Samenvattingen en About Law

Honoré - About law, an Introduction hoofdstuk 1 en 2

Hieronder vindt u een Nederlandstalige samenvatting van hoofstuk 1 en 2 van het boek About Law, an Introduction van Tony Honoré


1. Recht


Het doel van recht

Het recht heeft verscheidene doelen. Ze hebben allemaal te maken met het stabiliseren van de samenleving en maken het mogelijk voor mensen om te floreren.

Het eerste doel is het opzetten van een raamwerk voor gedrag. Het idee is dat in dit raamwerk van do’s en don’ts mensen veiliger kunnen leven. Als mensen zekerheid hebben behandelen ze elkaar beter.Een tweede doel is om mogelijkheden te scheppen voor mensen om zelf overeenkomsten te sluiten. Een derde doel is om onenigheden over wat het recht is en of het geschonden is op te lossen

Uit deze drie doelen blijkt dat het recht mensen niet alleen bedreigt als ze iets doen dat niet mag, maar ook belooft hun belangen te beschermen.

Tenslotte is het een belangrijk doel van recht om vast te stellen wat het overheidssysteem moet inhouden.

De staat
De staat is een politieke eenheid met een territorium dat door de internationale gemeenschap als onafhankelijk wordt behandeld.

Elke staat heeft een eigen rechtssysteem, maar ze hebben veel overeenkomsten. Overheidslichamen, de delen van de staat, zijn: de wetgevende macht, die wetten maakt, de uitvoerende macht, die de wetten uitvoert, en de rechters, die geschillen over de wet beslechten.

Internationaal recht
Net zoals het recht van de staat, bestaat internationaal recht uit verscheidene elementen. Ze hebben allemaal stabiliteit en het bevorderen van handel en andere contacten tussen staten als doel.

Recht, moraal en eigenbelang

Recht kan niet het gehele probleem van hoe mensen, staten en internationale lichamen zich tegenover elkaar zouden moeten gedragen oplossen. Hoewel de strafdreiging en andere sancties vaak effectief zijn op de korte termijn, moet het recht op de lange termijn bouwen op een basis van moraal en eigenbelang.

Het recht bouwt op morele overtuigingen en eigenbelang. Maar dat is niet het hele verhaal. Wetten claimen moreel goed te zijn – onderdeel te zijn van de moraal.

Recht en moraal ondersteunen elkaar. Moraal is incompleet zonder recht, en recht kan alleen worden ingesteld als het door moraal en eigenbelang wordt ondersteund.

Één voordeel van het veranderen van morele gedragsregels in recht is dat het geëiste of verboden gedrag kan worden gespecificeerd. Moraal of eigenbelang alleen geven geen duidelijke richtlijn voor bijvoorbeeld de maximumsnelheid.

Een ander voordeel van het veranderen van een gedragsregel in recht is, dat als mensen of staten niet conformeren, het recht de stappen die tegen hen worden ondernomen kan uitwerken.

De beperkingen van het recht
Het is niet zo dat het recht zou moeten dwingen tot elke gedraging die wordt ondersteund door moraal en eigenbelang.

Het is verleidelijk om elk aspect van het leven te willen reguleren, maar teveel regels irriteert mensen en brengt het recht op de lange termijn in ongenade. Verder zijn wetten duur, omdat de staat moet zoeken naar en betalen voor manieren om ze te handhaven. Teveel wetten zorgt ervoor dat juristen veel geld verdienen zonder voordeel voor de gewone mensen.

Juristen

In moderne staten spelen drie lichamen een rol bij het vaststellen van het recht. De wetgever maakt nieuwe wetten en vernietigt of verandert oude wetten. De uitvoerende macht maakt minder belangrijke regels. Rechters beslissen in individuele zaken. Juristen bestuderen dit drievoudige systeem van regels.

Een goede jurist zijn vergt meer dan het lijkt. Wetten, hoewel nauwlettend opgesteld, kunnen niet alle problemen oplossen die ze moeten oplossen.

Dus wetten en overeenkomsten die bindend zijn, zijn altijd aan discussie onderhevig. Maar oplossingen kunnen niet uit de lucht gegrepen zijn. Die moeten worden gevonden op een manier die autoriteit respecteert.

Een jurist houdt zich bezig met het vinden van de beste oplossing voor een conflict, waarbij die oplossing consistent is met het gezag van de constitutie.

