Samenvattingen en Jef Geeraerts

Battle of the greatest:A Conan Doyle & Jef Geeraerts

De opdracht van dit werk was 2 boeken lezen,waarvan minimum 1 van een nederlandse auteur.Bijde boeken moeten gaan over een gelijk thema of van hetzelfde genre zijn. De boeken worden vergeleken en de invloed van tijd op het gekozen genre,detective, wordt onderzocht.Ook worden de gelijkenissen van de hoofdpersonages bekeken.


Gekozen boeken

Ik heb ervoor gekozen om twee detectiveromans met elkaar te vergelijken, daar ik verslingerd ben op dit genre. Mijn eerste keus viel op een Agatha Christie( Poirot) en een Sherlock Holmes. Jammer genoeg moest ten minste 1 van de 2 gekozen werken origineel in het Nederlands geschreven zijn.
Het vinden van een vervanger voor Agatha Christie heeft wel wat strijd aangehad. Na wat aandachtig opzoekwerk viel mijn oog op Jef Geeraerts, die voor mij geen onbekende is. Ik heb al enkele van zijn werken gelezen, die mij iedere keer zeer goed bevallen zijn. Nu nog uitmaken welke boeken van deze 2 schrijvers. Voor A Conan Doyle, de geestelijke vader van de vermaarde Sherlock Holmes was dit niet eenvoudig: ik kende geen enkel werk van deze schrijver. Dus ben ik maar afgegaan op de tittel en, zeg nu zelf,”De Vallei Der Verschrikking” klinkt lang niet slecht! Voor Jef Geeraerts was het even zoeken naar een detectivewerk in zijn oeuvre, maar eenmaal mijn oog op de naam “Double face” viel was mijn keuze gemaakt.

Verklaring tittel

Waarom nu de tittel “Batle of the greatest”? Wel, A Conan Doyle’s Sherlock Holmes mag bij de meest populaire en invloedrijke figuren uit het genre worden gerekend, misschien wel de belangrijkste. Anderzijds is Jef Geeraerts een van de meer invloedrijke en zeker een van de populairste Vlaamse schrijvers van de laatste tijd. Zijn detectivewerken met in de hoofdrol het duo Vyncke en Verstuyft zijn in vele talen vertaald. Wanneer men een vergelijking tussen deze 2 schrijvers maakt, kan men wel spreken van een strijd van de grootsten, of niet soms? De tittel geeft tevens de centrale gedachten van mijn eindwerk weer: De vergelijking van deze 2 detectiveduo’s, evenals de schrijfstijl van de romans.

A. Conan Doyle,” de Vallei der verschrikking”, Loeb, uitgever bv, Amsterdam 1989

Opmerking: het gaat hier om een verzamelwerk met daarin al de verhalen over Sherlock Holmes die ooit geschreven zijn. Indien men vermeldde citaten wil opzoeken, kan men hierdoor een probleem omtrent de paginanummering ondervinden. Mijn excuses hiervoor.

Personages
Ik ik heb besloten het aantal personages beperkt te houden,n maar toch uitgebrijd te bespreken zodat de vergelijking van de twee werken duidelijker wordt.

Sherlock Holmes:
Hij is de alom gekende detective die iedere keer de oplossing van de zich voordoende mysteries vindt. Uiteraard lost hij ook deze keer weer de zaak op en dit op een manier die zo uit een holywood film kan komen: ineens vindt krijgt hij de ingeving, en het probleem is opgelost. Over een uitgebreide beschrijving van het uiterlijk van Holmes beschik ik jammer genoeg niet. Enkel heb ik uit het verhaal opgemaakt dat hij nogal groot is, en aan de magere kant. Verder rookt hij altijd zijn pijp als hij nadenkt en trekt zijn voorhoofd vol diepe rimpels. Op het gebied van karakter beschik ik over meer gegevens. Holmes is een persoon die de vergelijking met een hark best kan doorstaan. Het uiten van gevoelens is iets wat haast nooit voorkomt, en als dit dan toch eens gebeurt, zal hij dit zeer koel en beheerst, haast zakelijk doen. Verder mag men Holmes best wel zelfingenomen noemen, eigenlijk zelfs arrogant en pretentieus.

