InfoNu.nl > Educatie en School > Taal > Spreekwoorden met beroepen van vroeger en nu

Spreekwoorden met beroepen van vroeger en nu

Spreekwoorden zijn een bron van informatie over vroegere tijden. Neem nu de spreekwoorden waar een beroep in voorkomt. Vele van die beroepen bestaan niet meer, andere beroepen hebben dan weer veel van hun aanzien verloren. Een reis door de tijd...

Op zee, op de rivieren en in het leger

Op zee
  • Ook aan een goed visser ontglipt wel eens een aal: ook een vakbekwaam iemand maakt wel eens een fout.
  • De admiraal heeft geschoten: de gastheer heeft het sein gegeven dat men mag gaan eten
  • Hij is zo dronken als een dragonder: hij is stomdronken (dragonder = cavalerie)
  • Werken als een galeislaaf: zeer hard en ononderbroken moeten werken
  • Jagers en vissers zijn missers: mannen die graag op stap gaan, verwaarlozen hun huisgezin
  • Voor de deur van de visser vissen: vergeefse moeite doen
  • Hij is naar Kapitein Jas gegaan: hij is gestorven
  • Hij dient onder kapitein Rondhemd: zijn vrouw heeft alles voor het zeggen
  • Een goed kapitein gaat niet zonder beschuit in zee: zonder het nodige gereedschap krijgt men het werk niet fatsoenlijk gedaan
  • Hij is de kapitein van het kot: hij is de baas
  • Geen twee kapiteins op één schip: er kan er maar één de baas zijn
  • Een goed zeeman wordt ook wel eens nat: zelfs een verstandig mens drinkt wel eens een borreltje te veel
  • Een zeeman is geen man: wie met een zeeman getrouwd is, is meestal aleen
  • Op een kalme zee kan iedereen stuurman zijn: wanneer de omstandigheden gunstig zijn, is er niets aan om de dingen goed te doen

Op de rivieren
Dat schippers rijke mensen waren, bewijzen volgende spreekwoorden:
  • Hij is schipper te voet geworden: hij heeft betere dagen gekend en is nu straatarm
  • Jonge schippers, oude zuipers: wie al op jonge leeftijd een hoge functie heeft, kan de weelde soms moeilijk verdragen
  • De beste stuurlui staan aan wal: er zijn altijd mensen die zeggend at ze het beter kunnen, maar die er in werkelijkheid niets van terecht zouden brengen

Het leger
  • Iedere soldaat heeft zijn maarschalksstaf in zijn ransel: door zich volledig in te zetten kan iedereen zijn ideaal bereiken
  • Dat is een grote parade maar een klein garnizoen: daar heeft men veel praat, maar het stelt eigenlijk niet veel voor
  • Een fles soldaat maken: een fles sterke drank leegmaken
  • Hij is soldaat: hij is dronken
En ook het leger uit de Middeleeuwen heeft spreekwoorden nagelaten:
  • Hij is ridder te voet geworden: vroeger ging het hem goed, nu is hij straatarm geworden
  • Dat is een ridder zonder vrees of blaam: dat is een moedig mens
  • Dat is een ridder van de droevige figuur: dat is een sufferd

Landbouw

Hij is aan het einde van zijn akker: zijn geld (kracht) is op
Op zijn dooie akkertje: op zijn gemak
Is er armoe op stal, dan is er armoe overal: als men aan één ding een gebrek heeft, ontbreekt het doorgaans ook aan andere zaken

