Is taal voor hominiden belangrijk geweest bij de jacht?
Taal is een meer ontwikkeld niveau van communicatie. Door de taal zijn mensen in staat meer over te brengen dan alleen gevoelens. Wetenschapper David Pilbeam is dan ook van mening dat het begin van een taal heeft geleid tot groter vertrouwen, beter begrip en een grotere samenwerking tussen individuen.De werkelijke waarde van de taal
Willen we ontdekken of de eerste mens (hominide) een taal gebruikte, dan is het belangrijk om te bekijken wat de werkelijke waarde van de taal is. We kunnen stellen dat de taal:- een enorme stimulans is voor de ontwikkeling van de hersenen;
- het overbrengen mogelijk maakt van subtiele begrippen. Begrippen die buiten het bereik liggen van communicatie door middel van grommen en gebaren.
Opmerking
Communiceren door middel van grommen en gebaren is op zich verrassend subtiel. Door te grommen en gebaren te maken kunnen dieren (zoals de chimpansee) op een opmerkelijk hoog niveau met elkaar communiceren. Het is zelfs zo dat de wetenschapper David Pilbeam van mening is dat het een begin van een taal geweest is en dat het heeft geleid tot een groter vertrouwen, een beter begrip en een grotere samenwerking tussen de individuen. Hij stelde dat de ontwikkeling van de taal het voor de eerste maal mogelijk gemaakt heeft dat primaten een gedragspatroon ontwikkelden dat gebrek aan agressiviteit beloonde en versterkte. Daardoor was overheersing niet langer meer een beloning op zichzelf.
Verschil van mening met andere wetenschappers
Andere wetenschappers zijn het met de stelling van David Pilbeam niet eens. Zij gaan ervan uit dat de mening van David veronderstelt dat de taal in dat geval al heel vroeg ontwikkeld zou zijn, mogelijk al in de tijd van de Australopithecinae. Hoewel de tegenstanders van David toegeven dat de taal een nuttige rem kan zijn op agressief gedrag (je vloekt of je klaagt in plaats van iemand met een knuppel op zijn kop te slaan), vinden zij toch dat de taal niet noodzakelijk is voor het stimuleren van niet-agressief gedrag.Volgens David's tegenstanders werd lang voordat de taal ontstond niet-agressief gedrag al gestimuleerd doordat:
- paarvorming plaatsvond;
- er gezinsvorming optrad;
- er een lange binding was tussen moeder en kind;
- de primaten overgingen tot het delen van voedsel.
Bovendien leggen de tegenstanders van David er de nadruk op dat de Australopithecinae te kleine hersenen hadden om tot spreken in staat geweest te zijn. Zij beweren dat de hominiden over een vocabulaire beschikten van geluiden voor:
- schrik;
- woede;
- pijn;
- ongenoegen,
maar dat de taal buiten het vermogen van de hominiden heeft gelegen tot aan de komst van de Homo erectus (iets meer dan 1 miljoen jaar geleden).