Scholing en beroepsontwikkeling 1860-1940

Scholing en beroepsontwikkeling 1860-1940

Lees alles over scholing en beroepsontwikkeling in 1860-1940. Wanneer je sociaal pedagogische hulpverlening, social management, creatieve therapie of maatschappelijk werk en dienstverlening studeert is dit een hele handige samenvatting van hoofdstuk 8 van het boek Basisboek geschiedenis Sociaal Werk in Nederland (2009, derde druk) van Maarten van der Linde.

Belangrijke jaartallen

  • 1860 tweede Gouden Eeuw.
  • 1850 economische depressie, veel werklozen.
  • 1886 Palingoproer, eindigde in een bloedbad.
  • 1860 professionaliseringsbeweging.

De tachtigers waren jonge dichters en schrijvers die de aanval opende op de gevestigde cultuur en politiek.
De sociale kwestie kreeg nieuwe aandacht, er kwamen structurele hervormingen om de armoede aan te pakken (verbeteren van huisvesting, werkgelegenheid creëren).
Sociaal-liberaal Comité ter Bespreking van de Sociale Quaestie, vroeg aandacht voor de slechte woon- en werkomstandigheden van arbeiders en volksklasse.
  • 1887 Sociaal Weekblad (Arnold Kerdijk).
  • 1902 Katholiek Sociaal Weekblad.

Belangrijke personen

  • Arnold Kerdijk, progressief liberaal, algemeen secretaris van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, hij was te progressief, antisemitische gevoelens.
  • Hélène Mercier, ze publiceerde artikelen: hoofdthema was het belang van beroepsopleiding voor vrouwen (vrouwen zonder man hadden geen doel in hun leven), ze vond sociaal werk geschikt voor vrouwen (zorgzaamheid en inlevingsvermogen), voorstander van samenwerken met mannen, ze richtte de eerste volkskeuken op, introduceerde het woningwerk van Octavia Hill in Nederland, ze introduceerde het Toynbeewerk (er werden in volksbuurten een volkshuis geopend voor studenten), het eerste volkhuis heette ‘Ons huis’ en ze werkte mee aan de oprichting van de eerste opleiding voor sociale arbeid in Amsterdam.
  • Octavia Hill, bedacht de functie van woningopzichteressen (haalden de huur op, verleenden hulp, gaven advies en worden beschouwd als eerste gezinsmaatschappelijk werksters).
  • Johanna ter Meulen, ging op advies van Mercier naar londen om voor dit werk te worden opgeleid.
  • Marie Muller-Lulofs, schreef artikelen over sociale vraagstukken in het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad en in het Sociaal Weekblad, ze richtte ook veel dingen op (volkhuisschool, commissie van Bijstand aan Zieken voor thuisverpleging, volkszangklas, kinderbieb, Vereeniging tot Verbetering van Armenzorg, een kinderhuis voor ‘naschoolse opvang’, de Maatschappij tot Verbetering der Volkshuisvesting, Centraal Werklozen Bureau, een hulpbank, cursussen voor armbezoekers in opleiding.
  • Emilie Knappert, geïnspireerd door Ruskin en Morris, organiseerde in Leiden clubs voor fabrieksmeisjes, sociaal culturele activiteiten, professionele wijkverpleging, was directie van het Leidse volkshuis, regelde vakantieweken voor fabrieksmeisjes, ging naar fabrieksdirecteuren om voor fabrieksmeisjes één week onbetaald vrij te vragen, directrice van de School voor Maatschappelijk werk.
  • Marie Kamphuis, bedacht de term 'social casework.'

Sociaal werk

  • 1899 de Opleidingsinrichting voor Socialen Arbeid in Amsterdam.
  • 1920 eerste rooms-katholieke School voor Maatschappelijk werk (Sittard).
  • 1926 het Protestantse Centraal Instituut voor Christelijk Sociale Arbeid.

Men richtte zich in 1899 op 5 werksoorten:
  1. Opzichterschap van arbeidswoningen.
  2. Armenzorg.
  3. Toynbeewerk.
  4. Zorg voor kinderen in tehuizen.
  5. Opzichterschap in fabrieken en werkplaatsen.
  6. Later kwam wijkverpleging (in 1929 wettelijk een opleiding).

