Het tweede gebod: Wat is Gods aard?

Het tweede gebod: Wat is Gods aard?

Het tweede gebod is het centraal punt van onze relatie met onze Schepper. Wat is de juiste manier om de enige ware God te aanbidden? Voor wie of wat knielen wij? Wie of wat aanbidden wij? Sleutelvragen die beantwoord worden in het Tweede Gebod.
Overzicht Artikel:

Exodus 20:4-6
“U zult geen beelden maken, geen afbeelding van enig wezen boven in de hemel, beneden op de aarde of in de wateren onder de aarde. Buig u niet voor hen neer en bewijs hun geen goddelijke eer, want Ik, de heer uw God, Ik ben voor hen die Mij haten een jaloerse God die de schuld van de vaders wreekt op hun kinderen, tot de derde en vierde generatie. Maar voor hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden ben Ik een God die goedheid bewijst tot aan de duizendste generatie."

Het tweede gebod staat centraal in onze relatie met onze Schepper.

Het gaat hier over verschillende levensbelangrijke vragen:
  • Hoe zien we God?
  • Hoe leggen we Hem uit naar onszelf en naar anderen?
  • Idolen zijn afgodsbeelden die valse goden voorstellen, maar mogen wij afbeeldingen gebruiken om God voor te stellen?
  • Bovenal, wat is de juiste manier om de ene ware God te aanbidden?

In het Eerste gebod, konden we zien dat het verkeerd is om iets dat geschapen is door God, inclusief een mens, belangrijker te laten worden dan onze Schepper. Het Tweede Gebod verschilt in zodanige wijze van het eerste, dat het uitlegt dat, in onze aanbidding, we God niet moeten verlagen tot iets dat lijkt op een fysiek object. Deze daad kan God niet aanvaarden.
Dit Tweede Gebod verbied overduidelijk het gebruik van een afbeelding van enig levend wezen – geen afbeelding van enig wezen boven in de hemel, beneden op de aarde of in de wateren onder de aarde – in de aanbidding van de levende God.
Toch schiep God op aarde iets dat op Hem leek: de mens. Hij vertelt ons Zelf:

Genesis 1:27
En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.

Menselijke wezens – afstammelingen van Adam en Eva – zijn levende afbeeldingen van God.
Wij, al Gods schepselen, zijn gemaakt naar Zijn voorbeeld.

Genesis 5:1-2
Dit is de lijst van de nakomelingen van Adam. Op de dag dat God Adam schiep, maakte Hij hem op God gelijkend. Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen; Hij zegende hen en noemde hen mens, op de dag dat zij geschapen werden.

Onze Schepper is een levende God, niet een stilstaand beeld, figuurtje of plaatje.
Iets maken dat Hem moet voorstellen, zou een vervormd beeld van Hem maken, en ons voorstellingsvermogen beperken over Wat en Wie Hij werkelijk is. Op deze manier kan onze relatie met Hem beschadigd worden.
Van alle dingen op de aarde en in de hemelen, zijn enkel de mensen een realistische weerspiegeling van de beeltenis van God. Op dezelfde manier, was Jezus Christus geschapen volgens het beeld van Zijn Vader.
God schiep ons niet alleen volgens Zijn gelijkenis, Hij schiep ons zelfs met de mogelijkheid om meer op Hem te gaan lijken. Worden als God – Zijn Goddelijke Karakter in ons te laten ontwikkelen – is waar ons bestaan om draait. Dat is ook de reden waarom een goed begrip van het doel van het Tweede Gebod zo belangrijk is.

Enkel God kan Zijn aard onthullen

God vertelt ons in het Tweede Gebod:

“Probeer me niet te vertellen hoe Ik Ben, Ik zal jullie vertellen hoe Ik ben! Het is belangrijk dat je goed begrijpt dat Ik geen afbeeldingen van Mij toesta.”

We hebben een realistisch begrip nodig over hoe wij zelf op God lijken in onze huidig leven. We hebben ook nood aan de kennis om te groeien naar Zijn evenbeeld.

