Reformatie, Revolutie, Republiek (de 3 R’s) 1500-1780

Reformatie, Revolutie, Republiek (de 3 R’s) 1500-1780

Lees alles over de Reformatie, de Revolutie en de Republiek. Wat waren de belangrijke personen in deze tijd? Welke christelijke stromingen ontstonden er en wat betekende de Revolutie voor de Republiek? In dit artikel vind je een samenvatting van hoofdstuk 4 van het boek Basisboek geschiedenis Sociaal Werk in Nederland (2009, derde druk) van Maarten van der Linde.

Gebeurtenissen

  • 1500, breuk tussen rooms-katholieken en protestanten, de Reformatie.
  • 1500, Opstand van de staat tegen de koning.
  • 1780, Republiek opgericht.
  • 1200, kritiek op de kerk van Rome.

Personen

  • John Wycliff, hij was hoogleerlaar in de theologie aan de Universiteit van Oxford, hij vertaalde de bijbel van het Latijn naar het Engels, leverde kritiek op de macht en rijkdom van Rome. De wereldlijke vorst zou niet meer ondergeschikt moeten zijn aan het geestelijke macht. Zijn volgelingen heetten Lollarden.
  • Jan Hus, hij leverde kritiek op misbruiken van de kerk en verdedigde het zuivere geloof zoals het had bestaan, hij preekte in landtaal.
  • Dominicus Guzman, hij leverde kritiek op de arrogantie en het luxenleven van priesters en monniken. Gevolg: domicaner orde, veel werden inquisiteurs (waren fel tegen ketters).
  • Maarten Luther, hij spijkerde stellingen op een kerkdeur, keerde zich tegen de paus (aflaten) en vertaalde de bijbel naar het Duits, gevold: de hoofdstoming protestantisme ontstond.

Er zijn drie kernpunten in Luthers programma:
Sola fide, de mens wordt gered (alleen door het geloof).
Sola gratia, de mens wordt gered (alleen door de genade van god).
Sola scriptura, de mens wordt gered (alleen door de bijbel te lezen).

In landen waar de paus en zijn inquesitie tekortschoten kwam de protestantse hervormingsbeweging.
Reformatie betekent terugwenteling naar het herstel van de vroegere zuivere kerk.
Protestantisme legt nadruk op arbeidsmoraal.

Huldrych Zwingli en Johannes Calvijn, zij waren het niet eens met de katholieke kerk, volgens hen liet gods liefde kon je niet verdienen door eigen inspanning of prestatie.
  • Je leven was vastgelegd, je had zelf niet in te brengen of je in de hemel kwam.
  • Armen waren óf stakkers die geholpen moest worden óf profiteurs die moeten werken

De opstand / de Tachtigjarige Oorlog

  • 1477, Karel V kwam aan de macht (katholiek), had de macht in alle gewesten, wilde er één geheel van maken.
  • 1555, Karel’s zoon Philips II kwam aan de macht, er kwamen conflicten en de opstand begon.
  • De adel had minder macht/inspraak.
  • Iedereen moest rooms-katholiek zijn, gevolg: bloedplakkaat.
  • De Opstand wordt ook wel de Tachtigjarige Oorlog genoemd.

Willem van Oranje, hij was stadhouder van Holland en Zeeland, zorgde voor een grondleger en de noordelijke gewesten kreeg hij vrij, de zuidelijke gewesten niet, gevolg: scheiding in de Nederlanden.

Tijdens de opstand:
  • Werden katholieke priesters en monniken vermoord door protestantse opstandelingen
  • Werd het gereformeerde geloof als waren religie uitgeroepen
  • Kregen de katholieken geen vrijheid van godsdienst
  • Katholieke armen werden uitgesloten van de stedelijke bedeling

De Gouden Eeuw

  • 1580-1700 Gouden Eeuw (de Republiek was politiek, economisch en militair erg sterk). Er waren ook veel schildertalenten.
  • 1602 VOC opgericht (Verenigd Oostindische Compagnie)
  • 1621 WIC opgericht (West-Indische Compagnie)
  • 1630 slavenhandel

Abraham Crijnssen veroverde in 1667 Suriname (was op dat moment kolonie van Engeland).
Maarten Prak, Utrechtse historicus liet zien hoe binnen de stedelijke gemeenschappen tal van instellingen functioneerden (die waren zelfbesturend en onafhandelijk, hadden eigen inkomen.

Europa’s ruggegraat is een verstedelijke zonde dwars door Europa, er was een lage staatkundige integratie, een sterk koningschap met een gecentraliseerd bestuur ontbrak

Ambachtslieden waren economisch zelfstandig en waren mondig.
In de republiek was vrijheid van geloof en van geweten, er was een multiconfessionele samenleving. Alleen protestantse kerkdiensten mochten in het openbaar plaatsvinden. Het katholieke geloof werd toegestaan, maar het moest in het geheim, het katholieke geloof werd gediscrimineerd.

