
Samenvatting MeMo Module 1 Hoofdstuk 3: Inspiratie
Hier volgt een samenvatting van het lesboek MeMo, module 1, hoofdstuk 3: Inspiratie. Deze samenvatting zal gaan over een periode die de Renaissance genoemt wordt, een wedergeboorte van de Griekse en Romeinse ideeën uit de oudheid. Hieruit ontstaan de stromingen van de Verlichting en de Romantiek.
Leonardo da vinci
Leonardo da vinci (1452-1519) was een bastaardzoon van een boerenmeisje en notaris Piero da Vinci. Hij kreeg een simpele opleiding tot schilder. Hij verdiepte zich in wiskunde om de constructie van de Romeinse bouwwerken te doorgronden. Vervolgens schetste hij toestellen, bruggen. Hij ontwierp vleugels voor zweefvliegtuigen, een parachute en een helikopter. Leonardo was linkshandig en hij schreef in spiegelschrift en van rechts naar links. Zijn aantekeningen, 5700 blz., werden in de negentiende eeuw ontcijferd.
In het jaar 476 was de val van het Romeinse rijk, daarna brak een onrustige periode aan:
- Germaanse stammen plunderden dorpen en steden.
- Er was geen centrale regering.
- Men raakte steeds meer op zichzelf aangewezen. Het christendom was de enige beschavingsnorm.
- De kennis uit de oudheid raakte verloren.
Alleen in stadstaatjes van Italië, zoals Milaan, Venetië, Florence en Napels waren de tradities overeind gebleven. In Europa werd alleen onderwijs gegeven door en voor de kerk. In Italië verzorgden de stadsbesturen het onderwijs. Alleen rijke leerlingen kregen les in wiskunde, Latijn, brieven schrijven, retorica en het vastleggen van wetten en de geschiedenis van hun eigen stad.
Rond 1300 nam de handel toe, en daardoor ontstonden er nieuwe opvattingen. Door de handel werden kooplieden rijker en kregen ze meer zelfvertrouwen. De mens kwam meer centraal te staan. Men wilde genieten en zich niet druk maken over het leven naar de dood.
Renaissance en Petrarca
Carpe Diem betekent “pluk de dag”, een Romeins gezegde. De Romeinen genoten van het leven. Ruïnes herinnerden de Italianen dagelijks aan de vroegere macht van Rome. Ook veel oude geschriften waren bewaard gebleven. Kooplieden verdiepten zich in oude kennis. Ze waren geïnteresseerd in andere landen en hadden baat bij snelle schepen voor de handel. Hierdoor kwam er een periode die de Renaissance (wedergeboorte) heet: Dit was de oplevende belangstelling voor de cultuur van de oudheid. Latijn was de taal gebleven van de kerk en de wetenschap. Men verdiepte zich nu in de Grieks-Romeinse cultuur om deze kennis toe te passen op hun eigen samenleving. Schilders beeldhouwers en architecten namen de stijl van de Grieken en Romeinen over. Geleerden deden onderzoek in navolging van de Griekse en Romeinse wetenschappers. De Italianen ontwikkelden hiermee nieuwe ideeën en kennis.Francesco Petrarca (1304 – 1374) zei: "Middeleeuwen zijn donkere eeuwen, een duistere periode tussen twee bloeiperioden in". Hij wilde waarden uit de cultuur van de oudheid laten herleven. Hiervoor was bestudering van de klassieke schrijvers nodig. Petrarca’s vader was een verbannen Florentijnse notaris stuurde Petrarca naar Bologna om rechten te studeren, maar hij verruilde dit voor literatuur. Petrarca had een belangrijke betekenis voor de literatuur:
- In archieven ontdekte hij fragmenten van Livius’Ab Urbe Condita. Hij ordende ze lichtte ze toe en schreef er commentaar bij.
- Hij vond ook redevoeringen en brieven van Cicero. Uit de persoonlijke brieven van Cicero kreeg hij een beeld van het leven van de Romeinen en wat zei belangrijk vonden .
