InfoNu.nl > Educatie en School > Samenvattingen > Sigmund Freud: Dwanghandeling en godsdienstoefening

Sigmund Freud: Dwanghandeling en godsdienstoefening

Sigmund Freud: Dwanghandeling en godsdienstoefening Sigmund Freud (psychiater geboren in 1856) signaleerde overeenkomsten tussen de dwanghandelingen van neurotici en de verrichtingen in een godsdienstige oefening. Hij stelde zelfs dat de dwanghandeling van de neurotici een bijna ‘sacrale handeling’ is. Het kan vergeleken worden met iemand met autisme. Dwanghandelingen en godsdienstige oefeningen hebben vaste structuren en regelmaat. Het grootste verschil zit in het feit dat een neurotische dwanghandeling zinloos is. Godsdienstige oefeningen of rituelen hebben een zinvolle of zingevende functie.

Overeenkomsten tussen dwanghandeling en godsdienstoefening

Sigmund Freud ziet de volgende overeenkomsten tussen een neurotisch ceremonieel en godsdienstige handeling:
  • Gewetensangst als men het nalaat
  • Totale isolering van alle andere bezigheden
  • Gedetailleerde nauwkeurigheid waarmee het wordt uitgevoerd

Verschillen tussen dwanghandeling en godsdienstoefening

Freud ziet de volgende verschillen:
  • Grotere individuele gevarieerdheid van neurotische ceremoniële handelingen tegenover onveranderlijk karakter van de ritus
  • Privé karakter van de neurotische handeling tegenover een openbare en collectieve handeling van een godsdienstoefening
  • Belangrijkste verschil: (kleine) extra’s bij godsdienstoefening zijn zinvol en symbolisch bedoeld, terwijl neurose dwaas en zinloos overkomt

Belangrijkste verschil

Het belangrijkste verschil verdwijnt als men met behulp van de psychoanalyse tot de kern van de dwanghandeling doordringt. Zo kunnen we tot de conclusie komen dat dwanghandelingen:
  • Altijd en in al hun details zinvol zijn
  • In dienst staan van grote persoonlijke belangen
  • Uitdrukking geven aan ervaringen en met hartstocht gevulde gedachten

Betekenis van dwanghandelingen en godsdienstige oefeningen

Sigmund Freud is er van overtuigd dat dwanghandelingen tot stand komen door diepere gelegen driften en gevoelens. Het uiten van dwanghandelingen lijken gebaseerd te zijn op onbewuste motieven zonder dat men de betekenis ervan weet. Dit is een groot verschil met godsdienstige oefeningen. Echter, ook hiervan weet men niet altijd de betekenis. Hoewel godsdienstige oefeningen vaak wel een doel hebben voor de menselijke geest hebben dwanghandelingen dat niet.

Vroege jeugd

Net als de psycholoog Erikson is Freud van mening dat mensen die lijden onder dwang en verboden, beheerst worden door een ‘onbewust schuldbewustzijn’.
Door het schuldbewustzijn is er steeds de angst voor onheil. De patiënt verricht zijn ceremonieel als een afwegingsmechanisme of beschermingsmaatregel. Het schuldbewustzijn van de neurotische patiënt is vergelijkbaar met de zekerheid van zonde van een gelovige. Freud stelt dat op die manier bijvoorbeeld het gebed van een gelovige de waarde lijken te hebben van afweer en beschermingsmaatregelen.

Verwachtingsangst

De invloed van een verdrongen drift wordt als een aanvechting of verleiding ervaren. Bij het proces van ‘verdringen’ groeit er een verwachtingsangst. Dat wil zeggen dat men de angst heeft dat de verdrongen driftimpulsen weer de overhand krijgen. Hierdoor bouwt men volgens Freud angst op angst. Als vervolgens het verdringingsproces overgaat in een neurose is het proces maar voor een deel geslaagd en, dreigt keer op keer te mislukken. Er blijft telkens psychische inspanning nodig om weerstand te bieden tegen de aanhoudende driftimpulsen.

Verboden

Dwangmatige of ceremoniële handelingen lijken vaak niet voldoende om de driftimpulsen of verleidingen tegen te gaan. Op zo’n moment komen verboden in de plaats van dwanghandelingen. Zo is de ceremonie een mogelijkheid om iets anders toe te kunnen staan wat nog niet verboden is. Hierbij kunnen we denken aan het huwelijk. Freud stelt dat zo een religie is ontwikkelt die gericht is op het onderdrukken van driftimpulsen. Hij denkt dan vooral aan egoïstische driften die schadelijk kunnen zijn voor de gemeenschap.
De constante verleiding zorgt voor het schuldbewustzijn en de verwachtingsangst is een vrees voor goddelijke straffen. Freud is er hierdoor van overtuigd dat ook in het godsdienstig leven het onderdrukken van driften niet voldoende is en nooit eindigt.
© 2009 - 2019 Hessel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Psychoanalyse, therapie met Freud als grondleggerPsychoanalyse, therapie met Freud als grondleggerSigmund Freud is de grondlegger van de psychoanalyse. Psychoanalyse is bedoeld om inzicht te krijgen in de oorzaak van p…
Waarom hebben sommige mensen vliegangst?Waarom heeft iemand vliegangst? Wat is de oorzaak van het feit dat hij in geen vliegtuig durft te stappen of bibberend v…
Het oedipuscomplex, een heel normale faseHet oedipuscomplex, een heel normale fasePeuterjongetjes gaan zich sterk hechten aan de moeder terwijl ze hun vader afwijzen. Het is een ontwikkelingsfase die me…
Psychoanalyse, een persoonlijkheidstheorieElk persoon beschikt over een unieke persoonlijkheid, die tot uiting komt in het gedrag. Er zijn veel theorieën over het…
De psychoanalyse van FreudDe psychoanalyse van FreudSigismund Schlomo Freud (Freiberg, Moravië, 6 mei 1856 – Londen, 23 september 1939) was een zenuwarts en psychiater uit…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Janeb13, Pixabay
  • Samenvatting: Zwangshandlungen und Religionsubungen. Sigmund Freud

Reageer op het artikel "Sigmund Freud: Dwanghandeling en godsdienstoefening"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Hessel
Laatste update: 15-04-2019
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Samenvattingen
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!