Samenvatting memo, module 3: "gezin onder stoom"
Hier is nu eindelijk een samenvatting van module 3 "gezin onder stoom" van het geschiedenisboek Memo voor VWO. Het gaat over de ontwikkeling van het gezin en de leefsomstandigheden tussen 1750 en de twintigste eeuw en de industrïele revolutie.Samenvatting geschiedenis memo: Module 3 Gezin onder stoom
Paragraaf 1:1750
1.1 PlattelandseconomieVóór 1750 leefden de meeste Engelsen van landbouw en werkten ze gezamenlijk. Vaak werkten de mensen als landarbeider in dienst van een rijkere boer. Ze vulden hun inkomsten aan met vissen, slachten, stropen, knecht of jachtopziener zijn. Al in de 16e eeuw begon men gemeenschappelijke gronden te omheinen en onder de boeren te verdelen à Enclosure. Arme boeren kregen te weinig grond en trokken naar de steden. Grootgrondbezitters kochten kleine stukken grond op en vormden zo grote, welvarende landbouwbedrijven à grote concurrentie voor de kleine boeren. Huisnijverheid: mensen gingen thuis werk doen waarvoor ze betaald werden (zoals wol spinnen of weven). Dit kwam in die tijd steeds meer voor. Er waren ook al fabrieken ontstaan waar ze niet alleen menskracht maar ook dierkracht en waterkracht gebruikten. De 18e eeuw kende een standenmaatschappij (door geboorte vaste plaats). Armen waren afhankelijk van liefdadigheid. Er was wel een armenhuis voor bejaarden en zieke arme mensen. Voor degene die wel iets konden doen was er het werkhuis, hier deden mannen en vrouwen saai en dom werk.
Modernisering landbouw à grotere productie. Armen kregen nog steeds weinig (kregen vooral meelspijzen) Gin was goedkoop dus ze dronken veel à veel sterfte aan alcoholisme. De huizen waren klein, smerig en hadden weinig meubilair. Op het platteland leefde men vaak in hutten en gebruikte koemest als brandstof. Verlichting was er niet dus als de avond viel ging je slapen, veel ziektes door dit gebrek aan hygiëne à hoog kindersterfte. Ook kraamvrouwenkoorts kwam vaak voor, geboortes vonden altijd thuis plaats. Gezondheidszorg stond ook op laag pijl. Mensen gingen naar een kapper (barbier) die wat had bijgeleerd (chirurgijn). Deze deed niet meer dan aderlaten. Voor de armste mensen was er de wijze vrouw uit de buurt. Ziekenhuizen zorgen eerder ervoor dat je ziek werd dan genezen.
1.2 Het huwelijk
Huwelijk ging in hogere standen om bezit (meisje kreeg bruidschat mee en later grote erfenis). De ouders beslisten wie het meest geschikt was. Adellijke mensen trouwden eerder dan gewone mensen en konden meer kinderen veroorloven. Bij de gewone mensen bemoeiden de ouders en het hele dorp zich ook met de partnerkeuze. Het dorp voelde zich voor elkaar verantwoordelijk. De man zocht altijd een hardwerkende vrouw die het huisgezin zuinig kon beheren, gezond en rustig was. De vrouw zocht altijd een welgestelde man, als die er niet was dan maar zomaar een. Iemand moest natuurlijk ook aantrekkelijk zijn. De arbeiders en de boeren trouwden wanneer ze 25 of 30 waren. Eerst moest je genoeg verdienen en sparen voordat je kon samenwonen en een huishouden opzetten. Door betere welvaart groeide de bevolking. Men zocht een partner rond de oogsttijd. Voorechtelijke seks gebeurde vaak na belofte van trouwen.Een kind van een paar dat niet getrouwd was, was een bastaard ß had weinig rechten. Een huwelijk was officieel wanneer de partners een belofte of een eed aflegden in bijzijn van getuigen en daarna geslachtsgemeenschap hadden. Man was absolute baas van gezin. Vrouw was wel belangrijk maar had weinig rechten. Man moest haar schulden afbetalen en mocht lijfstraffen geven (ook aan kinderen).
