Samenvatting, De schepping van de wereld in het nieuws

Voor de opleiding tot docent maatschappijleer hebben wij een samenvatting moeten schrijven van het boek "De schepping van de wereld in het nieuws". Omdat ik zelf dit boek zeker interessant vond, maar de stof wat langdradig heb ik besloten de samenvatting van dit boek op internet te zetten. Het is een vrij uitgebreide samenvatting omdat er, naar mijn idee, veel belangrijke zaken in beschreven zijn die eigenlijk iedereen zou moeten weten.

Hoofdstuk 1: inleiding

Jaap van Ginneken heeft een onderzoek onder studenten uit verschillende landen gedaan naar hoe ze de wereld tekenen, dit om te demonstreren hoe universeel ‘etnocentrisme’is. Ze moesten de wereldkaart tekenen in 3 minuten. De studenten tekenden hun eigen land beduidend groter dan de andere landen en ook de omringende landen waren relatief groter dan de landen verder weg. De (ex)-kolonieen werden ook nog vaak groter afgebeeld. De in het nieuws ‘belangrijke’ landen waren ook goed te herkennen. Kaarten geven een incomplete visie op de werkelijkheid. Hoe de kaart weer wordt gegeven is afhankelijk van bepaalde zaken maar bepaalde dingen staan ook vast. De noordelijke, vaak beter ontwikkelde, landen staan altijd boven aan de kaart. De meest ontwikkelde landen staan in het midden of links. Hier kun je al zien dat wat soms objectief lijkt ontzettend subjectief kan zijn. Etnocentrisme is een vrij ‘normaal’ verschijnsel. Dit is niet alleen te zien aan de westerse landen maar over de gehele wereld. Wel is de westerse visie breed verspreid.

De werkelijkheid van ‘het nieuws’ wordt bijvoorbeeld weergegeven aan de hand van de plaats waar het nieuws op tv komt. Het wordt weergegeven vanuit de werkelijkheid in de ogen van de kijker. NEWS wordt door sommigen ook ontleed als North East West South. Dit kan gezien worden als het feit dat het nieuws van overal op de wereld komt, of de volgorde van belangrijkheid. Westerse landen hebben de gezamenlijke eigenschap om “gastarbeiders” op het moment dat ze niet meer nodig zijn in de arbeid, te bestempelen als Illegale immigranten. Hoewel Europeanen de eerste “illegale vreemdelingen” waren tijdens de tijd van de kolonisatie. Dit wordt gestimuleerd door de media doordat het woordgebruik in kranten en op tv zich aanpast. De laatste jaren is er nogal wat te doen geweest om etikettering als “nikker” en “neger”. Er bestaat geen enkel etiket dat juist is. Een getinte man “zwart” noemen is eigenlijk erg vreemd, Hij is alles, behalve zwart. Waarom noem je een “blanke” een blanke? Ze zijn niet wit, ze zijn roze. Ieder etiket heeft een netwerk van associaties om zich heen. De associaties verschuiven met de tijd. Het westen ontkent altijd dat het een dominant wereldbeeld heeft. Dit is niet zo raar dat we dit denken, dit komt doordat het als logisch wordt gezien doordat het zo gepresenteerd wordt in het nieuws. Onze wereldkaart is maar het begin. Wat ons in het onderwijs verteld wordt is ook gekleurd maar dat zien we als waarheid net als alles uit de journalistiek. Onze politieke overtuiging is gebaseerd op informatie die ons ook als middelpunt van de wereld ziet.

De wetenschap, het onderwijs en de journalistiek produceren de kennis die wij overnemen. Zei streven vrijwel de zelfde idealen na, de implicatie dat hun ideaal makkelijk bereikt wordt, doet volgens de schrijver van het boek meer kwaad dan goed. Volgens hem leidt het de aandacht af van het mogelijke karakter en geeft het een overspannen vertrouwen.

Hoofdstuk 2:Wat is nieuws of 'niets nieuws'

De definitie van nieuws die de meeste mensen hebben is niet geheel correct. De meeste mensen zullen als definitie geven “De werkelijk belangrijke gebeurtenissen”. Men heeft niet door dat de media bepaalde onderwerpen nu eenmaal zelf interessanter vinden om te vermelden dan het andere. Sowieso zal hier een westerse vrouw “belangrijker” zijn dan een Afrikaanse man. Wat is nu eigenlijk de nieuwswaarde van het nieuws en aan welke waarden hangt dit vast? Hoe neutraal is de keuze voor het nieuws nu eigenlijk?

H.J. Gans heeft onderzoek gedaan naar het avondnieuws op twee Amerikaanse omroepen en twee nieuwsbladen. Hij zag dat het nieuws meer over personen dan over groepen ging. Rond de 80% van het nieuws ging over beroemde personen. De overbelichting van bepaalde personen heeft volgens Gans belangrijke consequenties die niet in het boek beschreven staan.

De media plaatsen bepaalde personen in de schijnwerpers. Onbekenden in het nieuws worden als anonieme groepen weggezet, meestal gaat het dan om groepen die wetten overschrijden of buiten de normale kaders handelen.

De activiteiten die het nieuws halen gingen veelal over overheid en “law & Order”. Gans stelde vast dat vooral de eenheid en tegenstellingen binnen natie en maatschappij op een zeer bepaalde manier door de media in scene worden gezet. Een ander belangrijk onderwerp in het nieuws is tegenstelling binnen natie en maatschappij. Waarbij de voorkeur uit blijkt te gaan naar conflicten rond demografische categorieën.

De eenheid van Natie en maatschappij werd benadrukt in het nieuws. De dingen die Amerika heeft die te maken hebben met de fundamentele eenheid en harmonie binnen het land worden breed uitgemeten. Ook bij buitenlandse acties gebeurt dit. Dit zorgt voor een vertekend beeld van de buitenwereld.

Binnenlandse thema's in het buitenlandse nieuws bracht ook mooie conclusies met zich mee. Het bleek dat de Amerikaanse Media zich meer gelijk hield met het state department omtrent het buitenlandse nieuws dan met de lijn van het witte huis omtrent de binnenlandse politiek. Dit is te verklaren vanuit het feit dat de journalisten de zelfde waarden aan houden als hun leiders en de andere burgers.

J. Galtung en M.H. Ruge van het Peace Research in Oslo hebben de structuur van buitenlands nieuws onderzocht in Noorwegen. Zij vonden 12 factoren die van invloed zijn op het nieuws. Te weten: De tijdsspanne waarin de gebeurtenis plaats vindt, de schaal, de duidelijkheid van de gebeurtenis, de betekenisvolheid, de overeenstemming (is de gebeurtenis voorspeld?), onverwachtheid, continuïteit, samenstelling van het beschikbare nieuws, elite landen, elite personen, personifiëring (over mensen roept makkelijk identificatie op, dingen zijn niet “leuk”) en negativiteit (slecht nieuws is goed nieuws).

Galtung en Ruge vonden een onderlinge samenhang die te verdelen was in selectie, vertekeningen en herhaling. Ze kwamen tot de conclusie dat de media zou “moeten trachten het effect van alle twaalf factoren te neutraliseren”.

Er bestaat in het nieuws ook nog iets als “Morele paniek”. “Een situatie, gebeurtenis, persoon of groep wordt op eens als een bedreiging van maatschappelijke waarden en belangen gedefinieerd..” Aldus Cohen (Folks devils and moral panics”). Er wordt een stereotype neergezet en over iets feitelijk kleins kan zo een groot iets ontstaan door de aandacht die er aan gegeven wordt door de media.

E. Goede en N. Ben-Yehuda stelden 5 criteria voor dit verschijnsel op: Bezorgdheid, vijandigheid, brede overeenstemming, disproportionaliteit (in de bezorgdheid) en vluchtigheid in het verschijnsel. Interculturele verslaglegging leent zich erg goed voor morele paniek. Je ziet dit vaak in de media terug als je goed oplet. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een verschijnsel wat vaak voorkomt, maar nu in plaats van de inwoners van een Afrikaans land er eens een Amerikaans burger de zelfde straf daar opgelegd krijgt als normaal de burgers in het land daar. Dan is het ineens groot nieuws en wordt er schande gesproken van het gebeuren aldaar. Het wordt dan dus totaal uit zijn proportie getrokken.

Na het lezen van dit hoofdstuk kunnen we stellen dat iets pas nieuws is, wanneer het door de poortwachters geoormerkt wordt als nieuws. Nieuws is nieuws wanneer het ‘interessant’ genoeg is voor de mensen om te lezen, volgens de media concerns. Nieuws is nieuws, wanneer wij het willen horen, wanneer het aan onze verwachting van NIEUWS voldoet.

Hoofdstuk 3: Welke zijn de smaakmakende media in de wereld?

Dit hoofdstuk gaat over de vraag: 'welke media, journalisten en bronnen bepalen wat internationaal nieuws is. Want waarom zijn de VS, Groot-Brittannië en andere westerse landen de 'nieuwsdefinieerders' op aarde? In het oog van velen zouden media mensen geen gekleurd nieuws brengen. Nieuws zou een benadering moeten zijn die waarneembare, meetbare en kwantificeerbare bewijzen brengt. (Naar O'Sullivan en anderen). Peter Schrag stelt hierover: 'Iedere verslaggever opereert binnen zekere aannamen van wat normaal gedrag is, en een goede maatschappelijke ordening. Hoe “objectiever” hij probeert te zijn, hoe waarschijnlijker het is dat die aannamen verborgen zullen blijven.' Het is dus een erg mooi streven om objectief te blijven, in praktijk is dit haast niet haalbaar. Het is vrijwel onmogelijk om aan je vooringenomenheden te ontsnappen.

Schijnbaar “objectieve” waarheden verschijnen aan Westerse groepen, waar ze op een relatief “subjectieve” manier aan niet-westerse publieksgroepen verschijnen. Media schrijven voor het land waar ze in de media verschijnen, en zullen dan ook de manier van schrijven aanpassen op de publieksgroepen die ze bereiken. Ze schrijven vanuit het wereldbeeld dat deze groep heeft, en naar 'zijn waarheid'. Dit is haast niet te voorkomen door de standaard waarin de verslaggever leeft. Zijn standaard is de standaard waaruit hij schrijft, dit aan de kant schuiven is heel moeilijk, omdat voor jou gevoel jou manier van leven de normale manier van leven is.

De wereldwijde nieuwsagentschappen hebben drie soorten grote klanten: de zakenwereld, de media in ontwikkelde landen en de nationale regeringen van de betreffende grote landen

Voor de eerste en tweede wereldoorlog waren het de drie grote Europese Persbureaus die het wereldnieuws brachten (sinds 1859 hadden deze drie de wereld 'verdeeld' onder elkaar). Ten tijde van de wereldoorlogen ergerde Amerika zich aan de 'manipulatie' van het nieuws door de Europeanen. De machtigste en meest invloedrijke mediagroepen in de wereld hebben hun thuisbasis in de allerrijkste media markten. Het aantal inwoners van een land, streek of stad zijn hierin vele malen minder van belang dan het Bruto Nationaal Product van het gebied. De G7 controleren de transcontinentale mediastroom in zeer grote mate. Daarnaast is ook de OESO (Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling) een grote partij. De G7 omvatten maar 10% van de wereldbevolking, maar voeren 90% van de mediastroom wereldwijd.