- Petrarca was kritisch over zijn tijdgenoten.
- Hij verafschuwde de oorlogen tussen de stadstaatjes, de corruptie en het geweld.
- Hij vond dat navolging van de waarden en cultuur uit de oudheid de enige manier was om de wereld te veranderen.
- Hij vond klassieke schrijvers en filosofen beter dan de middeleeuwse.
Petrarca was ook een beroemde taalkundige:
- Hij schreef "De levens van beroemde mannen". Dit waren biografieën van mensen uit de oudheid (Plato en Cicero) met ideeën die volgens hem zouden moeten nagestreefd
- Hij schreef de 1e sonnetten (gedichten met 14 regels, 2x4 en 2x3), het waren liefdesgedichten.
Petrarca reisde door Italië om zijn ideeën te onderwijzen. Op universiteiten startte hij discussies over politiek, opvoeding , onderwijs, literatuur, filosofie. Zo raakten zijn ideeën wijd verspreid. Hiermee werd de basis gelegd voor een nieuwe waardering voor het heden.
Pieter Corneliszoon Hooft (1581 – 1647)
De renaissancistische opvattingen verspreidden zich langzaam over West-Europa. De 17-jarige Pieter Corneliszoon Hooft vertrok in 1598 naar Frankrijk en Italië en ging zich voorbereiden op een baan in de handel. Eenmaal in Florence raakte hij onder de indruk van de Renaissance. Hij liet zich inspireren door literatuur uit de oudheid. Bij terugkomst ging hij rechten studeren en hij werd drost (rechter en bestuurder) van Muiden. In zijn vrije tijd schreef hij. In het begin schreef hij erotische liefdesgedichten opgedragen aan meisjes. In 1611 verscheen zijn bundel afbeeldingen van minne de emblemata amatoria. Dat zijn afbeeldingen met een spreuk die vaak levenswijsheid bevat. Ook die gingen vaak over (on)trouw van geliefden. Hooft baseerde zijn toneelstukken op klassieke schrijvers. Vertalingen van delen van de Annalen van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus zijn terug te vinden in Hooft’s grootste prozawerk (27 boeken) de Nederlandse Historiën. Hij streefde naar een onpartijdig verslag van de Nederlandse opstand 1556 – 1584). Op het Muiderslot ontving hij regelmatig een groep kunstenaars die elkaar inspireerden. Voldel, Cats, dichter Huygens en componist Sweelinck behoorden hiertoe.Wetenschappelijk onderzoek en wetenschappers
De Renaissance betekende ook een vernieuwing van het wetenschappelijk onderzoek. Copernicus bestudeerde Pythagoras en ontekte dat de zon het middelpunt was in het heelal. Galilei bewees dat de aarde draaide en dat er zwaartekracht was. De kerk vond deze opvattingen in strijd met het geloof. De aarde was door God geschapen en dus het centrum van het heelal. Galilei moest van de rooms-katholieke kerk zijn theorie herroepen. Ook de boeken van deze wetenschappers werden verboden. Toch kon dit de ontwikkeling niet stoppen. De wiskundige René Descartes nam Galilei’s conclusies over. Hij stelde dat god de mens geschapen had met verstand. Descartes had verschillende ideeën:- Cogito Ergo Sum: ik denk en dus besta ik: de mens moest zijn verstand gebruiken en ontwikkelen.
- Het idee van het rationalisme: de stroming die het verstand of de rede als uitgangspunt neemt om alle problemen op te lossen. Ze stelden net als de Griekse sofisten de mens centraal. Wetenschappelijke ontdekkingen kregen nu gevolgen voor menselijke opvattingen en het politieke systeem.
