Monografie: 'Avenues of Participation' van Singerman
Diane Singerman richt zich in haar boek 'Avenues of participation : family, politics, and networks in urban quarters of Cairo' op de wegen tot maatschappelijke en politieke participatie van de Egyptische sha'bi gemeenschap, een bevolkingsgroep uit de lagere- middenklasse die een grote autonomie heeft binnen de Egyptische staat. In de onderstaande monografie wordt veel aandacht besteed aan de methodologie die Singerman gebruikt voor haar antropologische onderzoek.Avenues of Participation
Dit antropologisch werk centreert zich rond de vraag hoe de sha’bi-gemeenschap alternatieve wegen aanwendt om zich te onttrekken aan of te verzetten tegen het autoritaire Egyptische regime. Deze sha’bi, die behoren tot de lagere- en middenklassen van Egypte, maken gebruik van hun eigen gemeenschap om allerlei zaken te regelen in het dagelijks leven. Op deze manier verwerven ze zichzelf een vorm van autonomie die ze ook ongerijpbaar maakt voor de centrale overheid.Micro- en macroniveau
Singerman richt zich in haar studie bewust niet op de hogere klassen. Door zich enkel te richten op de sha’bi wil ze inzicht krijgen in de houding die juist deze lagere klasse aanneemt ten opzichte van de elite. Dit geeft haar de mogelijkheid om zich volledig te richten op de informele wegen die de sha’bi bewandelen om hun belangen te behartigen. Later in haar boek besteedt ze echter wel aandacht aan het kruispunt van informele en formele wegen. Haar prioriteit ligt erin de informele patronen van maatschappelijke participatie bloot te leggen zoals die zich voordoen op allerlei terreinen (met name politiek, economie en educatie). Ze richt zich hierbij op de individuele actoren en de belangen en waarden die zij hebben. Om achter de handelswijzen van deze actoren te achterhalen, neemt Singerman de methode van participerende observatie aan. Hoewel ze niet exact haar informanten noemt, kan uit de tekst opgemaakt worden dat ze zich onder de mensen bevindt en vanuit deze verkregen informatie (al dan niet enkel door observatie) de door haar veronderstelde verbanden legt. Ze zegt zelf in haar werk dat ze zo’n 350 mensen heeft betrokken bij haar onderzoek. Het is dus duidelijk dat Singerman vertrekt vanuit het micro-niveau en van hieruit de gevolgen op het macro-niveau beschouwt. Hierbij moet wel duidelijk gesteld worden dat Singerman deze relatie absoluut niet als simplistisch beschouwt. Ze problematiseert de verhoudingen die tussen micro- en macroniveaus bestaan. Ze stelt dat de intenties van mensen onmogelijk te achterhalen zijn. Mensen handelen vaak niet puur uit eigenbelang, maar nemen ook het belang van de gemeenschap in overweging. Dit is zeker het geval bij de sha’bi, waar de gemeenschapsbanden behoorlijk sterk zijn. Singerman levert dan ook commentaar op de rational choice theory die complexe verbanden zou versimpelen. Ze beschouwt het individu niet als een volkomen losstaand object dat enkel invloed heeft op het macro-niveau, het wordt zelf ook beinvloed door dit macro-niveau. Haar aandacht gaat uit naar het functioneren van netwerken, Singerman kan geschaard worden onder de netwerk-theoretici.Methodologie
Dwerk heeft ook veel gemeen met het transactionalisme. Hoewel de individuen onderwerp zijn van haar studie, ziet ze hen duidelijk als actoren. Anderszijds richt Singerman zich ook sterk op de functie die deze actoren hebben in het geheel, iets dat aansluit bij het structureel-functionalisme. Dit blijkt het meest duidelijk bij de beschrijving van de familiale verhoudingen. Hier gaat ze in o.a in op de onderlinge relaties van respect. Jongeren dienen bijvoorbeeld respect te hebben voor ouderen. Hierbij gaat ze in op de belangen die individuele actoren hebben bij hun gedrag, anderszijds kan gesteld worden dat al het gedrag van de individuele actoren als gevolg heeft dat de gemeenschap als geheel stabiel blijft. Ze gaat absoluut niet uit van totale harmonie in de gemeenschap en beschouwt de gemeenschap niet als statisch. Juist door vormen van conflict maakt de gemeenschap in zijn geheel een ontwikkeling door. De feministische antropologie maakt ook deel van de paradigmata die Singerman gebruikt. Singerman is er duidelijk niet op gericht duidelijk standpunt te nemen en een ideologische strijd te gaan voeren. In haar boek geeft ze uitgebreidt de genderrelaties weer die er onder de sha’bi zijn. Het gaat haar dus om het zichtbaar maken van de genderrelaties, waar de lezer zijn eigen conclusies uit kan trekken. Een voorbeeld hiervan is de aandacht die zij geeft aan besnijdenis van vrouwen. Hier geeft ze geen oordeel, maar geeft goed weer waar dit gebruik vandaan komt en welke veranderingen de gemeenschap op dit vlak doormaakt. Deze stukken lijken echter wel redelijk los te staan van de vraag hoe de participatie tot stand komt.[HFormeel versus informeel[/H]