De boer neemt een groot deel van de spreekwoorden voor zijn rekening. Een groot deel van de bevolking bestond vroeger uit boeren, dus erg verwonderlijk is dit niet.
  • Iedere boer kust zijn vrouw op zijn eigen manier: iedereen handelt zoals hij het gewend is
  • Op de boer wonen: buiten de stad wonen
  • Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet: gerechten die men niet kent niet willen opeten of proeven
  • Dat staat geen boer in het venster: dat ligt niemand in de weg
  • Zo leert men de boeren de kunst af: zo probeert men achter een geheim te komen
  • Lachen als een boer die kiespijn heeft: groen lachen
  • Hij lacht als een boer, die een hoefijzer heeft gevonden: hij is zeer tevreden
  • Boeren en varkens worden knorrende vet: als een boer klaagt, wil dat daarom nog niet zeggen dat hij het slecht heeft
  • De boer moet weten wat de boter kost: een verkoper moet de prijs van zijn produkten kennen
  • De boer opgaan: het land afreizen om zaken te doen
  • Van die boer wil hij geen varkens: met die man wil hij niets te maken hebben
  • Hij laat de boeren dorsen: hij trekt zich nergens iets van aan
  • De domste boeren hebben de dikste aardappelen: men komt dikwijls verder met geluk dan met wijsheid
  • Het schort hem in de teen waar de boeren de hoed op dragen: hij is niet goed bij zijn verstand
  • Hij geeft er net zoveel om, als een boer om een kers: hij geeft er totaal niets om
  • De hand aan de ploeg slaan: flink aan het werk gaan
  • Aan het vee kent men de boer: men kan iemand beoordelen op basis van zijn produkten of werk
  • De boer op de edelman zetten: iets moois en gecultiveerd laten volgen door iets alledaags
  • Wat weet een boer nu van saffraan? : van een lomperik moet men niet veel verwachten
  • Hij staat op zijn woord als een boer op zijn klompen: als hij eenmaal iets gezegd heeft, houdt hij zich daar ook aan
  • Het is geen kunst om boer te worden, maar om boer te blijven: als men niet vlijtig is, gaat zijn bedrijf naar de knoppen

De knecht
  • Hij zal altijd wel de oude knecht blijven: het zal hem financieel nooit goed gaan
  • Als je me gisteren had gehuurd, was ik vandaag je knecht geweest: ik heb absoluut geen zin om te doen wat je vraagt
  • Het bevel van de heer is de order van de knecht: wat een meerdere beveelt, moet de ondergeschikte uitvoeren
  • Dat spreekwoorden ook tegenstrijdig kunnen zijn, bewijzen de volgende spreekwoorden:
  • Beter een grote knecht dan een kleine baas: men kan beter in dienstverband veel verdienen, dan zelf steeds met de zorgen van een bedrijf te zitten
  • Beter kleine baas dan grote knecht: het is veel waard om een eigen zaak te hebben

De herder
  • Als de herder dwaalt, dolen de schapen: als de leiding ontbreekt, doet iedereen wat hij zelf wilt
  • Dat zijn schapen zonder herder: dat zijn mensen zonder de nodige leiding
  • De wolf tot herder maken: iemand de gelegenheid geven veel kwaad te doen

Ambachten

Vooral in deze categorie zitten een paar uitgestorven beroepen en woorden:
  • Goede alm maakt goed werk: met goed gereedschap is een karweitje snel geklaard
  • Daar is een scherpe beitel voor nodig: daar moet men hard tegen optreden
  • Twaalf ambachten (stielen), dertien ongelukken: steeds proberen met iets anders de kost te verdienen, maar steeds falen
  • Eten als een delver (dijker): onbeschaamd veel eten
  • Hij is een ridder van de el: een kleermaker
  • De klompenmakers slachten: met zijn rug naar het licht zitten
  • Zij is op de klompenmarkt gekomen: zij is dertig en nog steeds niet getrouwd
  • Hij is in glasblazerskostuum: hij heeft bijna geen kleren aan
  • Dat zullen wij God en de molenaar laten scheiden: dat is een twijfelgeval, waar geen oordeel over te vellen valt
  • Het fatsoen hangt bij de goudsmid: ook zonder al te veel kosten kan men fatsoenlijk zijn
  • Het glimt als de kat van de kaarsenmaker in het donker: het is zeer dof
  • Vloeken als een ketellapper: hevig vloeken
  • Dat zijn twee koetsiers op één bok: daar staan twee mensen aan d eleiding, die het onderling niet eens zijn
  • Een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep: men hoort graag vertellen over het beroep dat men vroeger heeft uitgeoefend
  • Schoenmaker, blijf bij je leest: bemoei je alleen met dingen waar je verstand van hebt
  • Dat zijn twee schoenmakers in één pothuis: die twee hebben een plan gesmeed, waarmee ze een ander schade gaan berokkenen
  • De arbeider is zijn loon waard: verricht werk moet altijd ruimschoots worden beloond
  • Hij heeft het zo druk als een pruikenmaker met één klant: hij doet of hij ontzettend veel werk heeft, maar in werkelijkheid heeft hij niet veel te doen
  • Daar brandt de lamp, als er een wever vrijt: er is daar heel weinig licht
  • Men is beter met smid als met smeken: een goede werkman is van grote waarde
  • Schrijven als een smid: met hanepoten, onverzorgd
  • Dat is het geheim van de smid: dat weten alleen ingewijden
  • Hij praat als een smid: ruw en onbehouwen
  • Hij laat hem het gat van de timmerman zien: hij zet hem aan de deur
  • Die werkman is, telt zijn stappen: iemand die zijn werk goed wilt doen, loopt niet doelloos rond
  • Een slechte werkman beschuldigt altijd zijn getuig: iemand die zijn werk slecht doet, is altijd geneigd de schuld af te schuiven

