InfoNu.nl > Educatie en School > Samenvattingen > Boekverslag Vijf eeuwen homoseksualiteit in Nederland

Boekverslag Vijf eeuwen homoseksualiteit in Nederland

Boekverslag Vijf eeuwen homoseksualiteit in Nederland Boekverslag van het boek van D.J Noordam met als titel, Riskante relaties. Het boek gaat over vijf eeuwen homoseksualiteit in Nederland tussen 1233 en 1733. Het boek laat in een beschrijving zien hoe homoseksualiteit zich heeft ontwikkeld van strafbaar naar acceptatie. De term 'sodomie' zoals die in de vroege middeleeuwen werd gehanteerd voor homoseksualiteit, was afkomstig van de bijbelse steden Sodom en Gomorra. Die steden zijn verwoest door de zonden die daar werden gedaan, waaronder geslachtsgemeenschap tussen gelijke geslachten.

De auteur en het boek

D.J Noordam is sociaal-historicus en publiceerd veel over afwijkend gedrag en gezinnen in het verleden. De schrijver van het boek heeft een onderzoek verricht naar sodomieten en homoseksueel gedrag in Nederland in de periode van 1233- 1733. Aan het einde van die periode waren de Reformatoren Luther en Calvijn actief. Een periode waarin de invloed van de hervorming en de gereformeerde kerk van grote invloed was op de stafvervolging van sodomieten. Ook wordt er uitgebreid op de ontwikkelingen in het buitenland in gegaan. De auteur verdeeld het boek zelf in vijf delen. Die delen beslaan ieder een eigen tijdvak. De eerste periode kenmerkt zich door het Middeleeuwse strafrecht en begint in 1233 en gaat tot 1570. Het tweede deel behandelt het tijdvak 1570-1679, het begin van de Vroegmoderne Tijd. In die tijd was de gereformeerde kerk het belangrijkste kerkgenootschap. Het derde deel gaat over prins Willem de Derde, stadhouder over de meeste Nederlandse gewesten en koning van Engeland. Het vierde deel omvat een periode van 1680-1729. In deze periode zien we duidelijk de subcultuur van de homoscene ontstaan.

Homoseksualiteit in de Middeleeuwen (1233-1570)

Na enkele eeuwen waarin mannen in alle vrijheid seksuele betrekkingen hadden kunnen onderhouden met geslachtsgenoten, ontstond in de 13e eeuw een klimaat dat sodomie tot één van de grootste zonden en zwaarste misdrijven maakte. Een belangrijk aandeel daarin hadden de theologen die de leer van de R.K kerk beschreven in die tijd. Met name Albertus Magnus (1200-1280) gaf in zijn ‘Summa theologiae’ een overzicht van sodomitische activiteiten. Hij beschouwde sodomie als ‘contra naturam’ (tegennatuurlijk) en daarom als de ergste vorm van seksuele zonden. Zijn leerling Thomas van Aquino heeft een uitgebreidere ‘Summa theoligae’ geschreven waarin hij niet alleen de gemeenschap met leden van dezelfde sekse noemt maar ook masturbatie, bestialiteit en coitus tussen mannen en vrouwen. Al deze dingen hadden niet het verwekken van kinderen tot doel, dus was het voor deze theologen duidelijk dat er regels omtrent dit gedrag opgesteld moesten worden. Niet alleen op de kerkelijke leer hadden deze theologen grote invloed maar ook op de wereldlijke overheid.

Doodstraf

De overheid legde de doodstraf op aan degene die sodomie pleegde. De strafmaat en de oorzaak hiervan is nog wat onduidelijk maar er kan een verband gelegd worden met het tweede concilie van Lyon in 1274 waar werd vastgesteld dat het huwelijk een sacrament moest worden. Sodomie is men gaan zien als ondermijning van het (heilige) huwelijk. Als men toen een kijkje in de 21e eeuw kon doen zou men hoogstwaarschijnlijk de doodvonnisen opvoeren. Vanaf de invoering van het homohuwelijk in de 20e eeuw worden er bijna net zoveel homohuwelijken per jaar gesloten als toen in de Middeleeuwen man en vrouw elkaar trouw beloofden. Een tweede verband naar de strafmaat en vervolging kan gelegd worden naar het zoeken van een zondebok vanwege de moeilijke economische en sociale ontwikkelingen in die tijd. Vanaf de veertiende eeuw was sodomie een soort standaardbeschuldiging geworden waarmee men politiek onwelgevallige heersers of tegenstanders kon bestoken.

Gooswijn de Wilde

Het eerste voorbeeld daarvan is de in december 1449 veroordeelde Mr. Gooswijn de Wilde. Hij was president van de Raad van Holland. De Wilde kwam in botsing met Bengaert Say, de rechterhand van de Hollandsche graaf, hertog Philips van Bourgondie. Beiden werden in 1248 gevangen genomen, Say wegens het plegen van moord en De Wilde omdat hij door Say werd beschuldigd van sodomie. Het bewijs daarvan leverde het negenjarige zoontje van Say, Philips Say. De Wilde werdt naar slot Loevestein gebracht om daar te mogen kiezen tussen de brandstapel of onthoofding. De brandstapel was een wrede en oneervolle straf en onthoofding was een lichter en minder vernederend vonnis. De Wilde koos voor het laatste; onthoofding. Hij kwam kort daarvoor nog tot een bekentenis. Zesenveertig jaar later werdt Philips Say, die eerder De Wilde had beschuldigd, voor hetzelfde misdrijf veroordeeld tot de brandstapel. Het lijkt erop dat we hier te maken hebben met een politieke terechtstelling en een politieke wraakactie.

Omschrijving van homoseksuele handelingen

In de Middeleeuwen heeft men weinig onderzoek verricht naar criminaliteit, maar soms zijn er voldoende gegevens bekend om er gefundeerde uitspraken over te doen. De aanduiding en omschrijving die men in de 15e eeuw voor sodomie toepaste in de rechtsgang waren over het algemeen heel onduidelijk. Men formuleerde het voornamelijk als de ‘onnatuurlijke werke’, stomme zonde of ‘onbetamelijke misdaad’. Het Hof van Holland, de hoogste rechtbank van Nederland, zag in de 16e eeuw af van de formulering ‘sodomie’.

