
Het ridderideaal in het Roelandslied
Het Roelandslied is een episch verhaal uit de verhalencyclus rond Karel de Grote. In dit middeleeuws werk worden de heldendaden van graaf Roeland bezongen, die ridderlijk en roemrijk ten onder gaat in een strijd tegen de Sarazenen in Spanje. Een duidelijke begripsomschrijving van het heldenideaal, en een blik op de ontstaansgeschiedenis ervan bieden een interessante kijk op dit werk, dat gebaseerd is op een historische gebeurtenis.
Algemeen wordt aangenomen dat het Roelandslied is ontstaan na 1066 en voor 1096.(1) In de Europese geschiedenis is dit een woelige periode van onrusten en onzekerheid. Nadat het Karolingische rijk de facto al in de negende eeuw was ingestort, bleven er slechts kleine graafschappen over, waarvan de graven of hertogen elkaar onophoudelijk bevochten. De middeleeuwse samenleving was er een waarin geweld prevaleerde. Ook de edelmannen waren in deze tijd zeer gewelddadig en corrupt, wat kan blijken uit het volgende citaat van een contemporaine bron.
Het was gebruikelijk dat de rijkste en de meest nobele mannen van deze streek een grote hoeveelheid aarde opwierpen om een zo hoog mogelijke motte te bouwen. Deze lieden vulden hun dagen immers met het uitlokken van conflicten en met het plegen van moorden.
Een dergelijke versterking beveiligde hen tegen hun vijanden. Maar ze hoopten zo ook machtiger te worden dan hun gelijken en de zwakkeren nog beter te kunnen domineren. (2)
Het was de christelijke kerk die hier verandering in trachtte te brengen door het geweld in de samenleving te kanaliseren en te controleren. De idee van ridderlijkheid werd de adel als een gedragscode opgedrongen, en rond de twaalfde eeuw was er een soort consensus bereikt hierover.(3) De hoofse liefde, trouw aan de leenheer, en een onwrikbaar geloof getuigden van echte ridderlijkheid. Revolutionair was echter dat de kerk geweld niet alleen toestond, maar het zelfs promootte. In een poging om eenheid te creëren werd de Islam als gezamelijke vijand aangeduid, en een echte ridder was ijzersterk en kon wel honderd vijanden vermoorden. Het Roelandslied vertelt het verhaal over hoe de Franken ten strijde trekken tegen de Moslims om aldaar een mark op te richten om het Christendom in Europa te beschermen.
Aangezien de weinige geletterden uit deze tijd hoofdzakelijk uit clerici bestonden(4), is het niet verwonderlijk dat deze gedragscode haar weg vond in de literatuur, hét medium bij uitstek. De voorbeelden van het heldenideaal zijn dan ook legio in het Roelandslied. Roeland is een eervol ridder. Onverschrokken roept hij “’k ga erheen subiet”(p. 18) als er vrijwillers worden gevraagd om te onderhandelen met de vijand – een gevaarlijke taak. Wanneer het verraad is gebeurd, en de vijand aanrukt is Roeland te trots om op zijn hoorn te blazen. Hij wil geen gezichtsverlies lijden. Hij roept:
“Ik wil in Frankrijk naam noch faam verbeuren.
‘k Vecht liever tot het bloed mijn Durendal
en ’t goud van mijn gevest rood kleuren zal.”(p.83)
Niet alleen is hij zeer eervol, Roeland’s capaciteiten als een ridder nemen buitenaardse proporties aan. Hoewel de Sarazen in getale veel sterker zijn, zijn de Franken in het begin aan de winnende hand. Voor één dode Frank, vallen er wel vijftien Sarazenen (p.142). Maar vooral Roeland is onoverwinnelijk. Hij doodt gemakkelijk 25 mensen in een keer (p. 140) en zelfs als hij dodelijk verwond is, durft geen enkele Sarazeen dicht genoeg bij hem in de buurt komen. Vanop een afstand gooien ze zwaarden naar hem, om daarna angsvallig weg te vluchten (p. 159). Ook Roeland’s grote trouw aan zijn leenheer Karel de Grote wordt herhaaldelijk besproken. Hij houdt van keizer Karel en doet alles voor hem. De hoofse liefde komt slechts kort ter sprake. Wanneer Roeland beslist om toch op zijn hoorn te blazen, zegt zijn beste vriend Olivier dat Roeland zijn zus niet meer verdient, door deze laffe daad. Een dame verdient enkel een eervolle ridder. Dit geschil wordt diplomatisch opgelost door de aartsbisschop, die stelt dat ze niet voor hulp klaroenen, maar voor wraak (p. 131).
