Werkstuk en Vrouwen

Waarom volgen in Finland meer vrouwen een bèta/technische-op

In 2000 formuleerden de Europese landen de Lissabondoelstellingen, met als doel Europa in 2010 de meest concurrerende kenniseconomie ter wereld te maken. Met oog op de vergrijzing, de groeiende kenniseconomie en de toenemende concurrentie vanuit de ‘emerging markets’ (Azië, Latijns-Amerika en Centraal- en Oost-Europa) is het noodzakelijk dat het kennis- en innovatiepeil in alle landen hoog is. Kenniswerkers zijn daarom hard nodig.


Vooral opleidingen in de bètasector spelen hierbij een belangrijke rol. Nederland loopt qua hoeveelheid bètastudenten al achter, maar zonder kenniswerkers zal ook onze innovatie achterlopen. Ons land zal in actie moeten komen om hier iets aan te doen: dit kan onder andere door te kijken naar benchmarklanden (landen die het beter doen dan zijzelf). Nu blijkt dat er in Nederland relatief weinig vrouwen een hoger beroepsopleiding volgen in de bèta/technische sfeer vergeleken met Finland. Dit lijkt een punt te zijn waarop Nederland nog wat kan leren. Wat doet Finland op dit gebied anders dan Nederland?

Hoofdvraag:

Waarom volgen in Finland meer vrouwen een bèta/technische-opleiding op tertiair niveau dan in Nederland?

We gaan hierbij kijken naar de volgende relevant aspecten:
  • Verschillen in geschiedenis en cultuur
  • Verschillen in beleid en onderwijs

Poldermodel vs economische vernieuwing

Eind jaren ’80 en begin van de negentiger jaren heerste er in Finland een grote economische depressie, onder andere door het instorten van (handelspartner) de Sovjet-Unie. Er werd besloten om het roer compleet om te gooien om het land staande te houden. Finland zette een plan op; het plan van economische vernieuwing. Investeringen in onderwijs, onderzoek en nieuwe technologie waren hier de belangrijkste punten van. Finland heeft er dus bewust voor gekozen om in de jaren ’80 al over te stappen naar een kenniseconomie , en stelde om dit te bereiken een innovatieplatform (1987) in. De Finse bevolking is inmiddels erg hoog opgeleid, het onderwijs is het beste ter wereld en er wordt meer geld gestoken in innovatie dan ooit tevoren. Ook de economische groei van Finland is een van de hoogste in Europa.

Nederland heeft in haar recessie begin jaren ‘80 een totaal andere keuze gemaakt om zich te redden. De overheid koos voor loonmatiging (in ruil voor arbeidsverkorting) en lastenverlichting via het Akkoord van Wassenaar (1982). Mede door de arbeidstijdverkorting daalde de werkloosheid. Nederland staat al jaren bekend om haar poldermodel: compromissen sluiten in plaats van één duidelijke keuze maken. De kracht van het Finse model is dat het zich op een afgebakend gebied richt. In Finland staat technologie op de eerste plaats. Finland is al jaren een innovatie-economie, terwijl Nederland nog onderweg is naar dit stadium. Nederland en Finland voeren dus al decennia lang een ander economisch beleid.

Werkende Finse vrouw vs Nederlandse huisvrouw

Een ander verschil in geschiedenis tussen beide landen is, dat in Finland het een gewoonte is dat ook de vrouwen fulltime werken. Deze mentaliteit is ontstaan door een combinatie van hoge belastingen, en de agrarische oorspong van Finland. Omdat het sociale zekerheidsstelsel in Finland zeer uitgebreid is, moeten de burgers veel belasting betalen. Hierdoor zijn zowel man als vrouw genoodzaakt om beide aan het werk te zijn, met als gevolg dat Finse vrouwen een actieve mentaliteit hebben. Gevolg hiervan is dat de kinderopvang in Finland goed moest worden geregeld; moeder had geen tijd om veel thuis te zijn. Kinderopvang in Finland is van hoge kwaliteit en over het algemeen gratis. Hierdoor zijn vrouwen eerder geneigd hun kinderen naar de kinderopvang te brengen. Tevens kunnen vrouwen drie jaar lang onbetaald verlof krijgen na de geboorte van een kind. Hun baan blijft dan gegarandeerd. Finland is tevens altijd al voorloper op het gebied van emancipatie. Dit heeft ertoe bijgedragen dat er goede arbeidsomstandigheden zijn voor vrouwen. Het beroepsperspectief is in Finland een stuk beter dan in Nederland door bovenstaande ontwikkelingen. Dit alles draagt er aan bij dat vrouwen in Finland eerder kiezen voor een bètastudie.

