Samenvattingen en Nectar

Biologie Nectar H7

Biologie Nectar H7

Samenvatting van hoofdstuk 7 Erfelijkheid van Nectar voor 5 VWO. Dit hoofdstuk gaat over de erfelijkheid van genetische eigenschappen.


Biologie H7; Erfelijkheid

§1.
Verschillen tussen mensen ontstaan door variatie in erfelijk materiaal:
  • Geslachtelijke voortplanting: mannen produceren miljoenen zaadcellen per dag. Door de verdeling van de chromosomen tijdens meiose I, is er veel variatie tussen de zaadcellen qua erfelijke informatie. Bij vrouwen komen tijdens de vruchtbare periode zo’n 400 tot 500 eicellen tot rijping. De kans op 2 dezelfde eicel is dan ook heel klein
  • Crossing-over: tijdens de profase I, wanneer de homologe chromosomen dicht tegen elkaar aanliggen, kunnen chromatiden van homologe chromosomen elkaar kruisen. Dit kan leiden tot breuk en verwisseling van de chromatiden
  • Mutaties: dit kan optreden door bijv. straling of chemische stoffen. Er treed dan een verandering in het DNA op.

§2.
In een karyogram (chromosomenportret waarin alle chromosomen worden weergegeven) kan men de geslachtsbepaling zien:
  • een vrouw heeft 2 X-chromosomen, de geslachtschromosomen zijn XX
  • een man heeft 1 X-chromosoom + 1 Y-chromosoom, de geslachtschromosomen zijn XY.

De man bepaald dus of de nakomeling mannelijk of vrouwelijk wordt. In het karyogram is ook te zien of het juiste aantal chromosomen aanwezig is:
  • Monosomie: wanneer bij een van de 23 chromosomenparen een chromosoom ontbreekt -> leidt tot miskraam
  • Trisomie: een extra chromosoom aanwezig
  • Trisomie 21: extra chromosoom 21 in elke lichaamscel -> leidt tot syndroom v. down.

§3.
  • Genotype = alle erfelijke informatie voor de eigenschappen.
  • Fenotype = al de waarneembare eigenschappen van een mens zoals haarkleur, kleur ogen, huidskleur, gedrag -> genotype + milieu (invloeden van buiten: opvoeding en omgeving) = fenotype.

§4.
Voor het aangeven van allelen kunnen alle letters van het alfabet worden gebruikt, behalve de X en y (deze zijn voor de geslachtschromosomen). Een dominant allel wordt met een hoofdletter aangegeven (bijv. T of K), een recessief allel met een kleine lekker (t of k). Als iemand twee dezelfde allelen heeft (TT of tt) is deze persoon homozygoot voor deze eigenschap. Als iemand twee verschillende allelen heeft (Tt) is deze persoon hetrozygoot voor deze eigenschap. Als een persoon hetrozygoot voor een eigenschap is, overheerst het dominante allel meestal. Dit hoeft niet (denk aan haarkleur: blond + donkerbruin = midden-/lichtbruin), dit levert een intermediair (=tussenvorm) fenotype op.

§5.
Als de kans bestaat dat een ongeboren kind een erfelijke ziekte van de ouders overerft, kan er een gentest gedaan worden. Daarvoor zijn cellen van het embryo nodig, die op verschillende manieren verkregen kunnen worden:
  • Het verkrijgen van embryonale cellen uit het bloed van de moeder. Dit kan vanaf de 8e week.
  • Vlokkentest: uit de vlokken van de ontwikkelende placenta kunnen deze cellen verkregen worden. Dit kan wanneer het embryo ongeveer 10 wkn oud is.
  • Vruchtwaterpunctie: de cellen worden uit het vruchtwater opgezogen. Dit kan wanneer de embryo ongeveer 16 wkn oud is.
  • Navelstrengpunctie: bloedcellen van het embryo worden dmv een prik uit de navelstreng gehaald. Dit kan als het embryo ongeveer 19 weken oud is.
Deze technieken worden ook wel prenatale diagnostiek genoemd.

Overzicht uit het boek:
  • De genetica bestudeert de erfelijke eigenschappen van organismen. Deze eigenschappen liggen vast in genen. Bij geslachtelijke voortplanting vindt recombinatie van genen plaats. Dit zorgt voor enorme variatie onder de nakomelingen. Drie processen waarbij recombinatie optreedt zijn meiose, bevruchting, crossing-over.
  • Een chromosoomportret of karyogram laat zien dat de kern van een menselijke lichaamscel 46 chromosomen bezit (23 paar). Bij een vrouw zijn dat 22 paar autosomen + 2 geslachtschromosomen (XX). Bij een man zijn dat 22 paar autosomen + 2 geslachtschromosomen (XY). Op het Y-chromosoom ligt het SRY-gen dat een sleutelfunctie heeft bij de ontwikkeling van geslachtsorganen. In vrouwelijke cellen is meestal één X-chromosoom inactief: het lichaampje van Barr.
  • Bij trisomie is in het karyogram een chromosoom extra te zien. Trisomie van het chromosoom 21 leidt tot het Syndroom van Down.
Een erfelijke aandoening kan, voor de geboorte, worden aangetoond dmv prenatale diagnostiek. Hiertoe worden embryonale cellen verzameld en onderzocht. Embryonale cellen kunnen worden verkregen door een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie. Ook is de isolatie van embryonale cellen uit het bloed van de moeder mogelijk. Als in de familie een erfelijke aandoening voorkomt kunnen paren, voordat zij een zwangerschap besluiten, informatie krijgen in een centrum voor erfelijkheidsvoorlichting.
  • Allelen zijn genen op de overeenkomstige plaatsen op een homoloog chromosomenpaar. Vaak zijn deze allelen ongelijk. Het ene allel overheerst het andere, dit allel is dominant, het andere allel is recessief. Door samenspel van deze allelen en het milieu ontwikkelen zich de waarneembare eigenschappen, het fenotype. De betrokken allelen vormen samen het genotype. Homozygoot betekent dat de allelen van een paar gelijk zijn. Bij ongelijke allelen is het hetrozygoot. Als een hetrozygoot genotype beide allelen tot uiting komen, is een intermediair fenotype het gevolg. Via stambomen en kruisingsschema’s kun je voorspellingen doen over de eigenschappen van de nakomelingen.
© 2007 - 2010 Floris995, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 01-03-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Floris995 is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Biologie Nectar H7"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.