Strafwet en codificatie

Sodomie was een halsmisdrijf, dus met de dood te straffen. Het delict kon daarom alleen berecht worden door een rechtbank die de hoge jurisdictie bezat. Maar de taakafbakening tussen rechters die bevoegd waren om doodvonnissen te wijzen, waren vaak heel onduidelijk. Karel de Grote had in 802 het plan opgevat alle wetten in zijn rijk te codificeren, om zo tot een centraal wetboek te komen, maar hij voerde dit voornemen niet uit. Daarom zijn in verschillende rechtsgebieden in Nederland diverse bepalingen van het strafrecht ontstaan. Er was dus ook geen duidelijke strafbepaling opgesteld voor sodomie. Na de invloed die Albertus Magnus en Thomas van Aquino hadden uitgeoefend, nam voor het eerst Jan Matthijssen het initiatief om sodomie als misdrijf in het rechtsboek van Brielle op te stellen. Hij gebruikte als strafmaat dood door het vuur, wat direct in verband staat met de verwoesting van het in de bijbel genoemde Sodom en Gomorra door zwavel en vuur.

Philips Wielant

Het was de Vlaming Philips Wielant, jurist van het Hof van Holland, die het werk ‘praktyke criminele’ uitgaf waarin een overzicht van misdrijven stond. Hij volgde hierin voornamelijk het Romeinse recht. Wielant onderscheide drie vormen van ‘de zonde tegen de natuur’ a) met mannen, vrouwen en kinderen, b) met dieren, en c) met zichzelf. Voor de zonde onderling kreeg men de dood door vuur, en tegen zichzelf d.m.v masturberen, stond de veroordeelde ‘slechts’ verbanning te wachten. Joost de Damhouder veranderde niet veel aan de beschrijving van het strafrecht. Van zijn hand verscheen het werk ‘Practycke ende handbuck in criminele zaken’. Philps Wielant en Joost de Damhouder kunnen we zien als de twee belangrijkste juristen van de Vroegmoderne Tijd. Zij hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het beschrijven van het vroege Nederlandse strafrecht betreft seksuele handelingen.

Rechter en vervolgingsbeleid

Voor het vinden van de waarheid kon de rechtbank gebruik maken van tortuur (pijniging). Er was in ieder geval een ‘half bewijs’ nodig, dat bestond uit minstens een getuigenverklaring en sterke aanwijzingen dat de verdachte het misdrijf had gepleegd. Wielant en De Damhouder gaven ook aan wanneer en bij wie de rechter tot tortuur kon besluiten. Meestal waren belangrijke mensen en zwangere vrouwen hiervan vrijgesteld, maar bij sodomie was dat meestal niet het geval.

Bewijsvoering van de burgers

Een belangrijk onderdeel van de rechtspraak bestond uit de bewijsvoering. De vrijheid van de rechter was niet alleen beperkt door de zorgvuldigheid die de bewijsvoering nu eenmaal vereiste, maar ook door het aantal en de soort zaken die hij berechte. Een terrechte opmerking was uit die tijd dat men zonder medewerking van de burgerij niets kon bereiken.

Officieren van de nacht

De middelen van de wereldlijke overheid om misdadigers op te sporen, waren aan het einde van de Middeleeuwen klein. In Amsterdam werd de schout bijgestaan door twaalf dienaren, in Utrecht waren er maximaal 26 stadsknapen aangesteld om plegers van delicten op te brengen. ‘Officieren van de nacht’ werden deze mannen ook wel genoemd. Dat de middelen om de misdadigers op te sporen klein waren kan ik begrijpen, maar dat het vervolgingsbeleid weleens ‘bewust faalde’ doordat er ook onder de schouten en stadsknapen wel eens een slippertje werd gemaakt, is mijns inziens een vorm van moderne corruptie. Ondanks dat men inzake het vervolgingsbeleid achter liep was men op seksueel gebied redelijk innovatief en vooruitstrevend.

De frequentie van de vonnissen wegens sodomie en de strafmaat

De rechtbank die in Nederland aan het einde van de Middeleeuwen de meeste sodomievonnissen wees, was het Hof van Holland. Omdat de taakafbakening niet goed was vastgelegd en dus enigzins onduidelijk bleef, werden sodomiezaken zowel door deze rechtbank als door lokale rechters behandeld. Van een duidelijke ontwikkeling is weinig te zeggen. De frequentie, toename en afname van veroordelingen had vaak te maken dat sommige processen bij elkaar hoorden. Men kon in het Middeleeuwse recht niet iemand ter dood veroordelen die tijdens het proces afwezig was, maar deze straf in dat geval subsidair opleggen. Het was gebruikelijk tussen dertien en zeventien jaar wel te straffen maar met een lichter vonnis dan een volwassene zou krijgen.

Bestialiteit

Ook de mannen die bestialiteit hadden begaan, kregen een doodvonnis opgelegd. Deze doodstraf was waarschijnlijk minder wreed dan hij op het eerste gezicht lijkt. Het slachtoffer dat aan een staak op het schavot was vastgemaakt, verloor het leven namelijk niet in de vlammen maar door ontbranding van buskruit dat men op zijn borst had aangebracht. Een ander kenmerk van het Middeleeuwse strafrecht was het veroordelen tot meer dan een straf. Aan sodomieten werd dikwijls als bijkomende straf confiscatie (verbeurdverklaring) van de goederen opgelegd. Brien jacobsz. kreeg in 1464 een vijftal straffen opgelegd. Hij werd halfnaakt aan een staak gebonden, vervolgens brandde men het haar van zijn hoofd, en later geselde de scherprechter hem enige tijd en daarna joeg men de jongen onder geselingen de stad uit, en mocht daar voor 50 jaar niet meer terug keren.

Vage contouren van sodomieten in de Europese Middeleeuwen

De mannen die tussen 1321 en 1570 terechtstonden, hebben ongetwijfeld slechts een klein deel uitgemaakt van de nederlandse sodomieten in deze periode. Om die reden is het moeilijk en niet altijd mogelijk om een profiel van sodomieten in Nederland in de Middeleeuwen te geven. Er is weinig bronnenmateriaal dat ons kan inlichten over beweegredenen en achtergronden van homoseksueeel gedrag in deze periode en of men een homoseksuele identiteit en levensstijl had.