Mens als God
God heeft ons mogelijkheden gegeven die de Zijne benaderen: creativiteit en leiderschap, enkel op een veel kleinere schaal. Wij zijn de enigen in Zijn schepping met een geestelijke kracht. Onze hersenen kunnen redeneren, analyseren, plannen, en een blik op de toekomst hebben. Wij scheppen literatuur, kunst, muziek en gedichten. Wij ontwerpen en bouwen. Wij organiseren, beheren en overzien dingen, schepselen en mensen. Wij zijn – in een beperkte mate – als God.

Mens niet als God
Maar in andere zaken, zijn we, als mensheid, verre van God. Onze karakters hebben de neiging tot zwakheid. Onze onderlinge relaties laten veel te wensen over. Ons geestelijk begrip is beperkt en dikwijls troebel en verstoord. Onze waarnemingen zijn dikwijls onjuist. Wij zijn bevooroordeeld in onze opinies. Wij zijn gastvrij om nieuwe vooroordelen te ontvangen en snel om conflicten te beslechten. In al deze geestelijke gebieden schieten we te kort om als God te zijn. Maar God heeft ons toch – beperkte – karaktertrekken van Zichzelf gegeven. Daarom hebben wij zo veel nood om verder ontwikkeld en verder afgestemd te worden door en op Hem, voordat wij zoals Hem kunnen worden in aard en karakter.

Het foutloze voorbeeld

Nochtans, hebben we een perfect voorbeeld van Gods karakter, Jezus Christus, in de vorm van een mens, was een blauwdruk van Gods karakter hier op aarde. Hierdoor kon Hij tegen zijn leerlingen zeggen:

Johannes 14:9
Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.

In zijn brief aan de Kollosenzen beschrijft Paulus Jezus Christus als:

Kolosse 1:15
Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping.

Hij beschrijft de christenen in dezelfde brief als degenen die het volgende moeten doen:

Kolosse 3:9-10
Trek de oude mens met zijn gedragingen uit, bekleed u met de nieuwe mens, die wordt vernieuwd tot het ware inzicht, naar het beeld van zijn schepper.

God wenst de geestelijke aard van de mensheid te veranderen. Net zoals Christus “het beeld is van de onzichtbare God,” zo wil God de Vader ons menselijke karakter herscheppen naar Zijn gelijkenis.
Er zal een tijd komen dat God de mensen die omgevormd zijn naar Zijn gelijkenis ook zal omvormen van een fysiek naar een geestelijk bestaan.
Paulus schreef in een brief aan de kerk te Korinthe hoe dit zou gebeuren:

1 Korinthe 15:50-53
Ik bedoel dit, broeders en zusters: vlees en bloed kunnen geen deel krijgen aan het koninkrijk van God: het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid. En nu vertel ik u een geheim: wij zullen niet allemaal sterven, maar wel allemaal van gedaante veranderen, opeens, in een oogwenk, bij de laatste trompet; want de trompet zal weerklinken en de doden zullen verrijzen in onvergankelijkheid, en wij zullen van gedaante veranderen. Want dit vergankelijke moet met onvergankelijkheid worden bekleed en dit sterfelijke met onsterfelijkheid.

Zo zal God de wonderlijke transformatie van de mensen naar Zijn gelijkenis uitvoeren. Ook Johannes beschreef deze wonderbaarlijke overgang:

1 Johannes 3:2
Geliefden, nu al zijn wij kinderen van God, en wat wij zullen zijn is nog niet verschenen; maar wij weten dat, wanneer Hij zal verschijnen, wij aan Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is.

Ons doel is Als God zijn – op voorwaarde dat wij onze levens aan Hem overgeven in gehoorzaamheid aan Zijn geboden.

God verlangt verantwoordelijkheid

Dit brengt ons bij het tweede deel van het Tweede Gebod:

Exodus 20:5-6
Ik ben voor hen die Mij haten een jaloerse God die de schuld van de vaders wreekt op hun kinderen, tot de derde en vierde generatie. Maar voor hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden ben Ik een God die goedheid bewijst tot aan de duizendste generatie.