Seculier recht in de westerse traditie

Dit boek gaat over seculier recht, en laat religieus recht buiten beschouwing. Tegenwoordig hebben de meeste staten in de wereld een rechtssysteem gebaseerd op één van de drie modellen die zijn ontstaan in de laatste paar honderd jaar: het Engelse, Duitse en Franse systeem.

Het Engelse systeem en daarop gebaseerde systemen worden het common law system genoemd. Het Franse en Duitse systeem en daarop gebaseerde systemen worden het civil law system genoemd.

Ondanks deze verschillen bestaat elk rechtssysteem uit:
  • Constitutioneel of bestuursrecht
  • Strafrecht
  • Privaatrecht

Deze verdeling is niet rigide, maar moet in het achterhoofd gehouden worden.

2. Geschiedenis

Waarom rechtsgeschiedenis belangrijk is
Sommige aspecten van het recht kunnen alleen begrepen worden door de geschiedenis te bestuderen. De uitleg ervan laat zien hoe recht zich ontwikkelt, of daarin faalt. Een wet waar oorspronkelijk een goede reden voor was kan overleven hoewel de reden verdwenen is. Uiteraard, als wetten compleet onaangepast zijn aan de nieuwe situatie gaan ze ten onder. Dus, waarom overleven slecht aangepaste wetten vaak? Één reden, afgezien van een apathische houding, is dat wetten het doel hebben veiligheid te bieden, zowel psychologisch als fysiek.

Continuïteit is dus belangrijk, en spreekt dus in het voordeel van het houden van wetten tenzij ze uitermate onwerkbaar blijken te zijn. Het verklaart ook dat eerdere rechterlijke uitspraken (precedenten) in vergelijkbare gevallen worden gevolgd, tenzij er goede redenen zijn dit te veranderen. Het is dus niet alleen het recht, maar ook de interpretatie die de neiging heeft hetzelfde te blijven.

Civil law en common law
Één belangrijk thema is de relatie tussen gewoonte, schrijven en wetboeken. In civil law systemen worden de belangrijkste delen van het recht vastgelegd in geschreven wetboeken, die alomvattend en duidelijk proberen te zijn.

De wetboeken zijn bedoeld om de belangrijkste principes van elk deel van het recht vast te leggen. Overige regelingen vullen de details in.

Samen met wetboeken en overige regelingen, heeft academisch schrijven, vaak door professoren, een belangrijke plaats in civil law systemen. Rechterlijke beslissingen zijn ook belangrijk, maar anoniem.

Dezelfde elementen worden gevonden in common law systemen, maar in een andere volgorde van belangrijkheid. Sommige common law systemen hebben wetboeken, maar de meeste niet. De regelingen zijn allemaal gelijk, en veel rechtsontwikkeling wordt overgelaten aan de rechtbanken. Academisch schrijven heeft enige invloed, een groeiende invloed zelfs, maar de mening van praktiserende juristen heeft meer gewicht.

In civil law systemen is het de norm te redeneren vanuit algemene beginselen. Common juristen redeneren van zaak tot zaak en hebben de neiging beroepen op algemene beginselen te wantrouwen.

Civil en common juristen verschillen nog steeds in hun manier van redeneren, hoewel het verschil kleiner is geworden. Om te begrijpen waarom, moeten we het belang van schrijven in de ontwikkeling van het recht doorzien.

Geschreven wetten en wetboeken

Geschreven wetten verschijnen voor het eerst in het Nabije Oosten rond 3000 v. Chr. Heersers gebruikten ze om hun succes in de oorlog en toewijding aan gerechtigheid te propageren.

De wetten van Hammurabi beslaan bijna driehonderd secties, die seculier van karakter zijn. Babylon was in deze tijd duidelijk al een georganiseerde staat met een overheid.

De wetten van Hammurabi worden meestal een wetboek genoemd, maar dat is misleidend, want het is niet alomvattend. Het zet sommige gewoontes om in geschreven vorm, maar laat andere ongemoeid. Maar wanneer gewoontes worden opgeschreven, verandert hun karakter: opschrijven legt ze vast.

Geschreven wetten kunnen dienen als propaganda voor een heerser, kunnen mensen vertellen waar ze staan en kunnen worden gebruikt om hervormingen door te voeren.

Zodra de wet, geschreven of ongeschreven, ingewikkeld is, zijn er in elke samenleving mensen die het hun vak maken er een expert in te worden. In samenlevingen zonder sterke centrale overheid worden wijze mannen en vrouwen geraadpleegd op moeilijke punten. Zij zijn de eerste juristen.

