Samenvattingen en Griek

Samenvatting MeMo Module 1 Hoofdstuk 1: Griekse Politiek

Samenvatting MeMo Module 1 Hoofdstuk 1: Griekse Politiek

Dit is een samenvatting van het boek MeMo, Module 1, hoofdstuk 1: Griekse Politiek. Deze samenvatting beschrijft de ontwikkeling van de Griekse cultuur als grondlegger van onze hedendaagse democratie. Belangrijke wetenschappers en filosofen hebben een belangrijke bijdrage gehad aan de ontwikkeling van onze hedendaagse cultuur.


Bronnen van kennis

Onze kennis komt van de Griekse geschiedenis komt van twee belangrijke bronnen:
  • Archeologische opgravingen
  • Mondeling overgeleverde verhalen (=orale cultuur) Deze mondeling overgeleverde verhalen geven een beeld van de Grieken maar ze zijn niet 100% betrouwbaar.

De eerste bloeiperiode van Griekenland was op Kreta rond 1800 v. Chr. toen de regering van Koning Minos vanuit paleis Knossos regeerde. Hun voorspoed was te danken aan verschillende factoren:
  • Goud, ivoor en koper werden vanuit Midden-oosten ingevoerd en geruild voor wol, wijn en olijfolie
  • Ze hadden handelscontacten langs hele kust v/d Middellandse zee tot aan Sicilië. Deze handel hielden ze bij op kleitabletten.
  • Elementen van de beschavingen zijn later teruggevonden. Binnenplaatsen en muren waren beschilderd met fresco’s. Er werden weinig wapens gevonden in paleizen, waarschijnlijk leefden ze in rust en vrede.

Deze Minoïsche beschaving eindigde rond 1550 v. Chr. door de inval van de Myceners. Alle paleizen werden verwoest. Over deze Griekssprekende Myceners was niet veel bekend. Het was wel bekend dat Myceners oorlogszuchtig waren. Zij woonden in sterk ommuurde burchten en vochten veel en vaak. Later bleek door opgravingen dat zij veel kennis overnamen uit Kreta, Egypte, Anatolië, Syrië en Palestina. De Myceners namen de handel over tussen Oost en West. Ook zij hielden handelsactiviteiten bij op kleitabletten. Rond 1200 v. Chr. Werd de Myceense beschaving verwoest door binnenvallende volken. Daarna breken de donkere eeuwen aan (1200-800 v. Chr.). Van deze donkere eeuwen is niets opgeschreven, er worden wel mythen en verhalen over verteld.

Heldendichten

Griekenland kende een aantal belangrijke schrijvers van heldendichten.

Homerus
Homerus schreef “De Ilias”, welke verteld over de daden van Griekse koningen en halfgoden, zoals Archilles tijdens laatste dagen van belegering van Troje. Ook schreef hij “De Odyssee”. De Odyssee verteld over de omzwervingen van de Griekse koning Odysseus op weg naar huis. Deze beide heldendichten werden vermoedelijk rond 750 v. Chr. geschreven.
Een paar belangrijke kenmerken van Homerus en zijn werk zijn:
  • Homerus was geen Griek, hij woonde aan kust van Anatolië.
  • Hij was geen geschiedschrijver.
  • Hij schreef niet over gebeurtenissen van zijn tijd maar hij schreef de orale cultuur op.

Er werd later veel getwijfeld over de belegering van Troje. Had de strijd om Troje werkelijk plaatsgevonden? De Duitse zakenman Heinrich Schliemann was er hier wel van overtuigd, hij ging terug naar de plaats van Troje gelegen zou moeten hebben. Er is nog niets 100% bewezen.

Herodotus
Herodotus schreef rond 450 v. Chr. “De Historiën” (600 bladzijden in verdeeld in 9 boeken). Herodotus wilde de oorlog tussen de Grieken en de barbaren van beide kanten bekijken. Belangrijke kenmerken van Herodotus waren:
  • Herodotus is geboren in Halicarnassus, aan de kust van Anatolië
  • Hij bezocht Egypte, Syrië, Palestina, Perzië en gebieden rond Zwarte Zee. Uiteindelijk ging hij wonen in Athene.
  • Overal waar hij kwam schreef hij gewoonten en tradities en de bestuursvorm op. Daarom wordt hij ook wel de eerste geschiedschrijver genoemd en de grondlegger van het vak geschiedenis.
  • Herodotus was nog klein toen Perzische Oorlog begon (492 tot 479 v. Chr.).
  • Herodotus interviewde oude mensen en controleerde het met weinige schriftelijke bronnen.
  • Hij schreef over vroegere eeuwen en plaatsen die hij niet had bezocht
  • Hij legde mythen en mondelinge verhalen vast die hij helemaal niet had gecontroleerd

Conclusie: Herodotus geeft een mooi beeld van de toenmalige wereld maar zijn informatie is niet 100% betrouwbaar.