Als mens, hebben we de gewoonte aangenomen enkel op te nemen wat wij willen horen. En misschien zal het u verbazen, maar het tweede gebod is niet volledig, als er enkel maar staat ‘gij zult geen afgodsbeelden maken. God heeft voor alles een reden. Hij heeft het beste met ons voor. Hij wenst dat wij worden als Hij, en dit heeft gevolgen.
God houd ons verantwoordelijk voor onze woorden en daden. Wij moeten hier rekenschap van afleggen. Buigen voor een afgod om eer te brengen aan een beeld dat we zelf hebben (gemaakt) van God, kan misschien een daad van grote toewijding lijken, wanneer men zich niet bewust is van Gods grote doel met de mensheid. Maar God wenst dat degenen die Hem aanbidden dit doen in waarheid en begrip door hun liefde voor Hem te tonen door zijn geboden te houden vanuit hun hart, niet door nodeloze gebruiken en rituelen uit te voeren rond allerlei objecten.
Jezus maakte ons dit duidelijk wanneer Hij zei:

Johannes 4:24
God is geest, en zij die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid

We moeten God niet aanbidden met beelden en zinloze rituelen. Jezus verklaarde in het voorgaande vers:

Johannes 4:23
Er komt een uur, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid: dat zijn de aanbidders waar de Vader naar uitziet.

Kennis en begrip van Gods waarheid zijn noodzakelijk om te groeien in het heilige, rechtvaardig karakter dat Hij in ons wil scheppen. Dit betekent dat we moeten leren en groeien:

2 Petrus 3:18
Groei in de genade en de kennis van onze Heer en redder Jezus Christus

In het boek Spreuken kunnen we de volgende verzen lezen:

Spreuken 2:1-5
Mijn zoon, als je mijn woorden aanneemt en mijn geboden zorgvuldig bewaart en je oor spitst op de wijsheid en je hart naar het inzicht keert, als je het inzicht bij je roept en tot het inzicht je stem verheft, als je ernaar zoekt als naar zilver en speurt als naar verborgen schatten, dan zul je de vrees voor de heer verstaan en vind je de kennis van God.

Wanneer we begrip krijgen van Gods openbaring, houdt Hij ons verantwoordelijk voor wat we weten. We moeten de onthulde kennis toepassen in onze levens. Enkel degenen die doen wat zij geleerd hebben om te doen zijn ware aanbidders van God:

Romeinen 2:13; Jakobus 1:22-25
  • Want niet de hoorders van de wet zijn rechtvaardig in Gods oog; alleen de onderhouders van de wet zullen worden gerechtvaardigd.
  • Luister niet alleen naar het woord, maar handel er ook naar; anders bedriegt u uzelf. Wie luistert naar het woord maar er niet naar handelt, lijkt op iemand die het gezicht waarmee hij geboren is, in een spiegel bekijkt. Nauwelijks heeft hij zich bekeken, of hij gaat heen, en meteen is hij vergeten hoe hij eruit zag. Maar wie zich buigt over de wet die volmaakt is en vrijmaakt, en daarbij blijft, wie niet vergeet wat hij hoort maar er ook naar handelt, zo iemand zal gelukkig zijn in wat hij doet.

God gehoorzamen is Hem aanbidden door Hem in te drinken, door te denken en te leven zoals Hij zou doen. Het is innerlijk worden als Hij. We laten Hem toe om ons geestelijk te vormen naar Zijn gelijkenis. Wij eren en prijzen Hem door de manier waarop wij leven.

