Opvoeden, zorgen, redden 1780-1860
Lees alles over opvoeden, zorgen en redden in 1780-1860. Wat is het gevolg van de verlichting, het Réveil en de katholieke herleving voor het sociaal werk? Wat hield de Maatschappij van Weldadigheid in? In dit artikel vind je een samenvatting van hoofdstuk 6 van het boek Basisboek geschiedenis Sociaal Werk in Nederland (2009, derde druk) van Maarten van der Linde.Personen in deze tijd
De verlichting, het Réveil en de katholieke herleving waren gevolg nieuwe activiteiten in social work.- Henri Daniel Guyot stichtte 1790 instituut voor Doven (Groningen). Klasse der abnormale kinderen die wel horen, maar spraakgebrek hadden, doof en slechtziend waren of een verstandelijke beperking hadden, voor hen was er geen andere mogelijkheid. Opvoedbaarheid en leerbaarheid waren de criteria voor toelating.
- De l’Epée ontwikkelde handalfabet (grote ijzeren letters) en andere onderwijsmethoden.
- M. van Beek (+ de Zusters van de Choorstraat)stichtten 1830 het rooms-katholiek Instituut voor Doven, heet nu Viataal (zorg en onderwijs voor mensen met beperkingen in horen, zien en communicatie).
- David Hirsch stichtte 1853 Inrigting voor Doofstommen-Onderwijs (Rotterdam).
1808 Napoleon aan de macht (kwamen veel culturele instellingen)
- Johan Rudolf Deiman + Willem Holtrop stichtten 1808 Instituut tot Onderwijs aan Blinden (Amsterdam)
- Valentin Haüy was pionier blindenonderwijs in Frankrijk
- Louis Braille ontwikkelde Braille schrift
Veel armoede
1800/1850 in deze tijd was er veel armoede, economische crisis, oogste mislukten, graanprijzen verdubbelden. 10% van de mensen verkeerde in ernstige armoede, 50% werkloos en minder erge armoede.- Armoede zag je op straat.
- Er werd veel over het pauperisme gepubliceerd, er werden ook naar oorzaken en oplossingen gezocht.
Johannes van de Bosch ontwikkelde een nieuw plan om armoede aan te pakken: werk. Het Lege land in Noordoost-Nederland werd ontgint en daardoor ontstond werk = 1818 Maatschappij van Weldadigheid (!!)
Zijn valkuil was dat hij ernstig tekort schoot in financiën en geen verstand had van landbouw.
- Alle gegoede nederlanders moesten 5 cent geven.
- Jonge gezinnen met kinderen en verwaarloosde stadsjeugd werkten er.
- Was niet bedoelt als liefdadigheid, je had een schuld als je er werkte die je af moest betalen.
- Jongeren zouden opbloeien door het verrichten van gezonde lichamelijke arbeid.
- Er was leerplicht van 5 dagen per week.
- Na 5 jaar werd het gestopt, de kosten waren hoger en de graanopbrengsten vielen tegen.
Er werden twee nieuwe kolonies voor bedelaars en vondelingen gesticht:
- Ze moesten verplicht werken, vondelingen, verlaten kinderen en wezen moesten erheen, de provincies en gemeentebesturen mochten geen subsidies meer geven aan wees- en kindertehuizen en er werden kinderen uit allerlei tehuizen gehaald.
- Veel regenten vonden het onmenselijk en dienden hun ontslag in.
- In 1859 failliet (desondanks boden de koloniën een zekerheid van bestaan die nergens anders te vinden was) daarna werd er een gevangenis gehuisvest.
Armenzorg
1820 het armenpatronaat zat in de lucht, het patronaat was beschermer, verdediger, helper zijn van mensen die hulp nodig hadden, voorlopers van maatschappelijk werk.Na 1800 gingen ook leken in de armenzorg werken (dus geen geestelijken).
Kernpricipes: erop af gaan, naar mensen toe, kleinschalig, individualisering (dmv vertrouwen winnen), onderzoek doen, persoonlijk toezicht en begeleiding, methodisch werken, combinatie van morele, godsdienstige en pratische steun. Doel: versterken zelfredzaamheid.