Notabelen

Notabelen komen er meestal niet al te best uit. Ze liegen, stelen en bedriegen. Meesters en dokters hebben dan weer wel een goede naam en genieten veel aanzien. Van hen kan je nog wat leren.
  • Liegen als een advokaat: zeer overtuigd een leugen kunnen brengen
  • Hij heeft heel wat in akte: hij heeft een grote mond
  • In een anders ambt treden: iets doen wat eigenlijk door een ander moest worden gedaan
  • Hij is een echte ambtenaar: hij is bekrompen
  • De baron spelen: zich rijker en beter voordoen dan men is
  • Iemand burgemeester van een afgebrand dorp maken: iemand uitschakelen
  • Eens burgemeester, altijd burgemeester: wie eenmaal een hoge positie heeft bekleed, behoudt altijd zijn waardigheid
  • Iemand burgemeester maken: bij een jongen de broek opentrekken en er water ingieten
  • Het is daar galgen of burgemeesteren: heel succesvol zijn of totaal mislukken
  • Spreken als een advokaat: zeer welbespraakt zijn
  • Dat is een raadsheer met een p: dat is een adviseur waar men weinig aan heeft
  • Het verstand komt met het ambt: al doende leert men
  • Het is bij hem edelman of bedelman: de ene keer doet hij zich rijk voor, de andere keer arm
  • Grote heren hebben lange handen: grote heren hebben doorgaans veel macht
  • Hoe kaler jonker, hoe groter pronker: een arme man doet zich dikwijls rijk en voornaam voor
  • Waar geen klager is, is geen rechter: als iemand zich niet beklaagd, hoeft een ander hem ook niet te verdedigen
  • Men mag nooit eigen rechter spelen: men mag zelf nooit wraak nemen, men moet het gerecht zijn werk laten doen
  • Er zijn nog rechters in Berlijn: een rechter zal altijd rechtvaardig oordelen
  • Een meester wordt nooit geboren: men moet door ervaring wijs worden
  • Er is altijd een meester boven meester: er zijn altijd mensen, die het beter (denken te) weten
  • Aan de zolen van de meester hangt de meeste mest: men moet altijd alles zelf in de gaten houden om de beste resultaten te bereiken
  • Het oog van de meester maakt het paard vet: als de leiding toezicht houdt op een karwei, worst het werk niet verwaarloosd
  • Ondervinding is de beste leermeester: men leert het meeste van hetgeen men aan den lijve heeft ondervonden
  • Daar zal geen professor van groeien: hij heeft weinig verstand
  • Dat kan voorbij de deur van de schout gedragen worden: daar is niets illegaals bij
  • Hij is met hetzelfde water naar de dokter geweest: hij heeft iets onaangenaams meegemaakt, dat een ander ook is overkomen

De kerk

Een toch wel speciaal soort notabelen zijn de geestelijken. Zij genoten ook heel wat aanzien. Toch zijn er positieve en negatieve spreekwoorden waar de geestelijken in vermeld worden. Ook hun schijnheiligheid wordt wel eens in de verf gezet.

postief
  • Zo de abt, zo de monniken: zo baas, zo knechten
  • Hij is er abt en voogd: hij heeft er alles te vertellen
  • Een altaar voor iemand bouwen: iemand zeer hoog schatten
  • Wie het altaar bedient, moet van het altaar leven: iedereen moet kunnen leven van het beroep dat hij uitoefent
  • Dat smaakt als begijnenkoek: dat smaakt heerlijk
  • Daar gaat een dominee voorbij: het wordt plots zeer stil in een gezelschap
  • Gelijke monniken gelijke kappen: mensen van dezelfde soort hebben dezelfde eigenschappen
  • Het zijn niet alleen monniken, die kappen dragen: aan de buitenkant is niet te zien welk karakter een mens heeft
  • Men kent de monnik niet aan zijn pij: schijn bedreigt
  • Dat is monnikenwerk: dat is een lastig en tijdrovend karwei
  • Als het op de pastoor regent, dan druppelt het op de koster: als het de baas goed gaat, krijgen ondergeschikten ook extra's
  • Ze zijn naar de pastoor gegaan: ze zijn getrouwd
  • Dat is een pater goedleven: dat is iemand die zonder zorgen door het leven gaat