Dat de rechtbanken weinig sodomiezaken behandelden, valt voor een deel te verklaren uit de omstandigheden dat de samenleving zulke handelingen waarschijnlijk minder verderfelijk vond dan men op grond van de strafmaat zou verwachten. In de late Middeleeuwse samenleving bestond weinig behoefte over te gaan tot aangifte of hulp bij de opsporing van zedenmisdrijven.

Vervolging op sodomie

In het zuiden en midden van Europa ontstond een actief vervolgingsbeleid. De oorzaak van de stijging van het aantal vonnissen in die delen van Europa had voornamelijk te maken met een sterke centralisatie en uitbreiding van het overheidsapparaat. Daar ontstonden moderne instrumenten zoals, politie en bureaucratie. Ook de justitie werd beter toegerust. Noch het kerkelijk recht noch juristen als Philips Wielant en Joost de Damhouder kwamen over het plegen van sodomie niet tot een uitgesproken strafmaat. De Nederlandse bevolking lijkt echter afwerend te hebben gestaan tegenover het inlichten over homoseksuele activiteiten. Relaties tussen volwassen mannen kwamen zo slechts bij uitzondering voor de rechter. Alleen gevallen waarbij sprake was van ongelijke leeftijd of het gebruiken van een dier werden wel voor de rechter gebracht. Vergeleken met zuid- en midden Europa sprak men in Nederland weinig vonnissen uit tegen sodomieten. Tolerantie kan een verklaring zijn voor deze geringe frequentie.

Vroegmoderne Tijd De Gouden Eeuw (1570-1679)

Specialisatie op economisch gebied die al vanaf de Late Middeleeuwen zichtbaar was had de basis gelegd voor de expansie tijdens de Gouden Eeuw. De bloei maakte verdere ontwikkeling van het strafrecht mogelijk.

Vernietiging bewijsstukken

In elk gewest van Nederland namen de protestanten aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog de macht over maar de gereformeerde kerk werd nergens de officiele staatskerk. In de periode van de gouden Eeuw zijn niet veel vonnissen tegen sodomie bekend. Sommige onderzoekers beweren dat in die tijd na een vonnis direct de bewijsstukken werden vernietigd. Een ander reden is dat alleen in de grote steden een dergelijke bewijsvoering wel werd gearchiveerd maar niet systematisch opgezet. Een laatst al eerder genoemde constatering is dat men in Nederland tolerant was.

Vrouwelijke en mannelijke sodomieten en de doodstraf

In 1632 werd de eerste vrouwelijke sodomiet veroordeeld. Zij was de eerste die zich uitliet over haar lesbische gevoelens. Deze vrouw pleegde ook travestie. De beroemdste vrouw in travestie uit de Goeden Eeuw was Hendrikje Lambertsdr. Van der Schuur. Zij kreeg aandacht in een boek van Nicolaas Tulp, de arts die door Rembrandt werd geschilderd op de naar hem genoemde ‘Anatomische les’. De straffen die de veroordeelde vrouwelijke sodomieten ontvingen lijken licht. Dit valt des te meer op omdat de vonnissen vermelden dat hun misdrijf niet alleen bestond uit het samenwonen als echtpaar. Verschillende vrouwen hadden hun man verlaten, in travestie rondgelopen en een huwelijk gesloten of proberen te sluiten met een andere vrouw. Ook de Amsterdamse rechtbank was mild in zijn vonnissen over de vrouwen die met elkaar als getrouwden leefden. In 1615 kreeg een bigamiste, Tanne Hendriksdr. voor haar misdrijf een verbanningsstraf van 50 jaar met bovendien nog een fikse boete opgelegd.

Christina van Zweden

Een bekend geval was dat van koningin Christina van Zweden die nooit trouwde en van wie, ondanks haar verliefdheden op vrouwen, onduidelijk is, of en in welke mate zij zich als een sodomiete gedroeg. Tegen verschillende mannen die in deze periode homoseksuele handelingen hadden gepleegd, spraken de rechtbanken een doodvonnis uit. Van de omstandigheden is soms meer bekend dan een simpele vermelding, bijvoorbeeld in een geval van bestialiteit in Middelburg uit 1604. De betrokkene werd daar met de tevoren gedode koe op een afschuwelijke manier verbrand waarbij zijn doodstrijd werd verlengd omdat de vlammen eerst geen vat kregen op het kruit wat om de nek hing.

Licht of niet bestrafte mannelijke sodomieten

Jonge sodomieten in de Gouden Eeuw kregen in het algemeen een ‘lichtere’ straf opgelegd t.o.v volwassenen. Verschillende voorbeelden zijn er o.a van ‘ geseling met een brandende roede en vervolgens levenslange opsluiting in een tuchthuis’ of een gevangenisstraf van tien tot 20 jaar. De eerste bekende volwassen sodomiet uit de Gouden Eeuw was Leendert Jansz. Hij diende als klapwaker (nachtwaker met een ratel) in Delft. Leendert had zich laten verleiden door een andere man ontuchtig toe te spreken en te betasten. Hij kreeg daarvoor een verbanning van 100 jaar en een dag, met betaling van de kosten van zijn gevangenschap. Jacob Lucassen uit Middelburg wilde jonge mannen overhalen om hem te masturberen. Hij kreeg een straf opgelegd van 50 jaar eenzame opsluiting.

Sodomieten rechters en specialisten

Het maken van een profiel van sodomieten uit de Gouden Eeuw is bijna even ondoenlijk als tijdens de Middeleeuwen. Het ging meestal om ongelijke relaties waarbij het leeftijdsverschil soms tientallen jaren bedroeg. Ook de status verschilde sterk, van elite tot volksjongen, en van pedagoog tot jonge jongetjes. Paulus Voet, een juridische hoogleraar uit Utrecht valt op door in zijn werk een beschrijving van tiental passages uit het Oude Testament op te nemen. Wat nog meer opvalt is dat vanuit zijn bijbelse visie, hij alleen anaal contact tussen mannen of van mannen en dieren onder sodomie liet vallen. Andere rechters en juridische specialisten beschreven het delict in veel bredere vormen.

