Maakbaarheid van de samenleving en social work 1940-1980
Lees alles over de gebeurtenissen in 1940 tot 1980 zoals de Anti-psychiatrie, bezuinigingen, politieke partijen, het paternalisme en methodieken. Dit is een hele handige samenvatting van hoofdstuk 10 van het boek Basisboek geschiedenis Sociaal Werk in Nederland (2009, derde druk) van Maarten van der Linde. Wanneer je je propedeuse Social Work wilt halen is de kans groot dat je dit hoofdstuk moet kennen.Belangrijke personen
- Martina Tjeenk Willink, deed in de jaren ’30 vrijwilligerswerk bij de Armenraad in Den Haag, was wooninspectrice geweest bij Haags Centraal Woonbeheer en was secretaris van de Armenraad in Arnhem. Ze leidde de landelijke organisatie Nederlands Volksherstel als secretaris-generaal, ze maakte een begin om liefdadigheidshorden tot samenwerking te brengen, plaatselijk, provinciaal en landelijk (bijvoorbeeld Opbouw Drenthe). Ze werd ook algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werk (NVMW).
- Wim Banning en Willem Schermerhond richtten de NVB (Nederlandse Volksbeweging) op, deze beweging streefde naar vernieuwing in de samenleving op basis van de waarde van het christendom en humanisme.
- Gerard Veldkamp,was penningmeester van de katholieke organisatie ‘het Landelijk Sociaal Charitatief Centrum’ en was minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.
- Marga Klompé, rooms-katholieke politica, 12 jaar minister geweest.
Commisie, raad en bond
JCC, Joodse Coördinatie Commissie , voor opvang, begeleiding en hulpverlening aan de overlevenden, hieruit kwam het Joods Maatschappelijk Werk voort.De Nederlands-hervormde algemene Diaconale Raad, werd na de oorlog steeds meer het centrale orgaan van alle plaatselijke hervormde diaconieën.
De Centrale Bond van Inwendige Zending en Christelijke Philanthropische Inrichtingen, (eerst was Ottho Heldring en Hendrik Pierson de leider, daarna Andrew de Graaf), hierin hadden tientallen instellingen die waren voortgekomen uit het negentiende eeuwse Réveil zich opgelost.
Gebeurtenissen
- 1952 Nederland kreeg voor het eerst een minister van Maatschappelijk werk, de naam veranderde drie keer (CRM ‘Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk’, WVC, VWS).
- De armenwet van 1912 werd vervangen door de Algemene Bijstandswet.
- De maakbaarheid van de samenleving was belangrijk, de overheid moest de leefbaarheid bevorderen, sociale redzaamheid van burgers vergroten, permanente educatie mogelijk maken, participatie van burgers bevorderen.
- In de jaren ‘70 moest er bezuinigd worden, in de jaren ’80 liep de economie terug. De verzorgingsstaat dreigde onbetaalbaar te worden, het concept ‘zorgzame samenleving’ kwam door Elco Brinkman, de burgers moesten voor zichzelf zorgen, er zou ook decentralisatie moeten plaatsvinden (welzijnsbeleid en uitvoering daarvan hoorde bij de gemeente, niet bij de overheid)
Belangrijke personen
- Marie Kamphuis, introduceerde in NL de Amerikaanse methodiek van de individuele hulpverlening (social casework), net als Hélène Mercier en Marie Muller-Lulofs was zij voorstander van de professionalisereing en het methodisch werken. Ze bouwde de Academie voor Sociale en Culturele Arbeid op en schreef het boek ‘wat is social casework?’ ‘casework notebook’ (social casework draaide volgens haar om het verbeteren van het sociaal functioneren van mensen. Het verbeteren van de wisselwerking tussen mensen en hun sociale omgeving.
- Mary Ellen Richmond, schreef in de Amerikaanse ‘Charity Organisation Society’ en schreef het boek ‘Social diagnosis’, ze legde de basis voor de moderne methodiekontwikkeling binnen het maatschappelijk werk. Er moest een wetenschappelijke diagnose gesteld worden waarbij nadrukkelijk ook maatschappelijke factoren werden betrokken, voorafgaand aan de sociale hulpverlening.
- Virginia Robinson, schreef ‘A changing psychology in social casework’, ze legde er de nadruk op dat de maatschappelijk werker naast de cliënt moet staan. The professional personality betekent dat het belangrijkste instrument van de maatschappelijk werkster de eigen persoon is.
