Taal en Grammatica

Duitse grammatica: Duitse naamvallen lidwoorden voorzetsels

Duitse grammatica: Duitse naamvallen lidwoorden voorzetsels

Dit artikel behandelt enkele zaken: allereerst de functies van de vier naamvallen in het Duits. Het gaat hier om de eerste naamval (nominativus / Nominativ), de tweede (genitivus / Genitiv), de derde (dativus, Dativ) en de vierde (accusativus / Akkusativ). We staan niet alleen stil bij zinsfunctie, maar ook bij voorzetsels. Daarna worden de Duitse lidwoorden (der, die, das, ein, etc.) in deze naamvallen uitgelegd. Zie ook de andere artikelen over Duitse grammatica in deze special.


Functies naamvallen

De onderstaande tabel behandelt de belangrijkste functies van de vier naamvallen in de Duitse grammatica. De naamvallen staan in de linkerkolom, de functies rechts daarvan. Er is een onderscheid gemaakt tussen basisfuncties (bv. onderwerp, lijdend voorwerp) en aanvullende functies, die vaak om de hoek komen kijken bij voorzetsels in het Duits.

NaamvalBasisfunctieAanvulling
Eerste naamval; NominativOnderwerp in een zin (bv. 'Der Mann sagt...')Ook: bij naamwoordelijk deel van het gezegde (bv. 'ich bin ein Mann')
Tweede naamval; GenitivOm bezit uit te drukken (bv. van de dochter = 'der Tochter')Ook: na enkele voorzetsels en andere woorden, bv. anlässlich, statt, trotz, während, wegen e.a.
Derde naamval; DativMeewerkend voorwerp (bv. aan de man = 'dem Mann')Ook: na voorzetsels mit, nach, bei, seit, von, zu, zuwider, entgegen, außer, aus, gemäss, gegenüber

Ook: na werkwoorden als folgen, gratulieren, helfen
Vierde naamval; AkkusativLijdend voorwerp (bv. ik zie de man = 'ich sehe den Mann')Ook: na voorzetsels durch, für, ohne, um, bis, gegen, entlang

Ook: na werkwoorden als bitten, fragen, kosten

Ook: bij tijdsbepaling zonder voorzetsel

Keuzevoorzetsels

Een belangrijke aanvulling op bovenstaande tabel vormen de Duitse keuzevoorzetsels. Na de voorzetsels an, auf, hinter, neben, in, über, unter, vor, zwischen volgt bij plaatsaanduidingen (waar, stilstand, bv. 'ich bin in der Stadt') en tijdsbepalingen (wanneer) de derde naamval (Dativ) en bij bewegingen (van-naar, geen stilstand, bv. ich gehe 'in die Stadt') de vierde. Als dit alles niet werkt (bijvoorbeeld bij 'denken über'), dan krijgen de keuzevoorzetsels auf en über de vierde naamval en de andere zeven voorzetsels de derde (= 7+2 regel).

Lidwoorden en naamvallen

Dan nu de tabellen m.b.t. de lidwoorden in het Duits. Nu de functie van alle naamvallen uitgelegd is, is het mogelijk te bepalen welke naamval bij een mannelijk, vrouwelijk, onzijdig of meervoud-woord hoort.

Bepaalde lidwoorden

MannelijkVrouwelijkOnzijdigMeervoud
1derdiedasdie
2des +esderdes +esder
3demderdemden +en
4dendiedasdie

Onbepaalde lidwoorden

mannelijkvrouwelijkonzijdigmeervoud
1eineineeinkeine
2eines +eseinereines +eskeiner
3einemeinereinemkeinen +en
4eineneineeinkeine

Duitse grammatica special

Meer weten over naamvallen, werkwoorden, voorzetsels? Bezoek eens de special over Duitse grammatica!
© 2008 - 2009 Writerandus, gepubliceerd in Taal (Educatie en School) op 13-08-2008, laatst gewijzigd op 30-12-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Writerandus is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Gerelateerde links

Duitse zwakke werkwoorden, Duitse dagen, maanden e.d., Duitse Modalverben: dürfen etc en Vervoeging sein, haben, werden.

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Duitse grammatica: Duitse naamvallen lidwoorden voorzetsels"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.