Zo heeft hij de verschrikkelijke gewoonte om mensen in de reden te vallen. Vb.” Ik begin zo langzamerhand te denken…..”, zei ik. “Dat zou ik zeker doen als ik jou was”, merkte Holmes ongeduldig op. Ik geloof dat ik mijzelf mag reken tot het meer verdraagzame type mensen, maar ik moet toegeven dat ik me aan zijn gevatte interruptie ergerde. “Echt Holmes”, zei ik kwaad,”soms ben je niet te harden. Een andere irritante gewoonte van Holmes is dan weer dat hij regelmatig iemands idee volledig in twijfel trekt of de grond inboort. Als men hem nadien om verdere uitleg vraagt, komt deze niet. Nu zal dit hem ook wel deels tot de grote detective maken die hij is. Op deze manier weet vriend noch vijand wat er in zijn hoofd omgaat. Sympathiek maakt het hem echter niet. Vb:”vooruit meneer Holmes, geef eens een tip als u Mason’s theorie niet overtuigend genoeg vindt!” Holmes had de lange discussie gevolgd, telkens van de een naar de ander kijkend. Kennelijk had hij geen woord van wat er gezegd werd gemist. In zijn voorhoofd zaten diepe denkrimpels.”Ik heb nog niet genoeg feiten om mij theorie op te bezeren, meneer Mac”. Een ander trekje van Holmes, dat moeilijker te illustreren valt omdat het eerder over een indruk gaat, is dat volgens mij Holmes een hoge dunk heeft van zichzelf. Ditis deels terecht. Hij lost ook iedere keer opnieuw de zaak op, maar dat is nog altijd geen reden om vanuit de hoogte neer te kijken op de medemens. Vb:”Misschien zijn er kleinigheden die jouw machiavellistisch intellect over het hoofd ziet.” Op het eerste zicht niet echt een aanstootgevende uitspraak, maar wie een werk van Holmes heeft gelezen weet dat ze gemaakt is uit een gevoel van superioriteit.

Holmes kan men volgens mij samenvatten als een typische Brit van rond de eeuwwisseling: stijf, koel afstandelijk, maar tevens beleefd.

Watson:
Hij komt in het boek niet echt veel aan bod, desondanks het werk vanuit zijn standpunt is geschreven. Men kan evenwel stellen dat hij een vriendschapsband heeft met Holmes. Die is volgens mij eerder gebaseerd op de bewondering en het respect dat Watson heeft voor Holmes. De twee praten echter nooit over persoonlijke aangelegenheden.( Holmes doet dit eigenlijk nooit, zover ik heb kunnen constateren). Watson geeft in volgend citaat eigenlijk gewoon toe dat hij niet echt van groot belang is:”Nu vraag ik permissie om mijn eigen niet zo belangrijke persoon er even buiten te houden om de gebeurtenissen te kunnen beschrijven zoals ze plaatsvonden voor we op de plaats van het misdrijf kwamen en waarvan we nadien op de hoogte gesteld werden.” Verder mag men hem gerust verdraagzaam noemen, daar hij erin slaagt om desondanks het moeilijke karakter van Holmes met hem te blijven samenwerken. Zijn rol in het boek bestaat er volgens mij in eerste instantie in om de superioriteit van Homes in de verf te zetten, en om zo nu en dan een kleine bijdrage te leveren aan het onderzoek.

Sir Douglass:
Verder komen er in het verhaal nog wel vele andere personages voor.Zij hebben vooral kleinere rollen, of zij verschijnen hoofdzakelijk in het 2de deel van het boek( meer hierover bij de samenvatting van het boek). Er is evenwel nog 1 personage dat de moeite waard is om te bespreken: Sir Douglass, de vermoorde kasteelheer. Hij is het slachtoffer geworden van een brutale moord waarbij zijn gezicht letterlijk tot moes is geschoten met een zwaar jachtgeweer. Er is evenwel geen enkele reden om aan te nemen dat M.Douglass vijanden had, integendeel, hij was juist zeer geliefd bij de bevolking van Sussex, het dorpje waar hij woonde. Hij was dan al de 50 gepasseerd, maar zijn magere en lange lichaam had nog niet veel van zijn jeugdige kracht verloren. Bij iedere mogelijkheid die zich voordeed toonde hij een uitzonderlijke moed. Zo maakte hij zich populair door bij de brand in de pastorij enkele zeer kostbare bezittingen te redden. Ook steunde hij financieel alles wat in het dorp werd georganiseerd. Evenwel praatte hij nooit over zijn verleden als pionier. Het is naar verluid in die tijd dat hij als goudzoeker zijn fortuin zou hebben gemaakt.