In een gecentraliseerde staat, waar de heerser machtig is, is het niet zo makkelijk. Hoe kan de heerser gedwongen worden de wet niet in zijn voordeel te verdraaien. Fysieke macht is meestal aan zijn zijde. Wat nodig is, is niet het wijze individu met kennis van de wet, maar een lichaam van specialisten die enige politieke invloed hebben.

Romeins recht en juristen

Rome was de eerste stad en staat waar dit soort specialisten opkwamen. De specialisten die de Twaalf Tafelen en het ongeschreven deel van het recht interpreteerden werden pontiffs (van lat. pontifices, vertaling: priesters) genoemd. Eerst gingen ze over zowel heilig als seculier recht. Sommige van hen specialiseerden zich later in seculier recht.

In de loop der tijd verloren de pontifices hun monopolie op interpretatie en seculiere juristen breidden hun activiteiten uit. Ze gaven hun mening aan mensen die hen raadpleegden. Ze adviseerden de magistraten en, toen Rome een keizerrijk werd, de keizer. Het advies dat ze gaven werd gezien als ongeschreven recht.

Onbetaald tijdens de Republiek, hadden velen een betaalde baan in de keizertijd. Maar de traditie van onafhankelijkheid die eerder was opgebouwd ging niet verloren.

Juristen als adviseurs, niet als rechters
Het kan vreemd overkomen dat in de Romeinse wereld, waar recht een hoog aanzien had, experts adviseurs waren in plaats van rechters. Maar zo lang als een samenleving denkt dat een heerser zelf recht moet spreken, moet de juridische inbreng van elders komen.

Het idee dat een heerser niet zelf een rechter zou moeten zijn, en zich niet moet bemoeien met rechters, komt veel later (begin 17e eeuw). In de volgende eeuw (1748) stelt de Franse schrijver Montesquieu dat, opdat burgers werkelijk vrij zijn, de belangrijkste regeringsmachten in de handen van verschillende mensen moet liggen.

In het Romeinse Rijk was er geen scheiding van machten en geen politieke vrijheid. Alle macht lag bij de keizer. Maar er kan burgerlijke vrijheid zijn zonder politieke vrijheid. Hoewel de keizer en de door hem aangewezen ongetrainde rechters in zaken beslisten, werd van rechters verwacht dat ze het advies van juridische experts over wat het recht was volgden.

In de periode van 100 v. Chr. Tot 300 n. Chr. Publiceerden Romeinse juristen honderden boeken over recht, bedoeld voor rechters en studenten. Langzamerhand kregen de werken van de grootste juristen de status van geschreven recht.

Maar dit materiaal was te omvangrijk om handelbaar te zijn. Tussen 529 en 534 reduceerde Justinianus het geheel tot drie werken, bij elkaar toch nog zo’n miljoen woorden. Hij wilde dat deze compleet en consistent waren.

Maar wetten dekken nooit elke zaak die zich kan voordoen, omdat we nooit de toekomst precies kunnen voorspellen. Teksten moeten altijd worden geïnterpreteerd en aangevuld. Het (de boeken van Justinianus) was meer een onoverzichtelijke verzameling van zaken en commentaren op het recht, hoewel van hoge kwaliteit.

Civil law in West-Europa

Zeshonderd jaar later herleefde de academische studie van het recht, beginnend in Bologna, de eerste universiteit van West-Europa, rond 1088.

Tussen 1100 en 1500 verspreidden universiteiten zich over heel Europa. De rechtssyllabus was overal hetzelfde: Justinian’s civil law.

Kanoniek recht, zoals kerkrecht werd genoemd, werd in de universiteiten bestudeerd naast civil law.

Eerst bestudeerden de civil juristen de teksten in de wetboeken van Jusitinianus één voor één. Toen gingen ze zoeken naar de algemene beginselen die erin gevonden konden worden, en probeerden het gewoonterecht van de staten waar ze leefden in de civil law in te passen.

In de staten waarin Europa uiteindelijk verdeeld werd, werden academisch getrainde juristen de rechters en adviseurs. Deze juristen pasten civil law toe waar het gewoonterecht het geschil niet slechtte. Rond 1400 was het geaccepteerd dat dit de juiste manier was.

Het proces waardoor civil law het aanvullende recht van het grootste deel van Europa werd, wordt de receptie van het Romeinse recht genoemd.