Voltaire
Ook Voltaire stelde de mens centraal. Hij vond dat ieder individu recht had op vrijheid, persoonlijke ontwikkeling en een redelijke behandeling. Zoals de sofisten in het oude Griekenland pleitte Voltaire voor vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. Voltaire wilde de mensen een licht voorhouden, verlichten. Bij de Verlichting hoorden denkers die net als de Griekse natuurfilosofen de mens als uitgangspunt en zagen in het verwerven van kennis mogelijkheden om vooruit te komen. Ze accepteerden alleen kennis die door onderzoek tot stand kwam net als Aristoteles. Net als de sofisten stonden ze kritisch ten opzichte van het geloof. Ze vonden dat de kerk te veel macht had. Verzetten zich tegen het absolutisme, omdat de koning zijn macht baseerde op een goddelijk recht. Zij vonden net als Cicero dat elk mens beschermd werd door de wetten van God, de natuurwetten. De staat moest die vastleggen in algemene wetten.
Montesquieu
Montesquieu (1689 – 1755) verdiepte zich in staatsvormen. Hij bestudeerde klassieke denkers zoals Aristoteles en Cicero en alle mogelijke bestuursvormen. Zijn ideeën schreef hij op in L’Esprit des Lois, een werk van 31 boeken en 1086 blz. Natuurwetten bepaalden de samenleving, maar werden in praktijk vaak geschonden. Een van zijn ideeën was de Trias Politica. Dit hieldt in dat de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht moeten worden gescheiden om de vrijheid van burgers te garanderen. Hij wou een wetgevende macht in de vorm een tweekamerstelsel zoals dat al in Engeland bestond. Het volk was vertegenwoordigd in een parlement en de adel of aristocratie in de Eerste Kamer. De monarchie zou de uitvoerende macht krijgen en de rechtspraak moest onafhankelijk zijn, zoals bij de Romeinen. Deze mix van aristocratie, democratie en monarchie was volgens hem de beste vorm.
Rousseau
Rousseau (1712 – 1780) schreef het boek Emile. Cleisthenes en Pericles hadden gesteld dat alle burgers gelijk waren. Rousseau stelde dat alle mensen gelijk waren. Hij vond dat de staatsmacht gebaseerd was op de wil van het volk, dit noemt men volkssoevereiniteit. Rousseau zag een kleine republiek als de ideale staatvorm, waarin net als in het oude Athene alle mensen evenveel te zeggen hadden. Mensen moesten volgens hem hun gevoelens volgen dan zou het goede uit de mens vanzelf boven komen. Dit noemt men de Romantiek: Een stroming die de gevoelens voorop stelde.
Verlichte denkers vonden de verspreiding van kennis zo belangrijk dat ze begonnen met het samenstellen van een Encyclopedie (1751 – 1765). In dit werk van 17 boeken werd alle bestaande kennis verzameld onder redactie van Diderot en d’Alembert. Ook Voltaire, Montesquieu en Rousseau schreven in deze encyclopedie.
Verlichtingsideeen leidden tot bloedige effecten
- 1789: Franse Revolutie. De eis van gewone burgers voor meer inspraak in het bestuur vormde den aanleiding van een periode vol bloedvergieten.
- 1789: Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger werd uitgegeven, waarin de rechten van de burgers werden vastgelegd. De idealen van Voltaire en Rousseau vrijheid, gelijkheid en broederschap waren het belangrijkst.
Het Franse bestuur werd zoals Montesquieu had bedacht, een monarchie die gebaseerd was op een grondwet. Dit heet een constitutionele monarchie. Dit ging echter mis. De koning werd onthoofd en Frankrijk werd een republiek en vervolgens een dictatuur, zoals in het oude Rome onder Caesar. Duizenden mensen werden onder de guillotine gedood. Napoleon greep daarna de macht. Hij werd eerste consul en kroonde zichzelf vervolgens tot keizer van Frankrijk. De situatie werd helemaal teruggedraaid, maar de ideeën zouden blijven leven.