Samenvatting
Zoals reeds aangehaald bestaat het boek uit 2 delen: Enerzijds het onderzoek naar de moord op Douglass, en anderzijds het verhaal van Douglass zijn tijd als pionier. Daar voor mijn eindwerk enkel het eerste deel van belang is, heb ik geopteerd om enkel de personages uit het eerste deel te bespreken.Ik ga dezelfde koers volgen voor mijn samenvatting: het eerste deel zal uitvoeriger worden besproken dan het 2 de deel.

Het verhaal begint op een avond wanneer Holmes en Watson samen in de salon zitten, en Holmes een eigenaardige brief onder ogen krijgt. De brief bevat enkel cijfers en letters, maar dan geordend als in een geheimschrift. Het kost Holmes slechts weinig moeite om het schrift te ontcijferen. Hij verneemt op die mannier dat iemand hem waarschuwt dat een zeker Sir Douglass in gevaar verkeert. Wanneer enkele tellen later een politiekennis van Holmes voor de deur staat om diens hulp in te roepen bij het oplossen van de moord op Douglass is Holmes in zijn nopjes. Holmes en Watson vertrekken dan ook direct.

Eenmaal aangekomen op het kasteel van Sussex treft Holmes een eigenaardig tafereel aan. Douglass werd vermoord in zijn studeerkamer met een jachtgeweer met afgezaagde loop. Wat de zaak er ook niet gemakkelijker op maakt is dat iedere avond de ophaalbrug wordt opgehaald bij zonsondergang, waardor niemand nog het kasteel kan betreden. Ofwel was de moordenaar al geruime tijd in huis, ofwel was de dader iemand van de hofhouding van Douglass. Eigenaardig is dat Douglass zijn trouwring niet meer aanhad zoals gewoonlijk. Deze moet van zijn lijk gestolen zijn binnen de 30 seconden na het lossen van het geweerschot. Ames, de butler, was binnen die tijd in de kamer en trof daar enkel het lijk van zijn meester aan. Na grondig onderzoek van de kamer vindt de politie ook nog een bloedige voetafdruk op de vensterbank. De politie breekt zijn hoofd op de zaak, maar kan maar geen uitsluitsel geven over nog maar een mogelijk scenario. Het is Holmes die op een gegeven moment, na het lezen van een brochure over het kasteel, met de oplossing van het mysterie komt aandraven. In de brochure wordt onder meer vermeld dat men onder meer dat tijdens de volksopstand de koningin nog op het kasteel heeft verborgen in de talrijke geheime ruimtes. Dit geeft Holmes het besef dat het gevonden lijk helemaal niet sir Douglass wis, maar diens belager. Men kan een identificatie met 100% zekerheid in dit geval niet maken, daar het aangezicht tot moes is geschoten. Ames, de butler moest bij het binnenstormen van de kamer zowel het lijk als zijn meester hebben aangetroffen, waarna beide heren de moord in scčne hebben gezet. De aanvaller van Douglass was iemand van de loge der vrijmetselaars, waarbij Douglass in zijn koloniaal verleden kwaad bloed heeft gezet door als politie-informant te infiltreren bij de bende en zo al zen leden achter de tralies heeft gezet. Zijn belager was een lid van deze loge. Hij was uit de gevangenis ontsnapt en achtervolgde Douglass waarheen hij ook vluchtte. Na de mislukte moordpoging dacht Douglass dat door zijn eigen dood in scčne te zetten hij deze achtervolging zou kunnen eindigen, daar de loge zou denken dat hij dood was.