1.3 De jeugd
Kinderen werden vaak bij buurvrouw of familielid ondergebracht, dan kon de moeder werken. Heel jonge kinderen werden ingezwachteld (zouden ze door de warmte goed groeien) of kregen leibanden of tuigjes om vastgehouden te worden. Onderwijs was mogelijk aan dure “grammar schools” (elite) of scholen opgericht door kerken. Christelijk geloof en lijfstraffen hoorden daarbij. Veel kinderen gingen echter niet naar school, ze waren nodig op het land. Later gingen de kinderen wel een naar verschillende meesters (boer of ambachtsman). Meisjes gingen al helemaal niet naar school, ze leerden alles van hun moeder. Er zijn opvallende theorieën over: ouderliefde, kinderen als bron van inkomsten en de “uitvinding” van het kind. Ouderliefde: Sommige denken dat moederliefde een ontwikkeling is i.p.v. een instinct. Toch blijkt dat ze wel degelijk van hun kinderen hielden. Bron van inkomsten: Jonge kinderen kostten juist geld, als ze leerling werden woonden ze buitenshuis en brachten ze ook niks binnen. Deze theorie klopt dus niet. Het was misschien wel een soort pensioen, maar ook geen garantie. De uitvinding: Een historicus denkt dat de jeugd pas later als afzonderlijke periode van het leven werd gezien. (Pas in de 16e, 17e of 18e eeuw begonnen). Toch blijkt dat ze toen ook al anders omgingen met kinderen.
Paragraaf 2: 1850
2.1 Economie in revolutieIndustriële revolutie: Snelle ontwikkeling van de gemechaniseerde industrie.(Wel ingrijpende verandering maar niet in korte tijd). Is ongeveer in 1730 begonnen en is nu nog steeds bezig. Belangrijkste takken waren: productie van staal, de mijnbouw, de textielindustrie. De nieuwe machines waren zo groot dat men er fabrieken voor moest bouwen. Gezin veranderde van productie-eenheid in consumptie-eenheid. Urbanisatie: Proces waarbij de mensen vanuit landelijke gebieden in toenemende mate in steden gaan wonen. Dit deed zich toen voor omdat daar de fabrieken (werk) en de voorzieningen waren. De arbeidershuizen werden dicht op elkaar gebouwd. Er was geen waterleiding en geen goede riolering. De huizen waren vochtig en boven hen de rook van fabrieken.
De belangrijkste politieke stroming was: economisch liberalisme: grondlegger: Adam Smith, volgens hem ontwikkelde de economie zich het beste als de regering daarin zo min mogelijk ingreep à lage lonen, slechte werkomstandigheden, ongezonde huizen en kinderarbeid.
Modernisering van landbouw zorgde voor goedkoper voedsel (vooral aardappels). Dit rekte de leefduur dit zorgde voor toename bevolkingsgroei. In de buurt van fabrieken was de bevolkingdichtheid hoog à de bedompte atmosfeer en het ontbreken van licht en lucht à veel besmetting.
Het ergste was het water. Mensen hadden beerputten à bacteriën van ontlasting van mensen drong in aarde en besmette grondwater. Grote steden haalden ook hun water uit vervuilde rivieren en putten. Omstreeks het midden van de eeuw begon men de betekenis van drinkwater en de riolering bij het verspreiden van ziektes te begrijpen. Inenting kwam ook al veel voor. Ziekenhuizen gingen beter letten op reinheid en ontsmetting.
2.2 Trouwen in de stad
Familie en vrienden hadden nog maar weinig invloed op de jonge arbeiders à vrijheid om eigen partner te kiezen. Idealen nog steeds: gezond, rustig karakter en welgesteld maar nu was verliefdheid en aantrekkelijkheid even belangrijk. (Romantische liefde). Voor industrie weinig scholing nodig à geen leer meer bij meester. Je hoefde ook niet meer lang te sparen voor huwelijk à trouwen op jongere leeftijd. Druk om te trouwen ontbrak echter in de stad dus meisjes bleven ongetrouwd met een kind achter. Toch veel nadruk op goede zeden (met invloed van christendom, vooral middenklasse). Seksualiteit verdween uit openbare leven à Victoriaanse tijd (koningin Victoria regeerde 1837-1901). Arbeiders kregen hun weekloon in een café en bleven daar meestal plakken à rest van gezin heeft nog minder. Bovendien werden ze soms agressief van drank. Huwelijksproblemen ontstonden voornamelijk door: geldgebrek, alcohol of geweld. Voor een scheiding moest de kerk (tot 1857) toestemming geven. Door de hoge kosten was dit alleen voor de rijken. In de armere lagen liepen mannen dan ook gewoon weg. Vrouwen konden dit niet door hun kinderen of ze konden nergens van bestaan, behalve de prostitutie.