- Heldring hield zich bezig met armenzorg en wilde een oplossingen realiseren, richtte naaiclub voor meisjes, leerplek voor jongens. Moest niets hebben van kerkelijke bedeling die gezonde mensen van het werk afhield. Systematiseerde patronaatsideeën, de patronaatsverening Hulpbetoon aan Eeerlijke en Vlijtige Armoede.
- Caspar Voght in Hamburg, voerde armenzorg en het patronaat in. Beinvloed door verlichting. De zorg werd niet moraliserend en evangeliserend.
- Thomas Chalmers, vergelijkbaar experiment, bond de strijd aan met armoede ‘to help the poor to help themselvers’ ‘no measures but men’. Sociale begeleiding werd alleen effectief als het in persoonlijk contact werd uitgevoerd. Groot succes, cursussen stimuleerde mensen en ze vonden werk. Wijk in districten verdeeld met één ouderling ( verantwoordelijk voor geestelijke noden), één diaken (verantwoordelijk voor materiële noden).
- P.W.J. de Vetter, stichtte in 1846 de vincentiusvereniging, beweging van leken. Leden zouden zich persoonlijk betrokken worden en zich inzetten. Doel: men er maatsch. en godsdienstig bovenop te helpen.
- Frédéric Ozanam, student en begon een liefdadigheidscommité, bezochten mensen in armoede.
Elberfelder stelsel, armoede in Elberfeld groeide, armenzorg was onwerkbaar, de zorg voor gezinnen werd nu onder gemeenteleden verdeeld: kleinschalige aanpak, individualiseerdende hulpverlening, arbeidsplicht als je kan werden, inzet vrijwilligeres, mensen leren vooruit te komen, ieder arm gezin individueel benaderen en helpen, het had veel succes.
Armenplegers zijn vrijwiligers, ze móésten helpen (burgerplicht), moesten 1x in 14 dagen bezoeken. Werk voor bedeelden moest worden aangenomen.
- 1905 werd het het Staatsburger stelsel genoemd.
- Er werd aandacht besteed aan opleiding + professionalisering van vrouwelijke armenzoekers.
- Gevolg: soziale Frauenschulen.
Deze 'instellingen' waren er :
- 1 Zusters van de Choorstraat (en Zusters van Liefde).
- 2: Armenpatronaat.
- 3: Vereeniging Hulpbetoon aan Eerlijke en Vlijtige Armoede.
- 4: Vincentiusvereniging Nederland.
- 5: Elberfelder stelsel.
Klopjes zijn vrouwen in de rooms-katholieke kerk die niet wilden trouwen maar actief wilden zijn in dienst van het geloof. Deden allerlei soorten vrijwilligerswerk als assistent van de pastoor.
- Theodor Fliedner, 1830 vond dat er naast het mannendiaconaat ook een vrouwendiaconaat moest komen. Stichtte een opvang voor vrouwen uit gevangenis, een kleuterschool en gaf een opleiding tot kleuterleidster. Richtte de Rijnland-Westfaalse Diaconessenverewniging op (ziekenverzorging en verpleging in eigen diaconessenziekenhuizen).
1843 Instituut voor Ziekenzorg in Amsterdam.
- Henriette Swellengrebel 1844 besturend zuster (directeur) van het eerste diaconessenhuis in Utrecht.
- Rooms katholieke liefdeszusters.
- Protestantse diaconessen.
- Het witte kruis.
Tot 1886 Franse strafrecht: schuldenaren, bedelaars, zwervers, hoeren, misdadigers enz. kwamen niet meer in de gevangenis terrecht. Deze mensen kwamen in oude kloosters en particuliere gebouwen
Na 1750 toenemende afkeer van lijf- en doodstraffen, werd in Franse tijd afgeschaft
Belangrijke personen
- Willem Hendrik Surgingar + J.L. Nierstrasz Jr + W.H. Warnsinck Bz, stichtten in 1823 het Genootschap tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen, particulier initiatief, gevangenen bezoeken en hun leven weer op de rails krijgen. Bouwden bruggen tussen de gevangenis en de vrije samenleving.