- Hamilton, schreef ‘practice of social work’, het was niet voldoende dat de maatschappelijk werker de gevoelens van de cliënt begrijpt, maar het ging erom dat de hulpverlener de cliënt inschakelt in het actief deelnemen aan verandering.
- Herman Milikowski, schreef ‘Sociale aanpassingen en niet aanpassingen’ die later als ‘Lof der onaangepastheid’ werd herdrukt. Primaire onmaatschappelijkheid van de huisbazen (slechte huizen voor veel geld), werkgevers (creëren geen passende werkgelegenheid) stadsbestuurders (bestrijden de sociale en culturele achterstelling). Secundaire onaangepaste gedrag van mensen als reactie daarop. Hij vond dat je mensen niet op hun kop moest zitten maar ze helpen met hun emancipatiestrijd, de asociale maatschappij moest zich richten naar de behoeften van mensen (dit werd geweigerd).
Probleemgezinnen
Na de oorlog kwamen er zorgen over onmaatschappelijk gedrag, gezinnen die terecht gekomen waren in armoede, werkloosheid, schulden, verwaarlozing, criminaliteit enz. Deze mensen werden in Drenthe en Overijssel heropgevoed in speciale barakkenkampen. Dit was in 1919 al gedaan, toen er ontoelaatbare gezinnen in Utrecht waren, ze werden ondergebracht in speciale wooncomplexen (woonscholen) met badhuis en clublokalen, het doel was om de woonwijze te verbeteren, men kreeg gezinsbegeleiding van een maatschappelijk werker. Probleemgezinnen worden ook wel sociaal zieke gezinnen of multiproblemgezinnen genoemd, de oorzaak zou zijn dat ze de snelle maatschappelijke ontwikkelingen niet konden bijhouden.Paternalisme betekent dat men zich niet moest aanpassen (dat werd gedaan in WO II) maar juist verzetten en emanciperen. Deze beweging werd binnen de hulpverlening in de ban gedaan. Huisbezoek was paternalistisch, professionele terughoudendheid was de nieuwe methodiek, nergens mee bemoeien.
- 1960 kritisch denken heeft een grote invloed in het sociaal werk.
- In de opleidingen kreeg het antipaternalisme een grote invloed.
- Politisering werd een sleutelwoord in discussies over opleiding en beroep.
- 1990 het woord diversiteit kwam in gebruik (verschillen in klassen, sekse, etniciteit enzovoorts).
Buurt, volks en dorpshuizen
Gezina Bähler-Boerma, opende het eerste dorpshuis in 1915 in Eelde.Er kwamen veel club- dorp- volks- en buurthuizen die na 1945 onder één noemer gebracht werden: het club- en buurthuiswerk.
Er ontstond het vormingswerk bedrijfsjeugd, dit werk ontstond als gevolg van partiële leerplicht van werkende jongeren en vulde het vormingsgedeelte in.
Er kwam veel vrije tijd, daardoor waren er meer en nieuwere voorzieningen nodig, men leerde vakantie kennen.
- 1947 in amsterdam ontstond het eerste echte creativiteitscentrum de Werkschuit.
- 1965 In het aantal sociaal-culturele voorzieningen stonden allerlei specialismen (peuterwerk, kinderwerk, tienerwerk enzovoorts).
- 1960 Het vormings- en educatieve werk werd niet meer verzuild.
- 1962 Er kwam een beroepscode voor maatschappelijk werker.
- 1990 De beroepscode werd herzien.
Kritiek op methodiek
Er kwam kritiek op de methodiek, ten aanzien van het social casework zou het alleen maar gericht zijn op huwelijks- en gezinsproblemen van cliënten uit de middenklasse.Er ontwikkelde zich een alternatieve hulpverleningspraktijk (periode van deprofessionalisering) als Release (1970) en het Jongeren Advies Centrum (JAC) (1970) die zich richt op jongeren waar de reguliere hulpverlening geen raad mee wist. De Bond van Minderjarigen (BM) (1970) voerde acties tegen bijv. jeudginternaten, almacht van deskundigen, enzovoorts.
- 1970 klachten over seksueel misbruik van pupillen door groepsleiders en directeuren.