Shelley
Shelley (1792 – 1822) was een Engelse dichter voor de Griekse vrijheid. Net als de andere kunstenaars uit de romantiek geeft hij zijn persoonlijke gevoelens weer. Shelley verdronk toen zijn schip Ariel bij Livorno verging. Hij schreef korte gedichten en grote drama’s (bijvoorbeeld "Prometheus Unbound". Hierin verheerlijkte hij Prometheus, die het vuur stal van de Griekse goden om het aan de mensen te geven. In de Griekse mythologie werd hij hiervoor gestraft). Shelley gebruikt net als veel tijdgenoten een mythisch figuur als vb om idealen als liefde en vrijheid te benadrukken.
De tijd van Verlichting en Romantiek stimuleerde kunst en cultuur. Men vond dat dit ook voor de gewone mensen toegankelijk moesten zijn. Er werd veel meer geschreven en gelezen. Schilderkunst en beeldhouwkunst werden voor het eerst in 1737 in het Louvre in Parijs tentoongesteld. Concerten en opera’s werden verplaatst van het hof naar theaters. De klassieke oudheid bleef een belangrijke inspiratiebron in de bouwkunst en muziek.
Op 26 juni 1945 werd het Handvest van de VN werd getekend in San Francisco door 50 landen. Inmiddels zijn 185 landen lid van de VN. In de basisprincipes vind je allerlei begrippen uit de oudheid.
- De Griekse vrijheid, gelijkheid, respect voor individu en fundamentele mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.
- De Romeinse opvattingen over de waarde en waardigheid van de mens (natuurwetten), het internationale recht, tolerantie en de Romeinse vrede.
- De meeste mensen hebben nu burgerechten (Grieks), vastgelegd in een grondwet. Bijvoorbeeld Voltaire’s idee van vrijheid van meningsuiting. En Rousseau’s mening voor de gelijkheid van alle mensen.
- In veel landen zijn democratieën ontstaan (Grieks.)
- De ideeën van Montesquieu zijn omgezet naar een goed functionerend politiek systeem.
- De mensen worden beschermd door een algemeen rechtssysteem (Cicero) dat gehanteerd wordt door onafhankelijke rechters (Montesquieu).
- Het christendom is nog steeds een belangrijk onderdeel van onze beschaving.
- Alle begrippen zijn aangepast aan onze tijd, zoals dat ook in de Renaissance gebeurde. Nu is er bijvoorbeeld algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen.
Kijk voor meer samenvattingen in de special: Samenvattingen MeMo © 2008 - 2010 Papillon, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 04-11-2008, laatst gewijzigd op 30-01-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Papillon is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Samenvatting Geschiedenis -Memo- Module 1: Hieronder staat een samenvatting van Module 1 van het boek Memo voor VWO. Het gaat over de klassieken (Grieken en Romeinen dus) en hoe deze voortleven in de kunst e…
- De Franse Revolutie: De Verlichting: In de 18e eeuw deed een machtige, nieuwe filosofische beweging -de Verlichting- zijn intrede in Europa. Mede door de starre en autoritaire situatie op politiek, sociaal e…
- Zelfmoord of opoffering?: Saigon, 11 juni 1963 – Thich Quang Duc, een boeddhistische monnik, leent van een broeder een turkooizen Austin Westminster sedan en rijdt naar Saigon (Zuid-Vietnam). Eenmaal in Saig…
- Samenvatten: hoe doe je dat?: Een samenvatting kan in allerlei gevallen handig zijn. Het kan een manier zijn om met de leerstof bezig te zijn, of om voor een toets de belangrijkste dingen nog goed op een rij…
- Samenvatting MeMo Module 1 Hoofdstuk 2: Pax Romana: Dit is een samenvatting van het boek MeMo, Module 1, hoofdstuk 2: Pax Romana. Rome groeit uit tot een grote mogendheid en wereldmacht. Rome was uniek door…

Reageer op het artikel "Samenvatting MeMo Module 1 Hoofdstuk 3: Inspiratie"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

