Samenvattingen en Darwin

Nectar biologie 2 deel 2: 9. Evolutie

Nectar biologie 2 deel 2: 9. Evolutie

Hoe het leven is ontstaan is een zeer belangrijke en interessante vraag. In de wetenschap is evolutie een gangbare theorie. In dit hoofdstuk van nectar wordt aandacht besteed aan evolutie, het onstaan van leven, Darwin en fossielen.


Nectar samenvatting boek informatie

  • Titel: Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 2
  • Auteur: Bijsterbosch e.a.
  • Uitgever: Wolters-Noordhoff
  • ISBN: 9789001319304
  • Verkrijgbaar bij de reguliere boekwinkels.

9.1 Waar vandaan?

Lamarck was de eerste evolutie-bioloog, hij dacht dat nuttige eigenschappen die ontwikkeld werden tijdens hun leven, leiden tot veranderingen in het DNA. Darwin zegt dat binnen een soort een erfelijke variatie in eigenschappen bestaat, dieren met gunstige eigenschappen overleven, en geven die door aan de nakomelingen.

Scheppingsverhaal = verhalen waarin het ontstaan en de zingeving van het leven vorm krijgt, door goden, demonen en oerkrachten.
Evolutie = het veranderen van soorten en het ontstaan van nieuwe soorten
Creationisme = bijbel, in 6 dagen is alles geschapen. Verder geloven ze dat een bepaalde variatie binnen een bepaalde groep mogelijk is, uit de variatie ontstaan verschillende soorten, binnen bepaalde grenzen. Fossielen & massagraven van dieren zijn argumenten voor de zondvloed.

De verre voorouders van de mens (en aap in volgorde):
  • Australopithecus afarensis
  • Australopithecus africanus (1/3 hersenvolume mens nu, 120 cm)
  • Australopithecus robustus (1/3 hersenvolume mens nu, 150 cm)
  • Homo habilis (1/2 hersenvolume mens nu, 170 cm)
  • Homo erectus
  • Homo sapiens neaderthalensis
  • home sapiens sapiens (= wij)

Het unieke van de mens is het rechtoplopen, hersenen en het gebruik van werktuigen (zie ook Binas tabel 87).

9.2 Versteend verleden

Fossilisatieproces wordt ook wel zo uitgelegd: Een dier sterft en komt onder laag zand terecht, beschermt tegen afbraak, skelet en tanden blijven intact. Door samenpersing veranderen de resten in kalksteen. Mineralen 'vervangen' de botmineralen.

Fossiel = restant van vroeger leven, veelal bewaard in steen. Ze gunnen een blik in het verleden en dragen bij aan de reconstructie van het leven.
Gidsfossiel = fossiel dat wereldwijd voorkomt en korte tijd heeft bestaan. Dezelfde fossielen = dezelfde tijd.
Relatieve datering = door gidsfossiel vertelt dit iets over de ouderdom van de verschillende lagen ten opzichte van elkaar.
Radioactief afval = methode om ouderdom van een laag te bepalen. Men meet de radioactiviteit van een dochterelement en bepaald d.m.v. halveringstijd de ouderdom van het moederelement.
Homologie = structuren in organismen hebben hetzelfde bouwplan, maar een andere functie (bijv, arm & been). Ook overeenkomsten in embryonale ontwikkelingen geven verwantschap aan.
Analogie = zelfde functie, maar ander bouwplan (bijv. vleugels)
Rudimentaire organen = organen die een aanwijzing zijn voor verwantschap met soorten waarbij diezelfde organen wél een functie hebben (bijv. wormvormig aanhangsel)
DNA-hybridisatie-techniek = methode waarmee wordt gekeken naar de totale genetische bagage van 2 soorten. Als de overeenkomst (hybridisatie) hoog is, is de verwantschap groot.