De griekse Stadstaat

Griekenland is een onherbergzaam land met steile bergen en smalle kloven. 1/3 van het land is maar beschikt voor landbouw. De mensen woonden in bergen en versterkte burchten. De leiders woonden in die burchten. Verder werden er tempels gebouwd voor de goden. Griekenland kende verschillende vormen van steden en dorpen:

  • Acropolis: Een polis/stadstaatje op een hoge heuvel (bijvoorbeeld. in Athene).
  • Polis: Een kleine staat met een eigen bestuur, eigen wetten. Het vocht voor hun eigen vrijheid.

Er waren er zo’n 750 poleis in Griekenland. Deze hadden veel overeenkomsten in taal, geloof, technische en economische ontwikkelingen en in hun politiek. Rond 1200 v. Chr. kregen vrije inwoners van een polis die land bezaten en die konden vechten burgerrecht. Daarna erfde je het burgerrecht als beide ouders dat ook hadden Alleen mannen met burgerrecht mocht komen op de volksvergaderingen. Een polis werd bestuurd door leider of koning. Deze koningen kregen advies van Raad der Ouderen.

Veranderingen

Rond 800 v. Chr. vonden er verschillende veranderingen plaats:
  • De Griekse bevolking groeide.
  • Men stapte over van veeteelt naar landbouw.
  • Handel tussen de gebieden rond de Middellandse zee nam toe.
  • Grieken ruilden zilver in voor graan om de bevolking te voeden.
  • Muntgeld werd ingevoerd om met vaste bedragen te kunnen rekenen.
  • Bewoners uit de poleis verhuisden naar de gebieden die tijdens de handelsroute waren gesticht.

In die tijd werd ook de koning vervangen door een Regering van de Besten (Aristoi). Die werd gevormd door de Aristocratie. In sommige poleis (bijv. Athene) werd een aantal leiders gekozen voor een jaar. Deze baantjes werden niet betaald, waardoor vooral rijken deze bestuursposten bekleden.

Rond 550 v. Chr. veranderde de situatie weer:
  • Handel van Griekse poleis met Klein – Azië groeide.
  • Graan invoeren werd goedkoper dan zelf verbouwen.
  • Griekse boeren moesten overschakelen naar wijn en olijven (goede exportproducten).
  • Veel sociale onrust doordat olijfbomen en wijnranken 1e jaren geen vrucht droegen.

De mensen dachten dat een tiran de situatie wel kon oplossen. Een tiran is een man die de poleis regeerde. Deze tirannen losten het grote verschil tussen arm en rijk op en stichten nieuwe kolonies. Ze voerden ook standaardmaten en gewichten in. Verder bouwden ze tempels en organiseerden feesten. Deze tirannen veranderden echter in onderdrukkers wanneer hun zonen de macht overnamen. In veel poleis werden tirannen verdreven en vervangen door een regering van weinigen (= oligarchie):
  • Sparta had een bestuur met een mix van 2 koningen, een oligarchie en volksvergaderingen.
  • Athene had een regering van burgers. Demos betekent “volk”. Zo ontstond een democratie.


De Atheense democratie

In Athene had de overschakeling naar wijn en olijven ook dramatische gevolgen gehad. Veel kleine boeren raakten diep in de schulden. Enkelen moesten zichzelf zelfs verkopen als slaaf om de schulden af te betalen. Deze burgers hadden nauwelijks inspraak in de polis, de stad werd door rijke grootgrondbezitters bestuurd. Verschillende maatregelen zoals het kwijtschelden van schulden en vrijkopen van burgers loste te weinig op. Er ontstond sociale onrust en arme burgers eisten steeds duidelijker een aandeel in het bestuur. De tiran Cleisthenes kwam met een oplossing:

  • Alle burgers kregen gelijke rechten.
  • Het volk moest beslissingen nemen.
  • Ieder burger kreeg de vrijheid zijn eigen mening te geven. Zij kozen jaarlijks de strategen, leiders van het leger en vloot en adviseurs in de vergadering.
  • Volksvergadering wees door loting ook rechters aan.
  • De volksvergadering kwam vaker bijeen, gemiddeld 1 keer per 10 dagen.
  • Belangrijke beslissingen werden vastgelegd in wetten.
  • Het schervenrecht ontstond. Dit noemt men het Ostracisme. Elk jaar schreef elke burger wie er verbannen moesten worden. Dit moest voorkomen dat een tiran de macht zou krijgen. Degene die de meeste stemmen hadden gehaald mocht een periode niet de in de polis wonen. Na die periode mocht hij zijn burgerrecht weer gebruiken.

De strateeg Pericles stelde: Iedereen moest gelijke tijd besteden aan zowel het huishouden als aan politiek. Hiervoor stelde hij verschillende maatregelen in:
  • Burgers kregen een half dagloon wanneer ze moesten bijwonen aan volksvergaderingen voor rechtspraak.
  • Het vervullen van ambten werd betaald.
Deze Atheense democratie bestond zo’n 200 jaar. Het was geen volledige democratie maar een democratie van de elite. Alleen mannen met burgerrecht kregen deze rechten.