Gereformeerden en het beschavingsoffensief

Niet alleen juristen oefenden invloed uit op de aanpak en de bestraffing van homoseksuele handelingen, ook protestantse functionarissen ondernamen verschillende pogingen daartoe. In het begin hebben we al gelezen van Albertus Magnus en Thomas van Aquino de grondleggers van die pogingen. Het christendom was overigens eeuwen lang voor de meeste mensen slechts een dun vernisje geweest, aangebracht over het volksgeloof. Pas in de 16e eeuw kwam als uitvloeisel van de Hervorming en de Contra-reformatie de kerstening van West-Europa op gang. Toen begonnen de verschillende protestantse en roomskatholieke kerken het toezicht op het gedrag van hun leden te verscherpen. Maar zij oefenden ook druk uit op de wereldlijke overheid om de samenleving te disciplineren. In 1654 bijvoorbeeld kwam Hendrikje Stoffelsdr.die al vijf jaar met de schilder Rembrandt samenwoonde, eindelijk voor de kerkenraad. Men werd hier eigenlijk wel toe gedwongen omdat ze meer dan zes maanden zwanger was. Disciplinering streefden de gereformeerden dus wel na maar een ideologie op het terrein van zedelijkheid of huwelijk ontbrak nog.

Sodomie en seksualiteit in de Nederlandse samenleving en in Europees perspectief

Sodomie was in Nederland in de 17e eeuw een verschijnsel dat vele mensen kenden maar waaraan ze zelden speciale aandacht gaven. Opvattingen of uitspraken van gewone mensen over sodomie zijn heel schaars. Jacobus viverius schreef een bundel vertellingen ‘De wintersche avonden’, die in de 16e eeuw erg populair was, waarin verschillende zonden en misdrijven uit het leven aan de kaak werden gesteld. Het vrijmoedige karakter van de Nederlandse samenleving tijdens de Gouden Eeuw blijkt overduidelijk uit de schilderskunst.

Huygens en Luyken

Ook het vele literaire werk van bijvoorbeeld Huygens en Luyken, die mensen uit de 19e en 20e eeuw als pornografie beschouwen. In de 16e eeuw werd sodomie gelijk gesteld met hekserij en toverij. Buiten de landsgrenzen van de nederlandse republiek waren de vervolging op die groep zeer heftig. Iemand die van hekserij werd beschuldigd werd ook voor sodomie beschuldigd. Deze ontwikkeling heeft men in Nederland snel overgenomen. Dat het aantal sodomieprocessen toch aanzienlijk minder was dan inde buurlanden heeft weer te maken met de Nederlandse sociale openheid en tolerantie. De Gouden Eeuw vertoont enkele belangrijke verschillen ten opzichte van de Late Middeleeuwen. Zowel voor de overheid als voor het individu traden er veranderingen op. Dankzij de boekdrukkunst kon het justitiele en gerechterlijke apparaat zich goed op de hoogte stellen van de strafbaarheid van de soorten sodomie. Dat de Nederlandse samenleving zo weinig geinteresseerd was in sodomie, valt te verklaren uit de hoge economische en culturele ontwikkeling. Men was tevreden genoeg om geen zondebokken te hoeven zoeken.

Willem de Derde een homoseksueel op de troon

Wiilem de Derde was een van de machtigste en rijkste mannen van Europa in zijn tijd. In de publike opinie had men niet allen oog voor zijn macht en rijkdom maar nog meer voor zijn raadselachtige seksuele persoonlijkheid. ls we de voorgeslachten terugvolgen zien we dat er tot prins Willem de Eerste sterke seksuele behoeften in de genen zaten. Willem de Eerste trouwde viermaal waaruit maar liefst vijftien kinderen voortkwamen. Tussen zijn huwelijken door verwekte hij zelfs nog enkele onwettige kinderen.

Het seksuele erfgoed van Willem de Derde van moederskant

Willem de Derde had verschillende voorouders en verwanten van moederskant van wie het seksuele gedrag veel opvallender is dan dat van de drie generaties Oranjes voor hem. Als seksuele instelling, geaardheid en richting erfelijk zijn, valt moeilijk uit te maken welke inhoud deze eigenschappen bij Willem de Derde hadden. Hij kon gezien zijn voorvaderen van zijn vaders kant een man worden met een sterke belangstelling voor vrouwen. Het erfgoed van moederskant toont verschillende seksuele patronen. Seks met een man en daarna met een vrouw (Karel 1), een combinatie van een lange reeks mannen met vrouwen(Jacobus 1, Lodewijk de ) De broer van Lodeijk, Philips van Orleans was de bekendste sodomiet en travestiet uit de geschiedenis van Frankrijk.

Het geheim van het binnenhof en Kensingtonplace

Tijdens het leven van Willem de Derde deden vele geruchten de ronde dat de stadhouder dodomie bedreef met enkele soms met name genoemde mannen aan zijn hof. Verschillende hitorice hebben zich verdiept in het leven van Willem de Derde maar kwamen niet bepaald tot een conreet bewijs van sodomie of homoseksualiteit.

Willem de Derde zijn vrouwen en vrienden

Willem trouwde in 1677 in London in St.James Palace met zijn nicht Maria Stuart, de dochter van de hertog van York.
Het was opvallende dat Willem en Maria geen kinderen krgen want de vruchtbaarheid en de seksuele driften van de Oranjes en de Stuarts lagen ver boven het gemiddelde. Kinderloosheid onder vorsten was In Europa zo en zo uitzonderlijk. Vaak was het heel duidelijk waarom men kinderloos bleef. Bij Willem en Maria was het juist minder duidelijk. Aan zijn interesse voor vrouwen zal het waarschijnlijk niet gelegen hebben want hij hield er buiten zijn huwelijk nog nog enkele relaties op na.

Bex van de Kastelanij

In 1678 kwam er een keerpunt. Willem leerde een dochter kennen van herbergier Bex van de Kastelanij uit Den Haag. Of Willem met haar een relatie heeft gehad is onduidelijk. Maar degene die het meisje had laten komen, Bentinck, viel nog meer bij Willem in de gunst. Met verschillende mannen onderhield Willem een hechte band. Enkele van hen waren goede vrienden. In de verschillende brieven die Willem geschrven heeft aan vrienden en adel, is vaak een intieme toon te ontdekken. Hij eindigde zijn brieven ook vaak met ‘ik zal eeuwig de uwe zijn’ Uit de verschillen in intensiteit blijkt al duidelijk dat de onderschriften een persoonlijk karakter droegen. Aan de personen met wie Willem op zo’n vertrouwelijk voet stond, vallen enkele overeenkomsten op. Alle vrienden stonden aan de top van het militaire, diplomatieke of politieke leven.