negatief
  • Daar is een begijn te geselen: daar gebeurt iets bijzonders
  • Het is een blikken dominee: hij doet alsof
  • De dominee preekt maar één keer voor zijn geld: men heeft geen zin een karwei nog eens over te doen
  • Hoe dichter bij de kerk, hoe groter geus: iemand die zich mooi voordoet, is in werkelijkheid dikwijls heel anders
  • 's Kosters koe mag op het kerkhof wieden: wat de een verboden heeft, wordt de ander toegestaan
  • Als de pastoor en de koster kijven, komt het al uit: als twee medeplichtigen ruzie maken, ontdekt men hoe hun misdaden in elkaar zitten (eenzelfde spreekwoord vindt men in de sfeer van de keuken, zie onder)
  • De pastoor zegent zichzelf het eerst: iedereen zorgt eerst voor zichzelf
  • De pastoor zingt geen twee missen voor één geld: wanneer men geen zin heeft om dezelfde karwei twee maal te doen

In de verzorging

Ook hier weer een aantal beroepen die eigenlijk niet meer bestaan. Wie kent er nog de baker? Het gaat hier om de vrouw die zorg droeg voor moeder en pasgeboren kind. Een beroep uit lang vervlogen tijden...waar toch nog heel wat spreekwoorden over bestaan.
  • De baker heeft er geen schuld aan: hij of zij heeft een hoge ouderdom bereikt
  • Dat is een bakerdienst: een karwei die niet lang duurt
  • Heetgebakerd zijn: snel kwaad zijn
  • Dat is bakerpraat: dat is onzin, prietpraat
  • Haring in het land, dokters aan de kant: Haring is zeer gezond
  • Zachte heelmeesters maken stinkende wonden: met halve maatregelen wordt het kwaad alleen maar erger
  • Er is geen man groot voor zijn kamerdienaar: ook een zogenaamd groot man is niets meer dan een ander
  • Dat is een lelijke kiezentrekker: dat is een flinke tegenvaller

Handel en zakenlui

Zakenlui komen er meestal uit als rijk, sluw en wantrouwig.
  • Hij haspelt ermee als een aap in een garenwinkel: hij stuurt alles in de war
  • Hij is net zo geacht als de rotte appel bij de groenteboer: hij is niet graag gezien
  • Hij is er gezien als een rotte kool bij een groentevrouw: men ziet hem er liever niet
  • Men kan beter naar de bakker dan naar de apotheker gaan: men kan beter goed eten in plaats van straks met allerlei kwaaltjes te zitten
  • Het is voor de bakker: het is in orde
  • Dat is een krentenbakker: dat is een gierigaard
  • Dat heeft de kat van de bakker gedaan: dat heeft iemand anders gedaan, maar ik niet
  • De hinkende bode komt achteraan: men moet zich niet te snel over een bericht verblijden
  • De beste bode is de man zelf: als men wilt dat het juist wordt verteld, kan men het beter zelf doen
  • Zijn eieren goed naar de markt brengen: een goed huwelijk aangaan
  • Het gaat daar zoals op de garenmarkt: er wordt een hoop onzinnige praat verteld
  • Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten: wie zelf slecht is, denkt dat anderen ook niet deugen
  • Als de gekken naar de markt komen, dan verdienen de kooplui geld: men moet proberen van de dwaasheid van een ander gebruik te maken
  • Hij heeft het grootste gelijk van de vismarkt: omdat hij het hardste schreeuwt, krijgt hij gelijk zonder het eigenlijk te hebben
  • Bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kennen: pas na afloop van een karwei kent men het karakter van een ander
  • Dat is zijn hele handel en wandel: dat is zijn hele doen en laten
  • Hij is van de brouwer zijn hond gebeten: hij drinkt graag een glas bier
  • Elke kramer voor zijn kraampje: iedereen moet voor zichzelf zorgen
  • Wat voorbij is, kopen de kramers niet: als men een goede gelegenheid voorbij heeft laten gaan, is er niets meer aan te doen
  • Hij is aan het landmeten: hij is dronken
  • Vandaag koopman, morgen loopman: vandaag succesvol zakenman, morgen failliet

