Een werkstuk over de nijlsnoek

De tapirvis is een van de bekendste van de circa 100 soorten olifantsvissen die in Afrika leven. Olifantsvissen hebben electrische organen in hun achterlijf warmee ze zwakke electrische signalen produceren die ze kunnen gebruiken om zich in het donker te oriënteren en met soortgenoten te communiceren.

Natuurlijke omgeving

De nijlsnoek leeft in zoet water in meren en in rivieren in tropisch Afrika. In de rivier de Nijl (daarom heet hij ook de nijlsnoek) en in de landen Tsjaad en de Niger. Hij leeft in zijn eentje en bewaakt daarom zijn territorium ook goed. Hij heeft zich heel erg aangepast aan de bodem van de moerassen. Daarom is hij bijna helemaal zwart. Verder kon ik geen informatie vinden over de grote nijlsnoek. Dus ging ik naar het geslacht maar daar kon ik niet echt mee verder omdat het maar één soort heeft en dat is de grote nijlsnoek. Ik moest dus wel naar de familie. De orde van de grote nijlsnoek zijn de nijlsnoekachtige (mormyiformes). Nijlsnoekachtige wonen bijna in heel Afrika. Alleen niet in de Sahara en een stukje van het zuiden. Veel van deze nijlsnoekachtige leven niet in hun eentje maar in groepen. In Blijdorp leeft de grote nijlsnoek ook maar ik vind dat hij best in een kleine aquarium leeft.

Voedsel en voedselzoekgedrag

de grote nijlsnoek eet vissen en garnalen. Als hij naar voedsel gaat zoeken doet hij dat meestal in de nacht. Het water is dan heel donker en het water is daar ook niet zo schoon. Maar daar heeft de grote nijlsnoek iets voor. Hij heeft namelijk elektrische organen. Met deze elektrische organen kan hij geen dieren verlammen zoals de sidderaal, siddermeerval en de sidderrog, omdat ze daar te zwak voor zijn. Daarom gebruikt hij het ongeveer als radar. Dat is wel nodig omdat zijn ogen niet al te goed zijn. Er is een keer iemand geweest die aan een nijlsnoek voelde en die voelde zachte stroomschotjes. De meeste nijlsnoekachtige hebben vier elektrische organen. De grote nijlsnoek heeft er zelfs acht. De grote nijlsnoek laat telkens stroomschotjes uit waardoor er na een tijdje een elektriciteitsveld om de grote nijlsnoek komt. Als hier een vis door heen zwemt voelt de grote nijlsnoek dat door speciale ontvangertjes in zijn lichaam. Zo kan hij precies weten waar de prooi is en kan hij hem vangen in het donker.

Voorplanting en voortplantingsgedrag

De grote nijlsnoek legt zo’n tweeduizend eieren. Hij legt zijn nest aan in het gras, onder water. Hij bewaakt deze eieren ook goed. Zijn elektrische veld wordt ook wat groter in het paarseizoen. Dat komt doordat de nijlsnoeken elkaar dan kunnen vinden in het troebele water van de Nijl, om te paren. Deze elektrische organen zijn ook bedoeld om voedsel te kunnen vinden en zijn territorium af te bakenen.

Het uiterlijk

De grote nijlsnoek is voor het grootste gedeelte zwart. Hij is bovenop zijn lijf zwart en aan de onderkant wordt hij steeds witter. Daartussen is die dus een beetje grijs. Hij heeft kleine ogen waarmee hij niet zoveel kan zien. Daar heeft hij iets anders voor. Want de grote nijlsnoek heeft elektrische organen. Deze zit als volgt in elkaar. Bij de grote nijlsnoek zitten er acht elektrische organen in zijn lijf. Andere nijlsnoekenachtigen hebben er maar vier. De huid rond deze elektrische organen is extra dik. De elektrische organen zitten op een ingewikkelde manier aan het zenuwstelsel vast, met speciale buisjes en plaatjes. Deze elektrische organen kunnen heel de tijd zwakke schokjes uitzenden die heel kort van duur zijn. Elke soort nijlsnoek heeft zijn eigen frequentie (het aantal elektrische schokjes per seconde). De lange nijlsnoek zendt er honderd per seconde uit. De grote nijlsnoek zendt er tweehonderdvijftig tot driehonderd uit. De schokken zijn helemaal niet zo sterk niet meer dan twee volt (dat is ongeveer honderdtwintig keer zo weinig als het stroom dat uit het stopcontact komt). De nijlsnoek omringt zichzelf met een elektrisch veld en als er een prooi doorheen zwemt, merkt de nijlsnoek dat met ontvangertjes in zijn huid. Zo kan de nijlsnoek zijn prooi vinden en vangen. De nijlsnoek is aalvormig, en heeft een draadvormige staartpunt zonder vin. Hij heeft ook geen aarsvinnen en buikvinnen. De borstvin werd in loop der jaren ook steeds kleiner en slapper. Alleen de rugvin is erg sterk, deze vin loopt over heel zijn rug. Hiermee beweegt hij zich ook voort. Zijn schubben zijn klein maar er zijn er heel veel van. Zijn kop wordt verlengd door zijn snuit. In zijn grote bek heeft hij veel kegelvormige tanden. De grote nijlsnoek heeft grote kieuwopeningen. De grote nijlsnoek heeft de minste hersens van de nijlsnoekachtigen. Bij andere nijlsnoeken is dit groter. Zij bestaan voor een vijftigste deel uit hersens. De vis heeft ook longen waardoor de vis als hij buiten het water belandt door kan leven. Hij ademt dan met zijn longen. De grote nijlsnoek kan ongeveer veertien jaar worden. Honderdzeventig centimeter lang en kan achttien en een halve kilo wegen. De grote nijlsnoek is een rare vis met rare gewoontes.
© 2008 - 2012 Maxwell, gepubliceerd in Werkstuk (Educatie en School) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Maxwell is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Hoe maak je een werkstuk? Een werkstuk te maken is heel erg eenvoudig, als je wilt weten hoe dat moet lees dan verder. Zi…
Een werkstuk over Tapirs Tapirs (Tapiridae) zijn familie van de onevenhoevigen, en komen tegenwoordig alleen nog maar voo…
Een werkstuk maken Veel mensen hebben een probleem met het maken van een werkstuk. Een werkstuk is een verkorte maar doch…
Over de octopus De octopus is van de orde Octopoda en van de klasse Cephalopoda. Ze kunnen van kleur veranderen en hun li…
Collage maken, knutselen met papier Een collage kun je zelf thuis maken. Het is een eenvoudige techniek waar je schittere…

Reageer op het artikel "Een werkstuk over de nijlsnoek"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Maxwell
Rubriek: Educatie en School / Werkstuk
Schrijf mee!