De zilveren vriendschap van Willem de Derde en Bentinck

Niemand heeft de relaties die Willem had met militairen, politieke, of diplomatieke heren, ooit verdacht gevonden. Dat deed men wel bij Hans Willem Bentinck. Beiden waren al als jeugdvrienden vaak met elkaar te zien. Toen Willem de pokken kreeg werd hij verzorgd door Bentinck. Bentinck werd betrokken bij de vele veldtochten van Willem en groeide door tot sergeant-majoor-generaal. De jarenlange besloten stille vriendschap was voorbij. Hun relatie stond nu volop in de publieke opinie.

Willems sodomie in de publieke opinie Oude vriendschap nieuwe liefde

In de directe omgeving van de stadhouder-koning zijn de geluiden over sodomie uiterst schaars. Zelfs de vijanden die hij had beschuldigden hem er niet van. Pas in 1689 kwamen de geruchten op gang. De herogin van Orleans wist te vertellen dat de koning andere neigingen had. In de publieke opinie werd Willem kort na zijn kroning voor het eerst in de ‘Coronation Ballad’ van sodomie beschuldigd. De verdenking dat de koning sodomie pleegde groeide in de jaren ’90. De aanvallen op het hof werden scherper en men bedreef satire in toneelstukken. Het liep zelfs zo uit de hand dat zelfs zijn vriend Bentick er over begon te klagen.

Arnold Joost van Keppel

In de jaren ’90 werd de positie van Bentinck bedreigd door een andere gunsteling. Dat was Arnold Joost van Keppel. Huygens, de secretaris van de koning, noteerde hoe de verhouding tussen de oude en nieuwe vriend zich ontwikkelde. De dood van de koningin betekende een keerpunt in de betrekkingen tussen Willem en de drie mensen met wie hij, volgens de publieke opinie, seksuele contacten onderhield. Na Maria’s overlijden was het niet meer nodig de schijn op te houden. De min of meer officele maitresse Betty Villiers kreeg toen ontslag. Bij de verbouwing van Kensington Palace werd het appartement van Keppel voorzien van een toegangsdeur tot de koninklijke vertrekken. Keppel was er overigens op uit om uitsluitend sodomie te plegen met edelen. De geruchten over de homoseksuele relatie die er tussen de koning en Bentinck zou bestaan waren uitsluitende in Engels satitische literatuur te vinden. De rivaliteit tussen Bentinck en Keppel duurde nog steeds voort. Keppel vormde al snel een bedreiging voor Bentinck en steeg verder in de gunst van de koning.

Vriendschap op een afstand

De graaf van Portland (Bentinck) kreeg de opdracht om te onderhandelen over de vrede met Frankrijk i.v.m de Negenjarige Oorlog. De briefwisseling die toen ontstond geven blijk van uitermate veel hartstocht tussen deze twee mannen. Ondertussen kreeg Keppel de aandacht van de koning. Toen Portland dat kwam te weten maakte hij, na 36 jaar, definitief een einde aan zijn relatie met de koning. Willem de Derde leefde in een tijd waarin men veel op seksueel gebied accepteerde.

Een keerpunt in de geruchten rond de homoseksualiteit van de koning kwam tijdens de verhouding met Keppel. In de laatste levensjaren waren de homoseksuele trekken van Willem veel uitgesprokener dan in elke periode daarvoor. Willem de Derde zou hierdoor de eerste man zijn aan wie een homoseksuele geaardheid mag worden toegeschreven.Het absolute bewijs daarvoor ontbreekt nog maar volgens de schrijver laat nauwelijks enige twijfel over deze uitspraak.

Overheid en samenleving

Homoseksuele handelingen voor de rechters en andere autoriteiten

Omstreeks 1680 kwam er een klein keerpunt in de aanpak van sodomie door de rechters. Het werd duidelijk dat de overheid zich nog niet bewust was van het begrip ‘gender’ (de seksuele rol die een man of vrouw hoort te spelen). In de sodomiezaken dat de rechterlijke macht behandelde valt in 1680-1729 een belangrijke verandering te constateren. Voorheen werd sodomie als een bijkomend misdrijf gezien, naast de hoofddelicten verkrachting, geweld, travestie of het spotten met het huwelijk. Maar nu waren de homoseksuele handelingen opzichzelf voldoende grond om een proces te voeren. Na jarenlange pressie van de gereformeerde autoriteiten werd er door de Staten van Holland een plakkaat uitgevaardigd waarin ontsporingen op gebied harder aangepakt werden. Daarin stonden bepalingen tegen incest, overspel, hoererij en concubinaat, maar niet tegen onnatuurlijke ontucht en sodomie.

Sodomieten en hun omgeving en de verlokkingen van het groen

Het is hoogst waarschijnlijk dat de samenleving tamelijk tolerant stond tegenover het bedrijven van seks met leden van hetzelfde geslacht. Velen wisten wat het verschijnsel inhield, verschillende mannen kregen handtastelijkheden van jagende sodomieten te verduren maar slechts een enkeling vond het nodig de schout over deze zware misdrijven in te lichten.

Midden in de stad was vaak voldoende groen om bijna zonder kans op ontdekking seksuele handelingen te plegen. Het voorhout en de Vijverberg in Den Haag golden als een uitstekende plaats. Als de schemering was gevallen was het jachtterein geworden van mensen die op seks uit waren. Om tien uur ’s avonds kwam er een eind aan de seksuele uitspattingen. Het gebied van Voorhout en Vijverberg werd weer een keurige plaats. Misschien gingen de homoseksuele activiteiten wel door in het evenzo populaire Haagse Bos.