Avenues of Participation gaat Singerman met name in op de informele patronen van participatie op het gebied van politiek, economie en educatie. Allereerst blijkt dat de familiebanden centraal staan bij de sha’bi. Politieke actie is bij hen dan ook verbonden met het verdedigen van (de belangen) van de familie. Hoewel de elite hen buiten het de formele participatie wil houden, slagen de sha’bi er toch in via informele wegen verzet te plegen. Een sterk voorbeeld hiervan is het economische leven. Veel van de economische activiteit staat niet geregistreerd in de officiele statistieken. Zo blijken ook veel meer vrouwen te werken, dan in officiele bronnen wordt vermeld. De zwarte markt is ook een belangrijk onderdeel van dit economische leven. Ook zijn er veel vrouwelijke venters. Door deze vormen van economische activiteit weten ze zich te onttrekken aan het formele economische veld, wat ook zijn weerslag zal hebben op politieke aspecten.
In al deze economische aspecten van het leven bij de sha’bi staat de familie op de voorgrond. Het leven wordt geleid door cooperatie en competitie. De familiebanden worden gekenmerkt door autoritaire, patriachale relaties. De vader is het hoofd van de familie en hier is geen discussie over mogelijk. De relaties tussen jong en oud zijn wel aan het veranderen, maar toch zijn er nog veel eisen voor jongeren en met name voor jonge vrouwen. Jonge geliefden mogen bijvoorbeeld niet stiekem ergens ontmoeten. Jonge vrouwen moeten zich in moreel opzicht goed gedragen, anders wordt ze hiervoor gestraft. Mannen hebben ook liever niet dat vrouwen werken, hoewel het vaak noodzakelijk is om rond te komen. In sommige gevallen is er sprake van polygyny, wat inhoudt dat een man meerdere vrouwen heeft. Vaak weten de vrouwen dit onderling niet van elkaar wat de nodige pijn kan opleveren als alles aan het daglicht komt. De meeste mannen kunnen zich dit echter niet veroorloven, aangezien de prijs om te trouwen behoorlijk hoog is. Veel mannen moeten hier zo’n vijf tot tien jaar voor sparen. Van vrouwen wordt meestal een kapitaal verwacht dat ongeveer de helft is van het kapitaal van de man. Ook het verzamelen van het nodige kapitaal om te kunnen trouwen, is een collectieve aangelegenheid. Iedereen doet zijn best het nodige te leveren of biedt baantjes aan. Veel van de mannen (zo’n 7%) gaat naar het buitenland om aan het nodige kapitaal te komen. De gam’iyyaat is eveneens een middel om het kapitaal te vergroten. Het kan gezien worden als een informele belegging, dat zich dus onttrekt aan de centrale banken. Zo blijkt dat de familie en netwerken bij de sha’bi multifunctioneel zijn. Ook de markt van levensmiddelen is in sommige gevallen cooperatief van aard. Een cooperatie verkoopt gesubsidieerd voedsel. Iedereen probeert hierbij zoveel mogelijk voedsel te verkrijgen. De familiale- en netwerkbanden zorgen er hierna echter voor dat het voedsel verder en eerlijker verdeeld raakt binnen de gemeenschap. Naast economische activiteiten worden de netwerken ook gebruikt om hun belangen op hoger niveau te behartigen. Via via weten ze publieke personen te bereiken en zo weten ze hun invloed uit te oefenen op de staat, terwijl de staat zich geconfronteerd ziet met een brede informele sfeer waar ze geen toegang tot krijgt. Ook in het onderwijs speelt de informele sfeer een belangrijke rol. Hoewel de sha’bi tot de lagere- en middenklasse behoren, spenderen ze veel geld aan het onderwijs van hun kinderen. Egypte kent dan wel onderwijs dat voor iedereen toegangelijk is, dit neemt niet weg dat het vaak aan de nodige middelen ontbreekt om gedegen onderwijs te geven. De klassen zijn vaak veel te groot en de salarissen van leraren laag. Om deze reden zorgt de sha’bi-gemeenschap voor een deel zelf voor het onderwijs. Een collectieve pot wordt gebruikt om leraren aan te trekken die private les geven. In deze zin zijn de sha’bi met hun autonome collectieve instituten een druk op de infrastructuur van de staat en is er dus een vorm van verzet.