“Double face”, Jef Geeraerts,uitgeverij manteau, 1990

Personages
Vincke:
Hij is de politiecommissaris die wordt belast met het onderzoek naar de seriemoordenaar Duncan Morris. Hij is een man van middelbare leeftijd, getrouwd, maar kinderloos. Hij is een echte levensgenieter: een goed glas wijn samen met zijn vrouw als hij thuiskomt van zijn werk, een barbecue en een oog voor vrouwelijk schoon. Zijn karakter kent volgende kenmerken: Hij is een relatief rustig en berekend man. Hij kan in tijden van stress, hevige emoties en gevaar zichzelf zeer goed in de hand houden. Het is hij die als tegenpool dient voor zijn jongere en meer impulsieve college en beste vriend Verstuyft. Reeds even aangehaald, maar Vincke is een echte Bourgondiër. Zo zal hij nooit een invitatie voor een hapje of een pint weigeren. Zelfs tijdens de werkuren kan hij tijdens de warme zomermaanden niet weerstaan aan de verfrissing van een biertje. Vrouwelijk schoon ontgaat hem ook niet. Desondanks dat Vincke zichzelf kan vermannen in tijden van nood betekent dit niet dat hij geen gevoelens heeft of deze niet uit. Integendeel. Meermaals wordt er hardop gevloekt uit frustratie. Zo weet Verstuyft steeds perfect wanneer Vincke een rothumeur heeft en hoe hij zich dan het best gedraagt. Over het uiterlijk van Vincke wordt in het boek weinig of niets gezegd.

Verstuyft:
Hij is jonger dan Vincke, en is met zijn impulsiviteit de dynamische kracht van het duo. Echt groot is Verstuyft niet, maar dat neemt niet weg dat hij zeer imposant moet ogen. Met zijn brede borst en kloeke schouders heeft hij het profiel van een bokser. Dit effect wordt nog versterkt door zijn gewicht, wat 110 kilogram bedraagt. Verder heeft hij een zwak voor wapens, het leger en voor de ruwe actie. Kortom, Verstuyft kan worden omschreven als een bulldozer die alles op zijn weg kan vermorzelen. Deze lijn mag men eigenlijk ook doortrekken voor zijn karakter:
Hij is niet altijd even fijngevoelig en durft eens een echt wel ongepaste uitspraak maken, zeker als er lijken worden ontdekt. Tevens weet hij niet echt goed wanneer hij te ver gaat. Hij schopt op deze manier de officiële instanties wel eens tegen de schenen. Dit en het voorgaande maken dat hij nog steeds vrijgezel is. Ook voor hem geldt dat hij een Bourgondiër is( zelfs nog meer als voor Vincke). Als Verstuyft eten ziet is hij niet meer te houden. Verder heeft ook hij een zwak voor vrouwelijk schoon. Anderzijds geldt ook voor hem de uitspraak dat er in ruwe bolsters vaak blanke pitten zitten. Elke keer als er lijken ontdekt worden is het Verstuyft die erop gebrand staat om de moordenaar te pakken te krijgen. Misschien is zijn grove humor wel een manier om zich over deze gruwelgevoelens heen te zetten.

Kessler:
Hij is een Amerikaans lid van de FBI en tevens goede vriend van Vincke. Hij zal vanuit de VS afzakken naar België op het moment dat duidelijk wordt dat een seriemoordenaar uit de VS nu ook in België actief is. Hij is een autoriteit op het gebied van het ondervragen van seriemoordenaars en is een expert in profiling. Hij zal met zijn kennis het onderzoek enorm vooruit helpen.

Duncan Morris:
Zijn profiel staat zeer in detail uitgewerkt in het boek zelf. Ik ga deze 3 pagina’s grote beschrijving niet overnemen, maar voeg ze achteraan het werk toe als bijlage.

Samenvatting
In Kalmthout wordt door een jogger het onthoofd lijk van een naakte blonde vrouw gevonden. De politie wordt gewaarschuwd. en zij kammen het trein uit met speurhonden. Deze vinden nog meer begraven lijken van naakte vrouwen,allen gruwelijk verminkt en onthoofd. De politie geeft de zaak hoge prioriteit, want het lijkt hier te gaan over de eerst Belgische seriemoordenaar. Er wordt een crisiscentrum opgericht onder leiding van commissaris Vincke, bijgestaan door inspecteur Verstuyft en de Leenheer. Hierbij krijgen ze de hulp van Kessler, die bij de Behavioral Sciences Unit van de FBI Academy te Quantico werkt.