Veel mensen die een opleiding volgde kwamen van de sociale bovenlaag, sociaal vrijwilligerswerk was het enige om zich te ontrekken aan de besloten privésfeer.
Er ontstonden compleet nieuwe werksoorten met daaraan gekoppeld nieuwe functies, met verplichte opleidingen, door de verzuiling was dit vaak in drievoud. De overheid was bereid het werk financieel te ondersteunen (zoals de kruisvereniging). Er kwam een verdergaande en vernieuwende methodiekontwikkeling.

  • 1865 de eerste gezondheidwetgeving, er kwamen inspecteurs en een geneeskundige raad
  • 1875 het witte kruis werd opgericht in Hilversum (werk aan preventie van zieken, verbeteren hygiëne, gezondheidsvoorlichting), Jacobus Penn was initiatiefnemer.
  • Het rode kruis was tijdens de oorlog.
  • De taken werden vaak gedaan door oppassers, verpleegkunde moest een vak worden, die hadden er wel verstand van (zoals Anna Reynvaan, richtte het Maandblad voor de Ziekenverpleging op). Er kwamen veel verschillende kleuren kruizen, vanwege de verzuiling (groen, wit-geel, oranje-groen).

Willem van den Bergh, 1891 stichtte van ‘s –Heeren Loo in Ermelo, was gericht op idioten, de naam was officieel ‘Vereniging tot opvoeding en verpleging van achterlijken en idioten’. Er kwamen veel cliënten naar toe. Er kwam in 1924 nog een centrum ‘Willem van den Bergh’ genaamd, in het westen van het land.

Het duurde lang voordat geestelijke gehandicapten in gespecialiseerde gestichten kwamen:
Alleen als mensen niet meer voor geestelijk gehandicapten kon zorgen gingen ze uit huis, voorkeur ging dan niet uit naar een gespecialiseerd gesticht maar naar algemene verzorgingstehuizen (liefdeshuizen, armenhuizen), was goedkoper.
Mensen met een verstandelijke handicap waren zichtbaar in de samenleving.

Belangrijke gebeurtenissen

  • Cornelis van Koetsveld, stichtte 1855 de Haagse Idiotenschool.
  • CG- Raad (de Chronisch Zieken en Gehandicaptenraad), richt zich op collectieve belangenbehartigen bij overheden en werkgevers en op dienstverlening aan de 150 aangesloten organisaties. Aanspraak op goede medische voorzieningen, woningaanpassingen, gelijke kansen onderwijs en werk.
  • 1899 de Vereeniging tot Verzorging van Gebrekkige en Mismaakte kinderen, er ontstond het Eerste Tehuis voor Gebrekkige en Mismaakte kinderen (later de Johanna Stichting genoemd), door Johanna van Ness.
  • 1913 de Adriaanstichting in Rotterdam (door Maria Johanna de Monchy).
  • 1915 de Cornelia Stichting in Beetserzwaag.
  • 1919 Consultatiebureaus voor lichamelijk gebrekkingen in Rotterdam en Leiden.
  • 1920 de Vereniging voor Misvormden te Leiden.
  • 1926 De Centrale Vereniging van Lichamelijke Gebrekkigen (werd betrokken bij de oprichting van de sociale werkvoorziening, AVO, Arbeid voor Onvolwaardige Arbeidskrachten).
  • 1946 de inrichting van een Centraal Bureau met 1 maatschappelijk werkster (Hermina HP Post).

Belangrijke personen

Elisabeth Boddaert, opende het eerste Tehuis voor Dagbehandeling van Schoolgaande Jeugd, Boddeartcentrum. Voor kinderen die werden verwaarloosd. Ze benaderde elk kind met respect voor eigenwaarde en individualiteit, co-educatie en coöperatie. Ook stichtte zij een vereniging Tehuizen voor Schoolgaande Kinderen, ze betaalde alles zelf. De boddaerthuizen werden erkend als reclasseringsinstellingen, ze voedde kinderen die dreigden af te glijden op.
Bedeljagers zijn mensen die, als overlast te groot werd, bedelaars, zwervers en daklozen wegjaagden.
Ottho Heldring, richtte een tewerkstelling in Veenhuizen en Ommerschans op, voor bedelaars en zwervers, verplicht. Verblijf minimaal 3 maanden, maximaal 3 jaar.
Een Kolonie van Het Hoogeland, een Vereniging tot Christelijke Verpleging van Bedelaars en Landlopers uit de Réveilsfeer met huizen in Beekbergen (Gelderland).
Tjitte Jonker en Jannette Clauzer, 1904 HVO opgericht in Amsterdam (Hulp voor Onbehuisden), dat bood opvang voor de nacht (nachtasiel), mogelijkheid van wonen in het internaat (daar werd je geholpen bij het zoeken van huisvesting en werk), mannen werkten in het werkbedrijf, vrouwen in het het vrouweninternaat in de huishouding. HVO werd uitgebreid met een Observatietehuis voor criminele jongeren en afzonderlijke voogdij-instellingen voor jongens en meisjes (reclasserings werk en kinderbescherming). In 1997 is HVO gefuseerd met Querido (beschermd wonen), HVO-Querido.