Een oordeel
Een mogelijk kritiekpunt in deze analyse van Singerman is de eenzijdige belichting van de zaken. De sha’bi-gemeenschap wordt niet bekeken door de ogen van een persoon die wel in het ‘establishment’ zit. Hierdoor valt de kritiek die er van buitenaf op hen is, volkomen weg. Het lijkt er hierdoor op dat Singerman symphatie heeft voor de sha’bi, wat in een wetenschappelijk onderzoek moet worden uitgesloten. Door zich directer, op een sterker micro-niveau, te richten op de kruispunten van de informele en de formele sfeer, zou er duidelijker beeld kunnen ontstaan van de vorm van het verzet. Met name in de politiek zou dit kunnen door ook individuen uit de (hogere) publieke sfeer te betrekken in het onderzoek. Singerman stelt dan wel dat er een complexe relatie bestaat tussen het micro- en het macro-niveau, maar vervolgens werkt ze deze bewering op het vlak van de politieke participatie niet uit. Een punt dat hierbij echter wel genoemd moet worden is het feit dat de gemeenschap zich juist van dit macro-niveau probeert af te keren.Een sterk punt van dit boek is dat er gekeken wordt naar vele vlakken van het leven van de gemeenschap. Op het economisch vlak wordt een zeer duidelijk beeld gegeven van de samenhang tussen micro- en macroniveau, wat ook met statistische gegevens wordt onderbouwd. Bovendien slaagt Singerman er goed in het private sociale handelen te koppelen aan bijvoobeeld de vormen van economische participatie. Hier komt ook het genderaspect om de hoek kijken, dat ook zijn invloed heeft op het economische reilen en zeilen. Er kan gesteld worden dat Singerman er in geslaagd is een erg boeiend boek te schrijven, dat juist zo sterk is doordat het verschillende sferen van het leven van de sha’bi bekijkt. De observaties en de theorie zijn tot een solide boek verwerkt, wat ook nog eens goed te lezen is.© 2011 - 2012 Jeroen04, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Noord-Afrika, Egypte Als men over Egypte spreekt, denkt men als eerste aan de prachtige piramides van Gizeh, zandwoestijn…
De Arabische taal Arabisch wordt wereldwijd door vele miljoenen mensen gesproken en is daarnaast de taal van de Koran, wa…
Herodotus van Halicarnassus Herodotus wordt wel beschouwd als de eerste historicus en etnograaf. Hij was een echte wetens…
Panislamisme en vroeg Arabisme rond 1900 Aan het eind van de 19e eeuw was er vanuit islamitische hoek een beweging ontsta…
Gerelateerde artikelen
Overzicht van alle landen in het Midden-Oosten Het Midden-Oosten is geen continent; het is een regio van Afrika-Eurazië m…Noord-Afrika, Egypte Als men over Egypte spreekt, denkt men als eerste aan de prachtige piramides van Gizeh, zandwoestijn…
De Arabische taal Arabisch wordt wereldwijd door vele miljoenen mensen gesproken en is daarnaast de taal van de Koran, wa…
Herodotus van Halicarnassus Herodotus wordt wel beschouwd als de eerste historicus en etnograaf. Hij was een echte wetens…
Panislamisme en vroeg Arabisme rond 1900 Aan het eind van de 19e eeuw was er vanuit islamitische hoek een beweging ontsta…
Bronnen en referenties
- Singerman, Diane (1995) Avenues of participation : family, politics, and networks in urban quarters of Cairo. Princeton: Princeton University Press.