Stromingen: (al veel verzuiling)
  • Calvinisme, dominant, ze noemden zich gereformeerd (betekent hervormd), opgericht door Johannes Calvijn en Jean Calvin, volgens hen moest de kerk toezicht houden op de armenzorg.
  • Lutherse stroming, volgens hen moest de overheid de armenzorg regelen en contoleren.
  • Stroming van de wederdorpers, ze keerden zich af van de zondige wereld en ze wachten op de terugkomst van christus. Ze worden doopsgezinden genoemd.
  • Remonstrante stroming, waren protestants, maar vonden het calvinisme te streng .
  • Waalse en Engelse kerkgenootschappen, daar waren calvinisten uit de Zuiderlijke Nederlanden of Frankrijk (Hugenoten).
  • Joden, joden uit Portugal, Spanje (sefardim), Midden - en Oost-Europa, de Nederlanden had een vrijheid van godsdienst. Bikoer Choliem was bedoelt om behoeftigen te helpen, ziekte te verzorgen en overledenen te begraven.

De kerkelijke armenzorg

In 1600 groeide de kerkelijke armenzorg, dit werd een plicht: kerken moeten hun eigen arme volgelingen verzorgen, je moest een aantal jaar lid zijn voordat je pas hulp kreeg. Als je nieuw was werden er twee dingen gevraagd:
  • Garantstellingen (familieleden die zich garant stellen voor onderhoud).
  • Bewijzen van goed gedrag.

Stedelijke armenzorg:
  • De uitkeringen waren minimaal.
  • Er werd niet nagedacht over de oorzaken van armoede (zoals tekort aan werkgelegenheid).

Verschillende instellingen (dit was uniek in Europa!):
  • Geefhuis (de Tafel van de Heilige Geest) deelde maandag en donderdag brood uit, soms ook geld en kleding. Er werd geen onderscheid gemaakt naar geloof, je moest vijftien jaar in de stad gewoond hebben.
  • Blokken, verantwoordelijk voor brandpreventies en het blussen, hielden zich bezig met arme mensen en mensen die hulp nodig hadden, ze deelden brood en geld uit, maakte geen onderscheid naar geloof, alleen voor eigen wijkbewoners, maakte niet uit hoelang je er woonde, gaven drie keer zoveel als het geefhuis.
  • Diaconie, van de gereformeerde kerk, armen kregen twee keer zoveel als bij blokken.
  • Gilden, verenigingen van ambachtslieden die hetzelfde beroep/ambacht uitoefenden, ze hadden speciale kassen voor collega’s die het moeilijk hadden, er moest entreegeld en contributie betaald worden (onderlinge verzekering).
  • Particuliere stichtingen en fundaties, weeshuizen, woonvormen voor ouderen (hofjes).

Marco van Leeuwen vond het uniek was omdat de zorg continu was en niet tijdelijk/ golvend
Het succes kwam volgens hem door:
  • De middeleeuwse, katholieke charitatieve erfenis, daardoor veel liefdadigheidsinstellingen met bezittingen, hierdoor financierde zij de armenzorg.
  • Religieuze verdeeldheid , er waren veel religies, verschillende kerkgenootschappen richtten hun eigen instellingen op, er kwam concurrentie en dat was goed voor de liefdadigheid.
  • Kleinschaligheid, er waren lokale gemeenschappen en stadsbesturen, dit was gunstig omdat er dan een beter toezicht was dan in een nationale staat.
  • Welvaart, door de Gouden Eeuw was er een bloei van liefdadigheid mogelijk.

De Republiek
De republiek was bekend als het walhalla van liefdadigheid, de republiek was tollerant, maar je werd gediscrimineerd en tegengewerkt als je niet bij de gereformeerde kerk hoorde. De republiek werd bestuurd door de elite, er bestond geen democratie.
  • In 1840 werd de slavernij afgeschaft.

Lees verder

© 2011 - 2012 Dazzeltje, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Dynamiek en stagnatie in de Republiek: opkomst zeegewesten In dit artikel wordt het eerste deel uit de eindexamenreeks 'd…
Dynamiek en stagnatie in de Republiek: economische neergang In dit artikel wordt het vierde en laatste deel uit de eindex…
Fluitend een toets of examen maken Wie gaat er fluitend door een toets of examen? Wie een toets of een examen moet maken,…
Samenvatten: hoe doe je dat? Een samenvatting kan in allerlei gevallen handig zijn. Het kan een manier zijn om met de lee…
Dynamiek en stagnatie in de Republiek: de Zilveren Eeuw In dit artikel voor het eindexamen geschiedenis vindt u het derde…

Bronnen en referenties
  • Basisboek geschiedenis Sociaal Werk in Nederland (2009, derde druk), hoofdstuk 4, van Maarten van der Linde

Reageer op het artikel "Reformatie, Revolutie, Republiek (de 3 R’s) 1500-1780"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Reacties

Caro, 10-04-2012 15:41 #2
Bedankt, top samenvatting!

Emma, 25-03-2012 14:42 #1
Super goede samenvatting van het boek, bedankt! Reactie infoteur, 25-03-2012
Graag gedaan! Succes met je tentamen =]

Infoteur: Dazzeltje
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Samenvattingen
Bronnen en referenties: 1
Reacties: 2
Schrijf mee!