De verborgen valkuilen van afgoderij

Een fysieke afbeelding, schilderij of tekening van een godheid bezit leven noch kracht. Zelfs als we goed zouden weten hoe God er uit ziet – wat we niet weten – zouden we geen enkele afbeelding kunnen maken die de vele facetten van Zijn karakter weergeven, die in Zijn woord beschreven staan. Soms is God zeer liefdevol en genadig, maar Hij kan ook Zijn machtige wraak uiten, wanneer het nodig is.
Hij wil niet dat wij Hem zien in één of andere statische trek van Zijn karakter, en ondertussen al Zijn andere karaktertrekken uitsluiten. Hij vraagt ons om over Hem te lezen, om te leren wat Zijn ware aard is en in gelijkvormig aan Hem te worden.
Nadat Hij de Tien Geboden op de stenen platen had geschreven, verklaarde God waarom Hij niet toestond om beeltenissen te maken waarin Hij aanbeden wordt.

Deuteronomium 4:15-20
Omdat u geen gestalte gezien hebt toen de heer u bij de Horeb uit het vuur heeft toegesproken, moet u zorgen dat u niet zondigt door beelden te maken van welke gestalte dan ook, of het nu de vorm van een man of een vrouw is, de vorm van een dier dat op het land leeft, de vorm van een vogel die langs de hemel vliegt, de vorm van een of ander kruipend gedierte of de vorm van een vis die in het water onder de aarde leeft. En als u uw ogen naar de hemel heft en daar de zon, de maan, de sterren of een ander hemellichaam ziet, laat u dan niet ertoe verleiden voor hen te buigen en hen te dienen. De heer uw God heeft hen toebedeeld aan de andere volken onder de hemel. Maar de heer heeft u uitgekozen en uit Egypte, die ijzeroven, geleid om zijn eigen volk te zijn, zoals u heden bent.

God verlangde dat de Israëlieten zich zouden herinneren om de levende God te aanbidden, niet een idool, en hun aanbidding steeds te blijven richten op hun Schepper en nooit op één of andere imitatie van een onderdeel van de schepping.
Hij gebood hen:

Deuteronomium 4:23
Zorg dat u dan het verbond niet vergeet dat de heer uw God met u gesloten heeft, en dat u zijn verbod niet overtreedt door beelden te maken, van wat dan ook.

Afbeeldingen van goden, in de muren gekerfd, geschilderd op muren, aardewerk en andere voorwerpen vallen onder de verboden en idolate voorwerpen.

Numeri 33:52
Al hun stenen beelden en al hun metalen beelden moet u vernietigen en u moet al hun offerhoogten verwoesten

Afgoderij en immoraliteit

In de afgodenreligies van de oude wereld, waren de erediensten aan afgodenbeelden onlosmakelijk verbonden met de vruchtbaarheid van dieren land en planten. Door de menselijke vruchtbaarheid te verbinden aan de natuurlijke krachten die hun afgoden belichaamden, zoals de zon, regen en aarde, werden er vruchtbaarheidsrituelen ontwikkeld die seksuele orgieën en tempelprostitutie aanmoedigden. Immoraliteit werd het brandpunt van hun eredienst in de tempel. Zij lieten maagden zich tot vrouw ontwikkelen door hen in te schrijven om te dienen als geëerde tempelhoeren. Van de mannen werd verwacht dat zij op regelmatige tijden de tempelbordelen zouden bezoeken om zo hun lokale afgoden te eren. Immoraliteit en neergang van de maatschappelijke waarden werden gehuld in religieuze vormen en beschouwd als deugden.
Dit is waarom afgodendiensten en immoraliteit zo dikwijls met elkaar verbonden worden in de bijbel. Paulus schreef ook over dit toentertijd wereldomvattend probleem:

Kollosse 3:5
Maak de aardse praktijken dood: ontucht, onzedelijkheid, hartstocht, kwade begeerte en de hebzucht, die gelijk staat met afgoderij.

Petrus verbond het zelfzuchtige gedrag met afgoderij:

1 Petrus 4:3-4
Tijd genoeg is al voorbijgegaan met doen wat de heidenen willen: u hebt een leven geleid van losbandigheid, wellust, dronkenschap, feesten, drinkgelagen en de verwerpelijke dienst aan de afgoden. Nu zij zich afvragen waarom u niet meer aan die buitensporigheden meedoet, weten zij niet beter te doen dan u te belasteren.