Roeland is tevens een enorm godsvruchtige man. De hele strijd staat in het teken van het Christendom. Roeland en zijn troepen strijden voor het Christendom, en alvorens te sterven bidt hij tot God, en legt hij al zijn zonden bloot.
Roeland bezit alle eigenschappen van het ridderideaal dat de kerk opwerpt. De vraag in hoeverre de idee van ridderlijkheid strookt met de realiteit blijft echter open. Er werd al op gewezen dat literatuur, maar ook de geschiedschrijving in die tijd nog voornamelijk in handen van geestelijken was, en ook de christelijke inslag van het Roelandslied bevestigt dit. In hoeverre het is gelukt om het ridderideaal op te dringen is dus moeilijk na te gaan. Wel moet erop gewezen worden dat de historische feiten achter dit verhaal zich in de achtste eeuw afspeelden, en dit heldenideaal dus enigszins een anachronisme is. Bejczy schrijft hierover: “Sinds de Karolingische tijd beheerste de ruiterij de Europese slagvelden. (...) Maar de idee van ridderlijkheid kwam pas in de elfde eeuw tot bloei.” (5) Dit wil zeggen dat de nobelen ten tijde van Karel de Grote helemaal niet zo heldhaftig waren en het dus niet op een historische waarheid berust. Kaeuper ziet in deze idealisering van het verleden een vorm van kritiek op de eigen samenleving.(6) Het Karolingische rijk was veel stabieler, en wordt daarom beschreven als een tijd waarin de mannen nog aan een echt heldenideaal voldeden.
(1) Het Roelandslied. Fieuws Jacques ed., Brugge, Uitgevers, p. 13.
(2) Van Terwaan Walter, Vita van bisschop Johannes van Terwaan. Ca. 1130.
(3) Bouchard, Strong of Body, Brave & Noble. Chivalry & Society in Medieval France. New York, Cornell University Press, 1998, p. 64.
(4) Steinberg Theodore, Reading the Middle Ages. An introduction to Medieval Literature. 2003, p. 12.
(5) Bejczy István, Een kennismaking met de middeleeuwse wereld. Bussum, Coutinho, p. 105.
(6) Kaeuper Richard, Chivalry and Violence in medieval Europe. New York, Oxford University Press, 1999. © 2007 - 2009 Philippe2403, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 12-03-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Philippe2403 is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Karel ende Elegast – Verhaal en achtergrondinformatie: “Karel ende Elegast” is een van de oudste Nederlandse letterkundige werken. Waarschijnlijk dateerd het uide twaalfde eeuw. Dit kun je vooral zien aan de…
- Boekverslag: Karel en de Elegast: Hier vindt u het boekverslag van Karel en de Elegast. Dit is een oud middeleeuws verhaal dat bewaard is gebleven en vertaalt is door de heer H. Adema. Speciaal voor u heb ik…
- Adellijke titels: Volgens de grondwet geeft een adellijke titel geen enkel voorrangsrecht, het dragen ervan gaat niet gepaard met privileges. Toch zijn ze gegeerd. Dit artikel biedt een overzicht van de bela…
- Willem Elsschot: was hij Boorman of Laarmans ?: Willem Elsschot (Vlaams schrijver, 1882-1960, pseudoniem van Alfons de Ridder) schreef in 1924 het boek "Lijmen" en in 1938 het vervolg "Het Been". Lijmen/Het…
- Het Land van Ooit: Het Land van Ooit is een themapark in het Brabantse Drunen. Geopend in 1989 heeft het al talloze kinderen in een sprookjeswereld gebracht.

Reageer op het artikel "Het ridderideaal in het Roelandslied"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

