Behoeften van een hoogbegaafd kind in het onderwijs
Een hoogbegaafd kind in de klas kan soms lastig zijn. Het is de andere kinderen uit de klas vaak al voorbij gewerkt, maar sociaal gezien loopt hij weer achter. Vaak vervelen de hoogbegaafde kinderen zich enorm, en worden ze ook nog lastig, of juist heel stil. Hieronder staan een aantal punten waar je op kunt letten als je een hoogbegaafd kind in de klas hebt.De eerste schoolproblemen bij hoogbegaafde kinderen zie je vaak al in de kleuterklas. Geen puzzel is moeilijk genoeg, de spelletjes hebben ze zo geleerd en daar zijn ze snel op uitgekeken, en liedjes kennen ze al snel uit hun hoofd. Alles wat aangeboden wordt, heeft geen uitdaging meer voor deze kinderen, niets is moeilijk genoeg. Steeds maar weer vragen ze om iets te kunnen leren.
Vanaf groep 3 wordt het zo mogelijk nog erger. Lezen en rekenen hebben ze vaak zichzelf al aangeleerd. Misschien hebben ze nog moeite met schrijven, maar ook dat duurt niet lang voor ze het onder de knie hebben.
En dan komt de verveling om het hoekje kijken. Ze weten alles al, en juist daardoor mogen ze vaak geen antwoord meer geven op vragen, want dat remt andere kinderen dan weer. Als een kind zich verveelt, kan het allerlei gedragsproblemen ontwikkelen. Zo kan een kind bijvoorbeeld moeilijk, brutaal en agressief worden. Dat is vervelend in de klas voor klasgenoten en de leerkracht, maar ook voor het kind zelf, omdat klasgenoten hier vaak negatief op reageren. Of een kind kan zich juist terugtrekken in zijn eigen gedachtewereld, zich bezighouden met eigen dromen en fantasieën. Hierdoor kan het isolement van kinderen groot worden, onder andere door de verstrooidheid waarmee het kind reageert. Dit kan weer pesten uitlokken.
Dit zijn nog maar twee voorbeelden van wat er kan gebeuren als een kind zich verveelt in de klas. Veel van deze problemen komen voort uit het misverstand dat hoogbegaafden zich alleen wel kunnen redden, en geen begeleiding en extra aandacht nodig hebben. Daarom hieronder een aantal punten waar hoogbegaafde kinderen wel behoefte aan hebben.
Veilige omgeving
De manier van denken van hoogbegaafde kinderen is anders dan die van anderen, doordat ze goede vaardigheden hebben voor divergent en abstract denken. Dit in combinatie met nog een aantal andere zaken, zoals hun leergierigheid en hun verbale voorsprong op anderen, kan maken dat ze ‘beter’ lijken dan anderen. De omgeving reageert meestal sterk op deze verschillen, en vaak nog negatief ook; met woede, sarcasme of kritiek. Dit heeft tot gevolg dat hoogbegaafde kinderen hun gevoelens en meningen liever voor zich houden, omdat de pogingen die ze doen om waarnemingen en interpretaties te uiten vaak niet worden gewaardeerd. Hierdoor kunnen ze zelfs het gevoel krijgen dat anders denken of voelen niet geaccepteerd wordt, of toegestaan is, of dat er iets mis is met hen als persoon. Daarom is het belangrijk dat we hoogbegaafde kinderen verzekeren van een veilige, niet bedreigende en betrouwbare omgeving om gevoelens te kunnen uiten. Hoogbegaafde kinderen willen vaak niet opvallen. Ze willen het liefst normaal gevonden worden. Ze doen daarom vaak alsof ze met de groep meedoen, terwijl ze in werkelijkheid al veel verder in hun ontwikkeling zijn. Hoogbegaafde kinderen steken over het algemeen hun hoofd niet graag boven het maaiveld uit. Ze doen er alles aan om bij de groep te blijven horen. Het zijn voornamelijk hoogbegaafde meisjes die proberen om niet op te vallen. Maar omdat ze niet op hun niveau worden aangesproken, gaan ze onderpresteren. Op korte termijn is dit niet erg, de leerling lijkt een modelleerling, omdat het hoge cijfers haalt. Maar op lange termijn verliest het kind alle interesse in school, en gaat daardoor slechte cijfers halen. Het is daarom belangrijk om de kinderen toch echt uitdagende opdrachten te geven.Uitdagende leerstof
Het onderwijs aan hoogbegaafde kinderen moet eigenlijk afgestemd worden op hen. Daarmee voorkom je problemen. Deze kinderen hebben uitdaging en continuïteit in hun leerontwikkeling nodig. Hoogbegaafde leerlingen hebben bepaalde leereigenschappen die ‘gemiddelde’ leerlingen niet hebben. Ze hebben bijvoorbeeld weinig behoefte aan instructie en aan herhalings- en oefenstof. Maar ze hebben een hoog werktempo, en vaak een didactische voorsprong. De leerstof uit gangbare methodes zal niet altijd passen bij deze leerlingen, maar met aanpassingen kun je ze toch wel gebruiken bij hoogbegaafde leerlingen. Compacten bijvoorbeeld, het indikken van de reguliere lesstof, waarbij de stof beperkt wordt tot de essenties. Hierdoor kun je de hoogbegaafde leerling een beter passend aanbod aanbieden. Verveling wordt hierdoor tegengegaan. Ook komt er tijd vrij, die met iets anders gevuld kan worden. Bijvoorbeeld met leerstof die meer een beroep doet op de intellectuele capaciteiten van hoogbegaafde kinderen.Erkenning
Als eerste hebben deze kinderen erkenning nodig. Ze zijn anders dan de meeste kinderen en hebben daardoor andere begeleiding nodig. Voor de ‘uitvallers aan de onderkant’ is er het speciaal onderwijs, waarvoor ook een gespecialiseerde lerarenopleiding bestaat. Sinds kort is er dan wel een aparte school voor ‘uitvallers aan de bovenkant’, maar er is geen gespecialiseerde opleiding hiervoor. Erkennen dat deze leerlingen andere begeleiding nodig hebben, betekent dus vaak ook erkenning van de tekortkomingen van de school. Dat zal niet bij elke school even erg zijn, maar over het algemeen ontbreekt er vaak nog iets in de begeleiding van hoogbegaafde leerlingen. Niet dat dit nou zo heel erg is, maar veel leerkrachten hebben er moeite mee, omdat ze zich er persoonlijk verantwoordelijk voor voelen. Als deze kinderen niet de erkenning krijgen die ze nodig hebben, wordt het onderwijs voor hen een ramp. Ook hebben de hoogbegaafde kinderen erkenning nodig, dat ze mogen zijn wie ze echt zijn. Dat ze goed zijn, zoals ze zijn. Dat ze zich niet hoeven aan te passen aan de rest, maar dat ze gerust ‘anders’ mogen zijn. Iedereen heeft wel iets waardoor ze iets afwijken van de rest, maar het is erg belangrijk dat dat wel erkend wordt, en niet gezien wordt als iets vreemds of raars.Het is ook handig als de leerkracht kennis heeft van hoogbegaafdheid. Hierdoor kan de leerkracht de hoogbegaafde leerling de erkenning geven die het nodig heeft. Maar ook aan de andere behoeftes van de leerling voldoen, en inspelen op hoe hoogbegaafden zijn en doen.