De mediamarkt die vooral door de G7 gecontroleerd wordt, is dermate beïnvloed door een steeds kleiner wordend spectrum van media stemmen. De markt wordt door een aantal bedrijven beïnvloed, of ook wel beheerst. Er worden 3 soorten overlappingen genoemd, waarbij de combinatie mediagroep/bedrijf bedoeld wordt. Verticale integratie: hierbij bezit de uitgever ook bijvoorbeeld een drukkerij, papier fabriek of distributeur. Horizontale integratie: hierbij bezit een krantenconcern bijvoorbeeld ook een commerciële omroep. En als laatste het samengaan met conglomeraten, hierbij bezitten niet-media bedrijven een groot aandeel namen in media bedrijven. Uit onderzoek bleek dat een groot deel van de niet-media bedrijven die invloed hadden de media uit de “fortune-list” kwamen, de vijfhonderd grootste ondernemingen. Hierin komen elektronische bedrijven, wapenproducenten, kernenergiebedrijven en andere bedrijven met grote en cruciale media belangen voor, die nu dus echt iets te zeggen kregen over de manier van beeldvorming. Het aantal bedrijven dat de Amerikaanse mediamarkt in verschillende sectoren domineerde, werd in 1983 becijferd op 50, in 2000 werd het aantal vastgesteld op 9. In 2000 bleken deze 9 ook de rest van de wereld media te domineren. Deze negen partijen zijn: General electric, Viacom, Disneu, Bertelsman, Time Warner, Murdoch, Sony, AT&T en Seagram(Universal geworden). Mede door deze ontwikkeling, is de eurocentrische visie in de media groter geworden door de jaren heen. De hoeveelheid buitenlands nieuws bij de Amerikaanse grote omroepen is in de jaren gehalveerd. Dat een medium kan bestaan als er publiek voor is is lang niet altijd waar. Er zijn genoeg interesses die niet door de media bediend worden. Het bestaan van een medium is namelijk afhankelijk van inkomsten. Globaal zijn er drie inkomsten bronnen voor de media aan te wijzen: Subsidies van regeringen of grote sociale instituties, verkopen en abonnementen en ten slotte reclame gelden. Één van deze bronnen moet dus interesse hebben om geld te steken in het onderwerp wat het publiek wil zien. Is dit niet het geval, dan is er geen geld om het in de media te brengen.

Volgens het boek is bijvoorbeeld in Amerika bij de grote omroepen 90% tot 100% van de inkomsten uit reclame gelden. De vraag of reclame geld invloed heeft op de vorm van het medialandschap is een interessante. Logischerwijs zou je 'nee' antwoorden, de adverteerders zijn alleen geïnteresseerd in een zo groot mogelijk publiek bereiken. Reclame makers hanteren vier criteria om te besluiten waar ze hun advertenties plaatsen: De pure omvang van het publiek dat bereikt wordt, de koopkracht van het publiek dat bereikt wordt, 'special interest' publiek en de redactionele omgeving van een programma/blad. Is er dus voor een bepaald genre/onderwerp geen adverteerder te vinden, dan is er geen budget om het programma op t.v. Of op papier te krijgen. In het boek wordt een voorbeeld aangehaald inzake reclame voor tabak.

In de tijdschriften en nieuwsbladen waar Tabaksreclame in stond, werd niet bericht over de gevaren van roken voor de gezondheid en de verslavingsfactor er van. Ook na onderzoek en het leveren van bijdragen voor de bladen bleek dat er steeds niets geplaatst werd. In een blad werd er wél geplaatst en bleek dat de tabaksreclames er meteen uit verdwenen. “Reclame leveranciers” hebben een erg grote invloed op de pers, zelfs op de “onafhankelijke pers” in Nederland. Dit blijkt na bijvoorbeeldd de film “Death in the West”, deze heeft tijdenlang op de plank gelegen om uitgezonden te worden, dit durfde ze niet aan, door derechtszakenen en dergelijken diPhilipip morris en andere tabaks bedrijven aangespannen had waardoor die film niet meer uitgezonden mocht worden én niet verkocht. Toen hij eenmaal na jaren tóch uitgezonden werd is meteen Philip morris er achter aan gegaan om de film wederom niet meer uit te laten zenden.

Economie en waarden

Groot Brittannië en Amerika waren twee eeuwen lang de grootste media machten. Deze landen delen natuurlijk hun taal, maar delen ook de waarden van de wereldhegemonie. Ze hadden beiden weinig “last” van de twee wereldoorlogen, ze hadden geen last van opstanden of radicale omwentelingen.

Geleidelijk aan worden de kernwaarden over genomen door de andere westerse landen. De kernwaarden zijn: Sociale waarden, Economische waarden, Politieke waarden, life-style waarden, Ideologische waarden. Economische waarden zijn, zoals gesteld wordt, de vrije markt economie en vrij ondernemerschap. Door de media worden deze twee afgeschilderd als de basis voor economische voorspoed. Als je dit als land zou hebben, dan komt de rest vanzelf. Niet iedereen denkt er zo over, maar het wordt wel zo gesteld in de media.

Sociale waarden als individualisme en sociale mobiliteit zouden de kern zijn van een goed verdienende midden klasse. Ten tijde van de kolonisatie waren deze waarden erg belangrijk. Wel moet hierbij gezegd worden dat de kans van slagen te wijten was aan de ongelimiteerde toegang van een gebied en de hulpbronnen. Het is ergens naiëf om te denken dat deze waarden de armoede in een land vanzelfsprekend op zouden kunnen lossen.

Life-Style waarden als materialisme en persoonlijke autonomie, het zelf beslissen en het feit dat je sociale identiteit afhangt van je consumptie patroon wordt in de westerse wereld als standaard gezien. Hier is op zich niks mis mee, maar of het wel zinvol en eerlijk is om culturen hier op af te rekenen is maar de vraag.Qua ideologische waarden denken de mensen in de westerse landen veelal dat het westen bereid is ieder land te helpen om de zelfde status te bereiken die zei hebben. DE status die de westerse landen hebben is hun ogen de ideale in de huidige beschaving. Dat het westen verantwoordelijk wordt gehouden voor het grote verschil in de wereld vergeten we graag of schilderen we af als verzonnen.

Men gaat er van uit dat het westen niet vaart op ideologieën maar op het feit dat men wéét, de wetenschap dus. Dit gehele hoofdstuk staat steeds voorop dat men er van uit gaat dat dingen ongekleurd gebeuren, zoals het nieuws brengen en politiek. Het nieuws zou neutraal gebracht worden en zou aan waarheidsoverdracht doen en de politiek is gestoeld op wetenschap en niet op ideologie. Men kan niet totaal objectief zijn, net als dat je niet totaal on-ideologisch kan zijn. Je hebt een referentie kader nodig om je plaats in de wereld te bepalen, om een mening te hebben. Je hebt een standaard. Binnen het westerse nieuws is de standaard die gehanteerd wordt onder journalisten veelal gezet door de grote persbureau’s. Pas als het naar hun idee nieuws is, komt het in de media. Als journalist schrijf je naar de pijpen van het medium waar je voor schrijft en neem je nog eens je eigen standaard mee.

De spraakmakende media zijn de gene die als eerste nieuws overbrengen, de grootste en de meest bekende. Wat als eerste verteld word, word door de gebruiker als waarheid gezien, de grootste komen het makkelijkst aan zendtijd en de bekendste word het meest besproken.

Hoofdstuk 4: Wie zijn Journalisten en hoe werken ze?

Journalisten plaatsen zichzelf vaak in een laag boven of buiten de normale sociale lagen. Ze vinden dat ze een 'freischwebende Intelligenz' zijn, vrij van vooringenomenheden. Door de “normale burger” wordt het normaal geacht dat een journalist bericht over andere culturen dan zijn eigen, zonder er een kleur aan te geven. Maar het is natuurlijk helemaal niet zo dat journalisten gewoon even hun sociale identiteit, hun sociale laag, weg kunnen leggen in een laatje. Dit kan tot op zekere hoogte maar kan nooit totaal gebeuren, niemand bericht totaal 'ongekleurd'.

Voor communicatie met 'vreemden' is nogal wat nodig, we moeten hiervoor deze 8 punten in de gaten houden:
  1. communicatie is een symbolisch proces,
  2. het is een proces waarbij boodschappen gecodeerd en gedecodeerd worden,
  3. het is transactioneel,
  4. het grijpt plaats op verschillende niveaus van bewustzijn,
  5. communicatoren maken daarbij voorspellingen over de uitkomsten van hun communicatie gedrag,
  6. bedoelingen zijn geen noodzakelijke voorwaarde,
  7. iedere communicatieve boodschap heeft zowel een inhoudelijke dimensie alsook een relationele kant,
  8. communicatoren leggen aan hun interacties een structuur op.

In iedere vorm van communicatie komen deze 8 punten natuurlijk voor. Wanneer men in communicatie is met iemand uit een ander cultuur, blijkt steeds weer dat er wrijvingen ontstaan en er problemen ontstaan omtrent het afstemmen van gedrag. Ik heb dit zelf ondergaan in mijn korte stage in Hongarije, waar ik deelnam aan een programma 'intercultural learning'. De dingen die je bespreekt, zijn voor jou heel logisch, maar voor de ander kan het een totale onbegrijpelijke situatie teweeg brengen. Zoals daar is het niet normaal dat vrouwen gereedschap hanteren, bij ons waren het juist de vrouwen die aan het zagen waren en aan het timmeren, de vrouwen aan mijn kant begrepen niet waarom de mannen steeds het werk overnamen en stelden dat ze maar iets anders moesten gaan doen.

Er is onderscheid gemaakt tussen 'low-context'- en 'high-context' communicatie in een reeks studies over 'de verborgen dimensies' van cultuur. Een 'low-context'-boodschap is expliciet, een 'high-context'-boodschap is impliciet. De impliciete boodschap wordt nogal eens verkeerd gedecodeerd, waardoor misinterpretatie en 'misattributie' voorkomen. Journalisten opleidingen staan helaas niet echt bij dergelijke problemen stil. Wanneer er een vorm van interculturele wrijving ontstaat, wordt er vaak een snelle, emotionele conclusie getrokken (drie fasen: een verschil vaststellen, het duiden, waardeoordeel vellen wordt snel overheen gegaan). De meeste media instellingen hebben westerse mensen in dienst, die westers nieuws brengen, vanuit westers oogpunt. Hieruit blijkt weer, dat berichten over andere culturen dus blijkbaar niet zo 'vanzelfsprekend' is dan dat soms voorgedaan wordt. Er wordt wel 'gematigd' nieuws gebracht, maar zo gauw als dat het over de 'derde wereld' of de 'tweede wereld' gaat kunnen ze soms zelfs als 'extremisten' neergezet worden.