In Nederland is de mentaliteit heel anders: de man werkt, en de vrouw doet het huishouden doet en voor de kinderen zorgt. Wel zijn er naar verloop van tijd meer vrouwen gaan werken, maar dit is nog steeds vooral parttime. De kinderopvang in Nederland is ook niet zo goed en goedkoop als in Finland, waardoor vrouwen hier minder snel gebruik van maken. Al met al zijn man en vrouw in Finland langer ‘gelijken’; dit geldt ook in het volgen van onderwijs en het gevoel van eigenwaarde (de vrouw is in Finland niet ‘minder’ dan een man).

In tegenstelling tot het Nederlandse onderwijs, is al het onderwijs in Finland gratis. Dit geld zit wel bij de hoge belastingpremies inbegrepen, maar lesgeld is geen echte drempel meer om naar school te gaan. Finse studenten krijgen wél studiefinanciering, hiervan betalen ze hun schoolboeken en materiaal. In Finland is het daardoor voor rijk en arm beter mogelijk om universitair onderwijs te volgen. Uit onderzoek is gebleken dat het afschaffen van het collegegeld kan leiden tot ‘een toename van het aantal bètastudenten met 7,5% in het hbo en 5,4% in het wo. Dit is de financiële prikkel die veel vrouwen (en mannen) nodig hebben om voor een bètastudie te kiezen. Verder was Finland een koploper in Europa in het stimuleren van vrouwen om een bètastudie te volgen. Dit gebeurde in Finland al begin jaren ’80 , terwijl Nederland hier pas in 1986 mee begon (en deze campagne niet effectief bleek ).

Nederland heeft de afgelopen jaren het één na laagste percentage afgestudeerden van Europa in de richting bèta en techniek. Wel scoren 13/14-jarigen in ons land goed op wis- en natuurkunde. Toch kiezen weinig van scholieren ervoor om iets met deze vakken te gaan doen op de momenten dat zij hiervoor zouden kúnnen kiezen. Dit heeft onder andere te maken met de onzekerheid over hun prestaties. In Finland scoren 15-jarige meisjes beter dan jongens op wiskunde. Zij zijn hierdoor sneller geneigd om een bètastudie te gaan doen. De meisjes hebben aan zichzelf bewezen dat zij goed zijn in exacte vakken en dit is een extra stimulans om voor een bètastudie te kiezen. Meisjes kiezen ook eerder voor een bètastudie als hun wiskundeprestaties in het voortgezet onderwijs niet ver achterblijven bij of beter zijn dan die van de jongens.

In Nederland scoren de jongens beter dan de meisjes op het gebied van exacte vakken. Daar komt bij dat veel 15-jarige meisjes in Nederland erg onzeker zijn over hun prestaties in de exacte vakken. Door dit gevoel van onzekerheid, wat vaak onderstreept wordt door het slechter presteren dan jongens op het gebied van exacte vakken, kiezen meisjes minder snel voor een bètastudie. Ook de geringe flexibiliteit van instapmomenten spelen een rol: in vergelijking met andere landen hebben meisjes in Nederland het idee (door profielkeuzes sinds het ‘nieuwe leren’) dat ze zich op jonge leeftijd al moeten vastleggen op een bètastudie. Omdat ze op deze leeftijd nog geen positief beeld hebben van dergelijke studies kiezen ze hier niet voor. Vooral de mate waarin het nationale secundaire onderwijssysteem geïntegreerd of juist gedifferentieerd van aard is, is van belang. Hoe gedifferentieerder het systeem (Nederland), hoe groter de achterstand van 15-jarige meisjes ten opzichte van 15-jarige jongens bij wiskunde en natuurwetenschappen. In Finland, waar het onderwijssysteem juist geïntegreerd is, scoren de meisjes veel beter op deze vakken. Meisjes in Nederland zweren ook vaak een exacte opleiding af omdat ze door de decaan ontmoedigd worden. In Finland worden meisjes en jongens hierin meer gelijk behandeld.

Een bètastudiekeuze is voor vrouwen aantrekkelijker naarmate in een land de vrouwenemancipatie en het gender-bewustzijn verder zijn gevorderd en het gebruikelijker/noodzakelijker is dat moeders voltijd werken (Finland). Het idee dat regelingen voor ouder- en zwangerschapsverlof en kinderopvang de deelname van vrouwen aan bètastudies lijken te kunnen beïnvloeden, blijken uit onderzoek niet per se noodzakelijk. Toch zou dit in Finland een rol kunnen spelen: in dit land zijn deze voorzieningen beter geregeld dat in Nederland. Vrouwen hebben hierdoor meer vrijheid en tijd om deel te nemen aan onderwijs.