Sodomieten in kerk en herberg

Naast de de functies van preken, orgelconcerten, begrafenissen en zingen in de kerk, was de kerk zelfs een ontmoetingsplaats voor mensen die naar seks op zoek waren. In de St.Pieterskerk in leiden tippelden tussen de deuren onder het orgel vrouwen op zoek naar klanten. De afgezonderde grote ruimtes gaven bovendien de mogelijkheid om direct tot de daad over te gaan. Sodomieten waren eveneens actief in het kerkgebouw. Ook de Domtoren in Utrecht was een plaats voor actieve mannen die uit waren op seks met andere mannen. Andere plaatsen zoals de openbare toiletten hadden de voorkeur, en zelfs stallen en koetshuizen waren geliefde plekken.Om contact te krijgen moest men met zijn voet op de voet van de ander trappen. Als die dan met hetzelfde gebaar terug antwoorde, was de betrokkene iemand die seksueel contact zocht. Ook kon men elkaar herkennen door een bepaald geluid te maken.

Herberg

Omstreeks 1715 werd in Den Haag de eerste herberg bekend waar men terecht kon voor zijn seksuele lusten te blussen. De bekendste sodomitische herberg stond Amsterdam. Ook in Utrecht kon men in de jaren twintig van de 18e eeuw terecht in verschillende herbergen. Ook in andere gewestelijke hoofdsteden bestonden herbergen waar sodomie werd gepleegd, zoals Groningen, Zwolle en ook Kampen aan de Ijsel. Behalve herbergen waar sodomie gepleegd werd waren er ook particuliere huizen waar men een kamer kon huren. Beide gelegenheden waren commercieel. Het grote verschil was dat in herbergen ook mensen kwamen die geen sodomiet waren. Het voordeel van een particuliere gelegenheid was de mindere kans op ontdekking. De samenleving stond betrekkelijk tolerant tegenover homoseksuele handelingen. De mannen die seks hadden met geslachtsgenoten werd geen onmannelijkheid verweten. Sodomie was een vorm van seksueel gedrag dat niet afweek van wat men normaal zou kunnen achten. Dat een vrouw met een man of met een geslachtsgenoot naar bed ging, vormde noch voor de overheid, noch voor de samenleving een probleem. De zin en rede voor strafvervolging lijkt in deze periode ijgenlijk verdwenen te zijn. Bij het homoseksueel gedrag valt het accent op de activiteiten buitenshuis en in het openbaar.

Sodomie als een aparte groep (1680-1729)

Het is misschien beter dat we twee kenmerken aan de subcultuur toevoegen n.l gevoel van identiteit en het regelmatig deelnemen aan activiteiten van de groep. Dat schept immers een band tussen de leden die hen ervan overtuigd dat zij een cultuur bezitten met eigen trekken. We spreken dan eigenlijk over een tegencultuur. Groepen waarvan de leden een doel hebben di ein strijd is met algemeen gangbare doeleinden. Plummer gaf de volgende omschrijving van een subcultuur: ‘een levensstijl met gemeenschappelijke normen en waarden die sterk verschillen van die van een dominante cultuur’. Hij onderscheidde twee soorten van homoseksuele subculturen, een openbare en een privevorm. De privegroep is uiteraard moeilijker dan de openbare vorm te bestuderen. Uit verschillende bronnen blijkt dat sodomieten netwerken vormden. In Zwolle ontstonden zelfs masturbatieclubjes. In Leeuwarden bestond het gebruik om elkaar familie te noemen. Met die uitdrukking leide verder om iemand ‘nicht’ te noemen. Deze aanduiding was niet algemeen bekend en werd in 1730 voor het Hof van Friesland uitgelegd als ‘soodanige personen, welke onder haer geselschap behoorden en met malkanderen de bekende vuiligheden quamen te bedrijven’ Het is opvallend dat sodomieten zich baseerden op termen en vormen die in de samenleving gangbaar waren. Mogelijk zit hiet echter iets spottends in.

Een homoseksuele identiteit voor 1730

Weinig mannen in de periode voor 1730 hebben zich in de processtukken uitgelaten over hun seksuele gevoelens. Volgens geen van hen is een ‘coming out’ verhaal bekend. Persoonlijke uitingen over vrijen met mannen of vrouwen zijn in deze periode uiterst schaars. De eerste man die zich min of meer duidelijk uitsprak was de Leidse schout Jacobus Herreijn. Hij verklaarde in 1684 meer vermaak te hebben met het ‘uitwerpen van sijn natuit’ door geslachtsgenoten dan in het ‘caresseren’van zijn vrouw. Deze woorden lijken enigszins op het formuleren van een homoseksuele identiteit.

Sodomitische heren en knechten Homoseksuele contacten variaties en partners

Een klassieke relatie waarin sodomie gepleegd kon worden, was die tussen een heer en zijn mannelijke werknemer. Het in dienst hebben van een knecht betekende, in ieder geval in de periode voor 1680, dat de werkgever, als hij dat wilde, ook seksuele diensten mocht vergen van zijn ondergeschikte. Het zoeken naar geschikte partners gebeurde soms via bemiddelaars. Voor velen was het risico te worden herkend van weinig belang. Dat de mogelijkheden om een partner te vinden op straat lagen was voor sommigen al vroeg duidelijk geworden. Van de verschilleden vormen van seks is echter meer bekend dan van het begin van de homoseksuele loopbaan. Dat de sodomieten weinig aandacht besteden aan het voorspel is wel te verwachten, gezien de plaatsen waar de mannen seks hadden en de korte tijd waarover zij beschikten. Vele sodomieten uit de periode 1680-1729 maakten gebruik van meer dan een seksuele techniek. Men had dus geen voorkeur voor een speciale handelingen, sommigen waren echter wel geinteresseerd in een bepaald soort partner. Uit de vele uitspraken van vonnissen kunnen we de conclussie trekken dat sodomieten‘gewoon’ uit waren op seks en pakten daarbij iedere man die hetzelfde najoeg. Leeftijd maakte geen verschil. Men kocht en verkocht zich op de seksmarkt, jong en oud, rijk of arm, regent of pandjesbaas.

Verwantschap en huwelijk van sodomieten

Sodomieten uit de periode 1680-1729 kunnen bepaalde kenmerken hebben gehad die andere mannen niet in die mate bezaten. Uit demografische gegevens blijkt dat verschillende sodomieten nauwe verwanten van elkaar waren. Sommigen waren getrouwd maar dat hield hen niet van sodomie af. Misschien zagen ze geen principieel verschil tussen seks met een man of met hun eigen vrouw. Als dit het geval is, bestond dus ook tussen de betrokkenen zelf, net als bij samenleving en overheid, nog geen begrip van gender. Voor sommige sodomieten lijkt het huwelijk de functie te hebben gehad om een relatie te kunnen of te blijven onderhouden met een andere man.