'Professionalisering is de poging van een beroepsgroepering de maatschappelijke betekenis van het eigen beroep in overeenstemming met de eigen voorstelling ervan aanvaard te krijgen; men tracht daartoe niet allen de beroepsactiviteit uit te bouwen en vorm te geven, men streeft ook legitimering ervan na'. (naar: Schütte)

Om dit te realiseren zijn er bepaalde elementen nodig:
  1. Het bestaan van een beroepsopleiding, (Voor overbrengen beroepsideologie, kennis, vaardigheden)
  2. Het bestaan van een registratiesysteem (Wordt bij het vak vaak ontkent, maar is er wel degelijk, Om 'wildgroei' in perspassen voor evenementen, autoriteiten etcetera te voorkomen bijvoorbeeld)
  3. Een representatieve organisatie (Nederlandse Vereniging van Journalisten, die zijn eigen commissies, publicaties, conferenties etc. organiseert voor de beroepsgroep'
  4. Het bestaan van een ethische code, en/of rechtsspraak. (In Nederland hebben we de 'raad voor de Journalistiek', daarnaast is de publieke veroordeling van bepaalde manieren van handelen een bijdrage)
  5. Het aanvaard krijgen van haar eigen gezichtspunt

Als iemand 'nieuw' is binnen een organisatie, moet hij zichzelf nog een plekje zien te bemachtigen in het grote geheel. Frederix Jablin heeft van dat proces een schets gemaakt. De drie stadia volgens Frederix Jablin:
  • Vorming van verwachtingen over banen. Dit is het stadium vóór iemand er werkzaam is.
  • 'een patroon van alledaagse ervaringen waarbij een enkeling wordt onderworpen aan het bekrachtigingsbeleid en de praktijken van de organisatie en haar leden'. Dit is het ontmoetingsstadium.
  • 3de stadium, bevat onder meer de vorming van een nieuw zelfbeeld, nieuwe betrekkingen, nieuwe waarden en nieuwe gedragingen, passende bij de 'nieuwe rol'. Dit is de metamorfose fase.

De bazen, bestuurders en andere hoog aanstaanden binnen het media bedrijf maken natuurlijk de dienst uit, zei bepalen ten slotte wat er wel en niet de bedoeling is van hun pers uitingen. Waarom de staf van een groot bedrijf zich aan de 'regels' van het vak houd zijn nogal uiteenlopend.
  • institutionele autoriteit en sancties,
  • gevoelens van verplichting en respect tegenover superieuren,
  • aspiratie som hogerop te komen,
  • afwezigheid van conflicterende loyaliteiten,
  • de plezierige aard van de activiteit zelf,
  • nieuws als waarde op zichzelf.

Wanneer een journalist echt zijn eigen gang wil gaan en zich af wil keren van het beleid zal hij vaak moeten wachten tot hij een bepaalde status heeft verkregen. De steun van de organisatie blijft dan door dat je een bepaalde “onschendbaarheidsfactor” hebt. Een nieuwsredacteur speelt een sleutelrol in het verwerken van producties, hij fungeert als 'gatekeeper'. Hij selecteert van het geen wat er inkomt, wat er weer uitgaat. Als je 100 personen exact het zelfde ruwe materiaal geeft, komen er 100 andere eind producten uit. Deze eindproducten gaan weer langs de eindredacteur, om te bekijken wát er daadwerkelijk de ether in gaat. Slechts 1% van wat er aan internationaal nieuws aangeleverd wordt verschijnt in de krant.

De individuele journalist maakt altijd uit van een ‘peer-group’. De journalist zal tijdens uitvoer van zijn werk steeds de zelfde mensen, collega’s en instanties tegenkomen. Ze krijgen steeds een zelfde soort opdracht over eenzelfde soort onderwerp. Deze peer-groups kunnen kort- en langdurig van aard zijn. Deze groep bestaat uit concurrenten maar ze wisselen wel informatie uit met elkaar. In de peer-group is een hiërarchie te herkennen, net als in andere vormen van groepen. Ook al hebben journalisten weinig tot geen contact met het publiek, ze stellen allemaal dat ze hun items maken zoals het publiek het wil zien. Het belangrijkste referentiekader wordt gecormd door de leden van de peer-group en natuurlijk de persbureau’s waar ze voor werken.

Je ziet dit fenomeen ook tussen verschillende media vormen. De kranten koppen van de ochtend krant zijn beïnvloed door de items in het late journaal, als een krant een bepaald onderwerp opblaast is de kans dat het televisie nieuws hierin volgt aanzienlijk. Wanneer een spraakmakende nieuwsmaker iets als belangrijk oormerken, zal het ook als belangrijk worden gezien door de volgers. Beroepsideologieën hebben effect op het hoe en waarom uitoefenen van een beroep. Ze bestaan uit informele codes waarbij bij iedere journalist verwacht wordt dat hij zich aan die code houdt. Naast een soort regelgeving zorgt de beroepsideologie, door een ‘frame of mind’ er voor dat journalisten in staat worden gesteld grote hoeveelheden informatie snel en routinematig te verwerken en door te sturen.

Een belangrijke waarde binnen de journalisten cultuur is het zo objectief mogelijk verslag doen van een situatie. Dit tracht men te verwezenlijken door in de derde persoon te schrijven en zoveel mogelijk waarde oordelen weg te laten. Toch, zoals we aantoonden in het vorige hoofdstuk, is ook al passen ze deze trucjes toe het haast niet mogelijk objectief verslag te leggen van een situatie.

Hoofdstuk 5 Wie komt aan het woord in het wereld nieuws?

Zoals al in vorige hoofdstukken duidelijk werd, is nieuws gebaseerd op selectie. Niet iedereen is zich er van bewust dat niet altijd de grootste gebeurtenis het nieuws haalt, maar dat het de keus van een selecte groep mensen is die bepaald wat ‘nieuws’ is. Het meeste nieuws is niet afkomstig van ooggetuigenverklaringen maar is via officiële bronnen binnen gekomen. Niks mis mee zou je zeggen, maar deze bronnen zijn belanghebbenden bij de manier waarop informatie en welke informatie doorgesluisd wordt. Denk hierbij aan regeringen, grote bedrijven en andere instituties.

Door deze manier vaan voorselectie hebben bepaalde onderwerpen minder kans om in het nieuws te komen dan andere. Hierbij worden door “project censored” bijvoorbeeld herhaaldelijke incidenten bij kerncentrales en gebruik van radio actief materiaal in de ruimtevaart genoemd.

Een groot deel wordt op deze manier dus vrijwel alleen weergegeven op de manier waarop de PR-voorlichters het willen hebben. Omdat deze mensen weten hoe ze stukken moeten schrijven of moeten verwoorden om het plaatsbaar te maken komen deze ook makkelijker aan bod. De andere kant van dit nieuws zal minder snel de weg naar de buitenwereld vinden omdat het wat horterig en stoterig op gang komt. Men weet niet hoe zich te verwoorden en weet de weg naar de media niet zo goed. Belangrijke bronnen zijn in staat om een deel van de agenda, het geen waar over gesproken wordt, van de media vast te stellen. De media is daaropvolgend weer in staat om een deel van de agenda van het publiek te bepalen. Het geen wat men ziet, zal over nagedacht worden, over gesproken worden en een oordeel over geveld worden. Op deze manier kan de media niet altijd bepalen wát mensen over iets denken, maar is wel in staat om mensen te vertellen waar ze over moeten denken. Door deze macht heeft de media in bepaalde mate invloed op wat de wereld vind. Ze kunnen de mening niet door de strot wurmen, maar ze kunnen wel met dermate eenzijdige informatie komen dat de mening hierdoor makkelijk een bepaalde kant op geslingerd wordt wanneer er weinig tot geen beschikking is over anders gekleurde informatie over de zelfde gebeurtenis. Journalisten hanteren 2 criteria voor de selectie van nieuwsbronnen maar bij nader inzien kun je spreken van 3 criteria, te weten: Autoriteit, credibiliteit en beschikbaarheid.

Bekende personen en geautoriseerde woordvoerders worden doorgaans eerder als bron gebruikt voor nieuws dan een onbekende medewerker van een bedrijf. Alleen bij lekken van belangrijke informatie wordt hier minder op gelet. Deze vorm van autoriteit van een persoon is mede bepalende in de afweging of er met de verstrekte informatie iets gedaan wordt of niet. Een belangrijke deler is natuurlijk of een bron betrouwbaar, geloofwaardig is. Soms worden bronnen die niet geloofwaardig zijn toch als zodanig behandelt door de media. Het gaat hier dan vaak over informatie verstrekt door overheden over conflictsituaties. De andere kant komt hierbij ook vaak niet zo zeer aan bod, waardoor een vertekend beeld van de werkelijkheid ontstaat. De ene kant wordt per definitie, misschien ten onrechte, geloofd en de andere kant wordt per definitie, misschien ten onrechte, niet gelooft. Het extra toegevoegde criterium is beschikbaarheid. Als een bron goed toegankelijk is zal die eerder gebruikt worden dan wanneer er veel moeite gedaan moet worden om hem te pakken te krijgen. Wanneer een bron 24/7 in geval van nood te bereiken is, is dit erg praktisch voor de gebruikmakende journalist. Wanneer de bron slechts op beperkte momenten bereikbaar is perkt dit de bewegingsvrijheid van de journalist in. Hij moet steeds wachten op informatie voor hij verder kan. Hierdoor is het niet verwonderlijk dat er de voorkeur wordt gegeven door journalisten aan de officiële bronnen zoals pers voorlichters.

Deze drie criteria worden niet routinematig toegepast. Het principe van hoor en wederhoor wordt niet altijd toegepast. Wanneer een bron als vijandelijk wordt beschauwd krijgt hij niet meer de zelfde soort behandeling als de bronnen die als vriendschappelijk bestempeld zijn. Ook dit bestempelen kan weer door de toonaangevende bronnen veroorzaakt worden. In de jaren zestig zijn er in de wereld nogal wat kreten geweest die pleitte voor meer openheid. De bedoeling was dat de politiek meer open zou worden over verschillende onderwerpen. Hier werd gehoor aan gegeven. De overheidsinstellingen zetten hun eigen ‘persbureaus’ op, de voorlichtingsdiensten en Pers-voorlichters werden aangesteld. De voorlichtingsbureaus van de overheidsinstellingen zijn de ‘prime definers’ van het nieuws geworden. Op deze manier hebben ze hun eigen sterkere plek gereeërd in het nieuws. Wat ze willen dat naar buiten komt, komt naar buiten, en dan ook nog eens op een dermate manier dat het hen goed uitkomt. Het geen ze niet naar buiten willen hebben houden ze klein en niet noemenswaardig. Zo vormen de instanties hun eigen gordijn van nieuws.

In de paragraaf propaganda en censuur wordt omschreven hoe de CIA tijdenlang de wereldmedia heeft gedomineerd. Er worden citaten van mensen beschreven die aangeven dat de CIA in ieder land ten minste 1 krant voor een deel in handen had. Daarnaast werd er veel informatie gecensureerd.

Nog steeds is er sprake van dat de Amerikaanse overheid zwaar aan de touwtjes trekt in de wereld van de media. Iedere keer wanneer er een interventie door Amerika gedaan wordt, wordt dat voorafgegaan door een soort media campagne. De overheid brengt verklaringen waarom ze iets van plan zijn, komen met ‘bewijs’ materiaal en de media neemt dit allemaal gewillig over. Ze zijn gewend blind te varen op de informatie die deze, zo vertrouwde, bronnen geven. Naast deze voorvallen bestaat er ook een vrijwillige kant van gekleurde informatie over bepaalde onderwerpen doorsluizen. De washington post geeft bijvoorbeeld aan dat ze regelmatig overleg hebben met verhalen die effect zouden kunnen hebben op de veiligheid van Amerika als geheel.

