
Spijbelen in Nederlandse dialecten
Spijbelen kan heel spannend zijn, maar even spannend is het om na te gaan hoe het begrip spijbelen in het Nederlands door de eeuwen heen en in dialecten is genoemd en wat daarbij de verwantschap is met het Frans. Een beknopt overzicht.
De eerste en (geloof ik) enige keer dat ik heb gespijbeld was toen ik nota bene nog op de kleuterschool zat. Dat was ergens begin jaren-50 en ik besloot toen met een klasgenootje in het Vondelpark te gaan dwalen in plaats van naar school te gaan. Ik kon toen niet beseffen dat ik een historisch zeer verantwoorde beslissing had genomen.
Vanaf de Middeleeuwen
Spijbelen kwam al in de Middeleeuwen voor. Een spibelaer was iemand die ongeoorloofd de school verzuimde, maar die betekenis was afgeleid van de eigenlijke betekenis: vagebond, landloper, dus iemand die zich in bossen en struiken min of meer heimelijk ophoudt. Het Middelnederlandsch Woordenboek legt dat allemaal uit. Het is een van de weinige oer-Nederlandse woorden.Uit latere tijd vinden we in het Frans-Nederlandse woordenboek van Halma uit 1733 voor spijbelen ook nog de Nederlandse uitdrukkingen loopen schobben, lieren, stutten in de betekenis uit de school blijven om te speelen. Deze uitdrukkingen zijn inmiddels verloren geraakt, behalve dat we nog het woord schobbejak kennen waarvan de betekenis, een berooid persoon die zijn levensonderhoud bij elkaar moet grabbelen, dicht tegen die van een vagebond of landloper aanligt.
De woorden schobben en stutten komen nog wel voor in het grote Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) dat woorden uit de periode van grofweg 1500-1920 behandelt:
- SCHOBBEN: Schobben. Loopen schobben; stutjes draayen. Faire l'école buissonnière (Een schobbe zou dan, in oostelijke dialecten, een bosje bijeengelezen aren zijn)
- STUTTEN: Stutten, schobben, speelen loopen in plaats van school of te werk te gaan. Faire l'école buissonniere, aller ou courir jouer au lieu d'aller à l'école ou à l'ouvrage (Afgeleid van het woord stut waarvan het WNT o.a. vermeldt: („Stutten behalven dat het beteekend schooren, soo beteekend het ook beletten: en voor een Amsterdams jongens loopje, stutten loopen, schaabullen, piereweien, ens.”)
Huidige dialecten
Wij kennen het woord spijbelen nu nog steeds en velen zullen die sport ook wel af en toe beoefenen. Maar het is uiterst opvallend om te merken dat er voor het begrip spijbelen in Nederlandse dialecten tientallen varianten bestaan, van fatsen tot platlopen, van haagschool doen tot puzzeren. Voor de Taalatlas van Noord- en Zuid-Nederland zijn er tussen 1925 en 1953 meer dan 80 varianten van opgetekend. Op de bijbehorende kaart (afl.7, no.10) uit 1957 is precies te zien in welk gebied welke variant is waargenomen.Franse invloed
Een van de dingen die mij daarbij opviel, was dat in het zuiden, dus langs de grens met Wallonië en Frankrijk, de varianten met haag of heg en bus zo frekwent voorkomen.En omdat ik momenteel in Frankrijk woon en ook wel eens wilde weten hoe Franse kinderen spijbelen, zocht ik het woord op en vond daarvoor in het Frans het ook al hierboven vermelde faire l'école buissonnière, hetgeen zoiets betekent als een openluchtschool houden. Een buisson is in het Nederlands een struikgewas of kreupelbosje, een buis een buxusplant, waarvan zo vaak een heg wordt gemaakt.
Dat verklaart heel veel:
- Ten eerste: iemand die spijbelt is een landloper, want hij gaat de bosjes in, in plaats van gewoon naar school, of dat nu in de wilde natuur is of in het Vondelpark, dat maakt niet uit.
- Verder: al die Nederlandse dialectvormen met haag (en dat zijn er zeker 17, allemaal in de Zuidelijke Nederlanden) zijn een rechtstreekse vertaling van het Franse buis(son).
- Ten slotte: de weinig voorkomende dialectvormen busje kappen en bussen maken, beide voorkomend in Belgisch West-Vlaanderen en Frans-Vlaanderen, dus het gebied tussen zeg maar Brugge en Duinkerken, zijn een verbastering van het Franse buis.
Nooit geweten dat spijbelen zo interessant kon wezen! © 2008 - 2010 Elloo, gepubliceerd in Taal (Educatie en School) op 20-09-2008, laatst gewijzigd op 20-09-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Elloo is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- [Frans] Hoe gebruik je het lidwoord in het Frans?: Het lidwoord in het Frans, l’article, wordt op verschillende manieren gebruikt en toegepast. Hoe gaat dat ook al weer? Het Frans kent meer varianten dan het…
- Dialectgroepen binnen het Arabisch: Met rond de 300 miljoen sprekers behoort het Arabisch tot de grote wereldtalen. De verschillen tussen de dialecten zijn echter groot, veel groter dan tussen Limburgs en Go…
- Grammaticale termen in diverse talen: In dit artikel vindt u een overzicht van de grammaticale termen. Niet alleen in het Nederlands, maar ook in andere talen. Waaronder Latijn, Frans, Spaans, Engels, Duits…
- Vertaling feestdagen engels-frans-nederlands: Elk land heeft zijn eigen feestdagen en festivals. Een volledige lijst weergeven is dus zo goed als onmogelijk. U krijgt bij ons de meest bekende feestdagen met…
- Christophe Deborsu: Liefde voor het Nederlands: Dat zelfs Franstaligen van het Nederlands kunnen houden bewijst Christophe Deborsu, een Waalse Belg. Dat geeft hij aan in een interview dat hij voor het Animat…

Reageer op het artikel "Spijbelen in Nederlandse dialecten"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