Kessler is gespecialiseerd in serial murders, en wordt aanzien als de beste ondervrager die er is. Vincke is ooit al bij hem in Virginia op bezoek geweest, en heeft daar veel bijgeleerd over seriemoordenaars. Hij zal deze informatie goed kunnen gebruiken in deze zaak. Langzaam komt alles op zijn plaats. Ze hebben er een zaak in Amerika bij gehaald waarbij 5 vrouwen op identieke wijze zijn vermoord. Ze onderzoeken welke mensen er geëmigreerd zijn uit Amerika naar België. Dit zijn 4 mannen. Door het vergelijken van DNA-fingerprints komen ze tot de dader: Duncan Morris. Nu moeten ze hem alleen nog vinden, wat aanvankelijk niet echt een succes is. Pas na enkele tips komt er schot in de zaak. Wanneer de politie bij Duncan binnenvalt probeert deze te ontsnappen. Het is Verstuyft die hem dit tijdens een vuurgevecht waarbij hijzelf bijna in het hoofd wordt geschoten bellet. Hij schiet Duncan in zijn kuit. Tijdens het verhoor weigert Duncan te bekennen, ondanks de berg bewijzen die er zijn tegen hem. Hij vertelt alleen in de hij vorm van een verhaal over hoe een seriemoordenaar tot zijn daden komt. Als Duncan even naar de wc moet wordt hij begeleid door twee agenten. Als hij klaar is opent hij de wc deur en vliegt de agent naar de keel en slaat hem neer. Hij pakt het pistool van de agent af en schiet ook de andere agent neer.
Na een wilde achtervolging schiet Verstuyft hem uiteindelijk neer, dit keer dodelijk.

Vergelijking.

Wat hebben beide romans nu gemeen? Op het eerste zicht niet echt veel, daar de ene rond 1900 is geschreven, en de andere 90 jaar later. Pas na aandachtig beide werken te hebben vergeleken komen enkele overeenkomsten bovendrijven. Zo gaan beide werken over een moordonderzoek. Een korte studie op internet leert ons al snel dat dit bij veel, zoniet bijna alle detectiveromans het geval is. Het in beide gevallen over een detective duo.
Ook vormelijk hebben beide werken wel iets weg van elkaar. Zo kent het moordonderzoek in beide gevallen een min of meer simultaan verloop. In het begin worden er zeer veel bewijzen en aanwijzingen gevonden, maar na een grondig analyse zit het onderzoek ietwat in het slop. Pas als op een gegeven moment het missende stukje van de puzzel wordt gevonden komt alles in een stroomversnelling. Dan nemen de twee verhalen een stevige tempoversnelling.

De lijst met verschillen daarentegen is veel groter, velen zijn te vinden in de hoofdpersonages. Het grootste verschil wordt aangetroffen in het schrille contrast tussen Holmes en Vincke. Enerzijds is er de stijve hark, en anderzijds hebben we de spontane Bourgondiër. Nu kan men, indien men de achtergrond van de auteurs kent, hieruit een zeer interessante conclusie trekken. De auteurs werken hun personages uit naar hun eigen karakter. Zo was A Conan Doyle een Engelsman die een goede opvoeding evenals verdere studies had genoten. In die tijd waren dergelijke mensen eerder stijf, een beetje zoals het stereotype van de Britten waar men vandaag de dag van wel eens mee durft lachen. Jef Geeraerts daarentegen is vooruitstrevend intellectueel van deze tijd. Hij is een levensgenieter en vrouwengek, wat in zijn personages duidelijk is doorgesijpeld.

Een ander schril contrast zit hem in de rol van enerzijds Watson en anderzijds Verstuyft. Watson is duidelijk een ondergeschikt persoon.hijzelf doet eigenlijk niet veel in het verhaal. Hij dient hoofdzakelijk om de figuur van Holmes vorm te geven en diens capaciteiten beter te laten naar voorkomen. Verstuyft daarentegen is onmisbaar in het boek, daar hij een evenwaardige rol heeft t.o.v. die van Vincke. Hij vult de tekortkomingen aan bij Vincke en omgekeerd.

Nog een verschil is dat Holmes eigenlijk onfeilbaar is, en dat Vincke en Verstuyft dit niet zijn. Zij hebben vaak op het verkeerde spoor gezeten, en op het einde van de roman slagen zij eigenlijk niet in hun hoofddoel: Duncan voor de rechter krijgen. Duncan pleegt zelfmoord. Holmes daarentegen slaagt steeds in zijn doel.