Media laten bepaalde verhalen liggen en verkiezen andere onderwerpen om uit te zoeken. De vraag na het lezen van dit stuk is dan ook, of er niet, door de mate van manipulatie van boven af, een scheef beeld ontstaat over wie nu eigenlijk wie bedreigt.

Bronnen zoeken doorgaans zelf de journalisten op. Journalisten zoeken op hun beurt weer een andere groep op, te weten de experts. Vaak zijn dit invloedrijke personen op bepaalde onderwerpen. Je ziet ook vaak in de media weer de zelfde personen aanschuiven aan de praattafels. Is iemand eenmaal bekend binnen de media als expert en prettige tafelgast, dan ligt hij vooraan in het kaartenbakje als er weer iemand op dat onderwerp gezocht wordt.

Journalisten gebruiken vaak interviews als bron voor hun item. In het item wordt dan vaak de geïnterviewde geciteerd. Dit komt dan al snel over als de waarheid, maar we moeten proberen niet uit het oog te verliezen dat door creatief knip en plakwerk de strekking van de boodschap nogal veranderd kan zijn. Door weg laten van delen van een interview, evenals het veranderen van de volgorde, kan een uitspraak heel anders over komen dan wanneer hij in de totale context geplaatst is. Ook bij geschreven media kan door plaatsing van aanhalingstekens de betekenis en de ernst van een mededeling nogal verschillen. Willem Witkampf van het Parool zei ooit: ‘Het zijn zijn woorden, maar het is mijn verhaal’.

Bij het citeren van een geïntervieuwde staat vaak wie het is, wat voor functie die gene heeft en nog wat informatie. In zo’n bijschrift kan de journalist ook al veel informatie kwijt waardoor de tekst anders bekeken zal worden. Gebruik van bepaalde woorden heeft veel effect. Zo is in sommige landen de term ‘liberaal’ beladen. Een activist, extremist, radicaal, regime of regering. Het zijn allemaal woorden die een andere betekenis vaak hebben dan de letterlijke betekenis. Er is een bepaalde zwaarte aan gehangen, een bepaalde waarde.

Ook met politieke functies wordt gespeeld. Wanneer een land in botsing is met Amerika wordt het hoofd van de regering vaak niet meer als president afgedaan maar worden er militaire termen als kolonel aan gehangen. Dit klinkt anders dan wanneer ze op gelijke titel aangesproken worden.

Hoofdstuk 6: Wanneer wordt iets wereldnieuws

We denken vaak dat wij ons bewuster zijn van de dingen die in de wereld gebeuren, de geschiedenis die geschreven wordt omdat we op ieder moment van de dag bij ‘het nieuws’ kunnen. Juist omdát we iedere dag, ieder uur nieuw nieuws binnen krijgen zorgt het voor een soort van anamnese. Omdat de toestroom van feiten zo hoog ligt zijn we niet in staat alles te verwerken. We raken gedesoriënteerd in het nieuws. Daarnaast is het niet per definitie belangrijk nieuws wat we binnen krijgen. Zoals al eerder in het boek is opgemerkt is het de selectie van de persbureaus wat ons bereikt. Deze elimineren veel ‘nieuws’. Je zou kunnen zeggen dat door de selectie van de persbureaus de continuïteit of de discontinuïteit van de geschiedenis bepaald wordt. Journalistiek kan dus gezien worden als de schrijver van ‘de nieuwste geschiedenis’.

In de media wordt vaak aangeduid dat er ‘live verslag gedaan wordt van’. Dit is meestal niet het geval. De dingen waar ‘live’ verslag van wordt gedaan stonden al jaren of maanden vast, zoals een WK finale, de Amerikaanse verkiezingen en andere vooraf geplande zaken zoals de paasmis vanuit het Vaticaan. Wanneer dingen per ongeluk live komen, zoals de moordaanslag op Paus Johannes Paulus de Tweede en president Reagan wordt er vaak juist direct niet meer live uitgezonden. Achteraf komt er dan een reporter in beeld op de plek waar het is gebeurd die ‘live’ verteld wat er is gebeurd en wat de politie en andere hulpdiensten ter plaatse er over hebben gezegd. Dit wordt als ‘live’ afgedaan, maar het enige wat er live aan is is dat de verbinding met de reporter haast per toeval live is met de Studio. Het is soms wel een live verslag van de nasleep van het gebeuren.

Als een mens iets heeft ‘geleerd’ gaat het niet makkelijk van dat idee af. Wanneer er over een bepaald onderwerp in het nieuws iets is gezegd wordt deze kant van het verhaal door de consument als ‘waar’ bestempeld. Alles wat daar na komt wordt gemeten aan wat ze er al over hadden gehoord en gezien. In het nieuws is hierbij ‘Prime definition’ belangrijk. Dit is veelal de eerste definitie van wat er gebeurd is. Het eerste journalistieke medium wat verslag doet van een gebeurtenis vormt dan ook vaak de ‘prime definition’ van een grote groep mensen. De andere media kunnen nu veelal alleen maar volgen in de manier van benaderen van de gebeurtenis. Mensen zijn niet makkelijk in hun visie te veranderen. Vaak zijn het de grote persbureaus (de Westerse dus) die als eerste verslag doen van grote gebeurtenissen. De ‘waarheid’ van het nieuws is dan ook vaak die met een Westerse inslag. Het persbureau zal uitkijken met een ‘prime definition’ die tegen de visie van de grootste groep afnemers in gaat.

Het gevaar hierin is, dat wanneer het eerste persbureau dat verslag doet niet juist handelt, onwaarheden of andere niet kloppende zaken aan hun bericht toevoegt de rest dit ook zal doen, of in ieder geval de gebruiker van het medium de ‘prime definition’ als waarheid op zal slaan.

Eerder werd al duidelijk dat de media de schrijver van de ‘nieuwste geschiedenis’ is. Maar het nieuws gaat eigenlijk altijd over gebeurtenissen an sich. De langlopende trajecten komen niet in beeld omdat het per moment niet ‘boeiend’ is. Korte heftige gebeurtenissen, die op de lange termijn weinig effect hebben op de wereld of het gebied zijn vaak interessanter om te brengen dan de dingen die op de lange termijn erg veel invloed hebben op de wereld of het gebied.

Als alle gebeurtenissen in de wereld genoemd moesten worden van dezelfde strekking als die nu in het nieuws komen maar dan om het even waar ze afspelen en wie de slachtoffers zijn zouden we te hard overstelpt worden. Er is maar plaats voor een bepaald aantal gebeurtenissen per dag of per week die we kunnen verwerken.

De natuurrampen die bijvoorbeeld bij ons in het nieuws komen is maar een minuscuul gedeelte van rampen van de zelfde strekking. Vaak zijn de natuurrampen die gemeld worden de natuurrampen waarbij het een ‘ramp’ is wat er gebeurd door menselijke toedoen. Demografische druk die mensen in gevaarlijke gebieden laat wonen is daar een zeer belangrijke van. Het is dus niet zozeer de ‘ramp’ die gemeld wordt wat de eigenlijke ramp is, maar het menselijk toedoen wat de ‘ramp’ heeft veroorzaakt. Wanneer er iets gebeurd is ook een belangrijke factor in het wel of niet bereiken van het nieuws. Wanneer er veel als ‘belangrijk’ gemarkeerd nieuws is, zoals de verkiezingen in Amerika, is er weinig plaats voor andere gebeurtenissen die daar niet direct verband mee houden. Wanneer het ‘komkommertijd’ is en er weinig nieuws geproduceerd wordt wat normaal bovenaan de agenda staat, de politiek staat dan ‘stil’, is er meer plek voor andersoortig nieuws.

Er wordt overal voortdurend nieuws geproduceerd, op de ene plek gaat dat wat sneller dan op de andere. Je zou kunnen stellen dat de nieuwsklok aangedreven wordt door verschillende radertjes, de ene maakt meer rondjes per uur dan de ander, net als in een echte klok. Je moet je wel bedenken dat ook al wordt er door een rader een heel rondje gemaakt, dat dit niet betekent dat het ook echt in het nieuws komt. Je ziet wereldwijd dat de nieuwsritmes uit de westerse wereld overheersen. Je kunt de klok er op gelijk zetten dat rondom de verkiezingen in Amerika het nieuws op de meeste plaatsen daar aan gelinkt zal zijn.

Het nieuws wordt ook per week beïnvloed. Doordat er in het weekend een tijdelijke ruis op de lijn zit. Door dat de verschillende geloven verschillende rust dagen hebben, waaraan ook weer bepaalde bedrijven en instanties gelinkt zijn is er op vrijdag, zaterdag en zondag nooit iedereen bereikbaar. Het duurt dan tot aan maandag voordat van iedereen een reactie op een onderwerp binnen is en er daarop ook weer gereageerd is door alle groepen.

Het nieuws wordt vaak gedomineerd door politieke zaken. Je ziet dat nationale politieke processen en Internationale politieke bijeenkomsten altijd breed uitgemeten worden in het nieuws. Ook al is het eigenlijk heel voor de hand liggend dat het gebeurd en weet iedereen ook wat er gebeurd, toch word er veel aandacht aan geschonken. Tijdens de verkiezingsstrijd wordt er meer aandacht geschonken aan alles wat met politiek te maken heeft. Kleine beslissingen en acties komen ineens in het nieuws, die in de rest van de jaren buiten de verkiezingsstrijd om totaal niet in het nieuws kwamen. Er worden op dat moment zaken overbelicht. Bij internationale bijeenkomsten van politieke kopstukken stroomt de gehele journalistieke sector vaak uit naar die ene plaats waar het hele gebeuren plaats vind. Dit heeft niet altijd het effect dat er daardoor een betere kwaliteit aan informatie de wereld in geholpen wordt. Het lijkt erg van belang te zijn om er bij te zijn. Het nut er van lijkt op de tweede plek te komen. In deze grote, vaak voor de hand liggende, bijeenkomsten gaat veel geld om. De journalisten en hun personeel ter plaatse krijgen, de uren die ze maken, de rechten die soms voor dingen betaald moeten worden. Hierdoor blijft er maar weinig geld over voor de andere dingen in het nieuws. Vaak zijn de ‘kleinere’ dingen in het nieuws, waar weinig geld voor is, best fascinerend en noemenswaardig. Maar door de geldstroom en de tijd die er in voor de hand liggende internationale dingen gestoken worden, blijven er daar gewoonweg geen middelen voor over.

In de media wordt ook veel aandacht geschonken aan herdenkingen. Het ‘rare’ aan de manier waarop er aandacht geschonken wordt aan herdenkingen, zowel in de media als in huiselijke en schoolse kringen is, dat er maar een definitie van de gebeurtenis belicht wordt. Niet zelden is deze definitie niet geheel juist. Je zou zelfs kunnen stellen dat ‘herdenkingen tegenovergestelde interpretaties van het verleden tot zwijgen brengen’.

Op school, vooral tijdens de lessen geschiedenis en aardrijkskunde, wordt een belangrijk deel van onze historische en sociale en ideologische kennis gevormd. Vaak worden bij de herdenkingen en benaderingswijze van bepaalde gebeurtenissen in het verleden ‘feiten’ gebruikt die door historici allang als onwaarheden zijn gemarkeerd. Bij historische herdenkingen wordt vaak voor het gemak vergeten dat de westerse landen ook bloed aan hun handen hebben.

