Samenvatting nectar biologie vwo, hoofdstuk 9: Afweer

Samenvatting nectar biologie vwo, hoofdstuk 9: Afweer

Hoofdstuk 9: Afweer. Dit hoofdstuk gaat over het menselijke afweersysteem, en komt uit nectar biologie deel 1. Het is een erg groot en belangrijk hoofdstuk. Dit hoofdstuk leer je in VWO 4, en zal je moeten herhalen in VWO 6.

9.1 Ziekteverwekkers: geen toegang (De huid als bescherming)

Op je lichaam en in je lichaam zitten miljoenen micro-organismen. Vaak hebben ze een nuttige rol, maar ze kunnen ook infectieziekten veroorzaken.
Virussen vermeerderen zich in gastheercellen.
Schimmels infecteren meestal de huid of luchtwegen.
Bacteriënproduceren giftige stoffen.
Eencelligen kunnen ook infectie-ziekten veroorzaken.

Dekweefsel op je huid, longen en darmen houdt lichaamsvreemde stoffen en ziekteverwekkers en UV-straling tegen. De dekweefsels vormen de grens tussen het inwendige en uitwendige milieu. Maagzuur, hoesten, niezen en braken verwijderen indringers.

Het dekweefsel dat de luchtwegen en darmen beschermt is slijmvlies. Slijm vangt stof op, en vervoert dat met trilharen naar de keelholte. Slijm bevat bacteriedodende stoffen.

9.2 Indringers opruimen (Het afweersysteem: algemeen en specifiek)

Het afweersysteem bestaat uit verschillende typen witte bloedcellen, die voorkomen in weefselvocht, lymfe, bloed en organen uit het afweersysteem.
Fagocyten zijn etende cellen die door het hele lichaam voorkomen, lymfocyten komen in de lymfeklieren voor en bestaan uit T-lymfocyten en B-lymfocyten.

Bij zware ontstekingen en infectieziekten komt het hele afweersysteem in actie. De lymfeklieren zijn dan opgezet en pijnlijk. De meeste indringers worden meteen opgegeten door de plaatselijke witte bloedcellen.

Algemene afweer: maakt geen onderscheid tussen verschillende indringers. Fagocyten eten alle soorten indringers op. Een speciaal soort fagocyt is de macrofaag. De macrofaag vouwt zich om een bacterie en neemt deze in een blaasje, dit heet fagocytose. Fagocyten leven maar kort.

Specifieke afweer: Fagocytose alleen vaak niet voldoende, omdat bacteriën en virussen snel kunnen vermeerderen. Een cel van de specifieke afweer richt zich maar op één soort infectieziekte. Daarna blijft de bescherming actief en kan je immuun zijn tegen die infectieziekte.

9.3 Wapens op maat (Antigenen en antistoffen)

Antistoffen zijn eiwitmoleculen in het bloed, die hechten aan eiwitten op de buitenkant van een ziekteverwekker: antigenen. Door deze binding kan een antistof een ziekteverwekker onschadelijk maken. Een antistof past maar op één ziekteverwekker, dus voor alle verschillende ziekteverwekkers heeft het afweersysteem specifieke antistoffen.

Antistoffen worden gemaakt door B-lymfocyten. Als een B-lymfocyt deelt, ontwikkeld een deel van de dochtercellen zich tot plasmacellen, die grote hoeveelheden antistof maken. Een ander deel wordt geheugenlymfocyt, die na de ziekte aanwezig blijven, zodat je bij een tweede infectie beschermt ben. Dit heet immuniteit.

Virussen bouwen hun DNA of RNA in in een lichaamscel, die dan wordt aangezet om nieuwe virusdeeltjes te maken. T-lymfocyten zoeken besmette lichaamscellen op, en zien door middel van MHC-I-eiwitten dat er viruseiwitten in de cel worden gemaakt. Een cytotoxische T-lymfocyt bindt aan de cel, en geeft eiwitten af die het celmembraan kapot maken.

MHC-II-eiwitten brengen gefagocyteerde ziekteverwekkers naar het celmembraan, waarna die aan de T-helper lymfocyt wordt laten zien. De T-helper lymfocyt geeft cytokinen af, waarmee hij weer andere T- en B-lymfocyten aanzet tot deling en ontwikkeling.