Ook de relatie tussen Holmes en Watson is totaal anders als deze tussen Vincke en Verstuyft. De eerste twee hebben een duidelijk beroepsmatige relatie. Het zijn partners tijdens het werk, maar, maar privé is Holmes een eenzaat. Vincke en Verstuyft hebben ook na het werk kontact met elkaar. Het zijn vrienden. Na het werk gaan ze samen iets drinken of bij Vincke thuis een hapje eten.

De schrijfstijl van de 2 werken is totaal anders. Het is duidelijk te merken dat A Conan Doyle ongeveer 90 jaar geleden leefde. Zijn taalgebruik is niet echt modern, en veel tempo zit er niet in zijn werk. Hij maakt evenwel net als Geeraerts veel gebruik van dialogen, al zijn deze eerder statisch en formeel. Ook gebruikt A Conan Doyle veel moeilijke woorden en eerder moeilijke zinsconstructies. Geeraerts daarentegen schrijft in een taal die de huidige spreektaal benadert, wat zijn werk veel toegankelijker maakt. Daardoor komt er ook iets meer tempo in zijn werk. Het wordt vlotter om te lezen. Een opmerkelijk verschil qua dialoog is dat deze bij Geeraerts veel vlugger en minder formeel is. De dialogen hebben eerder de bedoeling om weer te geven wat de personages denken en voelen.

Een laatste verschil is te vinden in de omgang met de bewijsmaterialen. Zo wordt er bij Holmes nogal losjes omgesprongen met aanwijzingen. Men zal een voetafdruk wel eens goed bekijken, maar er worden geen foto’s van gemaakt of een schets. Nu heeft dit veel te maken met de technologische vooruitgang van de voorbije 90 jaar. Vincke en Verstuyft kunnen terugvallen op DNA-analyse en andere hoogtechnologische snufjes. Holmes daarentegen kan enkel rekenen op wat het menselijk oog kan waarnemen. Dit verklaart waarom Holmes in onze ogen met sommige aanwijzingen losjes omspringt. Voor ons zijn vele van de hedendaagse methodes vanzelfsprekend geworden. In Holmes’ tijd waren ze gewoonweg onbestaand.
Men mag gerust stellen dat de technologische vooruitgang het genre sterk beďnvloed heeft.

Biografie A Conan Doyle.

Hij werd geboren in Edinburgh op 22 mei 1859 in een gezin van tien kinderen. Vanaf zijn negende liep hij school bij de Jezuďeten. Gedurende deze periode had hij meermaals problemen met de strenge discipline die er heerste. Zo waren lijfstraffen hem niet vreemd. Van 1876 tot 1881 studeerde hij geneeskunde aan de universiteit van Edinburgh. Het is in deze periode dat hij kennismaakt met Dr Joseph Bell. Hij diende als inspiratiebron voor Doyel’s personage Sherlock Holmes.

In 1882 opende hij, samen met een oud medestudent, een dokterspraktijk in Plymouth. Een turbulente samenwerking was het, waar Conan Doyle een einde aan maakte om in Southsea een eigen praktijk te beginnen.Gedurende deze periode startte hij in zijn vrije tijd zijn literaire activiteiten. Dit resulteerde in de schepping van Sherlock Holmes. Na het succes van zijn eerste roman besloot hij zich te wagen aan een historisch verhaal. "Micah Clarke" was een voltreffer én een favoriet gespreksonderwerp met zijn vriend Oscar Wilde. Toen beiden in 1889 samen dineerden met een uitgever, kregen ze een opdracht. ACD zou een nieuwe Holmes uitgeven ("The sign of the four"), en Wilde mocht zijn nieuwste werk publiceren ("The picture of Dorian Grey"). Doyel was een bezige bij. Een jaar later startte hij zijn studies ‘oogziekten te Wenen. Wanneer hij later een praktijk begon, liepen er niet bepaald veel klanten over de drempel. Zo had Doyel alle tijd om zich toe te spitsen op zijn litteraire activiteiten. Wanneer "The Strand Magazine" verscheen kreeg hij het idee om de Holmes uit zijn eerste 2 werken opnieuw tot leven te roepen in een reeks verhalen. Het eerste werd in 1889 gepubliceerd.

