strofe III lijkt die ironie versterkt. Ook deze strofe kun je als een hyperbool zien: wat stelt het nou voor om in een regenachtige Dapperstraat te staan en moet je dat dan als een wonder van het leven en nog wel een wonder van 'hogen staat' aanduiden?
Op deze manier lezend kan ik uiteindelijk ook regel 9 plaatsen. Voor iemand die in zoiets kleins al een wonder van het leven ziet, is er niet veel nodig om zich gelukkig te voelen. Die regel zou ik dan ook als belangrijkste benoemen en daaraan zou ik een eventuele achterliggende gedachte ook koppelen. Het is een regel die er ook zomaar ineens staat, en losgehaald uit het gedicht als een tegeltjeswijsheid mee kan. Die status heeft hij ook min of meer, het is een van de bekendste regels uit de hele Nederlandse poëzie. Maar door de hele ironische toon ben ik geneigd ook achter deze tegeltjeswijsheid een ironische houding te zoeken. Het lijkt of de dichter zijn geluk en ook zichzelf met die forse hyperbool uit strofe III ironiseert…

Vriendelijke groet, AT

Xdoriss (infoteur), 28-11-2010 21:41 #3
Ieder z'n eigen realiteit en interpretatie, alles komt voort uit je eigen ervaring, dus dit is voor iedereen anders.

Annemarijn, 22-11-2010 15:06 #2
Helaas, een dikke onvoldoende voor deze interpretatie. Steden hebben de sterk voorkeur boven de natuur, in dit gedicht. Wolken zijn op hun mooist als ze worden omlijst door zolderramen. En in de druilerige Dapperstraat kun je op de mooiste gedachten komen.

Laura, 07-10-2010 18:33 #1
Ik denk dat je een bepaald deel van het gedicht verkeerd hebt begrepen. De schrijver bedoelt zeker dat je de kleine dingen moet koesteren, en dat de mooiste dingen onverwachts komen, maar de ik-persoon in het gedicht heeft een hekel aan de natuur. In de eerste zin is dit erg duidelijk weergegeven.

Infoteur: Xdoriss
Gepubliceerd: 28-04-2010
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Diversen
Reacties: 6
Schrijf mee!