De media bezigen een bepaalde visie van de wereldgeschiedenis. Iedere persoon, beschaving, land, bedrijf of wat dan ook probeert zich een ‘passend’ verleden te geven. Iedereen zal zelf willen geloven dat het altijd te goeder trouw heeft gehandeld en naast ter goeder trouw ook de beste beslissing voor iedereen heeft genomen. Ook als er diep van binnen best iets is wat weet en zegt dat het niet goed is geweest. Naar buiten toe ga je dit niet toegeven. Dat aanmeten van een passend verleden voor de westerse wereld is in enkele punten samen te vatten:
  • Stelt zich zelf als ‘moeder’ van het verlichte liberalisme en al het goede wat hier uit voort kwam, breekt met al hetgeen wat slecht uitpakte.
  • De westerse wereld is de kracht achter de onstuitbare vooruitgang van de beschaving. Dat dit nauw samen heeft gehangen met hoog ontwikkelde beschavingen elders wordt even vergeten, de andere gebieden worden juist als barbaars afgeschildert.
  • De eigen negatieve invloeden worden onderbenadrukt en weggezet als weinig consequentie hebbende gebeurtenissen.
  • De politieke cultuur van de westerse landen wordt als de enige juiste weggeschreven. Volg je deze politieke lijn dan ben je een ‘goed’ land, volg je dit niet dan wordt je afgeschilderd als primitief, autoritair, conservatief, obscurantistisch, traditionalistisch en ‘extreem’.

Hoofdstuk 7 Waar komt het wereldnieuws vandaan?

Zoals in vorige hoofdstukken al omschreven werd zitten de smaakmakende media in de westerse landen. De journalisten die hieraan verbonden zijn, zijn dan ook veelal westers. De meeste journalisten verblijven ook in het westen. In de ‘rest van de wereld’ is het aantal journalisten per vierkante kilometer veel minder dan op de ‘meest westerse’ plaatsen. Dit alles staat in verband met de vraag waar het wereldnieuws vandaan komt maar vooral waar het meeste nieuws vandaan komt. Door de constante stroom van informatie uit bepaalde bronnen wordt de informatie uit andere bronnen ofwel over het hoofd gezien of al weggestreept omdat het niet strookt met het ‘nieuws’ wat al eerder gebracht werd. Waar het nieuws vandaan komt heeft te maken met de plaats waar de correspondenten van de nieuwsagentschappen verkeren. De oude vuistregen, 1/3de in Noord-Amerika 1/3de in West-Europa en 1/3de in de rest van de wereld is aan het verschuiven, de economische groei gebieden in Azië krijgen een steeds groter aantal correspondenten over de vloer. Doordat er in de ‘rest van de wereld’ relatief heel weinig correspondenten zijn is het vrijwel onmogelijk ‘ooggetuigen verslagen’ te leveren van gebeurtenissen daar.

Oliver Boyd Barret heeft onderzoek gedaan naar de factoren die de aanwezigheid van correspondenten op bepaalde plaatsen verklaren. De historische, logistieke, politieke, commerciële en tijdelijke factoren kwamen hier als grootste uit. Deze houden onderling verband met elkaar. Naast deze standaard factoren is er nog een belangrijke factor die de verdeling van correspondenten uit de wereld bepaald. Wanneer er in een bepaald land een grote gemeenschap van een bepaalde bevolkingsgroep is zal een nieuwsagentschap uit het land waar die bevolkingsgroep vandaan komt eerder geneigd zijn daar een correspondent neer te zetten. Het is dan ‘interessanter’ dan wanneer er geen enkele persoon uit het land vandaan komt. Een ‘correspondent’ kan verschillende dingen betekenen. Een of meerdere correspondenten bemannen een bureau in een gebied, er is één voltijd correspondent in een gebied, vaste part-time correspondent die veelal gedeeld word met andere media, een free-lancer die per artikel betaald wordt en ten slotte een groep ondersteunende mensen, zoals tolken, technici, chauffeurs en dergelijke. Van welk van deze vijf er gebruik wordt gemaakt hangt af van het gebied, waar je ook weer kijkt naar de factoren van Barret. Hoe belangrijker een gebied hoe hoger de bezetting. Een bureau is duurder dan een free lancer. Het geld wat een correspondent kost moet het wel opbrengen. Wanneer er maar weinig nieuws uit een bepaald gebied komt wat in de media verschijnt heeft het weinig zin om er een duur bureau met meerdere full time correspondenten neer te zetten. Deze kost een flinke berg geld wat ook gestoken kan worden in gebieden waar meer nieuws van ‘waarde’ vandaan komt.

Van een correspondent wordt aan de ene kant verwacht dat hij zich inleeft in de cultuur maar aan de andere kant dient hij het referentie kader van het ‘thuisland’ van zijn werkgever te behouden. Wanneer er, voornamelijk in crisissituaties, weinig bronnen voorhanden zijn worden veel bronnen hergebruikt en worden geruchten gebruikt om geruchten te bevestigen. Mensen die zeggen over inside information te beschikken worden in deze situaties ook sneller gebruikt, er is moeilijk na te gaan of ze wel echt over informatie beschikken of dat ze slechts geruchten uit zoveelste hand doorspelen die niet echt ergens op gebaseerd zijn.

Doordat de correspondenten ter plaatse in een crisis situatie met een grote groep van verschillende media groepen op dezelfde plek verblijven en veel contact met elkaar hebben worden de verhalen die ze die dag hebben gehoord. Mede door deze facetten komt het ook voor dat er dingen beweerd worden die niet kloppen. Duidelijke voorbeelden hiervan zijn de bewering van enkele westerse journalisten dat ze zelf hadden gezien op het plein van de Hemelse Vrede dat er duizenden studenten gedood werden en toen enkele westerse journalisten beweerde dat ze een massagraf uit de tijd van Ceaucescu met eigen ogen gezien hadden.

Het is duidelijk dat de nieuwsstroom wereldwijd vooral uit de westerse wereld komt. President Kekkonen van Finland stelde, dat door het idee van vrijheid van meningsuiting en de negatieve definitie van dit idee er voor heeft gezorgd dat het recht op vrijheid van meningsuiting vooral in de praktijk uitpakte voor de ‘well-to-do’. Wanneer eer een positieve definitie aan het recht op vrijheid van meningsuiting zou worden gegeven zou dat betekenen dat de staat ook faciliteren dat een ieder het recht kan uitoefenen. Dit stelde hij natuurlijk over één land, maar dit kun je net zo goed wereldwijd zien. Kekkonen zei: “Op wereldniveau is de informatiestroom tussen staten in hoge mate onevenwichtig éénrichtingsverkeer, dat in geen enkel opzicht de diepgang en breedte heeft die de beginselen van de vrijheid van meningsuiting vereisen’

Vanaf 1973 is een sterke groei naar onderzoeken naar dit onderwerp ‘internationale stroom van informatie’ waar te nemen. Nordenstreng heeft de conclusies samen gevat van deze onderzoeken. Allen kwamen er op uit dat er 100 keer meer informatie van de geïndustrialiseerde, door 1/3de van de wereld bewoont, naar de niet-geïndustrialiseerde, door 2/3de van de wereldbevolking bewoont, wereld gaat dan andersom.

Om dit fenomeen minder te laten worden is er een tijd sprake geweest van een roep om een ‘Nieuwe Wereldwijde Informatie en Communicatie Orde’. De eerste wereldlanden bleken hier toch wat huiverig voor. Het leek er op dat ze de macht die ze op het wereldnieuwstoneel hadden niet op scherp wilden zetten. Het debat over de informatie en communicatie diensten wereldwijd liep hierop ook vast.

Als je nu dit hoofdstuk bekijkt zou je zeggen dat de media meer aandacht besteden aan westerse dan aan niet westerse gebeurtenissen, maar is dit wel waar? Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar dit fenomeen. Uit een onderzoek van de universiteit van Leicester kwamen zes hoofdconclusies naar voren.
  1. De selectiecriteria bij internationale nieuwsverslaggeving zijn vrijwel universeel geworden,
  2. Alle nationale mediasystemen benadrukken gebeurtenissen en personen uit de regio,
  3. De vs en West-Europa zijn echter consistente nieuwsmakers in alle regio’s
  4. Na de vs en West-Europa komen de Hot-Spot berichten,
  5. Derdewereld landen (en tweedewereld landen) die geen ‘hot spot’zijn, blijven de minst gecoverde regio’s in het internationale nieuws.
  6. Het nationale nieuwsagentschap (of de ‘eigen correspondent’) is de belangrijkste leverancier van internationaal nieuws, gevolgd door de internationale nieuwsagentschappen.

Het is dus wel degelijk te stellen dat er meer aandacht aan de ‘westerse’ wereld besteed word. Maar uit onderzoeken is wel gebleken dat dit niet alleen weg te schrijven is op de westerse media, ook de redacteuren uit de derde wereld maken zich schuldig aan het feit dat nieuws van andere derde-wereld landen genegeerd word en nieuws uit de geïndustrialiseerde wereld wel getoond werd.

Het wereldnieuws komt voornamelijk uit de geïndustrialiseerde wereld en gaat de hele wereld over. Ook het nieuws over de derde en tweede wereld word veelal geproduceerd door westerse nieuwsagentschappen alvorens het de wereld over gaat. Door samenklitting van journalisten op de ‘hot-spots’ en de dagelijkse informatie uitwisselingen die daar zijn word het nieuws gekleurd, de waarheid is niet meer altijd de waarheid. Nieuws komt vooral van plaatsen waar het voor de werkgever van de correspondent interessant is om nieuws vandaan te verspreiden, als er een bepaalde band is tussen het land waar het nieuws heen gaat en de plek waar de correspondent is dan is dat nieuws meer waard, dan het nieuws van een plek waar niemand een band mee heeft.

Hoofdstuk 8. Hoe wordt ons de wereld beschreven

Door een bepaalde keuze te maken in de woorden die gebruikt worden in nieuwsberichten kan het nieuws heel anders over komen. De term Framework die al eerder in het boek gebezigd werd komt hier weer naar voren. Door taal wordt een bepaald raster over een gebeurtenis gelegd.

Een woord is niet alleen een woord. Aan woorden ontlenen mensen associaties, denotaties en connotaties. Een woord kan een eufemisme of een metafoor zijn, taal is dus per definitiesubjectief doordat er een keus wordt gemaakt uit de bestaande termen die er voor een gebeurtenis of een ding bestaan. De keus voor het woord word vaak snel, zonder er echt bij na te denken gemaakt. Een op het eerste gezicht totaal objectieve tekst is dit niet per definitie zoals al in eerdere hoofdstukken beschreven werd. De wereld in het nieuws is niet de wereld zoals hij er in het echt bij ligt. Je kijkt door de ogen van de schrijver van de tekst naar een bepaalde gebeurtenis en aan de hand van zijn verwoording ontleen je er je eigen invulling aan, door de associaties, denotaties en connotaties die het met zich mee brengt.

Bepaalde woorden worden gebruikt om bepaalde dingen weer te geven. Voor ieder nieuws gebied word voor hetzelfde voorkomen een ander woord gebruikt. Veelal zijn het ‘exotische’ woorden, de woorden die in het land, met een heel andere politieke inslag, gebruikt worden voor bepaalde zaken, waar wij eigenlijk de betekenis maar amper van kennen, die gebruikt worden om bepaalde dingen aan te geven. Voorbeelden hiervan zijn Ayatollah, sjeik, guerrilla en hezbollah.

