Betrekkelijke voornaamwoorden in het Arabisch

Betrekkelijke voornaamwoorden worden gebruikt om een bijzin te verbinden met een voorafgaand woord (of een heel zinsdeel). Woorden die hiervoor in het Nederlands worden gebruikt, zijn bijvoorbeeld ‘die’, ‘dat’, ‘welke’ en ‘hetgeen’. Het (gesproken) Arabisch heeft maar één betrekkelijk voornaamwoord. De manier waarop het wordt gebruikt, is vergelijkbaar met het bijvoeglijk naamwoord.
De regels voor het betrekkelijk voornaamwoord en de daarop volgende betrekkelijke bijzin in het (gesproken) Arabisch zijn op hoofdlijnen vrij eenvoudig, hoewel de toepassing op het eerste gezicht nogal afwijkt van wat wij gewend zijn. De hier gegeven regels hebben in eerste instantie betrekking op het Levantijns Arabisch, maar daarbinnen zijn kleine regionale verschillen mogelijk.

Het betrekkelijk voornaamwoord

Het enige betrekkelijke voornaamwoord in het (gesproken) Arabisch is (‘i)lli (اللي), ook wel yilli of yalli (يللي). Dit zijn geen verschillende woorden in de zin dat ‘die’ en ‘dat’ verschillend zijn, het is een woord met verschillende uitspraakvarianten.

De logica achter het gebruik van een betrekkelijk voornaamwoord is vergelijkbaar met die van het bijvoeglijk naamwoord. Een betrekkelijke bijzin is als het ware een ‘verlengd bijvoeglijk naamwoord’.

Constructie is bepaald

Het bijvoeglijk naamwoord wordt in principe achter het zelfstandige naamwoord geplaatst waarbij het hoort, met herhaling van het eventuele lidwoord. Met andere woorden, een bijvoeglijk naamwoord wordt verbonden met een voorafgaand zelfstandig naamwoord; als dit zelfstandig naamwoord bepaald is, krijgt het bijvoeglijk naamwoord het bepaalde lidwoord.

Het Arabisch kent maar één lidwoord, namelijk het bepaalde lidwoord (“de”of “het” in het Nederlands). Meestal wordt dit lidwoord weergegeven als “al-”. Het lidwoord wordt niet verbogen, het is gelijk voor manlijke en vrouwlijke woorden en meervouden. Een onbepaald lidwoord (“een”) kent het Arabisch niet.

De uitspraak van het bepaald lidwoord verschilt al naar gelang de eerste letter(s) van het woord waar het bij hoort en het dialect van de spreker.

beet (بيت) : huis, jdied (جديد) : nieuw

  • het nieuwe huis : al-beet al-jdied (البيت الجديد)

Evenzo wordt een betrekkelijke bijzin verbonden met een voorafgaand zelfstandig naamwoord; als dit zelfstandig naamwoord bepaald is, wordt de betrekkelijke bijzin ingeleid door ‘illi. Omdat hier sprake is van een hoofd- en bijzin, kan worden gesteld dat ‘illi eigenlijk twee zinnen met elkaar verbindt.

rijjaal (رجال) : man, kbier (كبير) : groot, kaan (كان) : (hij) was, hunaak (هناك) : daar

  • de man die daar was, is groot : ar-rijjaal ‘illi kaan hunaak kbier (الرجال اللي كان هناك كبير)

De eerste zin in dit voorbeeld luidt: de man is groot. De tweede zin: hij was daar. Deze tweede zin heeft betrekking op ‘de man’ uit de eerste zin. De zinnen worden met elkaar verbonden door middel van ‘illi.

Staat van bepaaldheid
Een zelfstandig naamwoord geldt als bepaald als:

Voorbeelden
In de onderstaande gevallen verbindt ‘illi steeds twee zinnen.

mien (مين) : wie, walad (ولد) : jongen, ‘ibn (إبن) : zoon, sammaan (سمان) : kruidenier, `ayyaan (عيان) : ziek, maa (ما) : niet, hakeet (حكيت) : ik sprak

  • mien il-walad ‘illi kaan hunaak? (مين الولد اللي كان هناك؟) : wie is de jongen die daar was?
  • wie is de jongen + hij was daar
  • ‘ibno ‘illi sammaan `ayyaan (إبنه اللي سمان عيان) : zijn zoon die kruidenier is, is ziek
  • zijn zoon is ziek + hij is kruidenier
  • maa ‘ana ‘illi hakeet (ما أنا اللي حكيت) : ik ben het niet die sprak
  • ik ben het niet + ik sprak

Constructie is onbepaald

Een bijvoeglijk naamwoord wordt verbonden met een voorafgaand zelfstandig naamwoord; als dit zelfstandig naamwoord onbepaald is, volgt het bijvoeglijk naamwoord hier direct op.