- John Howard, wijdde zijn leven aan het onderzoeken en verbeteren van gevangeniswezen.
- Elisabeth Fry, gevangenishervormster, voor mensewaardige behandeling van gevangenen, voor afschaffing slavernij en voor christelijk onderwijs, was quaker, zette een meisjesschool op, bezocht vrouwenafdelingen in gevangenissen, stichtte in de gevangenis een school voor kinderen.
- Barbara van Meerten-Schilperoort, in NL eerste vrouw die gevangenen bezocht, ze vond dat de leefomstandigheden snel verbeterd moesten worden, paste in het verlichte christelijke geloof, ze verwachtte meer van opvoeden dan van bekeren.
Psychiatrische gestoorden
Eeuwenlang werden psychiatrische gestoorden opgesloten in dolhuizen, de ziekte werd niet gezien als een ziekte maar als een afwijking (bezetenheid e.d.). Tijdens de verlichting begon de humanisering van de krankzinnighedenzorg. Moral treatment betekent zedenkundige behandeling in Frankrijk (dwangmethodes vervangen door innerlijke zelfdiscipline, nadruk op opvoeden, trainen en aanleren van rationele zelfdiscipline).1774 de krankzinnigenwet in Toscane (de eerste zorg voor geestesziekten wet in Europa)
- Vincenzo Chiarugi, stelde dat de krankzinnige mens ook als een individu en als een persoon die gerespecteerd moet worden, stelde regels op voor therapeutisch gesticht. Er werden gebouwen gebruikt buiten de stad, alle krankzinnigen gingen de stad uit.
- William Tuke, vestigde een retreat voor patienten op het platteland.
- Philippe Pinel, ‘bevrijding van krankzinnigen’ hoofd Bicêtre (voor mannen) en Salpétière (vrouwen). Hij bevrijdde patienten uit boeien en kettingen, net als Jean-Bapiste Pussin.
1818 regeringsbesluit , krankzinnigen moesten beter behandeld worden en gestichten moesten verbeterd worden
- Schroeder van de Kolk, reorganisatie en hervormingen in het Utrechtse dolhuis aan de Lange Nieuwstraat.
Belangrijk: watertherapie, veel licht en frisse lucht, straffen en belonen, fysieke arbeid.
1842 de krankzinnigenwet in Nederland, er kwam overheidstoezicht op krankzinnigengestichten en er moest voldoende opvang komen, twee inspecteurs.
1849 Meerenberg in Bloemendaal, eerste instelling die bewust buiten de stad was.
- Johannes van Duuren, oppasser in Cellebroederenhuis te Nijmegen, maakte ook kettingen los, gaf ze een goed bed, eten en arbeid, kreeg ridderorde van Koning Willem II.
Het onderwijs
1820 bewaarscholen voor kinderen van 2 tot 6 jaar, de ontwikkeling kreeg meer aandacht dan bij matressenschooltjes .(broodwinning voor vrouwen uit de lagere middenklasse), hadden een slechte naam, was altijd te vol, slechte hygiëne1806 examen afleggen voor leraren in spellen en lezen, 1857 afgeschaft.
Door ’t Nut werden bewaarscholen opgericht, ze lette op de groepsgrootte, buitenspeelplaats, schoolbanken, leermiddelen, netheid en hygiëne, opleiding personeel, gratis (handig voor arme kinderen).
- Jan de Liefde, stichtte vanuit Tot Heil des Volks een bewaarschool voor haveloze kinderen (ze werden opgevangen, kregen onderwijs, kleding en een warm bad).
- Bewaarscholen paste bij Suringar. Later kwam er nog een breischool bij, kinderen kregen maaltijden en er werd kleding uitgedeeld.
- Elise van Calar-Schiotling, onderwijzeres, behaalde de akte van schoolhouderes (hoogst betaalde functie), ze starte het Fröbelonderwijs (naar Friedrich Fröbel).