De civil law werd gezien als uitgesproken rationeel. Het werd omschreven als geschreven rede. Maar vanaf de 16e eeuw kwam het onder vuur te liggen. Elke staat claimde soeverein te zijn en zelf te mogen beslissen wat haar wetten waren. Kerkelijke rechtbanken verloren het grootste deel van hun jurisdictie.

Maaar geschreven recht kan alleen maar worden vervangen door ander geschreven recht. De nieuwe wetboeken zouden aanzienlijk korter worden dan die van Justinianus. Ze moesten goed geordend en makkelijk te begrijpen zijn. Elke staat zou zijn eigen wetboek krijgen.

Moderne wetboeken
De nieuwe wetboeken werden in de praktijk opgesteld door juristen met een universitaire opleiding. Ze probeerden twee doelen te bereiken. Één was antwoord geven op elke vraag die zou kunnen rijzen, en zo de vrijheid van de rechter te beperken tot een minimum. Het andere doel was om een handboek te leveren, dat elke burger, mits alfabeet, kon begrijpen.

Het wetboek dat het dichtst in de buurt kwam van het eerste doel was het Pruissische wetboek van 1794. Napoleons’ wetboek uit 1804, handelend over privaatrecht, kwam het dichtst in de buurt van het tweede doel. Maar als een wetboek kort en simpel is, hangt veel af van de interpretatie die rechtbanken eraan geven. In het industriële tijdperk is recht in ieder geval zo complex dat het ideaal van het “burgerlijk handboek” overboord gaat.

Het is dan ook geen verrassing dat het eerste belangrijke wetboek van het industriële tijdperk, het Duitse wetboek die in 1900 van kracht werd, geen concessies deed naar de leek. Het was en is een meesterwerk van juridisch ontwerpen. Ervaring heeft echter uitgewezen dat ook dit wetboek aangevuld moet worden met academische teksten en beslissingen van rechtbanken als het in het moderne leven wil passen.

Het Engelse common law

Geen geschreven wetten, en geen systeem van wetboeken kan antwoord geven op alle problemen in het leven. Dus zijn wetboeken werkelijk noodzakelijk? Dit brengt ons naar de common law van de Engelstalige landen, die zich eeuwenlang heeft ontwikkeld zonder wetboeken en zonder academisch opgeleide juristen. De common law van Engeland was (en is voor een groot deel nog steeds) ongeschreven recht.

Dit ongeschreven recht was gebaseerd op beroepstraditie en, later, op de beslissingen van rechters bij het beslechten van geschillen.

In Engeland moest het proces gestart worden met een eis, een writ genaamd, uitgevaardigd op gezag van de Koning. Er waren verschillende writs voor verschillende claims. De common law ontwikkelde zich door discussie door juristen, waaronder rechters, over deze writs. Wanneer waren ze beschikbaar en welke remedie boden ze? Als gevolg hiervan is common law, in tegenstelling tot civil law, op veel manieren remedierecht.

Net zo belangrijk in de ontwikkeling van de common law was het feit dat in zowel strafrechtelijke als civielrechtelijke zaken vanaf de dertiende eeuw een jury besliste. De jury besliste wat de feiten waren in de zaak. De rechters en adviseurs moesten uitwerken wat het recht was zodat de problemen rond de feiten aan de jury voorgelegd konden worden. Deze scheiding tussen tussen feiten en recht werd nooit onderdeel van het civil law systeem.

Hierdoor werd de common law opgebouwd door rechters en advocaten. De Romeinse juristen hadden hun recht ook opgebouwd door te discussiëren over remedies. Maar in de handen van de academisch opgeleide juristen van het middeleeuwse en moderne Europa werd de civil law een systeem geconcentreerd op beginselen, niet op remedies.

Rechtsonderwijs in de common law vond op het werk plaats. Studenten luisterden naar zaken die werden beargumenteerd en oefenden dit onderling, echt en imaginair. Academische opleiding in de common law kwam pas veel later aan de orde.

Civil en common law komen dichter bij elkaar
In de laatste 150 jaar hebben academisch getrainde juristen invloed gekregen op de common law. Ze hebben het rationeler gemaakt. Zakenrecht, gemaakt door rechters, is belangrijker geworden in de civil law. De twee zijn dus dichter bij elkaar komen liggen.
© 2008 - 2009 Royale, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 03-09-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Royale is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Tony Honoré - About Law, an Introduction, Clarendon Press, Oxford, 1995

Reageer op het artikel "Honoré - About law, an Introduction hoofdstuk 1 en 2"


Door Sanne op 24-09-2008

Heb je misschien meer samenvattingen van het boek about law :-)