| Tegen | Voor |
|---|
| Parlementaire democratie. Praten over een voorstel is er niet bij. | Enkel leiderschap. Het leidersbeginsel houdt in dat de groep voor het individu komt. Daarbij hoort onvoorwaardelijke leiderstrouw. |
| Menselijke gelijkheid en daarmee tegen communisme. | Menselijke ongelijkheid. Er bestaan daarmee ook minderwaardige mensen. |
| Persoonlijke vrijheid, tegen het individu. Het fascisme is daarom ook tegen de stromingen liberalisme en kapitalisme. | De waarde van de groep/de massa/het eigen volk als geheel. Dit komt tot uiting in jeugd- en massabewegingen. |
| Alles wat vreemd is aan het eigen volk (bijv. andere rassen) en internationalisme (dus tegen communisme, dat internationaal is) | Het eigen volk. Het eigen volk gaat boven alles. Daarmee is fascisme extreem nationalistisch. |
| Slapheid en krachteloosheid. Fascisten zijn ook tegen pacifisme, zij zien dit als een vorm van slapheid en krachteloosheid. | Daadkracht, mannelijkheid (menselijk fysiek) en geweld (militarisme en geweldsverheerlijking). |
| Intellectualisme. De leider van het volk kan wel voor het volk denken. | Gevoel. Het gevoel/menselijk instinct gaat boven het verstand. Dat gevoel zegt je blind je leider te volgen. |
| Vrouwenemancipatie. | Vrouw in dienst en als hoeder van het gezin. |