Sodomieten als doorsnee van de samenleving en de sodomitische woordenschat

De mannen die zich in de periode 1680-1729 in Nederland overgaven aan homoseksuele activiteiten kwamen uit alle lagen van de bevolking. De meeste sodomieten waren echter minder welgesteld of hadden geen vermogen.

Sodomieten gebruikten codes om soortgenoten te herkennen, maar uit de verscheidenheid van vormen van deze rituelen blijkt dat ze tamelijk recent van oorsprong waren.Hetzelfde valt bij de woordenschat te constateren. De mannen gebruikten termen die alleen voor hen betekenis hadden. Opvallend was dat ze geen speciale woorden voor hun geslachtsorganen haddn die in hun leven toch zo’n belangrijke rol speelden. Woorden als ‘neef, nicht, vlaggeman of een liefhebber’ Al deze termen, en nog veel meer, waren vrij algemeen en men kon in het hele land aardig aangeven waar hij precies op uit was.

Keerpunt

Tijdens de periode 1680-1729 ontstond een keerpunt. Toen ontstond langzamerhand uit een oude, Middeleeuwse samenleving een nieuwe, moderne maatschappij. Ook de Amerikaanse historicus Randolph Trumbach die de veranderingen in homoseksueel gedrag tussen 1100 en 1990 schetsmatig maar stimulerend aan de orde stelde, zag een omslag optredentijdens de overgang van de zeventiende naar de achtiende eeuw. Het huwelijk was in de zeventiende eeuw nog slecht afgebakend. Pas in de achtiende eeuw wer d het huwelijk goed afgebakend en verdwenen vragen en problemen over de trouwbelofes, geheime verbintenissen, en de gronden om een huwelijk te beeindigen. De sodomieten werden dus gedwongen om nieuwe plaatsen en routes te zoeken, codes te ontwikkelen en ook in woord duidelijk te maken waar ze op uit waren. Het is onjuist de sodomieten uit de periode 1680-1729 als een aparte groep te beschouwen met duidelijk afgebakende trekken. De mannen en enkele vrouwenin deze jaren vormden geen alternatieve cultuur want zij stonden met beide benen in de samenleving. Ook nu zijn voorbeelden te vinden waarbij hechte relaties geen exclusiviteit hoeven in te houden. Maar van de ‘homohuwelijken’van de jaren ’90 in de twintigste eeuw, is in de periode 1680-1729 geen spoor te vinden.

Waar gaat de wissel om

De Middeleeuwen geven ons waardevolle feiten die ons een beeld geven van de ontwikkeling van homofilie in Nederland. Feiten die zelfs op een Harry Potter-achtige wijze weerspiegelen dat de geschiedenis zich gaat herhalen. De 21e eeuw is een mix van ongeremde sexualiteit, toverij en afgoderij. Als vertrekpunt gebruikt de schrijver de Donkere Middeleeuwen. Het was een tijdperk waarin alles kon en mocht. De schrijver noemt dan ook enkele lugubere seksuele delicten die gepleegd zijn in die tijd. Maar de Middeleeuwen was ook een periode waarin langzamerhand een wissel getrokken werd, en een einde begon te komen aan vele vrije seksuele relaties. Ik denk aan de Reformatie die mijns inziens ook, of misschien wel de belangrijkste wissel getrokken heeft, waaraan de reformatoren Hus, Wyclif, Luther en Calvijn nog het hardst getrokken hebben. Mijns inziens is de beschrijving van de feiten in het boek het resultaat van lang en secuur onderzoek. Toch is er een belangrijk punt wat de schrijver in twijfel trekt maar wel fundamenteel is voor het Middeleeuwse en moderne strafrecht. De strafbare feiten worden sodomie genoemd. Een verwijzing naar Sodom en Gomarra uit de bijbel. Men zag dat in die tijd als benaming voor vrije seksuele handelingen met elkaar en met dieren.

Bijbel

De Middeleeuwen was een tijd, hoe donker die ook geweest mocht zijn, die nieuw licht liet schijnen op het seksuele gedrag. Het waren dezelfde Middeleeuwen waarin mensen regels gingen opstellen die van fundamenteel belang waren voor de sociale hygiene en de veiligheid voor de maatschappij als geheel. Het is niet alleen opvallend dat overtreding van die regels zwaar werd gestraft met de doodstraf maar ook dat die regels gebasseerd zijn op bijbelse normen en waarden. Men wijst voornamelijk op de verwoesting van Sodom en Gomorra. De schrijver bagatelliseert de misdrijven die in Sodom zouden hebben afgespeeld. Volgens hem is het ‘een ten onrecht geuit idee’ dat de bewoners van Sodom zich aan anale seks hebben schuldig gemaakt.

Heer en knecht

Wat betreft de erfenis van het Middeleeuwse strafrecht omtrent de gedachte van het ‘tegennatuurlijke’ is in onze 21e eeuw weinig staande gebleven. Men verwijst slechts een enkele keer naar de zonde van Sodom, laat staan dat het moderne strafrecht fundamenteel bijbels is. Tweede bijzondere ontwikkeling vind ik dat homofilie tot zelfs in het koningshuis doordringd. Willem de Derde werd er van verdacht dat hij homoseksuele relaties onderhield met edelen. Niet langer was sodomie een ‘relatie’ tussen heer en knecht of tussen mens en dier. Willem de Derde werd een voorbeeld van de overgang van het oude type sodomiet naar het nieuwe type homoseksueel. Ten derde kan ik concluderen dat er een evenwichtsstrijd aan de gang was. Enerzijds is er de groeiende behoefte van de sodomieten om zich meer over de homoseksuele identiteit uit te spreken (coming out), anderzijds is er de groeiende juridische nieuwsgierigheid van de overheid die kennis over het homoseksule gedrag wil vastleggen. Er kwamen in de tijd veel gegevens bij elkaar en daarop volgden al snel de eerste voorlichtingsboekjes. Er kwamen zelfs omscholings mogelijkheden i.p.v gevangenisstraffen. Het begrip tolerantie was geboren. Wat opvalt is dat in de 21e eeuw weer een vurig verlangen is ontstaan om naar de Middeleeuwen terug te keren. Terug naar de troubadours en de hoofse liefde enerzijds en de platvloersheden van een Germaanse traditie anderzijds. Een toevallige contast van heer en knecht?

