Cursus korte verhalen schrijven voor kinderen

Verhalen schrijven, plan van aanpak
Probeer voordat je een kort verhaal gaat schrijven eerst een plan te maken en je idee in het kort op papier te zetten. Schrijvers noemen dat een synopsis. Een synopsis is een korte samenvatting van het verhaal dat je wilt gaan schrijven. Het begint met een idee wat je van te voren een beetje uitwerkt op papier, met de bedoeling om het verhaal straks uit te werken tot een goed leesbaar verhaal. Een synopsis schrijven is voor de een een houvast, voor de ander werkt het minder goed. Je hebt schrijvers die vooraf het hele verhaal al in hun hoofd hebben en het daarom in een synopsis alvast wat kunnen voorbereiden, maar dit is niet voor elke schrijver de ideale werkwijze. Er zijn veel schrijvers die zeggen dat ze gewoon beginnen met schrijven en gedurende het schrijfproces krijgt het verhaal meer vorm en pas tijdens het schrijven dient het verhaal zich aan.Werken met een synopsis
Niet alle schrijvers werken dus met een synopsis, maar het is wel bekend dat schrijvers die eerst een synopsis schrijven hun verhaal gemakkelijker en sneller goed op papier krijgen dan schrijvers die maar gewoon beginnen te schrijven en afwachten wat ervan komt. Dat komt omdat alle mensen fantasie hebben, en als je maar gewoon begint te schrijven vormt zich wel een verhaal, maar voordat je het weet gaat het verhaal alle kanten op, behalve de goede, en dan moet je later weer heel veel schrappen.Bouwstenen voor een verhaal
Een kort verhaal is altijd opgebouwd uit meerdere zaken die met elkaar een verhaal tot een geheel maken. Dat zijn eigenlijk de bouwstenen voor een verhaal. Ik zal de belangrijkste bouwstenen opnoemen:- Personages: Personages zijn alle personen die voorkomen in een verhaal. Het kunnen mensen zijn of dieren maar zelfs ook voorwerpen die [alleen in een fantasieverhaal] kunnen nadenken. Bijvoorbeeld: een steen ligt in het gras ligt en hoopt dat iemand hem opraapt zodat hij eens lekker op reis kan. In een (kinder)verhaal kan je zoiets laten gebeuren door middel van je fantasie.
- Protagonist: Protagonist is een duur woord voor een hoofdpersoon, of de hoofdrolspeler(s) van je verhaal. Vaak is er maar één protagonist, dus maar één hoofdrolspeler, maar dikwijls zijn er ook meerdere protagonisten.
- Conflict: Conflict in een verhaal is heel belangrijk. Je zou het ook gewoon ‘een probleem’ of ‘de problemen’ kunnen noemen. In het dagelijks leven hebben mensen het liefste zo min mogelijk problemen, maar het grappige is dat hoe meer problemen er in een verhaal voorkomen, hoe interessanter een verhaal voor je lezers wordt. Mensen vinden het schijnbaar leuk om over problemen te lezen. Dat kunnen leuke problemen zijn, of nare problemen, in elk geval hebben je personages in je verhaal heel wat problemen nodig om een verhaal interessant te houden. Een jongen die geboren is met een groene neus, is veel interessanter voor een verhaal, dan een jongen die niets bijzonders mankeert. Hoe meer problemen een personage heeft, hoe spannender een verhaal wordt. Voor een schrijver wordt het daardoor wel ingewikkeld om het verhaal helder te houden. Dus veel conflict in een verhaal, vergt ook veel van de schrijver. Die moet opletten dat de verhaallijn (dat is de logische draad die door het verhaal heenloopt) goed te volgen blijft voor een lezer. Een voorbeeld: Stel je eens voor dat een meisje op een avond naar bed gaat in haar eigen huis. Een van haar ouders leest haar een verhaaltje voor en stopt haar lekker in, en ze valt tevreden in slaap. Tot zover verloopt alles op rolletjes in het verhaal. Eigenlijk is het een beetje gewoon en saai. Maar de volgende dag wordt ze wakker op een spookkasteel en ze snapt er niets van. Haar huis is verdwenen en haar ouders zijn nergens te bekennen, en in het kasteel wonen twee monsterlijke personages met grote druipneuzen die beweren dat ze altijd al haar ouders geweest zijn. Als je zo’n verhaal schrijft dan is er veel conflict mogelijk. Er zal een emotioneel conflict zijn want dat meisje schrikt zich natuurlijk suf dat ze zomaar ineens ergens anders terecht is gekomen en ze mist haar ouders. En haar nieuwe ouders dat zijn afschuwelijke mensen met wie ze al snel ruzie zal krijgen, en dan sluiten ze haar misschien wel op. Hoe dan ook: de problemen in een dergelijk verhaal zijn al snel heel groot, en de schrijver heeft dus ook veel fantasie nodig om die problemen weer op te lossen en de schrijver moet er ook voor zorgen dat de lezers het leuk vinden om het verhaal te lezen.
