Samenvattingen en Wereldoorlog

Samenvatting Geschiedenis Memo hoofdstuk 13

Dit is een samenvatting van hoofdstuk 13 van het geschiedenisboek Memo. Heel handig voor een toets, als je zelf geen tijd hebt om een samenvatting te schrijven. Mijn samenvattingen zijn er wel altijd op gemaakt dat je eerst de tekst gelezen moet hebben. Als je dat niet hebt gedaan kan het zijn dat je sommige delen uit mijn samenvatting niet snapt of iets dergelijks.


Hoofdstuk 1

1.1
Eind 19e eeuw: industriële revolutie
  • snelle vernieuwing in korte tijd
  • goederen werden sneller en goedkoper geproduceerd
  • levensstandaard verbeterde
  • betere gezondheid
  • daling sterftecijfer --> stijging bevolkingsomvang

Fin de siècle:
De mix van positieve en negatieve gevoelens over de industriële revolutie
  • positief: onbegrensde mogelijkheden
  • negatief: vervuiling, grote tegenstelling arm <--> rijk, slechte arbeidsomstandigheden

1.2
Nieuwe elite door industriële revolutie: rijke bankiers en fabriekseigenaren
Adel wordt steeds minder belangrijk. Ook ontstaat er een nieuwe lagere middenklasse van administratief en toezichthoudend personeel en een nieuwe hogere middenklasse van beter opgeleid kantoorpersoneel en vrije beroepen als arts en professor Tot de laagste klasse behoorden de fabrieksarbeiders, deze hadden te maken met slechte woon- en werkomstandigheden.

Vakbewegingen werden opgericht voor betere arbeidsomstandigheden
D.m.v. stakingen onderhandelden ze met werkgevers, soms met succes.
De macht van vakbewegingen werd door de regering aan banden gelegd door met geweld op te treden tegen stakingen. Ook ontsloegen de fabriekseigenaren vaak de stakers, omdat er toch genoeg mensen waren die hun plaats wilden innemen.

Vrouwen uit de middenklasse gingen ook werken, bijvoorbeeld op kantoor, in de fabriek, in de winkel of in het onderwijs.
Eerste feministische golf: kiesrecht, recht op onderwijs en werk.

1.3
Liberalisme
Iedereen is gelijk en het beste uit de mens komt naar voren als hij zich vrij kan ontplooien, zowel in economisch, politiek als in geestelijk opzicht
  • vrije markteconomie
  • weinig overheidsbemoeienis
  • parlementaire democratie
Er ontstonden scherpe tegenstellingen hierdoor. Armen bleven arm en de rijken werden steeds rijker.

Sociale kwestie:
De vraag wat er gedaan kon worden aan de slechte werk- en leefomstandigheden van arbeiders Vooruitstrevende liberalen wilden dat er sociale wetten kwamen uit angst voor een revolutie. Onder het kabinet van Pierson (1897-1901) kwamen die er.

Socialisme
Komt op voor arbeiders. Karl Marx zorgde voor populariteit. Hij riep op tot revolutie, waarbij een klassenloze samenleving zou ontstaan. Aan het eind van de 19e eeuw werd zo'n revolutie door de mensen niet echt meer nodig gevonden. Zij dachten dat alles goed zou komen zodra het algemeen kiesrecht doorgevoerd was. Anderen wilden zich echter wel strikt houden aan de leer van Marx. In Rusland ontstonden onder Lenin de Bolsjewisten, die voor een revolutie geleid door een groep beroepsrevolutionairen waren --> 1917
Arbeiders moesten zich volgens Marx niet verbonden voelen met de staat, maar met alle andere arbeiders ter wereld.

Nationalisme
Wordt door regeringen soms bewust aangewakkerd om een gevoel van eenheid te creëren onder het volk Het leidde soms tot racisme (eigen ras werd opgehemeld) Het speelt een belangrijke rol bij het imperialisme (het verkrijgen van zoveel mogelijk koloniën vergrootte het nationaal aanzien) Race om koloniën leidde tot grote rivaliteit --> WO 1

1.4
Spanningen tussen grote Europese staten groeiden aan het eind v.d.19e eeuw door modern imperialisme, nationalisme en een groeiende concurrentie door industrialisatie. Ook vond een verschuiving v.d. machtsverhoudingen plaats.
  • Duitsland werd steeds sterker na de eenwording.
Uit angst voor elkaar gingen regeringen steeds meer geld uitgeven aan de opbouw van leger en vloot.
  • Europa raakte zwaar bewapend
Uit angst sloten Europese landen bondgenootschappen.
Triple Alliantie: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Italië
Triple entente: Frankrijk, Engeland, Rusland
Stituatie op de Balkan:
Het Turkse Rijk raakte in verval, veel verschillende volkeren wilden onafhankelijkheid (Servië, Montenegro) Mensen wilden een groot Zuid-Slavisch rijk. OH was tegen (veel van hun onderdanen waren Slavisch, ze waren bang voor opstanden), Rusland was voor. Beide landen hoopten de eigen invloed in het Balkangebied uit te breiden. --> een conflict kon makkelijk uitbreken.

