InfoNu.nl > Educatie en School > Samenvattingen > Samenvatting geschiedenis Sfinx 4 vmbo-T Thema 3.1 tot 3.3

Samenvatting geschiedenis Sfinx 4 vmbo-T Thema 3.1 tot 3.3

De industriele revolutie in Nederland. Wat er veranderde. De verschillen tussen de negentiende en twintigste eeuw.

3.1

De samenleving in West-Europa is in de laatste drie eeuwen erg veranderd. Landbouw en handel daar was de maatschappij voornamelijk op gebaseerd. Voor de industriële samenleving leefde een groot deel van de bevolking in armoede en het sterftecijfer was hoog. Na 1800 werd veel mensenwerk overgenomen door paarden en nieuwe landbouwmachines. De arbeiders die geen werk meer hadden gingen op zoek naar nieuwe middelen van bestaan. Ze specialiseerden vaak in ambacht. Ze vestigeden nieuwe dorpje en stadjes. Tot er echte grote steden ontstonden. In de negentiende eeuw groeide in heel Europa de bevolking. Er kwam meer vraag naar allerlei nijverheidsproducten. De nijverheid kon de groeiende vraag naar producten nauwelijks aan. Totdat de stoommachine kwam. Deze stoommachine werd gebruikt om allerlei machine aan te drijven. In de negentiende eeuw kwamen ook andere nieuwe uitvindingen zoals: trein, auto en grote schepen.

In Nederland duurde het lang voordat de industrialisatie van de grond kwam. In Duitsland, Engeland en België vond al rond 1800 een Industriële Revolutie. Verschillende oorzaken waarom de Industriële revolutie later in Nederland kwam zijn: Nederland was sterk gericht op de handel en landbouw en Nederland had nauwelijks grondstoffen. In de tweede helft van de negentiende eeuw komt de industrialisatie in Nederland op gang. Dit kwam doordat Nederland een gunstige internationale ligging en goedkopers arbeiders had.

3.2

Nederland begon te moderniseren in de tweede helft van de 19e eeuw. Grondstoffen en producten die nodig waren voor de industrie konden makkelijker en goedkoper naar Nederland vervoerd worden. Dit kwam door de spoorwegen en kanalen. De haven van Amsterdam en Rotterdam lagen tussen de twee belangrijkste industriegebieden: het Ruhrgebied en de industriegebieden in Engeland. Nederlandse bedrijven vestigden zich tussen de havens. Na 1870 verlieten steeds meer mensen het platteland om in de steden te wonen en werken. De verstedelijking was het gevolg van een sterk groeiende bevolking. Dit had grote gevolgen voor het wonen en werken in de stad.

Kinderarbeid was toegestaan in de 19e eeuw. Ook veel vrouwen zochten een baan in een fabriek. Hun inkomstenbron was nodig om te overleven. Het werk was eentonig en een gemiddelde werkdag duurde twaalf tot veertien uur. Fabrieken waren slecht verlicht en erg onhygiënisch. Het ontbreken van sociale zekerheid maakte de toekomst voor elk arbeidersgezin erg onzeker. Tegenover de bestaanonzekerheid van de fabrieksarbeiders stond de rijkdom van de nieuwe kapitaalbezitters. Zij waren gebaat bij lagen lonen en lange werktijden.

De overheid begon zich aan het eind van de 19e eeuw te bemoeien met de arbeidsomstandigheden. De regering besefte dat sociale wetgeving nodig was om de slechte situatie van de arbeiders te verbeteren.

Kinderwet van Van Houten:
Deze wet werd in 1874 aangenomen en verbood fabrieksarbeid voor kinderen onder de twaalf jaar.

Woningwet:
In 1901 verbeterde de woonomstandigheden.

Ziektewet:
In 1903 waren arbeiders voortaan verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid wegens ziekt.

Vakbonden:
rbeiders richtten het op met het doel om de rechten van de arbeiders te beschermen. Stakingen vormden een belangrijk wapen in de strijd van de vakbonden. Toch had een staking ook nadelen voor de werknemer, want zij werden na een staking vaak ontslagen.

3.3

De Tweede Wereldoorlog betekende een terugslag voor de Nederlandse industrie. Het economische leven lag over hoop en was onoverzichtelijk. Na de oorlog bleek de schade enorm te zijn. De Amerikaanse hulp aan Nederland was onderdeel van het Marshallplan: een economisch herstelprogramma om Europa op te bouwen. Tussen 1900 en 1960 zette de Industriële Revolutie zich voort. Tot 1960 bleef de werkgelegenheid in de industrie groeien. Nederland was in de 20e een echt industrieland. Een belangrijke reden voor het economische succes lag in de schaalvergroting. Door het gebruik van de nieuwe machine konden ze meer producten maken in kortere tijd. Na 1960 nam het belang van de industrie verhoudingsgewijs af. Steeds meer mensen kregen namelijk werk in de tertiaire sector, de dienstverlening. De groei van de tertiaire sector maakte van de overheid een belangrijke werkgever.
© 2008 - 2017 Silvina, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Examenrooster en uitslag vmbo gl en vmbo tl 2017Examenrooster en uitslag vmbo gl en vmbo tl 2017Vanaf 11 mei 2017 gaan de landelijke examens voor leerlingen van het vmbo gl (gemengde leerweg) en vmbo tl (theoretische…
Rooster en uitslag eindexamens vmbo kb 2017Rooster en uitslag eindexamens vmbo kb 2017Vrijdag 12 mei 2017 gaan de papieren landelijke examens voor leerlingen van het vmbo kb (kaderberoepsgerichte leerweg) v…
Na de basisschool: welke keuze middelbaar onderwijs is juistNa de basisschool: welke keuze middelbaar onderwijs is juistZodra kinderen groep 8 van het basisonderwijs hebben gevolgd, moeten ze naar de middelbare school. Dat betekent dat alle…
Rooster en uitslag eindexamens vmbo bb 2017Rooster en uitslag eindexamens vmbo bb 2017Het rooster voor de papieren landelijke examens voor leerlingen van het vmbo bb (basisberoepsgerichte leerweg) gaat maan…
Schooltypen middelbare schoolEr bestaan drie schooltypen op de middelbare school. Vmbo, havo en vwo. Wat is het verschil tussen deze schooltypen?

Reageer op het artikel "Samenvatting geschiedenis Sfinx 4 vmbo-T Thema 3.1 tot 3.3"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Silvina
Gepubliceerd: 07-10-2008
Rubriek: Educatie en School
Subrubriek: Samenvattingen
Schrijf mee!