Verspreiding van universiteiten en volkshogescholen

1880, vanuit Engeland nieuwe ideeën over volksopvoeding, volwassenenonderwijs, volkshuiswerk en university extention (uitbreiding van de universiteit), ook normale mensen moesten naar universiteiten kunnen, de wetenschap moest bereikbaar en betaalbaar zijn voor de arbeidersklasse en de lagere middenklasse.
  • James Stuart werkte mee met de university extention.
Student settlements is een verwante vorm van educatie en vorming, verbonden met hulpverlening en sociale actie (denk aan Toynbee Hall).

In Nederland was dit nog niet zo, met university extention. Wel enkele individuele hoogleraar betrokkenheid.
De universiteiten zag zelf geen taak en voelde zich niet geroepen een bijdrage te leveren aan deze vroege vormen van volksontwikkelingswerk en volwasseneneducatie.
H.L. Drucker, richtte het Leidse Volkshuis op.
J.H. Gunning Wzn en Ph. A. Kohnstamm, gaven les op de nieuwe School voor Maatschappelijk werk in Amsterdam.

Sebald Rudolf Steinmetz, ‘Nederlandse Toynbee’, nodigde arbeiders en handwerkslieden uit op zijn kamer en gaf hun colleges over de economische wetenschap en andere onderwerpen.
  • 1913 eerste volksuniversiteit met Steinmetz als voorzitter. Daarna volgden er veel meer, maar er was geen interactie tussen de spreker en het gehoor, je luisterde alleen maar, het was erg eenzijdig.
  • Na 1945 kwam het nieuwe maandblad van ’t Nut ‘Volksontwikkeling’, die publiceerde dingen over het Deense volkshogeschoolwerk (intellectuele, muziale en persoonsvorming werden daar geïntegreerd).
  • 1932 de eerste volkshogeschool in het Friese Bakkeveen.
  • 1938 de tweede volkshogeschool in Markelo (de pioniers waren Jarig van der Wielen, Henk van der Wielen, Hans de Vries Reilingh, Oscar Guermonprez).
  • Na 1945 kwamen er veel volkshogescholen, door bezuinigingen moesten ze fuseren.

Hermien van de Heide, grondlegster van het Nederlandse volkshogeschoolwerk, geïnspireerd door haar Deense ervaringen organiseerde ze in 1926 ‘De Veertiendaagsche Studiegemeenschap voor Vrouwen’, eerste poging om in NL de werkwijze van het volkshogeschoolwerk in praktijk te brengen.
Willem Banning, religieus-socialistische predikant, organiseerde een zomerconferentie om de mogelijkheid van het volkshogeschoolwerk te verkennen.

Lees verder

© 2011 - 2012 Dazzeltje, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Fluitend een toets of examen maken Wie gaat er fluitend door een toets of examen? Wie een toets of een examen moet maken,…
Samenvatten: hoe doe je dat? Een samenvatting kan in allerlei gevallen handig zijn. Het kan een manier zijn om met de lee…
Hoe leer ik het beste voor een examen of toets? De examens 2011 staan voor de deur. Maar hoe leer je nu het beste voor zo…
Het motorrijbewijs Motorrijden wordt steeds populairder in Nederland. Motorrijden is een makkelijke en snelle manier om d…
Marifoon cursus: informatie Er zijn mensen die denken dat een marifoon aan boord overbodig is geworden, omdat iedereen be…

Bronnen en referenties
  • Basisboek geschiedenis Sociaal Werk in Nederland (2009, derde druk), hoofdstuk 8, van Maarten van der Linde

Reageer op het artikel "Scholing en beroepsontwikkeling 1860-1940"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Dazzeltje
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Samenvattingen
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!