Overheid en vervolging

De strafbaarheid van sodomitische delicten werd vooral door theologen, vanuit de Rooms Katholieke visie van het natuurrecht beschreven en strafbaar geacht. Al snel daarna nam de overheid deze visie over en nam de behandeling van dergelijke misdrijven ook over. Na het eerste sodomitische proces kwamen nieuwe ontwikkelingen op gang. Deze nieuwe ontwikkelingen kwamen voornamelijk vanuit het Romeinse recht via Vlaamse juristen in ons land. Het aantal processen in die periode was heel klein. De reden daarvan was waarschjnlijk dat de bevolking geen behoefte had om dergelijke misdrijven aan te geven. Het eerder genoemde tolerantiebeleid was hier van toepassing. Op dat moment was men zich nog niet bewust dat homoseksuele handelingen en verhoudingen strafbaar waren. Het was wel strafbaar als men de ‘grondrechten’ van elkaar schond. Het aantasten van eigendom, door een koe te misbruiken, of van de rechten van een vader, door anaal contact met diens minderjarige zoon te plegen, lijken meer van doorslaggevend belang te zijn geweest voor het aanklagen.

Gouden eeuw

In Nederland heerste in de Vroege Moderne Tijd (De Gouden Eeuw) een hoogconjunctuur. Sociaal en economisch ging het Nederland voor de wind. Denk aan de V.O.C die verschillende continenten onder haar bewind had en een levendige handel ontstond. Ook het gezag van de overheid nam een passieve houding aan op het vervolgingsbeleid van sodomieten. In de 18e eeuw valt het op dat er een steeds zorgvuldiger juridische uitspraak komt. Ook de schout moet steeds meer bewijzen aanvoeren voordat hij over kan gaan tot het dagen van de verdachten. Ook aan het ‘halfbewijs’ dat nodig was om over te gaan tot martelings praktijken werden hoge eisen gesteld. Slechts in een aantal vonnissen hanteerde men de Middeleeuwse traditie nog steeds.

Samenleving

Bij het wel of niet berechten van sodomieten had de samenleving een grote betekenis. Vaak zelfs van doorslaggevende betekenis bij de uitspraak van de vonnissen. Opvallend is dat de samenleving vrij tolerant was tegenover sodomieten. De kerk had welliswaar in de 16e eeuw al wel aan een verscherping van de aanpak van zedelijke zonden gewerkt maar dat offensief verslapte al weer snel. De kerk ging zich meer op andere zonden richten en sodomie kreeg minder of helemaal geen aandacht meer. In de 17e eeuw en begin 18e eeuw vormden sodomieten zowel op demografisch gebied zowel op religieus gebied een goede doorsnee van de Nederlandse samenleving. De meeste waren getrouwd en hadden kinderen. In de loop van de 18e eeuw kwam daar echter wel enige verandering in. Een belangrijke verandering vond plaats op het gebied van het huwelijk en het gezin. De kerk ging het huwelijk bevestigen en inzegenen. Er kwam een afbakening op gang ten opzichte van verloving en trouwbelofte.

Afbakening

Het werd langzaam duidelijk dat sodomieten een ander slag mensen waren. Hier zien we een wissel naar een subcultuur van homosexueel gedrag en identiteit. Langzaam groeide de gedachte bij sodomieten dat men niet alleen hetzelfde geslacht koos voor de bevrediging van hun seksuele behoeftes en dat men daarvoor plaatsen bezocht die zich vaak buitenshuis bevonden, maar dat zij zelf een apart soort mensen vormden. De veranderingen vallen ongetwijfeld samen met het gedachtegoed van de verlichting. In deze tijd stonden huwelijk, gezin en opvoeding centraal, onderwerpen die op zich zelf zeker niet nieuw waren in de cultuur. Maar in tegenstelling tot vroeger kregen zij een ideologische lading, en werden zij in de sfeer getrokken van normen en waarden waar men aan had te voldoen. Door de processen en het groeiende identiteitsbesef bij sodomieten was voor de samenleving het bestaan van deze groep duidelijk geworden en duidelijk afgekaderd. In de loop van de 19e eeuw begonnen artsen en juristen steeds meer de homoseksuele handelingen en het gedrag te beschrijven. Het boek geeft voor degene die geintereseerd is in de historie van homoseksualiteit in Nederland een beter zicht op het gedrag en strafbaarheid. Het gedrag wat men geen duidelijk kader kon geven is toen tot ontwikkeling gekomen. De strafmaat lag grotendeels aan de normen en waarden van de rechter.
© 2009 - 2019 Hessel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Homo-, hetero- en biseksualiteitIn tegenstelling tot vele dieren, vallen de meeste mensen op de wereld op mensen van het andere geslacht, maar er zijn o…
Seksuele voorkeur van jongens wordt in baarmoeder bepaaldHoe meer oudere broers een jongen heeft, hoe groter de kans wordt dat hij homoseksueel is. Dat beweren Canadese onderzoe…
Lichamelijke manifestatie van het homo-gen?Lichamelijke manifestatie van het homo-gen?Hoe het precies zit met homoseksualiteit en onze genen weten onderzoekers niet, toch blijkt uit meerdere onderzoeken ste…
Homoseksualiteit bij dierenHomoseksualiteit blijkt doodnormaal in de dierenwereld, seksuele selectie of niet. 'We kennen al meer dan 1.500 soorten…
Trouwen als lesbisch stel in NederlandTrouwen als lesbisch stel in NederlandSinds 1 april 2001 kunnen twee vrouwen of twee mannen legaal voor de wet trouwen in Nederland. Hiermee is Nederland het…
Bronnen en referenties
  • Riskante Relaties. D.J. Noordam. 1ste druk ISBN10 906550513X ISBN13 9789065505132

Reageer op het artikel "Boekverslag Vijf eeuwen homoseksualiteit in Nederland"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Hessel
Laatste update: 11-04-2018
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Samenvattingen
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!