- Perspectief: Je schrijft een verhaal vanuit een bepaald oogpunt. Het perspectief. Bijvoorbeeld: De alwetende verteller: als je vanuit het oogpunt schrijft van een alwetende verteller, dan schrijf je zoals je een verhaal zou vertellen, maar dan alsof jij het allemaal weet. Bijvoorbeeld: 'Toen Jan zijn been brak, wist hij nog niet dat dit zijn leven voor altijd veranderen zou.' Je kunt ook vanuit een ander perspectief schrijven, bijvoorbeeld vanuit de ik-persoon: 'Toen ik mijn been brak wist ik nog niet dat mijn leven nooit meer hetzelfde zou worden.´ Vaak wordt een verhaal vertelt vanuit een ik-persoon, of vanuit een hij of een zij-persoon.
- Plot: Het plot in een verhaal is eigenlijk het moment waarop de problemen tot een soort uitbarsting komen, en de gevolgen daarvan. Het plot is ook het moment waarop een verhaal een omslag maakt. Het plot is misschien wel het begin van het einde van het verhaal. Het meisje in het voorbeeld van daarnet, wat in het verhaal in een spookkasteel wakker werd, zou in het plot van dat verhaal bijvoorbeeld haar afschuwelijke namaak ouders kunnen ontmaskeren als kidnappers die al heel lang gezocht worden door de politie. Ze zou ze in het plot in een kooi kunnen lokken en ze opsluiten. Vervolgens zou ze eindelijk kunnen ontsnappen en buiten zou ze de politie bellen en ze zou thuis gebracht worden en nog een grote beloning krijgen ook. Het is natuurlijk allemaal maar fantasie. Hou in gedachten dat wat je ook verzint: het verhaal moet goed te volgen zijn en ondanks al je fantasie, toch ook nog logisch blijven lijken.
- Verhaallijn: Elk verhaal heeft een begin, een midden en een einde. Probeer de beginzin meteen spannend of interessant te maken, dus niet beginnen met ‘Er was eens…’ en ook niet eindigen met ‘en ze leefden nog lang en gelukkig…’ Probeer een beginzin te bedenken die je lezers nieuwsgierig maakt. Dan lezen ze verder. Oefen een paar openingszinnen van je verhaal en besluit dan welke het beste is.
Een laatste tip!
Als je verhaal klaar is laat het dan aan een paar andere kinderen van je klas lezen. Stel ze aan als redacteurs en vraag ze om in de kantlijn van je verhaal op te schrijven wat ze er goed aan vinden, wat ze saai vonden of juist spannend, leuk en mooi. Wat ze duidelijk vonden of juist onduidelijk, en of ze spelfouten hebben gezien. Erg belangrijk werk van redacteuren is om vast te stellen of een verhaal wel klopt, of het goed te volgen is, en of het spannend of interessant is en/of het goed geschreven is. Aan de hand van hun opmerkingen kan je het verhaal dan polijsten, verbeteren, nog interessanter maken en dan kan je het nog een beetje herschrijven. Dan pas is er echt gewerkt aan een verhaal. Wees niet bang om te schrappen. Liever een verhaal wat lekker loopt en de aandacht van de lezer vasthoudt, dan een verhaal wat vastloopt door een overmaat aan overbodige informatie en zijwegen, die nergens op uitlopen. Wees ook zuinig met bijvoeglijke naamwoorden.Vergelijk als voorbeeld deze twee zinnen maar eens:
- De kleine jongen liep over de stenen straat op zijn leren schoenen met rubberen zolen vol grote gaten en hij wandelde langzaam naar de rode deur van het grote huis en hij keek naar de prachtige voortuin vol bloeiende bloemen.
- De jongen, die nog niet zo groot was, liep over straat. Hij droeg versleten leren schoenen. Hij wandelde op zijn gemak naar de deur van het huis, en verbaasde zich over de voortuin waarin alles in bloei stond.
Zoals je ziet kan je dingen op verschillende manieren zeggen, maar het een leest prettiger dan het andere. Een verhaal met te veel bijvoeglijke naamwoorden is vermoeiend om te lezen. Wees er dus zuinig mee.
Personen die in je verhalen voorkomen moeten trouwens altijd een functie hebben. Als je iemand ten tonele voert die je Joop Snotneus noemt, dan moet Joop Snotneus ook een zinnige rol spelen in je verhaal, zo niet, dan kan je Joop Snotneus beter schrappen.
Ik kom nog even terug op het belang van een synopsis. Net als een oefenschrift bij rekenen, is een synopsis de oefening voor een verhaal. Probeer dus eerst een synopsis te schrijven, waarin je de personages beschrijft, het conflict of de conflicten, het plot (de oplossing van de problemen/ontknoping) en de afloop van je verhaal.
Als je het moeilijk vindt om een verhaal te bedenken, vraag dan eens aan kinderen om je heen waar zij graag een verhaal over zouden willen lezen, of vraag je juf of meester om een onderwerp/opdracht. Veel succes met je schrijverschap!