- 1974 in Amsterdam kwam het eerste Blijf-van-mijn-lijfhuis.
Er kwamen in de jaren ’70 en ’80 ook andere manieren van denken over hulpverlening, begeleiding, coaching en ontwikkeling.
Gerard Donkers, kwam met het ‘sociaal-technologische model’ en het ‘persoonsgerichte model’.
De sociaal-technologische benadering spreekt de mens aan als een rationeel wezen en richt zich op aanpassingen aan de snelle ontwikkelingen in de samenleving. Dit leidde tot systeembenadering, communicatiebenadering, cognitieve gedragstherapie en het taakgerichte hulpverleningsmodel.
Het persoonsgerichte model gaat ervan uit dat de mens in staat is eigen keuzes te maken, ziet de mens als een zingevens en cultuurscheppend wezen, geheel van lichaam en geest, verstand en gevoel, individu en sociaal wezen.
Als kernprobleem wordt gezien dat mensen zichzelf niet kunnen zijn.
Verstandelijkgehandicaptenzorg
- 1970 Zwakzinnigeninrichtingen hadden veel weg van ziekenhuizen.
- De medische aanpak na de oorlog was overheersend.
- Er kwam nadruk op diagnostisch onderzoek, dit bracht artsen ertoe ook pedagogen en psychologen aan te stellen. Hierdoor begon het medische model plaats te maken voor het ontwikkelingsmodel.
- Speltherapie, bewegingstherapie en gedragstherapie ging een belangrijke rol spelen.
- De zwakzinnigenzorg was beter dan verzorging van gehandicapten thuis. Toch waren er protesten op het gebrek aan persoonlijke aandacht en zinvolle activiteiten. Ook groepsleiders verzetten zich tegen de hiërarchische organisatie, en pedagogen en psychologen begonnen oog te krijgen voor het weinig stimulerende ziekenhuisachtige leefmilieu in de inrichting.
De anti-psychiatrie
Carel Muller was in 1970 psycholoog, zorgde voor veranderingen in de zorg voor mensen met een beperking in Dennendal te Den Dolder (onderdeel van de Willem Arntsz Stichting), hij was daar directeur. Was tegen verpleegkleding, aandacht voor persoonlijke behoeften en wensen van bewoners, vrije omgang tussen zwakzinnigen en groepsleiders, verdunning en ontplooiing was belangrijk. Verdunning betekent dat normale mensen moesten in de instelling wonen.Er ontstonden conflicten binnen de staf en het bestuur.
Nieuw Dennendal ontstond opgericht door vernieuwers rond Muller, toch mislukte het door schandaalverhalen die rond gingen, heeft wel invloed gehad op de ontwikkeling van de Nederlandse verstandelijkgehandicaptenzorg.
- Franco Basaglia, op Pinel-achtige wijze bevrijdde hij patiënten uit mensonterende omstandigheden, was tegen elektroshoks en lobotomie.
- Ronald Laing, plaatste vraagtekens bij het gemak waarmee de etiketten ‘gek’ en ‘normaal’ werden uitgedeeld (samen met Thomas Szasz).
- Thomas Szasz, keerde zich tegen dwang in psychiatrie.
- Erving Goffman, vergeleek de inrichting (betreft inrichting, leefwijze, bestuur, discipline) met gevangenissen enz. werd snel vergeleken met concentratiekampen.
- Kees Trimbos, was voor ambulante geestelijke gezondheidszorg als alternatief voor de behandeling in gesloten inrichting. Schreef ‘Wie van hout’.
Gebeurtenissen uit de anti-psychiatrie
[B]1964 Stichting pandora, er moet hier geluisterd worden naar de cliënt en de kennis van de cliënt over zichzelf moet serieus genomen worden.1970 de eerste patiëntenraad werd opgericht.
1971 de Gekkenbeweging werd opgericht (werd later Cliëntenbond in de GGZ).
1973 de Gekkenkrant ontstond.
1980 het eerste Wegloophuis in Haarlem.
1980 het manifest ‘Patiëntenrecht in de GGZ’.[/B]
Creatieve therapie
- 2006 ontstond het NVCT (Nederlandse Vereniging voor Creatieve Therapie).
- Het is nog erg jong (jaren ’20, ’30).
- 1946 op Middeloo in Amersfoort is er een opleiding gestart waar het educatief en behandelend werken met diverse creatieve middelen centraal stond.