1.5
Directe aanleiding van WO1: de moord op Franz-Ferdinand, kroonprins van OH. OH beschuldigde Servië ervan dat ze hiervan van tevoren op de hoogte waren geweest. OH stuurde Servië een ultimatum, maar Servië verwierp het. OH verklaart Servië de oorlog. Door de bondgenootschappen is dan ineens heel Europa in oorlog. Eerst heerste er een optimistische sfeer, men dacht dat de oorlog snel voorbij zou zijn. Dit was niet waar. Duitsers konden tot staan worden gebracht, maar niet worden teruggedrongen. --> Loopgraven
In 1917 verlaat Rusland de oorlog i.v.m. de Russische Revolutie en komen de VS erbij. in 1918 gaven de Centralen zich gewonnen.

1.6
28 juni 1919: Verdrag van Versailles werd ondertekend. Het was echter zeer nadelig voor Duitsland en de andere 'verliezers'
President Woodrow Wilson had een 14-puntig vredesvoorstel opgesteld, wat volgens hem helemaal rechtvaardig was. Ieder was enthousiast. De Franse premier Clemenceau wilde echter Duitsland extra hard aanpakken, zodat het in de nabije toekomst niet weer kon aanvallen. Duitsland moest alle schadevergoedingen betalen, het moest Elzas-Lotharingen teruggeven aan Frankrijk en het mocht maar een heel klein legertje hebben. In de 14 punten van Wilson was ook het zelfbeschikkingsrecht van volkeren opgenomen, maar het toepassen hiervan gebeurde niet principieel. (Duitsland mocht bijvoorbeeld niet één worden met Oostenrijk) De Volkenbond werd opgericht, maar stelde niet veel voor, omdat de verliezers niet mee mochten doen, evenals het communistische Rusland. Ook Amerika deed er niet aan mee.

Hoofdstuk 2

2.1
Na de oorlog was Europa zwaar verwoest en verarmd. Duitsland moest enorme herstelbetalingen doen, Britten en Fransen moesten geleend geld terugbetalen aan Amerika. Buitenlandse handel was sterk afgenomen en ook de handel binnen Europa was belemmerd door alle nieuwe staatjes in Midden- en Oost-Europa.
Dawes plan: soepelere betalingsregeling voor Duitsland
Duitsland ontving ook leningen
  • Economie bloeide op
  • Sfeer van optimisme
1929: Economische crisis
Oorzaken:
  • Overproductie in de landbouw
  • Beleggingen gedaan met geleend geld
  • Banken hadden weinig reserves, alles uitgeleend
  • Te weinig mensen met voldoende koopkracht, zodat er teveel werd geproduceerd
  • Veroudering bepaalde industrietakken (spoorwegen)
Regeringen witen er geen raad mee. Werkverschaffingsprojecten werden opgezet en in nazi-Duitsland ging de regering investeren in de wapenindustrie zodat de werkgelegenheid in deze sector steeg

2.2
De welvaart steeg enorm; productieverhoging leidde tot hogere lonen en kortere arbeidstijden. --> massaconsumptie en massavermaak (sportwedstrijden en bioscopen)
De jaren 20 werden ook wel de 'roaring twenties' genoemd. Pracht, praal, een snelle carrière en nieuwe sensaties behoorden tot de nieuwe manier van leven. Alleen een klein gedeelte van de bevolking was welvarend, de rest leefde nog in grote armoede en kon dus niet profiteren van de nieuwe manier van leven. Tijdens de economische crisis werd dit nog erger, maar de mensen die hun baan wel behielden merkten er niet heel veel van.

[U2.3[/U]
Na WO1 zegevierde de parlementaire democratie. In vrijwel alle landen werd algemeen mannenkiesrecht ingevoerd. Socialistische partijen waren populair bij arbeiders. Socialisten wilden via het parlement veranderingen teweeg brengen. Radicale socialisten splitsten zich af in communistische of anarchistische partijen.
In Midden- en Oost-Europa mislukte e democratie. Oorzaken hiervoor waren onervaren politici en het gebrek aan democratische tradities. De macht raakte weer in handen van alleenheersters.
Ook in West-Europa ontstonden anti-liberale bewegingen (fascisme en communisme). Door de economische crisis steeg hun populariteit, omdat ze riepen om een sterke regering die actie zou ondernemen.