Terwijl hij bezig bleef met detectiveverhalen te schrijven voor "The Strand" vertoefde zijn geest elders. Aan zijn moeder schreef hij "Ik denk er sterk aan om Holmes op te offeren. Hij verhindert mij om betere dingen te doen".
In 1893 reisde hij door Zwitserland, waar hij de "Watervallen van Reichenbach" zag. Het leek hem een ideale lokatie om Holmes te laten "sneuvelen" in zijn gevecht met aartsvijand Moriarty. In december van dat jaar verscheen het "laatste" Holmes verhaal, "The final problem".

De volgende jaren waren vrij turbulent. Conan Doyle was oorlogscorrespondent in Egypte, schreef literaire en historische verhalen, was legerarts in Zuid-Afrika en schreef pamfletten ten voordele van onrechtmatig veroordeelden.Bij het uitbreken van de oorlog nam hij dienst in het Engelse leger. Hij begon met het schrijven van "The British campaign in France and Flanders", een werk van zes volumes dat hij pas vijf jaar later beëindigde.
In 1930 kwam ACD uitgeput terug naar Engeland. Een hartaanval velde hem op 7 juli 1930.

Biografie Jef Geeraerts

Jef Geeraerts werd geboren als enig kind van welgestelde ouders. De bekrompenheid van zijn familie en de schijnheilige, strenge sfeer van het Jezuďetencollege waar hij school liep, maakten van hem al vlug een in zichzelf gekeerd, eigenzinnig jongetje. Na de Tweede Wereldoorlog beëindigde hij zijn middelbare studies en schreef hij zich in aan de Koloniale School. In 1952 studeerde hij er af als licentiaat in de Politieke en Administratieve Wetenschappen. Twee jaar later vertrok hij naar Congo. Hij was daar op het moment dat de onrusten uitbraken die uiteindelijk tot de onafhankelijkheid van Congo zouden leiden. Hij keert terug naar België, maar had grote problemen om zich aan te passen. In complete eenzaamheid schreef hij vervolgens zijn eerste roman Heet Water (die nooit uitgegeven werd). In 1962 debuteerde hij in De Vlaamse Gids met het verhaal De Taaie. In datzelfde jaar verscheen ook zijn debuutroman Ik ben maar een neger en begon hij Germaanse filologie te studeren aan de Vrije Universiteit Brussel. De lessen van de filosoof Leopold Flam waren de aanleiding voor de beroemde Gangreen-reeks waarin hij een aantal persoonlijke trauma´s van zich af ging schrijven. In 1969 werd het erg omstreden eerste Gangreen-boek Black Venus bekroond met de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Verhalend Proza, wat aanleiding gaf tot een heus schandaal.

Deze staatsprijs leidde zelfs tot parlementaire vragen aan minister Van Mechelen van Vlaamse cultuur. Die trok zich handig uit de slag en repliceerde dat “een staatsprijs de officiële erkenning van de literaire, niet van de pedagogische waarde van een werk” (geciteerd in Jef Geeraerts 1972, 17) is. Door de bal van het politieke naar het artistieke kamp te spelen, dacht hij het probleem te elimineren. Toch bleven er parlementaire vragen komen, die uiteindelijk leidden tot de inbeslagname van het boek (samen met andere erotische literatuur zoals Sexus van Miller en werk van  Sade) in de Brusselse boekhandel Corman. Voor evenveel opschudding zorgden deel 2 en 3 uit deze reeks. Daarna gooide Geeraerts het over een andere boeg. Vanuit een gevoel dat hij een andere thematiek en een andere stijl moest aanboren, ging hij misdaadromans schrijven. In 1979 verscheen de thriller Kodiak .58. Geeraerts was daarmee de eerste Vlaamse schrijver die het misdaadgenre serieus nam. Hij introduceerde het speurdersduo Vyncke en Verstuyft in de Nederlandse literatuur en werd na zijn successen als autobiografisch schrijver nu ook een veelgelezen thrillerauteur. In 1986 werd zijn roman De zaak Alzheimer (1985) over een aan de ziekte van Alzheimer leidende seriemoordenaar bekroond met de Gouden Strop, de belangrijkste prijs voor misdaadromans in Vlaanderen. Als de verfilming van Erik van Looy met Jan Decleir als seriemoordenaar en Koen De Bauw als commissaris Vyncke in 2003 in de bioscoop verscheen, was die meteen een succes. De prent werd een van de best verkopende Vlaamse films ooit (alleen komiek Urbanus deed ooit beter) Het scenario werd tot in Hollywood opgemerkt.

