Samenvatting nectar biologie, hoofdstuk 15: Vertering

Samenvatting nectar biologie, hoofdstuk 15: Vertering

Hoofdstuk 15: Voeding en vertering. Dit hoofdstuk gaat over de vertering van voedingstoffen en het verteringsstelsel in het menselijk lichaam, en komt uit nectar biologie deel 2. Je krijgt dit hoofdstuk in VWO 5 en zal het moeten herhalen in VWO 6.

15.1 Broodje gezond (Additieven)

Naast voedingsstoffen beval voedsel ook hulpstoffen of additieven. Die zijn door de mens aan voedingsmiddelen toegevoegd om maak, geur, kleur en houdbaarheid te verbeteren. Ze zijn herkenbaar aan hun E-nummer.

De ADI-waarde staat voor Aanvaardbare Dagelijkse Inname en is de dagelijkse hoeveelheid die je van een stof kunt innemen zonder gevaar voor je gezondheid.

Carcinogenen vergroten de kans op bepaalde vormen van kanker. Gevarieerde en vezelrijke voeding is het gezondst.

15.2 Klein, kleiner, kleinst (Enzymen)

Enzymen verlagen de activeringsenergie waardoor chemische reacties sneller verlopen. Enzymen binden aan een substraat waardoor ze binden of splitsen. Ze raken beschadigd bij een te hoge temperatuur, ze denatureren. Elk enzym heeft een optimum-pH.

Verteringsproces:
In speeksel zit het enzym amylase. Dat breekt zetmeel (polysacharide) af in disachariden (maltose), kleine polysachariden en glucose. De pH in de maag is laag doordat cellen daar zoutzuur (HCl) afgeven. In de twaalfvingerige darm is de pH een stuk hoger. Vetten worden geëmulgeerd met gal, waardoor ze makkelijker worden verteerd. Lipase uit alvleessap breekt vetmoleculen af tot vetzuren en monoglyceriden. Enzymen uit het darmslijmvlies voltooien de vertering. Verteringsproducten passeren de darmwand en komen in de bloedbaan en lymfevaatstelsel terecht. De dikkedarm ontrekt water en zout van de voedingsresten. Wat overblijft verlaat het lichaam als feces.

15.3 Zonder water gaat het niet (Opname van voedingsstoffen)

Water is nodig om polymeren te splitsen, anders kan de dunne darm ze niet resorberen (opnemen). Alle verteringsreacties berusten op hydrolyse, splitsen met water. Polycondensatie maakt juist polymeren uit kleinere delen, waarbij water vrijkomt.

Een peptidebinding is een binding tussen de zuurgroep van het ene animozuur en de aminogroep van de andere. Endopeptidasen splitsen eiwitten in het middel van een keten, exopeptidase knipt vanaf de uiteinden.

Zetmeer is een polysacharide van glucosemoleculen. Om te splitsen is water nodig, en er komt water vrij bij de vorming van zetmeel uit glucose. Amylase knipt het in kleine eenheden, daarna splitst maltase ze in glucisemoleculen. Sacharose (riet-, bietsuiker) wordt kleiner gemaakt door sacharase, en lactose (melksuiker) door lactase.

Bij de vetvertering worden de esterbindingen tussen glycerol en vetzuren gebroken door hydrolyse.

15.4 Binnenlaten (De werking van enzymen bij vertering)

De darmwand bestaat uit slijmvlies, bindweefsel en spierlagen. De dunne darm heeft een groot oppervlak doordat die sterk geplooid is. Het samentrekken van kringspieren (peristaltiek) zorgt dat de voedselvrij van de slokdarm in de maag komt, en daarna de hele darm door.

Water en door vertering verkleinde voedselmoleculen passeren de darm- en bloedvatwand waarna ze in het inwendig milieu zijn. Aminozuren, suikers en ionen worden door actief transport opgenomen, ze passeren eiwitpoortjes met transportenzymen. Het meeste water gaat door osmose uit de dunne darm naar het bloed. Voor actief transport is energie (ATP) nodig, voor osmose niet.

Verteringsproducten van vetten worden opgenomen in een darmwandcel van een darmvlok, en vormen kleine bolletjes die via het ER (H2) de darmwandcel weer verlaten door exocytose. Daarna komen via de lymfe in de bloedbaan terecht.

Ziekteverwekkers overleven speeksel en maagsap vaak niet. Sommigen komen wel in het inwendig milieu terecht, waarna het afweersysteem er lymfocyten naar toe stuurt (H9).

15.5 Cellen hebben altijd honger (Energie)

Je cellen hebben voortdurend bouw- en brandstoffen nodig. Als de voeding niet voldoende stoffen aanlevert, dan zorgen eerst glycogeen- en dan vetvoorraden voor aanvulling. Voedingsstoffen worden aangevoerd door het bloed, maar kunnen ook door endocytose binnen een cel komen. In dat geval wordt de stof verteerd door een lysosoom (blaasje met verteringsenzymen).

Autofagie is een proces waarbij een cel een stukje van zichzelf opeet. Er wordt een membraan om een verouderd of beschadigd stukje cel gemaakt, en versmolten met een lysosoom.

Als er lang een tekort is aan voeding wordt glucose gevormd uit eiwit en glycerol. De cellen gaan over tot afbraak van hun eigen bouwstenen, als laatste de eiwitten. Met name hersencellen hebben een constante glucose-toevoer nodig.
© 2011 - 2013 Appleann, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Nectar biologie 2 deel 2: 14. Grenzen aan groei Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 2. Dit bo…
Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 1 Gedraag je! Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1. Dit b…
Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 8 Werken met genen Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1.…
Deelgebieden Biologie Biologie is de leer van levende wezens, levensvormen en levensverschijnselen. Biologie kent vele de…
Nectar biologie 2 deel 1: 8. Extremen Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 1. Dit boek wordt g…

Bronnen en referenties
  • Nectar biologie vwo, bovenbouw deel 2. ISBN: 90 01 32715

Reageer op het artikel "Samenvatting nectar biologie, hoofdstuk 15: Vertering"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Appleann
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Samenvattingen
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!