2.4
De VS waren rijk uit de oorlog gekomen. In de VS zelf heerste een krachtig nationalisme tegen iedereen die niet 'echt Amerikaans' was (joden, katholieken, zwarten, aziaten, Oost-Europeanen, socialisten, communisten).
Er werd een 'drooglegging' (geen alcohol meer) ingesteld. Dit hielp echter helemaal niks, de georganiseerde misdaad bloeide hierdoor enorm op.
1929: economische crisis. President Hoover was een liberaal van de oude stempel en vond meer overheidsbemoeienis niet nodig, de economie zou zich zelf wel weer herstellen. Dit gebeurde echter niet.
New Deal
1932: de democraat Franklin Roosevelt wordt president
Met de 'New Deal' voerde hij een aantal maatregelen in om de economische toestand te verbeteren:
  • Vermindering van de productie in de landbouw en de industrie, waardoor de prijzen weer stegen
  • Banken werden onder scherpe controle gezet
  • Een 35-urige werkweek werd ingevoerd
  • Kinderarbeid werd verboden
  • Er kwam een verzekering tegen werkloosheid en een pensioenregeling
--> Welfare state: de staat wil door sociale wetgeving de bevolking tegen de ergste armoede beschermen.
Pas in de Tweede Wereldoorlog ging het weer goed met de Amerikaanse economie, door de oorlogsindustrie.

2.5
25 oktober 1917: Lenin werpt samen met Trotski en andere partijgenoten de regering van Rusland omver. In februari dat jaar was tsaar Nicolaas II al afgezet. De toestand voor het russische volk was zeer ellendig geworden in WO1
--> stakingen en massademonstraties.
De bolsjewieken trokken rusland terug uit de oorlog. Een burgeroorlog ontstond tussen het Rode Leger en het Witte Leger. Het Witte Leger kreeg steun van het Westen, maar toch won het Rode Leger in 1921.
Na Lenins dood werd Stalin alleenheerser. De Sovjetunie werd een totalitaire staat. Stalin gebruikte radio en film om de bevolking te doordringen van zijn gedachtegoed.
Stalin ging het land op snel tempo industrialiseren met 5-jarenplannen. Het geld hiervoor moest opgehoest worden door de al straatarme boeren, die bijeengedreven werden in collectieve bedrijven (kolchozen) om zo meer winst te maken. Boeren die protesteerden werden ter plekke gedood of naar kampen in Siberië gestuurd. Op het gebied van zware industrie behoorde Rusland binnen de kortste keren tot de wereldtop, maar de consummptiegoederenindustrie was er slecht aan toe en de landbouw is de klap nooit te boven gekomen.
Stalin werd steeds wantrouwiger en zag overal vijanden, zowel binnen als buiten de partij. Zij werden d.m.v. schijnprocessen uit de weg geruimd of ze 'verdwenen'.

2.6
Groot Brittannië
Na WO1 was het erg verzwakt. Het kreeg van de Volkenbond Jordanië, Irak en Palestina toegewezen. Door het antisemitisme waren al veel joden naar Palestina gevlucht. Ze kregen daar steun van Balfour. Dit leidde wel tot verzet onder de plaatselijke Arabische bevolking en de Britten hadden het hier moeilijk mee.
Ook in de Britse kolonie India waren er problemen. Gandhi riep daar op tot geweldloos verzet tegen de Britse bezetting. De Britten wisten niet wat ze hiermee aan moesten.
In Ierland waren er ook problemen; een harde onderdrukking van de onafhankelijkheidsbeweging hielp niet meer en in 1921 werd Ierland de Ierse Vrijstaat. Het noorden van het eiland bleef wel in Engelse handen.
Frankrijk
Kreeg van de Volkenbond Libanon en Syrië toegewezen, maar ook zij kregen te maken met onafhankelijkheidsbewegingen.
Binnen het land zelf woedde ook een gezagsstrijd: de fascisten tegen het Volksfront
1936: Volksfront wint, Léon Blum (socialist) wordt premier. Hij voert meteen vergaande veranderingen door (40-urige werkweek, doorbetaalde vakantiedagen) maar ondernemers vonden het niks. De regering steunde ook de Volksfrontregering van Spanje niet, hetgeen voor onvrede zorgde.
1937: kabinet van Blum kwam ten val.
© 2007 - 2010 Ridepi, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 10-10-2007, laatst gewijzigd op 10-10-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Ridepi is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • MeMo, handboek VWO, uitgeverij Malmberg 's-Hertogenbosch

Reageer op het artikel "Samenvatting Geschiedenis Memo hoofdstuk 13"


Door Bakker op 13-11-2007

Ik zoek oorzaken van de Russische Revolutie, maar die kan ik nergens vinden dus als de maker van dit stukje nog een paar oorzaken over de Russische Revolutie zou kunnen toevoegen zou dat fijn zijn, want ik heb het nodig voor een project van Maatschappij, CKV, Geschiedenis en andere shit :-p :-( :-) Maar ik zou het dus erg op prijs stellen als u daarover nog een stukje wilt schrijven.. alvast bedankt en tot ziens! :-( Reactie infoteur op 04-02-2008:Zoals de naam van het artikel al zegt is het een samenvatting van een hoofdstuk. Als er in dat hoofdstuk niks gezegd wordt over de oorzaken van de Russische Revolutie zal er helaas ook niks over in het artikel staan.