Examenkandidaten VWO: Aardrijkskunde H7
Een samenvatting van de laatste drie paragrafen van hoofdstuk 7 van het boek buitenland. In deze paragrafen gaat het over de randstad en over de leefomgeving.Paragraaf 5
De Randstad is 25% van de Nederlandse grond en er woont 50% van de bevolking. Het heeft de twee mainports Amsterdam en Rotterdam. Het heeft grootstedelijke functies voor het platteland. De Randstad is een urban field waar de bevolking op verstedelijkt platteland voor werken, winkelen en uitgaan op de stad is gericht en waarbij de ruimte op het platteland wat betreft wonen en recreatie in dienst staat van de grote steden. Het is het politieke, culturele, economische en financiële hart van Nederland.De invloed van de Randstad gaat verder dan Nederland door de ligging aan de kust en in het economisch kerngebied van Europa. Er zijn elf hoofdkantoren gevestigd en er wonen veel mensen in de Randstad. Het is geen Deltametropool (dé wereldstad aan de monding van een rivier) want er is veel concurrentie van andere Europese steden en economisch gezien is het maar een middenmotor (gemiddeld bruto regionaal product en een laag arbeidsproductiviteit). Ook is de Randstad nog geen volledig stedelijk netwerk (steden zijn verbonden d.m.v. infrastructuur) met bijvoorbeeld pendelzones.
De Randstad bestaat uit drie delen:
- Noordvleugel; Amsterdam en Utrecht
- Zuidvleugel; van Leiden en Den Haag tot Rotterdamse haven
- Groene Hart; grotendeels agrarisch, staat onder druk door de behoefte aan meer infrastructuur en woningen etc.
Het gebruik van de ruimte is gebonden aan regels, de ruimtelijke ordening.
- Sectoraal beleid; geldt voor één onderwerp of sector van de samenleving.
- Regionaal beleid; verschillende gebieden in Nederland en verschillende sectoren
Het beleid van ruimtelijke ordening moet voldoen aan drie criteria:
- Woningbehoefte; dit wordt bepaald door demografische ontwikkelingen en het economisch tij
- Verhinderen dat Nederland geheel wordt volgebouwd
- Aanleggen van voldoende infrastructuur voor verkeer en vervoer, waarbij de milieubelasting beperkt blijft
Dit beleid heeft verschillende fasen:
In de jaren ’60 en ’70: groeikernen en groeisteden: suburbanisatie in aangewezen gebieden. Gevolg: enorme buitenwijken in voorheen kleine plaatsen en meer files. Vanaf 1993: Vinex-locaties: suburbanisatie aan de rand van steden. Doel: vermindering van files en meer plek voor voorzieningen.
Paragraaf 6
Ruimtelijke processen:- Concurrentie om de ruimte: hoge huren en uitstroom uit de binnenstad van bedrijvigheid met een grote ruimtebehoefte
- Ontwikkeling van verkeersknooppunten, ook ontstaan daar woningen en voorzieningen
- Als de voorzieningen in het centrum hoogwaardiger worden dan neemt de reikwijdte toe en het verzorgingsgebied wordt groter
Knelpunten:
- Stedelijke distributie (bevoorrading)
- Milieubelasting
- Afname aantrekkelijkheid voor bedrijven en bezoekers
Nieuwe centra ontstaan vooral door publiek-private samenwerking (PPS) tussen overheid en bedrijfsleven. Ideeën gaan vaak buiten de gemeentegrens. Daarom is regionale samenwerking nodig (Rijk, provincies en gemeenten). Twee vormen hiervan:
- Netwerksteden; hebben wettelijke bevoegdheden en budget
- Bestuurlijke netwerken tussen maatschappelijke organisaties en overheden die vrijwillig zijn
Steden zijn belangrijk voor bedrijven omdat zij agglomeratievoordelen hebben:
- Lagere kosten
- Investeringen door overheid en bedrijven
- Broedplaatseffect
Vooral de kenniseconomie is erg toegenomen. Productinnovaties stimuleren de zakelijke dienstverlening aan bedrijven en overheid. Door bedrijven naar hun stad te lokken, proberen de steden een creatieve stad te worden.Doordat er een tweedeling is in banen (hoog- en laagopgeleiden) is er in de stad ruimtelijke polarisatie. Goedkope en dure huizen. Als de tegenstellingen te groot worden, ontstaat er sociale polarisatie. De ene stad probeert dit te bestrijden, de andere stad streeft naar een multiculturele stad.
Suburbanisatie leidde tot fysieke verloedering. Dit kan worden aangepakt met stadsvernieuwing. Dit trok alleen geen welvarender bewoners aan. Ook is er herstructurering. Hierdoor kan gentrificatie optreden: goedkope huizen raken vol met midden- en hoge sociale klasse. Het aantal probleembewoners wordt minder.
Paragraaf 7
Stadsbesturen kijken naar een buurtprofiel als ze willen weten of ze een wijk moeten verbeteren. Hierin staat:1. woningkenmerken
- Ouderdom
- Eigendom
- Woningtype
- Staat van onderhoud
- Grootte van huishoudens
- Etniciteit
- Inkomen
- Gezinsfase
In ‘slechte’ wijken is de sociale onveiligheid groot. Er is een onderscheid tussen objectieve (feiten) en subjectieve (het gevoel) sociale onveiligheid.
Actie moet worden ondernomen op twee gebieden:
1. op het sociale vlak: sociale cohesie is de bereidheid van burgers om een actieve rol te spelen in hun buurt. Dit wordt bevorderd door buurt- en wijkvoorzieningen waar sociale netwerken kunnen ontstaan. Hierdoor wordt de subjectieve veiligheid groter.
2. op het fysieke vlak: de openbare veiligheid is het belangrijkste, vooral de toegankelijkheid voor alle mensen. Dit kun je verbeteren door:
- Goed onderhoud
- Overzichtelijkheid
- Toezicht
Het ministerie van VROM heeft wijken aangesteld als ‘aandachtswijken’. Er is sinds 2007 meer aandacht voor de sociaaleconomische aspecten.
© 2011 - 2012 Kimvdbos, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
De Citotoets voor Groep 8 De citotoets oftewel de CITO Eindtoets Basisonderwijs is een toets die de Nederlandse leerlinge…
Wat is aardrijkskunde eigenlijk? Als je aan basisschoolleerlingen vraagt wat aardrijkskunde is, hoor je dikwijls: Leren w…
Nederlands schoolsysteem Dit artikel beschrijft het schoolsysteem zoals het in Nederland bestaat. Hoewel iedere school ee…
Opdrachten voor hoogbegaafde kinderen: wereldoriëntatie Slimme en hoogbegaafde kinderen kunnen veel uitdaging vinden…
Gerelateerde artikelen
De N term, hoe reken je je eindexamen cijfer uit? Je heb weer een examen gemaakt, maar hoe reken je je cijfer eigenlijk u…De Citotoets voor Groep 8 De citotoets oftewel de CITO Eindtoets Basisonderwijs is een toets die de Nederlandse leerlinge…
Wat is aardrijkskunde eigenlijk? Als je aan basisschoolleerlingen vraagt wat aardrijkskunde is, hoor je dikwijls: Leren w…
Nederlands schoolsysteem Dit artikel beschrijft het schoolsysteem zoals het in Nederland bestaat. Hoewel iedere school ee…
Opdrachten voor hoogbegaafde kinderen: wereldoriëntatie Slimme en hoogbegaafde kinderen kunnen veel uitdaging vinden…