1892 Het Nederlandse club- en buurthuis ontstond.
- Hélène Mercier richtte in 1892 Amsterdam Ons Huis op.
- Betsy Groen van Prinsterer , richtte in 1831 een club, naaischool, was actief in Réveilgroep, je moest je voor een ander inzetten. In de jordaan veel van deze christelijke verenigingen, er was veel bevolking en veel armoede.
- Theodorus M. Looman 1814 maakte een vereniging door en voor het volk, de Vereeniging ter Verbreiding van de Waarheid, grote organisatie (armoede, anafabeten, motiveerde mensen tot werk).
- C.S. Adema van Scheltema, 1815 richtte de Wijkvereniging Koning Willems Huis op.
1849 de vereniging Nut en Genoegen in Groningen, een cultureel verantwoord programma om de doelgroepen te verleiden niet naar kroeg of kermis te gaan of rond te gaan hangen.
Verslavingszorg
- 1909 Consultatiebureau voor Alcoholisme.
- Openbaar dronkenschap werd verboden.
- Verkoop van drank aan minderjarigen werd verboden.
- Het aantal kroegen werd fors beperkt.
- Het was not done om kritiek te hebben op drankgebruik bij geboorten, bruiloften, feestdagen, begrafenissen en bij studenten.
- 1842 de Nederlandse Vereeniging tot Afschaffing van Sterken Drank (NV), leden dronken alleen wijn en bier, lidmaatschap gratis.
- 1832 Maatschappij van Matigheid in Friesland (20 leden).
- 1835 Matigheidsgenootschap in Utrecht.
- De jeneverstokerijen probeerden de woordvoerders te stoppen door gratis drank aan te bieden.
- In Rotterdam werd erg veel sterke drank verkocht.
- 1838 het Afschaffingsgenootschap in Rotterdam.
Jeugdzorg
- Johann Hinrich Wichern, woonde in het Rauche Haus (1833), zette een pedagogische gemeenschap op (christelijk, strenge discipline). Leerlingen werden opgeleid tot ambacht, particulair initiatief, de overheid deed niets.
- Pater Arnoldus SJ begon het Sint Aloysiusgesticht in Amsterdam.
- Pater Pieter Hessenveld in Heythuysen, richtte de landbouwkolonie de Heibloem op, richtte ook in Amsterdam een opvanghuis ‘Voorzienigheid’ voor verwaarloosde meisjes, 2/3 van alle instellingen was rooms-katholiek.
- Ottho Heldring, ontdekte de huttenkolonie Hoenderloo, hij bouwde een waterput en een school, hij stichte in 1856 ‘Yalitha Kumi’ (meisje sta op) op voor verwaarloosde meisjes onder de 16, in 18 ‘Bethel’ voor gevallen meisjes boven de 16 (prostituees), ook een meisjesschool en een kweekschool voor onderwijzeressen.
- Suringar, 1851 modelopvanghuis voor verwaarloosde jongens, het Franse Mettray als voorbeeld.
Het franse Mettray is een landbouwstrafkolonie voor jongens met een strafblad, werk en opvoeding
Vrouwenhulpverlening
- Heldring, 1848 stichtte de eerste instelling voor vrouwenhulpverlening ‘Asyl steenbeek’, voor gevallen vrouwen. Hij nam het initiatief maar de vrouwen deden het werk (hij creeërde een nieuw werkterrein voor vrouwen). Doel was dat vrouwen zelfstandig hun brood konden verdienen.
- Hendrik Pierson, opvolger van Heldring. Ze hadden een groep vrouwen uit de Réveilbeweging.
- Petronella Voûte, eerste diaconesse in Utrecht , eerste directrice van Steenbeek.
- Johanna Kruijff, haar opvolger.
- Margaretha Maclaine Point, voerde jarenlang het secretariaat.
- Ida Pierson-Oyens, moeder van Hendrik Pierson, voorzitter damescomité van Asyl Steenbeek (de nadruk werd daar gelegd op het aankweken van besef van eigen zondigheid en op bereidheid tot verbetering).