Niet alleen woorden alleen stellen de lezer niet meer in staat de werkelijkheid te zien maar slechts de tekening die de schrijver van de situatie maakt. De opvolging van woorden, zinnen, bepaald ook hoe iets gezien word. De plaatsing van bepaalde woorden op bepaalde plaatsen in zinnen is heel belangrijk in hoe ernstig een artikel over komt. De actieve of passieve manier waarop iets omschreven wordt en de plaats waarom iemand in de zin gezet word is van wezenlijk belang.

De werkelijkheid word door woorden gedefinieerd en geherdefinieerd aan de lopende band, wat een onvermijdelijk verschijnsel is. Zonder taal, wat bol staat van de ideologisch geladen termen, is het eenmaal moeilijk een artikel schrijven. De ‘nieuwe’ manier van nieuws omschrijven wordt wel aangeduid met ‘kritische linguïstiek’ (Kritische leer van de taal) ofwel als ‘discourse analysis’ (de analyse van teksten op hun politieke waarde, vaak koppelend tussen twee partijen, zonder echt contact een soort discussie voeren). Deze bouwen voort op enkele oude tradities, een er van is de cognitieve psychologie, die de manier van nieuwsvoering onderzoekt.

Nieuws is vaak een eenmalige gebeurtenis en is objectief, waarmee bedoeld word dat de eenmalige gebeurtenis voor het grote publiek als het ware de zelfde gedachtes en gevoelens oproepen. De context van de gebeurtenis is niet aanwezig in het bericht, het wordt kort en bondig gebracht. De invulling van de ‘loze ruimte’ doet de lezer zelf, met de voorkennis die hij bezit. Dit verschilt natuurlijk heel erg van persoon tot persoon, op deze manier wordt door een ieder een eigen waarheid gecreëerd.

Nieuws is een heel apart ‘genre’ in de geschreven teksten. Er is een heel bepaald schema voor een nieuwsbericht, dat ‘schemata’ genoemd word. Journalisten leren al op de opleiding hoe ze met dit schema om moeten gaan. De tekst moet de 5 W’s herbergen (Wie wat, waar, wanneer en waarom) waarbij de laatste steeds weer de moeilijkste blijkt, doordat hier een probleem wordt gevormd door de mate van objectiviteit die de journalist nog kan toepassen wanneer hij deze vraag beantwoord. In de formule voor nieuwsberichten staan bepaalde formules zoals de ‘omgekeerde’ piramide die volgens van Dijk helemaal niet zo omgekeerd is. De belangrijkste informatie, de samenvatting van het geheel, wordt als eerste gegeven, dit kan de ‘lead’ zijn, die gevolgd wordt door de eposode, waarin de voornaamste gebeurtenissen, grove context, achtergronden, consequenties, verbale reacties van betrokkenen en bij bepaalde berichten wat commentaar. Het is niet zo raar dat, heel tegenstrijdig met bijvoorbeeld een boek, als eerste een samenvatting wordt gegeven van het nieuwsfeit in plaats van dat dat aan het eind van het bericht gebeurd. Voor een krant blijft het tot op het moment dat de drukpersen aangaan niet zeker hoeveel ruimte een bepaald artikel krijgt, als er nog iets heel belangrijks binnen komt dan moet dit nog ergens ingepast worden en teksten kunnen dan makkelijk ingekort worden aangezien in de inleiding al een samenvatting staat van het nieuwsfeit. Hoe dit geheel weergegeven wordt is afhankelijk van de zaak en het moment waarop het voorvalt.

Een nieuwsbericht is als het ware een miniscuul verhaal. Om dit verhaal zo miniscuul te krijgen en nog wel duidelijk te krijgen voor het publiek is het van belang dat het, door bepaalde methodes toe te passen, kort en bondig kan. Indikking is een methode waarbij door gebrek aan tijd en ruimte in wordt gespeeld op de beelden die bij de lezer al bekend zijn om een maximum aan informatie in een minimum aan woorden overgebracht kan worden. Als vanzelfsprekend hebben de mensen hun eigen interpretatie bij de al bekende beelden, automatisch wordt de nieuwe informatie daar aan gekoppeld, of dat dit nou terecht is of niet.

Samenhang en oriëntatie is zeer van belang wanneer er kort bericht moet worden. Om dit te bewerkstelligen worden er logica’s gelegd die al dan niet van belang zijn, maar ze zijn van belang om iets over te brengen op de lezer dus wordt die verbinding toch gelegd, al dan niet terecht. Deze sluiten doorgaans ook aan bij de beelden die de lezer al heeft, zijn opvattingen en verwachtingen. Wanneer eenmaal een verhaal op een bepaalde manier geschetst is is het voor een journalist moeilijk om op een andere manier te berichten doordat de schijnbare logica van het nieuwsfeit al zo ver ingebed is bij de lezer dat hij er als het ware geen jota meer van begrijpt als een journalist anders zou berichten.

Door een bepaalde verhaalstructuur toe te passen weet de lezer waar het over gaat. Voordat je iets kunt begrijpen moet het natuurlijk goed geordend zijn. De manier waarop journalisten de structuur toepassen is, vaak onbewust, gelinkt aan de werkgever waar ze voor werken. Volgens Stuart Hall zijn veel Journalisten zich er niet van bewust dat de betekenis van een verhaal veranderd als je het op een andere manier verwoord.

Op welke manier een nieuwsitem geïnterpreteerd word heeft dus niet alleen te maken met het bepaalde item zelf, maar met alle soortgelijke verhalen die er aan vooraf zijn gegaan. Een nieuwsitem is altijd een deel van een veel groter verhaal, wat Manoff ook wel ‘megastories’ noemt. Nieuwsitems maken soms dingen actief begrijpelijk en actief onbegrijpelijk. Verschillende culturen hebben verschillende oogpunten op bepaalde vlakken in het nieuws, het idee van bijvoorbeeld het verschil tussen man en vrouw is cultuur gebonden. Toch houd een cultuur zijn idee van het verschil tussen man en vrouw aan als waarheid, hoewel dit niet op alle vlakken bewijs voor is. Dit wordt een mythe genoemd.

Bij mythen gaat het er om naar wat er binnen het betekenisgeving aan een tekst aanwezig is, maar de andere kant is natuurlijk ook aanwezig. Bepaalde informatie wordt doorgaans niet benoemd, het word stelselmatig aan het oog onttrokken, dit noemt men ex-nominatie, wegbenoemen. Hierbij worden bepaalde termen aan de taal onttrokken en de gebeurtenissen lijken daardoor geen alternatief meer te hebben omdat er domweg de taal niet voor bestaat om het te beschrijven. Het is niet te stellen dat bepaalde gezichtspunten ideologisch zijn en de andere niet, alle ideeën zijn te markeren als ideologieën daar ze uit een systeem van ideeën komen.

Macht die niet door democratisch besluit is verdeeld, sociale macht, vaart op denkbeelden die de macht van die persoon als vanzelfsprekend achten. Zoals bij het geloof, mannen vs. Vrouwen en ga zo maar door.
John Hartley stelt dat de vervorming in het nieuws door niemand zo bedoeld is.

Hoofdstuk 9 Hoe wordt ons de wereld getoond?

Wanneer wij, de lezer van de krant of de kijker van het nieuws, beelden voorbij zien komen, foto’s en filmmateriaal, denken wij een weergave van de werkelijkheid te zien, maar ook dit, blijkt een ‘schepping van de wereld’ te zijn.

Net als bij het andere nieuws is er al een selectie van welk ‘nieuws’ wel of niet aan de orde komt, daarnaast is er voor ieder item een bepaald aantal seconden of centimeters gereserveerd waarop een beeld van de werkelijkheid geschept moet worden. Over het ene item kan dus veel veel meer ‘gezien’ worden dan over het andere en ook de heftigheid van de beelden heeft invloed. Wat er geleverd word, zou gebruikt kunnen worden, word het niet geleverd, dan word het vanzelfsprekend ook niet gebruikt. De cameraman die de beelden maakt en levert brengt een gebeurtenis in beeld, vanuit zijn eigen perspectief. Zijn eigen referentiekader is terug te zien in zijn beelden. Wie goed is en wie slecht, welke plaats belangrijk is, wie er in beeld komt. Je zou kunnen zeggen dat de beelden die getoond zijn haast geregisseerd zijn. Mensen geloven wat ze zien, maar ook bij beeld is, net als bij tekst, de voorkennis van de gebruiker van het nieuws belangrijk in de decodering van het geen wát hij ziet.

Ik wil ook even opmerken dat een in beeld gebrachte ‘mensenmassa’ in werkelijkheid niet een mensenmassa hoeft te zijn maar slechts een klein groepje op elkaar geperste mensen voor een camera, dit is slechts een van de ‘camera technieken’ die toegepast, al dan niet bewust, terug te vinden zijn in onze nieuws voorziening.

De foto’s en het filmmateriaal wat gemaakt wordt, net als geschreven tekst, voorafgegaan door selectie en word ook na dat het gemaakt is gevolg door selectie. Een journalist kan niet altijd op de plaats zijn waar dingen gebeuren, net zoals dat een cameraman of vrouw dit niet kan.

Een journalist kan zich nog redelijk anoniem verplaatsen als het moet maar een cameraman heeft het hier veel moeilijker mee, de gene die voor zijn camera staat zal meestal wel doorhebben dat er een camera op hem gericht is, hierdoor zal die persoon zich anders voordoen dan dat hij zou doen als de camera er niet bij aanwezig is. Hierdoor is het heel moeilijk om een beeld van de werkelijkheid te scheppen, die de werkelijkheid zou zijn zonder de camera’s in de buurt, soms komt het ook voor dat fotografen en cameramensen niet eens toegelaten worden tot een land of een gebied.

Bij fotografie zijn drie dimensies op te merken die effect hebben op hoe iets gezien word. Ten eerste is de richting waarin de camera wijst van belang, zoals bij een gewapend conflict, welke partij word als de goede in beeld gebracht en welke de tegenstander. Ten tweede de afstand tot het onderwerp, word een persoon bijvoorbeeld van dichtbij of van ver af gefotografeerd? Er is op te merken dat westerse mensen vaak als close-up in beeld komen en mensen uit de derde wereld vaak van ver af of als groep geschoten worden. Ten derde is de verticale hoek aan de beurt, word iets in beeld gebracht uit vogel- of kikkerperspectief? Wat hierin misschien beter te typeren is als ‘reus’ en ‘dwerg’ waarin de camera man de reus of de dwerg is. De grote, westerse, worden vaak van onder af in beeld gebracht, dan lijken ze nóg groter dan ze zijn, de anderen worden van boven af in beeld gebracht, hierdoor lijken ze klein. Bij ons zie je dat verschil veel bij mannen en vrouwen. Mannen worden vaak groot in beeld gebracht en vrouwen vaak klein. De macht of onmacht van de in beeld gebrachte mensen word benadrukt.