Bibliografie Jef Geeraerts

  • Ik ben maar een neger, P.N. van Kampen & Zoon (Amsterdam 1962); Manteau (Antwerpen/Amsterdam 198812).
  • Schroot, P.N. van Kampen & Zoon (Amsterdam 1963); Manteau (Antwerpen/Amsterdam 19902).
  • Zonder clan, P.N. van Kampen & Zoon (Amsterdam, 1965); Manteau (Antwerpen/Amsterdam 19823).
  • Het verhaal van Matsombo,Manteau (Brussel/Den Haag 1966); Manteau (Antwerpen/Amsterdam 19826).
  • Gangreen 1 (Black Venus), Manteau (Brussel/Den Haag 1968); Manteau (Antwerpen/Amsterdam 198624).
  • Ik ben maar een neger gevolgd door Het verhaal van Matsombo, Manteau (Brussel/Den Haag 1970); Manteau (Antwerpen/Amsterdam 1990).
  • Gangreen 2 (De Goede Moordenaar), Manteau (Brussel/Den Haag 1972); Manteau (Antwerpen/Amsterdam 198712).
  • Gangreen 3 (Het Teken van de Hond), Manteau (Brussel/Den Haag 1975), Manteau (Antwerpen/Amsterdam 19876).
  • Dood in Bourgondië, Manteau (Brussel/Den Haag 1976); Manteau (Antwerpen/Amsterdam 19917).
  • Gangreen 4 (Het Zevende Zegel), Manteau (Brussel/Den Haag 1977); Manteau (Antwerpen/Amsterdam 19875).
  • Kodiak .58, Elsevier Manteau (Brussel/Amsterdam 1979); Manteau (Antwerpen/Amsterdam 19884).
  • De Coltmoorden, politiethriller, Elsevier Manteau (Brussel/Amsterdam 1980); Manteau (Antwerpen/Amsterdam 19886).
  • Jagen, Elsevier Manteau (Antwerpen/Amsterdam 1981); Man teau (Antwerpen/Amsterdam 19884).
  • Diamant, thriller, Manteau (Antwerpen/Amsterdam 1982, 19909).
  • Drugs, misdaadroman, Manteau (Antwerpen/Amsterdam 1983, 1989).
  • De trap, misdaadroman, Manteau (Antwerpen/Amsterdam 1984, 1990).
  • De zaak Alzheimer, misdaadroman, Manteau (Antwerpen/Amsterdam 1985, 19896).
  • Het Sigmaplan, misdaadroman, Manteau (Antwerpen/Amsterdam 1986, 1990).
  • Romeinse suite, misdaadroman, Manteau (Antwerpen/Amsterdam 1987, 1989).
  • Zand, misdaadroman, Manteau (Antwerpen/Amsterdam 1988, 1989).
  • Sanpaku, Manteau (Antwerpen/Amsterdam 1989, 1990).
  • Double-face, misdaadroman, Manteau (Antwerpen/Amsterdam 1990, 1991).
  • Z 17, misdaadroman, Manteau (Antwerpen/Amsterdam 1991).
  • Het Rashomon-complex, Manteau (Antwerpen/Amsterdam 1992).
  • De Cu Chi case, misdaadroman, Manteau (Antwerpen/Amsterdam 1993).
  • De nachtvogels , misdaadroman, Manteau (Antwerpen/Amsterdam 1994).
  • Goud, misdaadroman, Manteau (Antwerpen/Amsterdam 1995).
  • De PG, misdaadroman, Prometheus (Amsterdam 1998).
  • De Ambassadeur, misdaadroman, Prometheus (Amsterdam 2000).
  • Dossier K , misdaadroman, Prometheus (Amsterdam 2002).
© 2007 - 2009 Kitana, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 06-02-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Kitana is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Battle of the greatest:A Conan Doyle & Jef Geeraerts"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.