Bûter, brea en griene tsiis – Friese woorden en uitspraken
Er is een Fries gezegde dat als volgt gaat: "Bûter, brea en griene tsiis, wa't dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries". Dat versje kent bijna iedereen wel heel van uit de verte, maar het uitspreken is voor heel veel mensen toch nog moeilijk. Het betekent overigens boter, brood en groene kaas, wie dat niet kan uitspreken is geen oprechte Fries. Friese woorden zijn echter niet allemaal moeilijk. Wie iets in het Fries wil zeggen heeft aan het onderstaande een goede leidraad.- Oant moarn - tot morgen
- Ontmoeten
- Eten en drinken
- Woorden die in het Fries en Nederlands hetzelfde zijn
- Familie
- Oate
- Algemene woorden
- Harkjen is luisteren in het Fries
- Natuur
- Te laat komen
- Ziek
- Naar een Fries ziekenhuis: kun je dan Nederlands praten?
Oant moarn - tot morgen
Ook oant moarn is met de komst van Pyt Paulusma bekend in heel Nederland. Wie Friesland bezoekt scoort hoge punten door eens een woordje in de memmetaal (moedertaal) te spreken. De Friezen waarderen dat erg, ook als het er niet helemaal vlekkeloos uitkomt. Hieronder daarom woorden die mogelijk van pas komen.Ontmoeten
- Goeie – Goedendag
- Hoe gjit it – hoe gaat het er mee?
- Bêst genôch – Goed
Goeie geldt in Friesland als een hele gewone begroeting. Het klinkt als goed, maar betekent dus zoiets als goedendag. De meeste mensen vinden dat wel even vreemd als ze het voor het eerst horen, maar in Friesland (Fryslân) begroet je elkaar allemaal zo.
Eten en drinken
- Lekker ite – lekker eten – eet smakelijk
- Wat ite wy hjoed? – wat eten we vandaag?
- Myn mage rammelet – Mijn maag rammelt
- Hin – kip
- Baarch – varken
- Oan tafel – aan tafel
- Leppel – lepel
- Foarke - vork
- Snobje – snoepen
- Bôle – brood
- Bûter - boter
- Tsiis – kaas
- Tee - Thee
- Kofje – koffie
- Pankoek - Pannekoek
- Sjerp – stroop
- Priuwe – proeven
- Apenút – pinda
- Grientesop – groentesoep
- Woartels – wortels
- Beantsjes – boontjes
- Jirpel – aardappel
- Ierdbei – aardbei
- Molke – melk
- Rjemme – slagroom
- Aai - ei
Woorden die in het Fries en Nederlands hetzelfde zijn
Vanzelfsprekend kent het Fries inmiddels ook allerlei woorden voor eten die ook in het Nederland gelden. Een pizza blijft een pizza, babi pangang blijft babi pangang. Bovendien eten ook Friezen al dat eten, hoewel de rest van Nederland nog wel eens denkt dat het in deze noordelijke provincie dicht geplakt zit met kranten en de ijsberen hier voorbij drijven.Familie
- Heit - vader
- Mem - moeder
- Pake - opa
- Beppe - oma
- Bern - kinderen
- Bernsbern (en officieus) Lytsbern - kleinkinderen
- Pakesizzer en Beppesizze – letterlijk degene die opa zegt en diegene die oma zegt of te wel kleinkind
- Omke – oom
- Muoike - tante
Oate
De hierboven genoemde benamingen zijn vrij modern. Sommige Friese oma's laten zich bijvoorbeeld ook oate noemen, het ouderwetse woord voor oma.Algemene woorden
- Hjoed - vandaag
- Fuotten - voeten
- Hynder - paard
- Roppe - roepen
- Besite - bezoek
- Doar - deur
- Hûs - huis
- Rinne - lopen
- Reinwetter -regenwater
- Lilk - boos
- Boatsjen - spelen
- Harkje - luisteren
- Flibe - speeksel
- Earmen - armen
- Prottelje - mopperen
- Ik wol ek meidwaan – Ik wil ook meedoen
- Dat is net earlik – dat is niet eerlijk
- Hier - haar
- Skriuwe - schrijven
- Tútsje - kusje
- Skodholjen - hoofschudden
- Televyzje sjen – televisie kijken
- Nuvere dingen – vreemde dingen
- Fuotbalje - voetballen
- Reedride - schaatsen
Harkjen is luisteren in het Fries
Als niet-Friezen horen dat harkjen niet betekent dat je in de tuin staat te werken, maar zit te luisteren, vinden ze dat vaak heel vreemd. In Friesland wordt overigens in de verschillende gebieden ook verschillende gesproken. Zo zijn er ook hele grote delen van de provincie waar niet wordt gesproken over harkje, maar over lûsterje.Natuur
- De bosk – het bos
- It gers – het gras
- Fiskje - vissen
- Beam – boom
- Nei bûten gean – naar buiten gaan
- It wetter – het water
Te laat komen
- Wat bist let – wat ben je laat
- Ik hie de tiid fergetten – ik was de tijd vergeten
Ziek
- Ik bin siik – ik ben ziek
- Ik moat nei de dokter – Ik moet naar de dokter
- Ik moat nei it sikehûs – Ik moet naar het ziekenhuis