Een foto en een film hebben de eigenschap een klein stukje van een groot beeld te laten zien, de buitenste lijn van een foto, is het laatste wat je ziet, maar buiten die lijn gebeurt ook van alles. Een fotograaf legt een gebeurtenis vast die heel groot kan zijn, een heel land of zelfs een heel continent kan omvatten, aan de hand van beelden die hij maakt, hij heeft een heel klein deeltje van de gebeurtenis vast kunnen leggen, maar dit werk gaat de wereld in als hét beeld van de gebeurtenis, al omvat het beeld maar enkele honderden meters en maar enkele seconden van het hele gebied, de hele tijd en de gehele gebeurtenis zoals die echt is gebeurd. Er word een beeld van de werkelijkheid geschept aan de hand van minimale informatie aan de hand van hun persoonlijke gezichtspunt, van objectiviteit is misschien wel helemaal geen sprake.

Zoals ik al eerder zei worden foto’s ook achteraf nog aan een selectie onderhevig gesteld, de redacteur kiest uit de vele foto’s die binnen komen een minimale selectie van geschikte foto’s, deze redacteur was niet aanwezig bij de gebeurtenis en heeft vaak maar minimale kennis van de gebeurtenis. Wanneer de keus voor de foto is gemaakt worden er nog meer stappen gezet waardoor de foto minder werkelijkheid word. Een beeld moet sprekend gemaakt worden, er kan ook bewust gekozen worden om een deel van de realiteit weg te laten of te veranderen. Een foto kan opgeblazen worden, bijgesneden en doorgedrukt. Een foto word gecorrigeerd op kleur en belichting waardoor stereotypering op de loer ligt, zoals het azuurblauw van de tropische zeeën. In een foto, al dan niet een foto die de werkelijkheid redelijk weergeeft, is altijd onderhevig aan de gene die hem onder ogen krijgt. Wat men ziet is afhankelijk van de betekenis die men aan het beeld geeft. Dit heeft weer te maken met referentiekader, voorkennis en de ‘megastorie’ waar het deel van uit maakt.

Het avondjournaal word door velen gezien als de meest betrouwbare bron van informatie. De krant word minder gewaardeerd als betrouwbare nieuwsbrenger dan het avondjournaal, wat opmerkelijk is omdat in een half uur journaal er tekstueel een kwart krantenpagina zou beslaan van een kwaliteitskrant. Dit geeft aan dat er erg beknopt informatie verstrekt word, waardoor het onmogelijk is om geen stereotyperingen en andere methodes toe te passen om iets in korte tijd duidelijk te maken. Om kijkers te trekken en vast te houden heeft CNN ooit ontdekt dat écht drama live door het publiek als spannend word ervaren, zelfs spannender dan hun eigen soap. Hierdoor is de verleiding voor nieuwszenders en dergelijke heel groot om bepaalde zaken over te belichten, zo erg zelfs dat soms de kleinste details van een ‘news soap’ zo breed uitgemeten worden dat het het wereldnieuws totaal overschaduwd.

Het nieuws is soms net een toneelstuk, er word gebruikt gemaakt van ‘overbodige’ decorstukken en rekwisieten. De studio word in beeld gebracht op zo’n manier dat het allemaal overkomt of de nieuwslezer totaal op de hoogte is van al wat hij verteld, vaak het beeld van de redactie achter de nieuwslezer, de correspondenten worden in beeld gebracht of ze op belangrijke plaatsen staan in het land waar ze over vertellen. De werkelijkheid is vaak anders, de nieuwsredactie bevind zich op een hele andere plaats in het gebouw en de correspondent staat soms gewoon voor een groen scherm. Dit alles wordt gebruikt om het beeld geloofwaardig, belangrijker en professioneler te maken.

De inhoud van het nieuws is, net als de krant, pas echt bekend op het moment dat de uitzending ingestart wordt maar de volgorde van het nieuws is eigenlijk altijd en overal volgens eenzelfde script. Beginnende met de leader, waarin het logo of herkenningsteken van het nieuwsbulletin getoond wordt en enkele flarden van beelden die getoond gaan worden tijdens de uitzending, gevolgd door de opening, waarin het dominante nieuws van de dag getoond word. Dan komt de nieuwsseparatie en categorisering, waarin in verschillende ‘blokken’ de overige nieuwsberichten gemeld worden, de afsluiting, die steeds vaker een positief nieuwsbericht bevat om het nieuws wat luchtiger te maken, en om de kijker vast te houden na het nieuws, door het positieve gevoel wat men er aan over houd. Daarna nemen de presentatoren afscheid van de kijker, ze blijven nog even zitten tijdens de aftiteling, doen net of ze alweer op zoek zijn naar nieuw nieuws of, wanneer ze een mede presentator hebben, extreem gezellig kletsen met de collega om het beeld te scheppen dat het een gezellig boeltje is, weer om een positief gevoel achter te laten. Als allerlaatste komt het weerbericht, soms voorafgegaan door een reclameblok, de kijker wil vaak toch weten wat het weer doet en blijft kijken waardoor het reclame blok door vele mensen word bekeken.

Naast een vastliggend script bezigt ieder nieuwsbulletin ook een duidelijke rolverdeling. De centrale presentator en de correspondenten/verslaggevers. Deze hebben ieder een duidelijke rol, die eigenlijk bij iedere nieuwszender hetzelfde ingedeeld zijn, met kleine afwijkingen.

Het nieuws wordt gebracht vanaf drie verschillende ‘tonelen’, ieder met een eigen sfeer. De studio, waar de nieuwslezer zit, een neutrale omgeving die een soort objectiviteit uitstraalt, Wat verder weg van de studio zit de reporter, die de ‘objectieve’ waarheid die de nieuwslezer heeft gebracht koppelt aan de realiteit en als derde toneeltje, het verst van ‘het verhaal uit de studio’ verwijdert, de ooggetuige, die zijn eigen waarheid spreekt, zoals hij het ziet en voelt. Het verhaal zoals de ooggetuige en de reporter brengen wordt pas ‘waarheid’ in onze ogen, wanneer de presentator verteld dat het zo is, hij is voor ons de objectieve feiten brenger. Tussen deze scene’s ziet niet alleem verschil in de omgeving, maar ook in de personen die in beeld zijn. De presentator en de correspondent kijken vrijwel constant in de camera, ze kijken recht onze huiskamer in. De andere personen in beeld, de ooggetuigen, moeten net doen of de camera er niet is. Ze praten niet met ons, maar met de persoon die naast de camera staat. Wij kijken bij HUN de huiskamer in, niet zij bij ons. De beelden zijn als soort van aanvulling op het verhaal wat de presentator/correspondent al heeft verteld, het is een soort bewijslast, moet neutraal overkomen en niet ingestudeerd. Maar het is juist vaak zo, dat voordat een interview gehouden word de gene die geïnterviewd word van voor tot achter ingelicht word wat hij wel en niet mag doen en zeggen. Er word een locatie uitgekozen waar hij moet staan ook al is dat eigenlijk in werkelijkheid niet logisch om daar te zijn.

De presentator van het nieuws heeft veelal geen accent, ofwel het accent van de opgeleide, welstandige en dominante groep van de plaats waar hij zijn nieuwsbulletin bezigt. Wanneer het accent van de journalist afwijkt dan heeft dit een doordachte reden wat te maken zou kunnen hebben met imago.

Wanneer er voor internationale zaken iemand geïnterviewd word wordt dit zoveel mogelijk gedaan in de taal van het land waar het interview voor bedoeld is. In de perifere landen zal dit veelal in het Engels zijn met uitzondering van de Frans sprekende naties. Vele mensen spreken in de perifere landen redelijk Engels en zullen zich goed kunnen uiten, niet in alle centrale landen is dit het geval, waardoor de boodschap die deze mensen over willen brengen niet altijd binnen komt. In het centrale land wordt al snel de kleine groep meer-talen sprekende mensen, die veelal op tv komen, gezien als een representatie van alle mensen in het perifere land. Een ander mooi voorbeeld is Frankrijk, doordat vele mensen in de wereld Frans kunnen, al dan niet vloeiend, zijn vele Fransen in de veronderstelling dat hun taal even groot is als het Engels. Frans is wel groot in Afrika, maar in de Westerse wereld is dit toch niet echt het geval.

De ideologische functie is te omschrijven in 7 kernpunten zoals omschreven door Giske en Hartley, ik quote nu uit het boek zelf van pagina 191:
  • "Het duidelijk aangeven van de hoofdlijnen van de gevestigde culturele consensus over de aard van de werkelijkheid
  • Het betrekken van de individuele leden van de cultuur bij haar dominante waardesystemen, door deze systemen te cultiveren en hun werking in de praktijk te demonstreren."

Het celebreren, uitleggen, interpreteren en rechtvaardigen van het handelen van de individuele vertegenwoordigers van de cultuur;
Het verzekeren aan de cultuur-in-het-algemeen van haar praktische adequaatheid in de wereld, door haar ideologieën en mythologieën te verkondigen en te bevestigen, in actieve confrontatie met de daadwerkelijke en potentieel onvoorspelbare wereld.
Het omgekeerd aan het licht brengen van enigerlei praktische in-adequaatheid in het zelfgevoel van de cultuur, die kan voortkomen uit de veranderende wereld daarbuiten, of uit een druk van binnen de cultuur tot heroriëntatie op een nieuw ideologisch standpunt.
Het publiek te overtuigen dat hun status en identiteit als individuen door de cultuur als geheel gewaarborgd wordt,
Op deze manieren een gevoel van lidmaatschap van de cultuur (zekerheid en betrokkenheid) over te brengen
Om dit te verwezenlijken besluit het nieuws, ook gedwongen door tijdsdruk, tot het aanspreken van de al levende ideeën bij de consument. Hierdoor is het haast onmogelijk ongekleurd nieuws voort te brengen.

De ‘Uses and Gratifications’ voor het gebruik van media zijn onder te brengen in vier categorieën: Informatie, persoonlijke identiteit, integratie en sociale interactie, amusement.

Het kijken van het nieuws en dan in het bijzonder meldingen over andere culturen en gebieden, hebben niet alleen strekking bij het onderdeel ‘informatie’. Het stelt tegelijkertijd ons in staat onszelf te bevestigen als onderdeel van een groep, iemand die een bepaalde cultuur aan hangt.

Op welke manier informatie uit het nieuws verwerkt word verschilt per persoon en heeft vooral te maken met selectie en integratie. Allereerst wordt de ontvanger blootgesteld aan iets waar hij selectief voor gekozen heeft, het nieuws dus. Daarna is er sprake van selectieve waarneming. Het geen wat getoond word, word niet in zijn geheel zo opgenomen, denk aan de beer die tussen de basketballers door moonwalked die je niet ziet. Daarna wordt er selectief onthouden wat men heeft waargenomen en als laatste word er selectief opnieuw weergegeven van de informatie die de persoon in de vorige drie stadia heeft opgeslagen. Je zou kunnen stellen dat de ontvanger fungeert als poortwachter voor de informatie. De, al door poortwachters geselecteerde, nieuwsitems die getoond worden, worden dus door poortwachters in de hersenen van de ontvanger nog eens gezeefd waardoor er nog maar een heel klein beetje van de informatie die is uitgezonden overblijf.