2.3 Opvoeding en onderwijs
De meeste mensen uit de middenklassen en hogere standen kwamen tot de overtuiging dat kinderen onschuldige wezens waren die je moest beschermen en maken tot gelukkige en verantwoordelijke volwassenen. Hierbij hoorde onderwijs. Armere mensen zagen kinderen als leden van het gezin die verantwoordelijk waren voor het inkomen. Industriële revolutie maakte leven van kind zwaarder door de druk van het werk.
Vooral in de textielindustrie gebruikten ze vrouwen en kinderen à goedkoper. Kinderen van 8 jaar en ouder moesten vaak meer dan 12 uur per dag werken onder onaangename en ongezonde omstandigheden. Op platteland soms ook maar ouders konden beschermen tegen het ergste en ze konden rusten als nodig. De regering kreeg reden om kinderen naar school te sturen à er waren beroepen waarvoor lezen en schrijven een vereiste was (vooral administratief). Vanaf 1833 werd dit meer mogelijk door subsidie aan particuliere scholen (nog steeds te laag). Ze leerden: lezen, schrijven en godsdienst. Kinderen van allerlei leeftijden zaten dan in 1 grote ruimte.
Uiteindelijk waren de leefomstandigheden ongeveer hetzelfde tegenover 1850 maar nu had je grotere werkdruk, werkten de kinderen en vrouwen buiten beschermende gezin en was er meer bevolkingsconcentratie dus gevaarlijker voor gezondheid. Aan de andere kant was wel het eten goedkoper geworden.
Paragraaf 3: vanaf 1910
3.1 EconomieNa 1850 nog grotere bloei voor economie. In landbouw werden nieuwe werktuigen ingevoerd (de zeis, oogstmachines). Industriële revolutie ging ook vooruit door nieuwe uitvindingen en door het imperium: een groot rijk, vaak tot stand gekomen met veroveringen en heersend over koloniën. Uit deze koloniën haalden ze grondstoffen en dienden als afzetgebied. Het was ook een tijd van vrijhandel (geen invoerrechten). Door succes hiervan kregen arbeiders hoger loon à gunstig voor fabrieken (meer koopkrachtige klanten). Werknemers organiseerde zich in vakbonden à werkdagen werden korter, het werk werd minder vermoeiend, aandacht aan de werkomstandigheden en de veiligheid. Tussen 1870 en 1920 gaat de overheid verantwoordelijkheid nemen voor zijn burgers à verzorgingsstaat (welfare state) 1908: wet op ouderdomspensioen.
1911: ziekenfonds voor arbeiders en een werkloosheidsverzekering. Rijke mensen gingen meer belasting betalen zodat er waterleidingen en rioleringen konden komen. Er kwam goedkoop zeep, steenkool, betere medische wetenschap, betere huizen, gas & elektriciteit à betere hygiëne, drogere & warmere huizen en goedkope medicijnen op de markt.