- Propereid, reinheid, orde en tucht vs wanorde, duisternis en onreinheid.
Jeugd en jongerenwerk
- Willem van Oosterwijk Bruyn, stichtte in 1851 christelijke jongelingsvereniging Excelsior (hogerop), voelde zich aangesproken door de nadruk op christelijk moraal en praktische ethiek.
- George Williams, 1844 stichtte de Engelse Young Men’s Christian Association, YMCA. Bood studiegroepen, lezingen, cursussen en ook betaalbare woonruimte en restaurants.
Waarom jeugdbewegingen?
- Jongeren konden als gelijken bij elkaar zijn.
- Jongeren probeerden het romantische en idealistische, het zuivere van het jong-zijn te formuleren.
- De nadruk van de slechtheid van de tegenwoordige maatschappij.
Verstandelijkgehandicaptenzorg
- D.S. Cornelis Elisa van Koetsveld, stichtte in 1855 de Idiotenschool in Den Haag.
- C.W. Saegert, stond aan het hoofd van de Königliche Taubstummen-Anstalt in Berlijn.
- Jean Itard, had zich ontfermd over een volkomen verwilderde jongen ‘de wilde van Aveyron’.
- Eduard Séguin, 1842 aan het hoofd van de idiotenschool van Bicêtre. Persoonlijke aandacht en zorg stond centraal.
- Johann Guggenbühl, stichtte Der Abendberg in Zwitserland, vond liefdadigheid niet genoeg, liefdadigheid moest zich door de wetenschap laten voorlichten, schreef een studie over idiotisme. Het nieuwe was dat deze personen wel beschikten over verstandelijke vermogens, die waren aangetast door ziekte, actieve lichamelijk en geestelijke stimulering was nodig, net als een individuele benadering, ook kwam er speciaal onderwijs ‘ontwikkeling en opvoeding, ook voor idioten’.
Idiotenschool in Den Haag (tot 25 jaar), ingedeeld in 3 klassen:
- Gymnastiekschool (kinderen die verstandelijk nauwelijk iets konden leren, waren wel gebaat bij langdurige lichamelijke opvoeding)
- Bewaarschool (werd veel aan spel en gymnastiek gedaan, kinderen werden voorbereid op de lagere school)
- Lagere school (arbeid, sport, spel, lezen, schrijven, rekenen)
Kinderen woonden intern, leven in gemeenschap. Leerlingen en leerkrachten/groepleiders kregen vaak een band.
In 1891 in Ermelo het eerste aparte gesticht voor verstandelijk gehandicapten: ’s Heeren Loo
Lees verder
© 2011 - 2012 Dazzeltje, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Samenvatten: hoe doe je dat? Een samenvatting kan in allerlei gevallen handig zijn. Het kan een manier zijn om met de lee…
Hoe leer ik het beste voor een examen of toets? De examens 2011 staan voor de deur. Maar hoe leer je nu het beste voor zo…
Het auto praktijkexamen Het praktijkexamen voor een auto rijbewijs blijft voor de meeste erg spannend. Het is daarom goed…
Het motorrijbewijs Motorrijden wordt steeds populairder in Nederland. Motorrijden is een makkelijke en snelle manier om d…
Gerelateerde artikelen
Fluitend een toets of examen maken Wie gaat er fluitend door een toets of examen? Wie een toets of een examen moet maken,…Samenvatten: hoe doe je dat? Een samenvatting kan in allerlei gevallen handig zijn. Het kan een manier zijn om met de lee…
Hoe leer ik het beste voor een examen of toets? De examens 2011 staan voor de deur. Maar hoe leer je nu het beste voor zo…
Het auto praktijkexamen Het praktijkexamen voor een auto rijbewijs blijft voor de meeste erg spannend. Het is daarom goed…
Het motorrijbewijs Motorrijden wordt steeds populairder in Nederland. Motorrijden is een makkelijke en snelle manier om d…
Bronnen en referenties
- Basisboek geschiedenis Sociaal Werk in Nederland (2009, derde druk), hoofdstuk 6, van Maarten van der Linde