  • een nieuw huis : beet jdied (بيت جديد)

In het geval van een betrekkelijke bijzin die betrekking heeft op een voorafgaand onbepaald zelfstandig naamwoord, wordt de bijzin niet ingeleid door ‘illi.

  • een man die daar was, is groot : rijjaal kaan hunaak kbier (رجال كان هناك كبير)

De eerste zin in dit voorbeeld luidt: een man is groot. De tweede zin: hij was daar. Deze tweede zin heeft betrekking op het onbepaalde ‘een man’ uit de eerste zin: de zinnen worden niet met elkaar verbonden door middel van ‘illi.

Staat van onbepaaldheid
Een zelfstandig naamwoord geldt als onbepaald als:

  • het niet voorafgegaan wordt door het bepaalde lidwoord;
  • het voorafgegaan wordt door een hoofdtelwoord;
  • het volgt op de overtreffende trap van een bijvoeglijk naamwoord.

Voorbeelden
fie (في) : er zijn, madaares (مدارس) : scholen, ktiere (كثيرة) : veel, bit`allem (بتعلم) : (zij) onderwijzen, `arabi (عربي) : Arabisch, khams (خمس) : vijf, mwazzafien (موظفين) : medewerkers, bisjtirlu (بيشتغلوا) : (zij) werken, toel il-leel (طول الليل) : de hele nacht, ‘ajmal (أجمل) : mooiste, bint (بنت) : meisje, btudrus (بتدرس) : (zij) studeert, madrase (مدرسة) : school

  • fie madaares ktiere bit`allem `arabi (في مدارس كثيرة بتعلم عربي) : er zijn veel scholen die Arabisch onderwijzen
  • er zijn veel scholen + zij onderwijzen Arabisch
  • fie khams mwazzafien bisjtirlu toel il-leel (في خمس موظفين بيشتغلوا طول الليل) : er zijn 5 medewerkers die de hele nacht werken
  • er zijn 5 medewerkers + zij werken de hele nacht
  • hiyye ‘ajmal bint btudrus fil-madrase (هي أجمل بنت بتدرس في المدرسة) : zij is het mooiste meisje dat op de school studeert
  • zij is het mooiste meisje + zij studeert op de school

Betrekkelijk voornaamwoord is geen onderwerp van de bijzin

Als het betrekkelijk voornaamwoord niet het onderwerp van de bijzin is, wordt een ‘terugslaand voornaamwoord’ gebruikt. Hiermee wordt verwezen naar het zelfstandig naamwoord in de hoofdzin waarop het betrekking heeft.

Persoonlijk voornaamwoord
Het terugslaand voornaamwoord is een persoonlijk voornaamwoord dat aan het relevante werkwoord of voorzetsel in de bijzin wordt geplakt.

sjuft (شفت) : ik zag

  • daar is de auto die ik zag : hunaak is-sayyaara ‘illi sjuftha (هناك السيارة اللي شفتها)

De eerste zin in dit voorbeeld luidt: daar is de auto. De tweede zin: ik zag hem. Deze tweede zin heeft betrekking op ‘de auto’ uit de eerste zin. De zinnen worden met elkaar verbonden door middel van ‘illi en in de bijzin is het terugslaand voornaamwoord als persoonlijk voornaamwoord geplakt aan sjuft (ik zag). Het terugslaand voornaamwoord komt in geslacht overeen met het zelfstandig naamwoord uit de hoofdzin waarop het betrekking heeft (sayyaara is een vrouwlijk woord, vandaar -ha).

Ook in onbepaalde constructies – dus waar ‘illi niet wordt toegepast – wordt het terugslaand voornaamwoord gebruikt.

qiriet (قريت) : ik las, maqaale (مقالة) : artikel, katbat (كتبت) : (zij) schreef, jariede (جريدة) : krant

  • ik las een artikel dat de krant schreef (قريت مقالة كتبتها الجريدة) : qiriet maqaale katbatha il-jariede

De eerste zin luidt: ik las een artikel. De tweede zin: de krant schreef het. Deze tweede zin heeft betrekking op het onbepaalde ‘een artikel’ uit de eerste zin: de zinnen worden niet met elkaar verbonden door middel van ‘illi. Het terugslaand voornaamwoord -ha heeft betrekking op het vrouwlijke woord maqaale.