Grieken en barbaren

De Atheense democratie functioneerde nog maar net of ze werden al op de proef gesteld. De Perzische koning Darius had genoeg van de vele Griekse kolonies in zijn rijk en verwoeste Milete, een Atheense kolonie in Ionië. In 490 v. Chr. versloegen de Atheners de Perzen in de slag bij Marathon. De Athener die van het slagveld terugliep naar Athene om het nieuws te vertellen liep de eerste “marathon”. Daarna verenigden Sparta en Athene zich. De Perzen versloegen de Spartanen bij Thermopylae en marcheerden naar Athene. Op het eiland Salamis versloegen Atheners de Perzen en hun koning. Hierna werd Athene de belangrijkste handelsmacht. De Grieken zagen de Perzen als barbaren, minderwaardige, wrede en niet – ontwikkelde vreemdelingen. De Grieken voelden zich nu steeds meer superieur aan andere volken. Hadden zij inderdaad zo’n hoge beschaving en cultuur?

De Griekse cultuur

Atheense tragediedichter Sophocles (495-406 v. Chr.) zei: “Er zijn vele wonderen op aarde, maar niets is zo verwonderlijk als de mens”. Net als zoveel andere natuurvolken hadden de Grieken goden om natuurverschijnselen en rampen te verklaren. Ze vereerden hen in tempels en heiligdommen met offers, feesten, wedstrijden en theaterstukken.

De eerste toneelstukken werden tragedies of treurspelen genoemd en werden gespeeld in Athene ter ere van Dionysus, de god van de wijn. Ze hadden verschillende kenmerken:
  • Ongelukkig afloop.
  • Speelde zich af in het verleden.

In de tragedie Oedipus doodt de tiran van Sophocles de held zonder dat hij het weet en zijn vader en trouwt met zijn moeder. Hij dood zichzelf door zijn ogen uit te steken als hij erachter komt. Zo reageert hij met waardigheid zijn eigen gevolgen van zijn eigen daden. Door de tragedies wilden ze laten zien dat mensen moeten leren van hun eigen fouten. Deze tragedies werden erg populair. Er werden veel theaters gebouwd en voorstellingen werden druk bezocht. Er werden ook komedies opgevoerd, die speelden zich af in het toenmalige heden. De komedie Lysistrata van Aristophanes (rond 411 v. Chr.) gaat over Athene tijdens Peloponnesische oorlog. De Griekse vrouwen binnen en buiten de stad proberen met gezamelijke acties de oorlog te stoppen en besluiten in seksstaking te gaan. Hierdoor werden mannen gedwongen om vrede te sluiten. Deze komedies geven een beeld van het dagelijks leven in de polis, ze geven een humoristische commentaar op het leven in de stad. Vaak spelen onbelangrijke mensen, zoals armen en vrouwen een belangrijke rol. Zij zijn dan degenen die onverwachte oplossingen aandragen.

Filosofen en wetenschappers

De Grieken gingen steeds meer op zoek naar oplossingen voor belangrijke vraagstukken in plaats van terug te vallen op de Goden. Onderzoekers werden "wijze mannen”(sofoi) en “liefhebbers van wijsheid” (filos) genoemd en kregen de verzamelnaam natuurfilosofen.
Zij dachten dat er 4 belangrijke elementen waren: water, vuur, lucht en aarde. De volgende natuurfilosofen waren erg belangrijk:
  • Heraclitus van Ephese stelde rond 500 v. Chr. dat de natuur voortdurend in beweging is (alles stroomt, niets blijft).
  • Pythagoras toonde het verschil tussen hoge tonen en lage tonen en het ritme van de muziek te herleiden tot wiskunde.
  • Protagoras stelde: “de mens is de maatstaf van alle dingen”.

Deze wijzen of Sofisten zetten zich af tegen de godenwereld. Rond 430 v. Chr. legde Hippocrates door gericht onderzoek de basis voor de geneeskunst. Sofisten hechtten veel waarde aan de vrije meningsuiting van de mens. Dit noemde men retorica (welsprekendheid). Uit de sofisten ontwikkelden denkers die elementaire vragen stelden over het leven van de mens. Zij werden de filosofisten genoemd. De Athener Socrates stelde: “ik weet niets behalve het feit dat ik niets weet “. Kennis was voor hem belangrijk. In 399 v. Chr. werd Socrates veroordeeld tot gifbeker, hij zou jongeren bederven met zijn kritiek op de goden. Socrates heeft niks van zijn filosofie opgeschreven maar zijn leerling Plato deed dat wel. Plato stelde: “alles is te herleiden tot de idee, en kennis bestaat uit de herinnering van deze ideeën”. Plato’s leerling Aristoteles was meer een praktische denker. Kennis moest volgens hem gebaseerd worden op waarneming en onderzoek Hij was een filosoof, natuurkundige, bioloog, dichter en politicus.

Kijk voor meer samenvattingen in de special: Samenvattingen MeMo
© 2008 - 2010 Papillon, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 05-11-2008, laatst gewijzigd op 25-10-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Papillon is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Samenvatting MeMo Module 1 Hoofdstuk 1: Griekse Politiek"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.