- 1978 De Kopse Hof in Nijmegen.
- 1981 De Jelburg in Baarn.
- 1960 de eerste landelijke studiedag werd gehouden op initiatief van Vaessen.
- 1962 de Nederlandse Vereniging voor Expressieve en Creatieve Therapie (NVECT), die gaf documentatiebladen uit, later kwam om de 3 maanden ‘Tijdschrift voor Creatieve Therapie’.
- 1970 creatieve therapie had een gevestigde plaats verworven, het was wel kwetsbaar, toen de GGZ ging fuseren. Er kwamen toen extramurale en ambulante voorzieningen, de zorgduur werd korter en door de gedwongen bezuinigingen ging de zorg herdefiniëren.
Belangrijke personen
- Margaret Naumburg en Florence Cane,1914 gestart om in New York de Children’s School met kinderen vanuit een educatieve situatie naar therapeutische doelen te werken.
- Edith Kramer, gaf in 1916 schilderlessen aan kinderen van vluchtelingen.
- Friedl Dicker-Brandeis, gaf schilderles in een concentratekamp.
- J.H. Plokker, schreef ‘Geschonden beeld: beeldende expressie bij schizofrenen’.
- H. van der Drift, schreef ‘Beknopte leidraad bij de toepassing van speltherapie, culturele therapie en bewegingstherapie in psychiatrische inrichtingen’.
- Maks Kliphuis, benadrukte vanaf 1954 het methodische en het dynamisch-procesmatige karakter van (lichamelijke) beleving en expressie, en beschreef dit als ‘creatief proces’.
- Lex Wils, schreef ‘Bij wijze van spelen’.
Door de kritische jaren ’60 en ’70 is er
- Meer aandacht voor visieontwikkeling.
- Identificatie met doelgroepen in plaats van afstand nemen.
- Systematische methodiekontwikkeling.
- Het zetten van kleine stappen is belangrijker.
- Een sterke gerichtheid op humanisering, emancipatie en democratisering van de samenleving.
- Een veel gedifferentieerder aanbod van hulpverleningsvoorzieningen .
- Nieuwe vormen van crisisopvang, wegloophuizen en maatschappelijke opvang en 24 uurs opvang.
- Erkenning van de autonomie en het zelfbeschikingsrecht van de cliënt en erkenning van het burgerschap van de cliënt.
- Vrouwenvormingswerk, vrouwenhulpverlening, nieuwe methodes voor keuzebegeleiding, bevorderen van zelfwaardering, onderkennen van geïnternaliseerde onderdrukking die kan leiden tot zelfhaat enzovoorts.
- Steeds verder genuanceerde thereorievorming over genderspecifieke hulpverlening en diversiteitsdenken met handvatten voor praktisch handelen binnen sociaal werk.
Lees verder
© 2011 - 2012 Dazzeltje, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Fluitend een toets of examen maken Wie gaat er fluitend door een toets of examen? Wie een toets of een examen moet maken,…
Het ontstaan van de methode groepsmaatschappelijk werk Veel maatschappelijk werkers, pedagogen en SPH'ers maken er gebrui…
Samenvatten: hoe doe je dat? Een samenvatting kan in allerlei gevallen handig zijn. Het kan een manier zijn om met de lee…
Hoe leer ik het beste voor een examen of toets? De examens 2011 staan voor de deur. Maar hoe leer je nu het beste voor zo…
Gerelateerde artikelen
Wat doet een maatschappelijk werker? Wil jij mensen helpen met je werk? Wil jij het verschil maken voor mensen die het mo…Fluitend een toets of examen maken Wie gaat er fluitend door een toets of examen? Wie een toets of een examen moet maken,…
Het ontstaan van de methode groepsmaatschappelijk werk Veel maatschappelijk werkers, pedagogen en SPH'ers maken er gebrui…
Samenvatten: hoe doe je dat? Een samenvatting kan in allerlei gevallen handig zijn. Het kan een manier zijn om met de lee…
Hoe leer ik het beste voor een examen of toets? De examens 2011 staan voor de deur. Maar hoe leer je nu het beste voor zo…
Bronnen en referenties
- Basisboek geschiedenis Sociaal Werk in Nederland (2009, derde druk), hoofdstuk 10, van Maarten van der Linde