Al heel lang denken wetenschappers dat hersenen werken op basis van een bepaalde mate van efficiency. Hierbij worden paden aangebracht tussen informatie om de weg snel terug te vinden. Het is als een hazenpad, in het begin zie je nog niks, maar doordat de haas er steeds overheen blijft lopen word al snel een echt pad zichtbaar wat makkelijker terug te vinden is. Hierdoor worden bepaalde zaken gecategoriseerd opgeslagen. Beelden, begrippen en gebeurtenissen zijn gekoppeld aan betekenisdimensies, door de ‘hoek’ waarin ze opgeslagen zijn, kleuren hebben bijvoorbeeld voor ons een betekenis, bijvoorbeeld rood, wat voor gevaar staat. Vaak zijn het ook de tegenstellingen die het duidelijkst aanwezig zijn, zoals oost-west, zwart-wit. Aan een betekenisdimensie zit vaak ook een basisoordeel, zoals goed-slecht.

Naast de betekenisdimensie is er ook nog een sociale dimensie in een boodschap. Ook deze is gebaseerd op tegenstellingen. De ontvanger is de sociale maatstaf en bekijkt of het nieuws over ik/wij gaat of over jullie. De sociale groep waarin de persoon zich bevind is bij het decoderen van de berichten van belang. Dit kan gaan over man/vrouw verschil, leeftijds verschil en ga zo maar door. Het gevoel van identiteit, wat je ook terug zag in de Uses and gratifications, is als het ware verschuivend, het gaat om tientallen verschillende soorten van categorisering waaraan we onszelf meten. Categoriseren en stereotyperen zal door dit fenomeen ook altijd blijven. Als eerste stelt men een verschil vast als in man/vrouw bijvoorbeeld, daarna gaat men in de voorkennis die men al heeft na wat men over deze ‘vreemde’ groep weet, er word een oorzaak voor het verschil gezocht, daarna word er een waarde oordeel gehangen aan het verschil, is het goed of slecht? Om deze afwegingen te maken heeft men een zekere kennis basis nodig. Bij het zien van een verschil met een andere cultuur word meestal maar gebruik gemaakt van een oordeel, wat snel zonder enige mate van ‘onderzoek’ plaats vind en waar direct een waardeoordeel aan vast zit. Deze worden door vooroordelen gestuurd.

Doordat er soms sprake is van ernstige negatieve beelden over een bepaalde groep, wat dus ook onder vooroordelen valt, kan er sprake zijn van self-fulfilling prophecy, waardoor het beeld weer bevestigd word. Veelal heeft de groep die het vooroordeel bezigt niet door dat ze er zelf voor zorgen dat het keer op keer weer bevestigd word, waardoor er steeds vanuit word gegaan dat het die groep is die er zelf voor zorgt dat dat beeld blijft bij de groep die het beeld bezigt.

Sommige onderzoeken naar de effecten van massamedia richten zich meer op de cultiveringseffecten hiervan. Hieruit bleek dat kijkers die veel gebruik maakten van de massamedia meer last hadden van stereotyperende opvattingen dan matige gebruikers. Ook bleek deze groep de hoeveelheid geweld en de kans dat ze hier zelf slachtoffer van zouden worden extreem te overschatten. De schepping van de wereld in het nieuws kan aangemerkt worden als een feit, maar of het letterlijk IN het nieuws gebeurd of IN de kijker blijft een meningsverschil. Aan de ene kant worden er stereotype beelden de beeldbuis ingebracht, vaak omdat het ook, door cultuur, moeilijk anders gaat. En aan de andere kant heb je etnocentrische opvatting van goed en kwaad, ontwikkeld en onderontwikkeld. Wanneer er in een cultuur een bepaald beeld heerst, kun je niet zomaar berichten dat een ander beeld logischer is. Het beeld dat de eigen cultuur de meest logische is, zal op deze manier blijven.

Het beeld dat mensen hebben van de werkelijkheid, word niet alleen gevormd door de cultuur van het land maar word ook gevormd door de andere media en school. Tegenwoordig is er veel van de films en televiseries afkomstig uit Amerika en in Amerika is de gehele media vervuld van de gesponsorde onderdelen. Bedrijven bepalen wat er op tv komt. Hierdoor wordt er automatisch eeen vertekend beeld van de werkelijkheid in films en series getoond, wat an sich niet erg zou moeten zijn, het is geen weergave van de werkelijkheid, het is slechts een film. Maar een documentaire, film of wat dan ook over de tweede wereldoorlog, al dan niet fictie, zorgt er wel voor dat mensen een beeld krijgen van de tweede wereldoorlog. Wanneer dit anders in beeld word gebracht is het beeld van de tweede wereldoorlog dus ook anders dan de werkelijkheid hieromtrent. Alle volgende berichtgevingen over de tweede wereldoorlog worden in de hersenen opgeslagen aan dezelfde tak als de fictie film, waardoor het automatisch aan elkaar gelinkt wordt.

Hoofdstuk 10 welke effecten hebben media berichten over ‘anderen’

De hoofdvraag van dit hoofdstuk is, of media berichten, onderhevig aan alle factoren die we in eerdere hoofdstukken hebben besproken, over andere naties en culturen effect zouden hebben op het publiek.

Op welke manier een media boodschap ontvangen word heeft natuurlijk in zekere instantie te maken met wát er in de boodschap zit. Word iets helemaal niet uitgezonden, dan zal er ook geen ontvanger zijn die het op een bepaalde manier kan interpreteren. De zender van de boodschap zend de boodschap uit met een bepaald doel, nieuws brengen. Naast alleen het brengen van het nieuws zend de zender ook een bepaalde interpretatie mee. Hoe deze boodschap wordt ontvangen heeft te maken met de interpretatie die de ontvanger daaraan ontleend. Dit is weer afhankelijk van de impliciteite en explicitiete informatie die verborgen is in de nieuwsboodschap en natuurlijk het referentiekader, de voorkennis van de ontvanger. Niet het beeld op zich maar de manier waarop de ontvanger er mee omgaat heeft invloed op het effect van het media bericht op de ontvanger.

Uses and gratifications zijn onder te verdelen in vier groepen, informatie,persoonlijke identiteit, integratie en sociale interactie en amusement. Het kijken van het nieuws zou doen denken dat dit alleen onder de eerste valt, informatie maar niets is minder waar. Ook persoonlijke identiteit komt hierin voor. Wanneer er bericht wordt over ‘anderen’ kunnen we onszelf weer als groep beschouwen met dezelfde normen en waarden.

De selectie van wat men opslaat gaat in fases, te eerste kies je er voor wat je gaat kijken, wat je niet kijkt wordt niet opgeslagen, ten tweede is er sprake van selectieve waarneming, niet alles wat je ziet zie je ook echt en sla je ook niet allemaal op. Daarna komt het selectief onthouden en als laatste het selectief opnieuw weergeven van de opgeslagen informatie. Wanneer je dus naar het nieuws kijkt zul je achteraf niet meer van alles kunnen vertellen wat er genoemd is. Juist datgene wat jij belangrijk, opvallend of wat dan ook vond blijft hangen. Dit heeft vaak te maken met al eerder opgeslagen informatie.

Al jarenlang wordt er gedacht dat je geheugen gebaseerd is op mentale efficiency. Door dingen aan elkaar te koppelen wordt het makkelijker om er een betekenis aan te geven. Daarnaast worden er paden in je hersenen aangelegd die door het vaker bewandelen beter begaanbaar worden. Wanneer er nieuwe informatie op een goede, al meer gebruikte plek, opgeslagen word wordt het makkelijker terug gehaald.

Woorden, beelden en geluiden zijn in je hersenen gekoppeld aan betekenisdimensies die weer gekoppeld zijn aan basisoordelen. De belangrijkste sociale dimensie is die van ik en wij tegenover zij. De ik verschilt per situatie en kan betrekking hebben op van alles en nog wat, geslacht, leeftijd, politieke voorkeur, nationaliteit, beroep, hobby en ga zo maar door. Je identiteit is opgebouwd uit vele van deze categorieën.

Je eerste oordeel word gevormd door de opmerking van een verschil, het tweede oordeel door de interpretatie van het gebeuren vervolgens hang je een waardeoordeel aan het geen wat je ziet. In de omgang met andere culturen zie je vaak dat niet dit pad van 3 stadia doorlopen wordt maar dat er al heel snel één conclusie getrokken wordt, vanuit het laatste stadium, het waarde oordeel. Wanneer er sprake is van een langlopende wrijving tussen twee groepen kan er sprake zijn van ‘self-fulfilling prophecy’. De groep die het vooroordeel bezig heeft vaak niet door dat het door eigen toedoen is dat de andere groep zich zo gedraagd, waardoor de eerste groep weer zegt, zie je wel het is altijd die groep!

Er is onderzoek gedaan naar het cultiveringseffect van de media. Het is gebleken dat de mensen die de media heel veel gebruiken meer stereotype opvattingen hadden over versvchillende onderwerpen. Deze mensen hadden ook een vertekend beeld van de veiligheid van hun omgeving en waren banger om zelf slachtoffer te worden van bijvoorbeeld geweld.

Westerse verslagen over niet-westerse landen zijn veelal vergeven van de stereotyperingen maar dit komt vooral door plaats en tijdgebrek waardoor de journalist genoodzaakt is om de voorkennis van het publiek in te schakelen. Ook de definities van ontwikkeling en onderontwikkeling zijn erg etnocentrisch. Wij zien onze manier als de ontwikkelde, goede manier.

Door de inmeninging van de film-en-serie-industrie in op waarheid gebaseerde verhalen ontstaat er ook een situatie waarin een andere versie van de werkelijkheid geschetst wordt, zoals bij films over de tweede wereld oorlog. Bij series wordt er rekening gehouden met hoe mensen weer gegeven worden, maar over derde wereld landen hoeven ze zich niet zo druk te maken, omdat die toch niet snel tegengas zullen geven en daar komen de sponsorgelden voor de televisie zenders ook niet vandaan. De meeste series vanuit amerika staan onder een bepaald toezicht van de genen die reclame maken in de reclame blokken tussendoor en in de serie zelf. Wanneer een geldschieter iets niet wil zien, dan komt het niet in de serie voor. Hierdoor wordt een vertekend beeld van de werkelijkheid geschetst.

Fact en fictie lopen op deze manier uiteindelijk door elkaar. Wanneer het publiek, door het ophangen van de informatie uit films en series aan de zelfde tak als de informatie uit ogend objectief nieuwsbericht, een bepaald beeld van de werkelijkheid heeft, dan is het moeilijk om van dat beeld af te komen.
© 2012 Mickytjuh, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Joodse filosofie - Chabad 10: De eenheid van God - Echad De eenheid van God in het Jodendom is uniek. Het betreft niet he…
Journalistiek: Het nieuwsbericht in de krant Ook als het op nieuws aankomt, zijn er verschillende genres zoals het nieuws…
Wat is het doel van het leven? (1): de schepping van de mens Waarom leven we en wat doen we in deze wereld? Het antwoord…
Ayurveda: geschenk van de goden Over de vraag hoe Ayurveda tot de mensheid gekomen is bestaan een aantal verschillende le…
Scheppingsmythen Korte samenvatting over de algemene vragen rond scheppingsmythes. Antwoorden op een paar veelgestelde vr…

Bronnen en referenties
  • De schepping van de wereld in het nieuws, Jaap van Ginneken ISBN 90 140 9273 3

Reageer op het artikel "Samenvatting, De schepping van de wereld in het nieuws"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Mickytjuh
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Samenvattingen
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!