In de keuken en in de kroeg

In de keuken
  • Het zijn niet allen koks, die lange messen dragen: men kan nooit op het uiterlijk van iemand afgaan
  • Veel koks verzouten de brij: als zich te veel mensen met één zaak bemoeien, dan loopt het verkeerd af
  • Honger is de beste kok: als men honger heeft, eet men alles
  • Men moet eten wat de kok schaft: men moet alles eten wat men krijgt voorgezet
  • Als de kok met de keukenmeid kijft, hoort men waar de boter blijft: als twee medeplichtigen met elkaar ruzie maken, hoort men hoe hun misdaden in elkaar zitten
  • Magerman is daar kok: men krijgt daar weinig te eten
  • Schraalhans is daar keukenmeester: ze zijn daar zo arm, dat er nauwelijks iets te eten is
  • Ergens koksgast van blijven: niets krijgen

In de kroeg
  • Hij heeft buiten de waard gerekend: hij heeft geen rekening gehouden met het feit dat iemand anders ook wat te zeggen heeft
  • Het is kwaad stelen, waar de waard een dief is: het is moeilijk een bedrieger te bedriegen
  • Vrolijke waarden maken vrolijke gasten: als men vriendelijk is met iemand, wordt men ook vriendelijk behandeld
  • Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten: iemand die liegt en bedriegt, denkt dat een ander dat ook doet

En ook dit is een beroep, en wel het oudste der wereld:
  • Hij loopt bij hoeren en snoeren: hij komt op plaatsen, waar hij beter weg kan blijven
  • Jong een hoer, oud onder de preekstoel: iemand die in zijn jeugd slecht is, wordt op latere leeftijd soms zeer vroom
  • Hoeren en boeven zijn één gespan: hoeren en boeven deugen allebei niet

Lees verder

© 2010 - 2014 Mapa, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Spreekwoorden over appels in de Nederlandse taalSpreekwoorden over appels in de Nederlandse taalAppels, we vinden ze zo gewoon. Ze maken deel uit van onze cultuur. Zo gewoon, al jaren, dat ze een plek hebben in de sp…
Schoenen: ons dagelijks schoeisel in spreekwoordenSchoenen: ons dagelijks schoeisel in spreekwoordenDe schoenen, waarmee wij elke dag op pad gaan, zijn in onze spreekwoorden terecht gekomen. Lang voordat opiniepeilingen…
Schoenen in spreekwoorden van klomp, slof, laars tot schaatsSchoenen in spreekwoorden van klomp, slof, laars tot schaatsSpreekwoorden weerspiegelen de cultuur en de geschiedenis van een land. Spreekwoorden over klompen getuigen van onze agr…
Dementie en taal: spreekwoorden in activiteitenDementie en taal: spreekwoorden in activiteitenMet dementerenden kan het leuk en zinvol zijn om taalactiviteiten te doen. Ook als hun spreektaal door bijvoorbeeld afas…
Nederlandse SpreekwoordenSpreekwoorden zijn op zichzelf staande uitdrukkingen die wijsheden bevatten. Ze zijn ontstaan in de volksmond en doordat…

Reageer op het artikel "Spreekwoorden met beroepen van vroeger en nu"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reacties

Paul van Rossum, 28-08-2013 09:51 #2
Het is toch ook "eten wat de pot schaft" behalve "eten wat de kok schaft"
(hoewel het woord "pot" latere betekenissen heeft gekregen)

Over stewardess weet ik wel "een meisje in de lucht geeft de reiziger leuk vrucht"
(over een zuinig luchtvaartbedrijf met een glaasje aangemaakte uit een pakje ranja bijvoorbeeld!
Daphhxx is toch allang opgelucht dat zij die die voordracht heeft gehouden. Alle vogels vliegen! Reactie infoteur, 29-08-2013
Inderdaad, het is ook "eten wat de pot schaft", maar pot is geen beroep…, dus past dit spreekwoord niet in dit rijtje.

Daphhxx, 24-03-2011 09:55 #1
Ik moet een opdracht maken voor school over spreekwoorden van beroepen. Zijn er ook spreekwoorden over het beroep stewardess? Reactie infoteur, 24-03-2011
Hallo,

De meeste spreekwoorden zijn al tientallen jaren oud. Tegenwoordig worden er niet veel meer bijgemaakt. Stewardess is een te recent beroep, dus ik denk niet dat daar al spreekwoorden mee zijn verzonnen.

Infoteur: Mapa
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Taal
Special: Teksten wenskaart
Reacties: 2
Schrijf mee!