3.2 Huwelijk en gezin
Vanaf 1870 anticonceptiemiddelen à geboortes daalden. Na 1880 zelfs rubberen condooms à kleinere gezinnen. Bevolking nam toch toe door verbeterde gezondheidszorg en betere voeding. Gezinsleven kreeg meer aandacht door verbetering van de levensomstandigheden en daling van het aantal kinderen. Vrije tijd werd meer thuis doorgebracht (ook gokken & drinken). Door meer vrije tijd gingen mensen sportwedstrijden bekijken, uitstapjes maken, trein was goedkoper à strand of badplaats. Ook openbare terechtstellingen waren uitstapjes. Het huis werd ingericht met spullen van massaproductie. Symbool van nieuwe welvaart werd de “mooie kamer”. Verschil tussen man & vrouw groter à man zorgde voor geld, vrouw voor opvoeding & huishouden (soms ook een beetje huisnijverheid). Soms nog steeds geweld in gezinnen door meningsverschillen (vooral bij armen). Uit verenigingen tegen drankmisbruik en prostitutie groeide een vrouwenbeweging: beweging die streeft naar de gelijkstelling van vrouw met de man à 1869 kiesrecht voor gemeenteraadsverkiezingen, na 1e WO ook kiesrecht voor het parlement. Sommige vrouwen kwamen ook in “mannenberoepen”. In de lagere klassen had de emancipatiebeweging niet veel invloed. Veel vrouwen vonden een man een goede echtgenoot als hij niet te veel seks wilde. Je besprak het ook nog steeds niet.
3.3 Allemaal naar school
Onderwijs werd ook meer toegankelijk. Sommige ondernemers dachten dat dit beter niet voor de armen was omdat ze dan wel eens in opstand konden komen. Progressieve liberalen voerden de Education Act in (1870), dit gaf ieder kind recht op onderwijs à gemeentebesturen moesten overal schoolraden oprichten à moesten scholen laten bouwen als er te weinig particuliere scholen in de gemeente waren. In 1880 werden kinderen van 5 tot 10 jaar leerplichtig (werd wel vaak verzuimd). In 1990 mogelijkheid tot gratis onderwijs indien het niet betaald kon worden. Doorleren na 10 was niet de regel en vooral niet voor meisjes. Scholen werden groter en meer gericht op groepen leerlingen à verdeeld in klassen van zelfde leeftijd. In Engeland lieten ze oudere leerlingen les geven aan jongere.
Inhoud van onderwijs was nu: lezen, goed gedrag en voorbereiding op een rol in de samenleving, op een baan en individuele ontplooiing (toch veel uit hoofd leren). Ook deel van opvoeding werd verschoven naar school, opvoeding door ouders wel nog steeds belangrijker. Kindertijd werd ook nog meer dan vroeger als aparte periode in een mensenleven gezien. Ze hadden recht op gelukkige jeugd en je moest ze in vrijheid laten ontdekken wat goed en verstandig was. Vrouw heel belangrijk voor opvoeding à moest thuisblijven en zich wijden aan haar gezin. Door industrialisatie belangrijk deel v.d. mensen v. platteland naar stad. Leven in stad was moeilijker op gebied van werk, gezondheid & behuizing. Toch zorgden de economische groei en de sociale wetgeving rond 1900 voor betere gezondheid, hogere lonen, stabieler gezinsleven en meer onderwijs. Dit maakte het mogelijk voor de samenleving zich te ontwikkelen.
© 2006 - 2012 L0rah, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van L0rah is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
Industriële revolutie De industriële revolutie is een belangrijke gebeurtenis geweest in de geschiedenis? Maar hoe k…
Correspondentie - verschillende manieren Bij correspondentie kunt u aan een heleboel soorten denken; klachtenbrief, aanma…
Samenvatting geschiedenis Sfinx 4 vmbo-T Thema 3.1 tot 3.3 De industriele revolutie in Nederland. Wat er veranderde. De v…
Het gezin: verandering en ontwikkeling Gezin is de term voor alle samenwerkingsvormen die een herkenbare sociale eenheid…
Gerelateerde artikelen
Na 10 maanden diploma Vakopleiding Payroll Services (VPS) U werkt al enkele jaren in de loonadministratie? Als u meer inz…Industriële revolutie De industriële revolutie is een belangrijke gebeurtenis geweest in de geschiedenis? Maar hoe k…
Correspondentie - verschillende manieren Bij correspondentie kunt u aan een heleboel soorten denken; klachtenbrief, aanma…
Samenvatting geschiedenis Sfinx 4 vmbo-T Thema 3.1 tot 3.3 De industriele revolutie in Nederland. Wat er veranderde. De v…
Het gezin: verandering en ontwikkeling Gezin is de term voor alle samenwerkingsvormen die een herkenbare sociale eenheid…
Reageer op het artikel "Samenvatting memo, module 3: "gezin onder stoom""
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.