9.4 Nooit meer ziek worden? (Immuniteit)

Bij vaccinatie wordt een vaccin met onschadelijk gemaakte ziekteverwekkers of alleen de antigenen ingespoten. De geheugencellen die het afweersysteem dan maakt, zorgen voor immuniteit.

Actieve kunstmatige immunisatie: De antigenen uit een vaccin activeren het afweersysteem.
Actieve natuurlijke immunisatie: Eerst wordt de ziekte doorlopen door besmetting, waarna antigenen gemaakt worden.
Passieve kunstmatige immunisatie: Er wordt een serum ingespoten, dat de ziektewekker meteen onschadelijk maakt. Het afweersysteem wordt niet geactiveerd.
Passieve natuurlijke immunisatie: Een ongeboren kind krijgt via de placenta antistoffen, of een baby via de borstvoeding. Zo wordt het kind natuurlijk beschermd totdat zijn afweersysteem voldoende is.

Monoklonale antistoffen zijn antistoffen die in laboratoria geproduceerd worden. Ze worden gekloond door middel van hybridoma’s: een B-lymfocyt en kankercel ineen. De B-lymfocyt maakt de juiste antistof en de kankercel levert grote aantallen daarvan.

Na een bacterie-infectie helpt antibiotica, die afkomstig zijn van schimmels en de celdeling van bacteriën vermindert. Bij veel gebruik van een bepaald antibioticum onstaat resistente bacteriën.

Bij een allergie reageert het lichaam onnodig heftig op een bepaalde stof: het allergeen. Mestcellen worden onterecht geactiveerd, geven histamine af en zorgen zo voor een ontstekingsreactie.

Bij een auto-immuunziekte keert het afweersysteem zich tegen cellen van het eigen lichaam, er is dan sprake van immuundeficiëntie.

9.5 Verder met een nieuwe nier (Orgaantransplantatie en bloedtransfusie)

In het Donorregister staat iedereen geregistreerd die hun organen en weefsels na hun dood willen afstaan. Bij een orgaantransplantatie kan een afstotingsreactie ontstaan, onder meer door de cytotoxische T-lyfocyten, omdat die een lichaamsvreemd eiwit zien.

Bij transplantaties moeten vooral de antigenen van het HLA-systeem overeenkomen. Er wordt een passende ontvanger gezocht voor het orgaan. HLA-combinaties verschillen vaak toch nog een beetje, daarvoor krijgt de patiënt dan medicijnen.

Je bloedgroep is erfelijk vastgelegd. Er zijn vier bloedgroepen mogelijk: A, B, AB en 0. Wanneer je bloedgroep A hebt, maak je antistoffen aan voor B (anti-B) en andersom. Als dit bloed met elkaar in aanraking komt gaat het klonteren, agglutineren, en dat is dodelijk. Mensen met AB kunnen in principe bloed van elke bloedgroep ontvangen, en het bloed van bloedgroep 0 kan door iedereen ontvangen worden. Toch is het het best om iemand zijn eigen bloedgroep te geven.

Naast de bloedgroepen is er ook nog een bloedgroepantigeen: de Resusfactor. De meeste mensen in Nederland zijn Resuspositief (Rh+) en kunnen geen bloed ontvangen van een Resusnegatief persoon Anti-resus wordt alleen opgewekt als mensen met resusnegatief bloed in aanraking komen met bloed met resusfactor. Er zijn dus in totaal 8 bloedgroepen met de resusfactor meegenomen.
© 2011 - 2012 Appleann, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Nectar biologie 2 deel 2: 14. Grenzen aan groei Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 2. Dit bo…
Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 9 Afweer Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1. Dit boek w…
Nectar biologie 2 deel 2: 11. Begin bij… een eiwit! Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 2. Di…
Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 1 Gedraag je! Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1. Dit b…
Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 8 Werken met genen Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1.…

Bronnen en referenties
  • Nectar biologie vwo bovenbouw, deel 1. ISBN: 90 01 32715

Reageer op het artikel "Samenvatting nectar biologie vwo, hoofdstuk 9: Afweer"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Appleann
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Samenvattingen
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!