9.3 Langzaam en onzeker

In 1809 werd Charles Darwin geboren. Hij ging medicijnen studeren, maar dit werd niks, dus ging hij theologie studeren. Hij interesseerde zich in het verzamelen en het bestuderen van de natuur. Als natuurkenner ging hij een wereldreis maken en kwam hij op ideeën over het ontstaan van soorten. 22 jaar later schreef hij: 'On the origin of species' met de volgende punten:

  • Soorten veranderen en ontstaan uit andere soorten. Door fokken kun je nieuwe rassen ontwikkelen.
  • Veel variatie, meer nakomelingen dan er volwassen zullen worden.
  • Struggle of life
  • Survival of the fittest (best aangepaste overleeft)
  • Natuurlijke selectie

Neo-darwinisme = theorie van Darwin + kennis over erven en DNA. Door mutaties ontstaan erfelijke variaties in eigenschappen.
Soort = organismen die zich kunnen voortplanten en vruchtbaren nakomelingen krijgen.
Soortvorming = deel populatie geïsoleerd door fysieke barrière. Hierdoor ontstaan verschillen in gedrag en uiterlijk. Soortgenoten worden niet meer herkend als barrière wordt opgeheven.

9.4 Allelen in evenwicht

Genotypenfrequenties zijn te bereken, maar je kunt beter met allelfrequenties werken. Regel van Hardy-Weinberg (als geen selectie is, geen mutaties en geen migratie). Als een mutatie geen nadelige gevolgen heeft, levert dat geen selectie op. Hierdoor blijft de eigenschap bestaan. Als een gemuteerd dominant allel ongunstig is dan is hij snel weg door selectie. Als een gemuteerd recessief allel ongunstig is, dan heeft hij alleen invloed op homozygoten. Een Hardy-Weinberg-evenwicht komt zelden voor.

(random) Genetic drift = toevallige verandering in frequentie van een erfelijke eigenschap.

9.5 Oersoep vooraf

Generatio spontanea = leven ontstaat spontaan en vanzelf
Abiotische revolutie = leven ontstaan uit levenloze materie (= aarde, oeratmosfeer, oersoep, UV-straling, bliksem)
Heelal = 20 miljard jaar oud, zonnestelsel is 4,5 miljard jaar oud

Over het ontstaan van het leven is leven bestaat veel theorieën. Bijvoorbeeld dat bij het ontstaan van de aarde hitte vrij kwam waardoor stoffen in de atmosfeer (methaan, waterstofsulfide, ammoniak etc.) oplosten in het water van de aarde. Hierdoor konden organische moleculen gevormd worden (o.a. aminozuren, suikers en nucleotiden) door bliksem en UV-straling. Door selectie (stabiele moleculen blijven) konden (voorloper) RNA-moleculen in zuurstofbolletjes (een primitieve cel) overleven. Hieruit ontstonden meercellige organismen en is er dus sprake van “leven”.

De eerste organismen kunnen heterotroof (leven van een ander) zijn geweest. Toen de voedselvoorraad opraakte, werden ze autrotroof (zelfvoorzienend) door o.a. fotosynthese toe te passen. Hierbij komt zuurstof vrij en ontstond de dampkring en ozonlaag.

Uitsterven is een normale zaak, 99% van alles wat ooit leefde is al uitgestorven. Het gaat nu alleen wel 6000x zo snel. De gevolgen kunnen groot zijn voor de mens, maar zonder mens gaat wereld gewoon door.

Genetische erosie = verminderen van biodiversiteit, als gevolg van uitsterven.
Biodiversiteit = verschillende soorten, levensgemeenschappen, biomoleculen en genen
© 2008 - 2009 Victorho, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 17-07-2008, laatst gewijzigd op 24-10-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Victorho is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Gerelateerde links

Toetsjekennis.nl en Studieboeken van Selexyz.

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Nectar biologie 2 deel 2

Reageer op het artikel "Nectar biologie 2 deel 2: 9. Evolutie"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.