De bètascholen in Finland maken deel uit van een samenwerkingsverband tussen de organisatie van financiers van Research and Development en de zakelijke sector. Uit dit samenwerkingsverband krijgen de scholen geld. Hierdoor kunnen de onderzoeksmethoden verbeterd worden, en zijn studenten meer praktijkgericht bezig. Hiermee sluit dit onderwijs goed aan op de arbeidsmarkt. Jongeren weten beter waar zij aan toe zijn na hun opleiding en kiezen daarom eerder voor een bètastudie. In Nederland is het samenwerkingsverband tussen bedrijven en universiteiten minimaal.

Conclusie

Het feit dat in Finland meer vrouwen een bètastudie volgen dan in Nederland heeft aantal redenen. Finland is al jaren een land dat voor loopt op het gebied van innovatie en emancipatie. Een andere reden is Finse vrouwen een andere mentaliteit hebben door een verschil in geschiedenis: ze werken veelal fulltime i.p.v. parttime. Voorzieningen die vrouwen mee vrijheid geven, kinderopvang en zwangerschapsverlof, zijn in Finland beter geregeld dan in Nederland. De arbeidsperspectieven voor vrouwen zijn beter en hierdoor kiezen zij eerder voor een bètastudie.

De kwaliteit van het onderwijs en het onderwijssysteem zijn beter in Finland. Meisjes presteren daarom beter op exacte vakken, en voelen zich hierdoor zelfverzekerder. Dit laat hen eerder kiezen voor een exacte opleiding. Ook krijgen meisjes en jongens een meer gelijke behandeling in Finland dan in Nederland. Verder moeten leerlingen in Nederland al op de middelbare school een profiel moeten kiezen: zij kiezen daardoor minder snel een bètaprofiel. In Finland wordt er pas later een richting gekozen in het onderwijs. Verder is de samenwerking tussen universiteiten en het bedrijfsleven in Finland veel groter dan in Nederland, wat zorgt voor stimulatie, geld en een duidelijk beroepsperspectief.
© 2008 - 2010 Imcapimca, gepubliceerd in Werkstuk (Educatie en School) op 26-02-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Imcapimca is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • 'Wat het Finse model laat zien: het is niet zo ingewikkeld', jaartal onbekend, Science Guide
  • ‘De mentaliteit in Finland is anders dan hier’, publicatie Sociaal Economische Raad 2005
  • Innovatieplatform Finland: "Het 'Finse model' kopiëren heeft geen enkele zin", Marije Zomerdijk/EduSite, september 2004
  • Automatisering blijft een mannenbolwerk door gebrek aan parttime banen, www.duojob.nl, december 2003
  • CDA: Scandinavisch model past ons niet, Wierd Duk, Nederlands Dagblad, mei 2007
  • Verdrijving jansaliegeest in Nederland kost tijd, NRC Handelsblad, 3 september 2004
  • Tijd om te kiezen | Kenniseconomie monitor 2003, Stichting Nederland Kennisland, september 2003
  • Early Childhood Education and Care in Finland, Ministry of Social Affairs and Health, Helsinki 2004
  • Hoe het juiste evenwicht tussen arbeids- en gezinsleven te vinden? Focus op drie lidstaten, Stichting FNV Pers, februari 2007
  • Onderwijs en personeel in Finland, Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt, 2004
  • Deltaplan en Betatechniek, Actieplan voor de aanpak van tekorten aan bèta’s en technici
  • WOMEN AND SCIENCE: Review of the situation in Finland, Helsinki Group, augustus 2001
  • Sekseverschillen in onderwijsloopbanen - Een internationaal comparatieve trendstudie, A. van Langen en G. Driessen, 2006
  • Samenvatting Education at a Glance 2006, Ministerie van OCW, 2006
  • Het onderwijs in thema’s, hoofdstuk 7 Bèta en techniek in het onderwijs, Inspectie van het Onderwijs 2005-2006
  • Women and Science: Review of the situation in, Helsinki Group on women and science, 2001
  • Unequal participation in mathematics and science education, proefschrift A. van Langen, Nijmegen, 1 november 2005

Reageer op het artikel "Waarom volgen in Finland meer vrouwen een bèta/technische-op"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.