De macht achter de schermen

Afgoderij in welke vorm ook, wordt luid en duidelijk veroordeeld door zowel het Nieuwe als het Oude verbond. Paulus loofde de christenen die zich bekeerd hadden, en waarschuwde anderen:

1 Thessaloniki 1:9; 1 Korinthe 10:14
  • Want zij vertellen zelf hoe ons optreden bij u is geweest en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd, om de levende en waarachtige God te dienen,
  • Houd u dus ver, geliefden, van afgoderij.

Nog veel belangrijker dan deze lof en waarschuwingen zijn de verduidelijkingen die de apostel gaf zijn de redenen waarom het gebruik van deze afbeeldingen van afgoden als hulpmiddelen tot aanbidding zo verkeerd zijn:

1 Korinthe 10:19-20
Ik zeg niet dat offervlees iets bijzonders is, of dat een afgod iets te betekenen heeft. Maar wel dat de heidenen offers opdragen aan demonen en niet aan God; en ik wil niet dat u gemeenschap aangaat met de demonen.

Diep begraven in iconen of een andere vorm van afgoderij, werkt de verborgen hand van Satan:

2 Korinthe 4:3-4
En als er nog een sluier ligt over het evangelie dat wij verkondigen, dan toch alleen voor hen die verloren gaan, voor de ongelovigen; hun denken is door de god van deze wereld zo verblind, dat zij de glans niet ontwaren van het evangelie van de heerlijkheid van Christus, die het beeld van God is.

Satan hersenspoelt de mensen om, in hun gedachten, een beeld te hebben van Gods Zoon als een levenloos, onbeweeglijk en star beeld. Satans doel is om onze aandacht van Jezus Christus weg te leiden, Hij, die de verpersoonlijking is van de Levende God, die beschreven wordt in de vier evangeliën. Door de meerderheid van de mensheid te verblinden (Openbaring 12:9) voor het belang van Gods geboden, heeft Satan het doel van vele christenen hun aanbidding in de wereld met succes verlegd van Jezus Christus naar iconen en afbeeldingen – in tegenstelling tot wat het Tweede Gebod overduidelijk leert.

Bedenk waarom we geschapen zijn

Het Tweede Gebod is een constante herinnering dat alleen wij, van alle geschapen dingen, gemaakt zijn als zijn beeld:

Genesis 1:26-27
En God zei: ‘Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend; hij zal heersen over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde beesten en over al het gedierte dat over de grond kruipt.’ En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen

Wij alleen kunnen omgevormd worden naar het geestelijke beeld van Jezus Christus, die, zonder enige twijfel, vlees geworden is als het perfecte beeld van onze hemelse Vader. Dit Tweede Gebod beschermt onze speciale relatie met onze Schepper, Hij, die ons als zijn beeld geschapen heeft en ons dag na dag verder vormt naar Zijn geestelijk beeld.
Het Tweede Gebod herinnert ons dat God veel groter is dan wat we ook maar kunnen zien of bedenken. We mogen nooit deze kennis laten opzijschuiven door het gebruik van enig beeld of afbeelding in onze aanbidding naar God.

De vele namen van God onthullen veel

De Bijbel gebruikt vele namen voor God. Hij benoemt de dingen zoals ze zijn, en Hij noemt Zich wat Hij is.

Sommige van Zijn namen beschrijven de verschillende onderdelen van Zijn aard. Andere zijn dan weer Zijn titels van wat Hij is, van Zijn macht en autoriteit. De Bijbel noemt Hem “de Oude van Dagen” en “de Hoogst Verhevene”. Hij wordt ons geopenbaard als onze Schepper, onze Vader, onze Voorzienigheid, onze Heer, onze Koning, onze Genezer, onze Verzoener en onze Redder.
Om het belang van de betekenis van een Goddelijke naam te ontdekken, onderzoek ik de meest betekenisvolle naam voor God in het Oude Verbond. In het Hebreeuws is het YHWH, veelal vertaald door HEERE (in hoofdletters). Deze naam onderscheidde Hem van de afgoden van de andere volkeren. Het zette Hem apart als de enige levende, ware God van het volk Israel.
YHWH is afgeleid van de Hebreeuwse grondwoord dat betekent “zijn.” God gebruikte dit woord in:

