Samenvatting nectar biologie, hoofdstuk 16: Homeostase
Hoofdstuk 16: Homeostase: longen, lever en nieren. Dit hoofdstuk gaat over de ademhalingsorganen, leverstofwisseling en nierstofwisseling in het menselijk lichaam, en komt uit nectar biologie deel 2. Je krijgt dit hoofdstuk in VWO 5 en zal het moeten herhalen in VWO 6.16.1 Lucht is gratis (Gaswisseling en bouw ademhalingsorganen
Ventilatie ververst de lucht in de longen. De lucht gaat door de neus of mond naar de luchtpijp. (Neus-)slijmvlies zuivert en verwarmt ingeademde lucht, dit bevordert de diffusie. De lucht komt eerst in de hoofdbronchiën, dan in de bronchiën en daarna in de bronchioli. Aan het uiteinde van de bronchiole zit een trosje longblaasjes. De zuurstof gaat door de wand van het longblaasje naar het bloedvat door het drukverschil, en stroomt weg met het bloed. Koolstofdioxide gaat in omgekeerde richting.Met de wet van Fick kan je de diffusiesnelheid berekenen.
D = (c x O x (p1 - p2)) / d
Hierin is D de diffusiesnelheid, c diffusiecoëfficiënt, O het diffusieoppervlak , (p1 – p2) het drukverschil en d de diffusieafstand.
Ademcentra in de hersenstam besturen de ademhalingspieren. De inademing is actief, de uitademing passief. Informatie uit een groot aantal receptoren beïnvloedt de frequentie en de diepte waarmee je ademhaalt.
16.2 Benauwend… (Ventilatiebeweging en ademproblemen)
Luchtverversing komt tot stand door ademhalingsspieren. Als de inademingsspieren samentrekken, neemt het volume van de longen toe. Er ontstaat onderduk en lucht stroomt van buitenaf je longen in. Uitademing gaat passief: borstkas en middenrif veren terug.Een gat in het longvlies veroorzaakt een ingeklapte long: en komt lucht in de interpleurale ruimte, de ruimte tussen long- en borstvlies. Bij inademen volgt de long de borstkas niet meer en blijft klein, waardoor benauwdheid en stekende pijn ontstaat. De goed werkende long krijgt dan meer bloed.
16.3 Bloedlink, die lever (Leverstofwisseling)
De lever neemt voedingsstoffen op uit het bloed. Levercellen breken stoffen af, bouwen ze op, slaan ze op en geven ze weer aan het bloed af. In de lever zit een glycogeenvoorraad. Bij inspanning zorgt glucagon dat glycogeen in glucose wordt omgezet. Als glucose niet uit het voedsel wordt opgenomen kan de lever dit zelf bouwen. De NH2-groep wordt afgekoppeld (deaminering) en omgezet in de afvalstof ureum. De rest van het aminozuur wordt verbrand, opgeslagen in vet (lipogenese) of omgebouwd tot glucose (gluconeogenese). Uit plantaardige eiwitten kunnen dierlijke eiwitten worden gemaakt door trans-aminering. Niet alle aminozuren kunnen worden gemaakt, de essentiële aminozuren moeten met de voedsel meekomen.16.4 Productief slopen (Afbraakprocessen in de lever)
De lever scheid gal uit. Hierin zitten galzure zouten, bilirubine en cholesterol. Bij oververzadiging met cholesterol dikt de vloeistof in en kunnen galstenen ontstaan.De lever ruimt ook de restanten op van afgestorven rode bloedcellen en dode bacteriën. Het ijzer uit hemoglobine wordt opgeslagen als ferritine. Als afvalstof ontstaat bilirubine, die de lever verlaat met het gal.
De lever maakt gifstoffen zoals alcohol en medicijnen onschadelijk, detoxificatie. Een te grote belasting kan leiden tot schade aan de lever. Er kan zich vet ophopen, een vergrote lever is daarvan gevolg. Ook kan leverweefsel afsterven. Bindweefsel komt dan in de plaats: levercirrose.
16.5 Mens, schei toch uit! (Bouw en werking van de nieren)
Nieren verwijderen afvalstoffen uit het bloed en scheiden die uit met de urine. De buitenste laag van de nieren is de nierschors, meer naar binnen het niermerg en binnenin het nierbekken, een verzamelplaats voor urine. De nier bestaat uit meer dan een miljoen nefronen: eenheden die bloed zuiveren, waarbij urine ontstaat. Nefronen monden uit in verzamelkanaaltjes, die uitmonden in het nierbekken. Via de urineleider gaat de urine naar de blaas, en verlaat via de urinebuis het lichaam.Het afvoerende slagadertje van de nefron heeft een kleinere diameter dan het aanvoerende adertje. Daardoor is de druk extra hoog en wordt het bloed gefilterd. Dit gebeurt in het kapsel van Bowman, waarin een kluwen haarvaten (glomerulus) zitten. Bij deze filtratie blijven eiwitten en andere grote bestandsdelen van bloed in het bloedvat achter. Wat wel uit het vat geperst is vormt de voorurine. Terugresorptie vindt plaats in de nierkanaaltjes, de lus van Henle en het verzamelbuisje. De hormonen ADH en aldosteron hebben invloed op de resorptie.
© 2011 - 2012 Appleann, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Nectar biologie 2 deel 1: 5. Homeostase Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 1. Dit boek wordt…
Nectar biologie 2 deel 2: 14. Grenzen aan groei Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 2. Dit bo…
Nectar biologie 2 deel 1: 8. Extremen Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 1. Dit boek wordt g…
Nectar biologie 2 deel 2: 11. Begin bij… een eiwit! Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 2. Di…
Gerelateerde artikelen
Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 10 Regeling Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1. Dit boe…Nectar biologie 2 deel 1: 5. Homeostase Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 1. Dit boek wordt…
Nectar biologie 2 deel 2: 14. Grenzen aan groei Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 2. Dit bo…
Nectar biologie 2 deel 1: 8. Extremen Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 1. Dit boek wordt g…
Nectar biologie 2 deel 2: 11. Begin bij… een eiwit! Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 2. Di…
Bronnen en referenties
- Nectar biologie vwo, bovenbouw deel 2. ISBN: 90 01 32715