Voorbeelden
maktab (مكتب) : kantoor, basjtrel (بشتغل) : ik werk, bti`raf (بتعرف) : jij kent, ‘ustaaz (أستاذ) : docent, hakeet (حكيت) : ik sprak, ma` (مع) : met

  • il-maktab ‘illi basjtrel fii(h) jdied (المكتب اللي بشتغل فيه جديد) : het kantoor waar(in) ik werk, is nieuw
  • het kantoor is nieuw + ik werk erin
  • bti`raf il-‘ustaaz ‘illi hakeet ma`o? (بتعرف الأستاذ اللي حكيت معه؟) : ken jij de docent met wie ik sprak?
  • ken jij de docent + ik sprak met hem

Bezittelijk voornaamwoord
Het terugslaand voornaamwoord kan ook een bezittelijk voornaamwoord zijn dat aan het zelfstandig naamwoord wordt geplakt dat extra informatie over de hoofdzin bevat.

sjuft (شفت) : jij zag, baab (باب) : deur

  • ik werk in het kantoor waarvan je de deur zag : basjtrel fil-maktab ‘illi sjuft baabo (بشتغل في المكتب اللي شفت بابه)

De eerste zin in dit voorbeeld luidt: ik werk in het kantoor. De tweede zin: je zag zijn deur. De zinnen worden met elkaar verbonden door middel van ‘illi en in de bijzin is het terugslaand voornaamwoord als bezittelijk voornaamwoord geplakt aan baab (deur).

Voorbeelden
rijjaal (رجال) : man, kitaab (كتاب) : boek

  • ar-rijjaal ‘illi sjuft ‘ibno `ayyaan (الرجال اللي شفت ابنه عيان) : de man wiens zoon je zag, is ziek
  • de man is ziek + je zag zijn zoon
  • bti`raf ‘ustaaz qiriet kitaabo? (بتعرف أستاث قريت كتابه؟) : ken jij een docent van wie ik zijn boek heb gelezen?
  • ken jij een docent + ik las zijn boek

Betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent

Net als in het Nederlands kan in het Arabisch het betrekkelijk voornaamwoord tevens het woord waarnaar het terugverwijst, in zich herbergen. In ‘wie het wil’ is ‘wie’ de korte vorm voor ‘hij die’; het is een betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent. Ook in deze gevallen kan een terugslaand voornaamwoord nodig zijn, namelijk als het betrekkelijk voornaamwoord in de bijzin geen onderwerp is.

Voorbeelden
kaan laazimni (كان لازمني) : ik had nodig

  • haada ‘illi kaan laazimni (هذا اللي كان لازمني) : dit is wat ik nodig had
  • dit is het + ik had (het) nodig
  • ba`raf ‘illi sjuftie(h) (بعرف اللي شفتيه) : ik ken degene (m.) die jij (vr.) zag
  • ik ken hem + jij (vr.) zag hem
  • ba`raf ‘illi sjuftha (بعرف اللي شفتها) : ik ken degene (vr.) die jij (m.) zag
  • ik ken haar + jij (m.) zag haar

  • ‘illi ‘iedo bil-mayy musj mitl ‘illi ‘iedo bin-naar (اللي ايده بالماء موش اللي ايده بالنار) : hij wiens hand is in het water is niet zoals hij wiens hand is in het vuur (de beste stuurlui staan aan wal)
  • hij is niet zoals … + zijn hand is in het water

Naar de special.
© 2010 - 2012 Dreus, gepubliceerd in Taal (Educatie en School) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Dreus is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Frans: het betrekkelijk voornaamwoord Het Frans kent verschillende betrekkelijk voornaamwoorden. Voor elk van deze voorna…
Het wederkerende werkwoord in de Nederlandse taal Er bestaan in het Nederlands veel zogenaamde ‘wederkerende’ werkwoorden…
Het aanwijzend voornaamwoord in het Arabisch Aanwijzende voornaamwoorden worden gebruikt om dat wat ze aanwijzen duidelij…
Grammatica Nederlands - taalkundig ontleden Taalkundig ontleden betekent de woordsoorten uit een zin halen en ze kunnen h…
Voornaamwoorden Bij deze woordsoortengroep onderscheiden we de volgende vormen: persoonlijke, bezittelijke, aanwijzende,…

Reageer op het artikel "Betrekkelijke voornaamwoorden in het Arabisch"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Dreus
Rubriek: Educatie en School / Taal
Schrijf mee!