Exodus 3:14
Toen sprak God tot Mozes: ‘Ik ben die er is.’ En Hij zei: ‘Dit moet u de Israëlieten zeggen: “Hij die er is zendt mij naar u.” ’

Dit was toen Mozes God om Zijn naam vroeg. God antwoordde dat Zijn Naam “IK BEN DIE ER IS” is, of een misschien nog meer accurate vertaling: “IK BEN DIE ER (altijd) ZAL ZIJN.”

Denk eens na over de volgende illustratie uit de Bijbel: God liet zijn aanwezigheid zien aan het oude Israel gedurende de uittocht van Egypte in een vuurkolom ’s nachts en een wolkkolom overdag. Hij had Zichzelf al kenbaar gemaakt aan Mozes door een brandende braamstruik die niet verteerd werd door het vuur. De Naam die Hij hier gebruikt maakt duidelijk dat de levende God, wanneer Hij zich met ons verbindt – een relatie aangaat – alles kan zijn en doen wat Hij wil. Hij kan Zijn macht en aanwezigheid aan ons tonen in de manier die Hem het beste geschikt acht op elk bepaald moment.
De Bijbel vertelt ons dat de naam YHWH betekent: God van de Eeuwigheid.

Genesis 21:33
Abraham plantte in Berseba een tamarisk en riep daar de naam aan van de Heer, de God van eeuwigheid.

De betekenis hiervan is in de Griekse taal:

Openbaring 22:13
Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, de oorsprong en het einde.

Dit kan in het Nederlands vertaald worden als “de Eeuwige.”

Deze beschrijvingen van God laten duidelijk zien dat onze Schepper altijd al bestaan heeft en altijd zal blijven bestaan. Hij heeft niet alleen het eeuwige leven in zich, maar heeft ook de macht om onsterfelijkheid te verlenen als een geschenk aan hen die Hem behagen.
Wanneer we Gods namen van de ene naar de andere taal overzetten, is het belangrijk om de juiste betekenis te houden, in plaats van de juiste fonetische klank. Het Oude Verbond is hoofdzakelijk in het Hebreeuws geschreven, het Nieuwe Verbond in het Grieks. De verschillende namen van God zijn vrij vertaald van het Hebreeuws naar het Grieks, waarbij ons een goed voorbeeld is gegeven dat het is toegestaan om de Naam van God van de ene naar de andere taal te vertalen.
Bedenk alleen, dat God wenst dat we Hem herkennen en erkennen zoals Hij is. Daarom is de betekenis, en niet het geluid of de spelling, van Zijn Naam van het grootste belang wanneer de Bijbel vertaald worden in onze hedendaagse taal.
© 2009 - 2012 Dienaar, gepubliceerd in Wereldorientatie (Educatie en School) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Dienaar is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
613 geboden Tora I: God, Tora, tekenen, gebed, liefde Joden zijn verplicht zich aan de 613 geboden (mitswot) van de Tora…
Sjawoeot: korte toelichting op de Tien Geboden Op Sjawoeot (Wekenfeest) gaan de Joden naar de synagoge om te luisteren na…
De tien geboden, de thora en de traditie Opmerkelijk is dat in het Nederlands spraakgebruik het woord Farizeeër dezelfde…
De Tien Geboden De Tien geboden zijn tien leefregels die volgens drie grote religieuze stromingen door God aan de mensen…
Dertien geloofspunten Maimonides 2: God als Eenheid Het tweede geloofspunt van Maimonides is het geloof in Eén God. God i…

Reageer op het artikel "Het tweede gebod: Wat is Gods aard?"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Bronnen en referenties
  • De Bijbel, Willibrordvertaling
Infoteur: Dienaar
Rubriek: Educatie en School / Wereldorientatie
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!