Samenvattingen en Samenvatting

Samenvatting hoofdstuk 12 en 13 uit Laagland voor VWO

Samenvatting hoofdstuk 12 en 13 uit Laagland voor VWO

Dit is een samenvatting van hoofdstuk 12 en 13 uit het boek Laagland voor VWO. Het gaat over de thematiek van boeken en teksten en hoe je deze kan ontdekken, en over hoe schrijvers over hun literatuur denken en waar je dat uit kan opmaken.


Hoofdstuk 12

Er kunnen grote verschillen bestaan tussen interpretaties van dezelfde tekst.
Interpretatie: Een betekenistoekenning door een lezer aan een tekst
Er zijn verschillen in interpretaties, want:
  • mensen lezen vanuit hun eigen opvattingen en belevingswereld
  • Interpretaties zijn tijdgebonden
  • Open plekken worden anders ingevuld
Interpretatie moet gebaseerd zijn op argumenten

Eerste fase: Verzamelen van tekstmateriaal: relevante passages waartussen onderlingen relaties te leggen zijn. (structuur, tijd, personages, ruimte, perspectief). Je verzamelt passages en elementen die letterlijk in de tekst aanwezig zijn.
Tweede fase: Op basis van het tekstmateriaal wordt een betekenis aan de tekst toegekend. De thematiek staat niet letterlijk in de tekst.
Verhaallaag: Concrete gebeurtenissen, passages en elementen uit de tekst.
Betekenislaag / Thematische laag: De betekenis of thematiek van de tekst. Wordt afgeleid van de verhaallaag.

Veel boeken en films gaan over dingen als angst, frustratie, schuld, eenzaamheid, liefde, haat, dood, oorlog of misdaad. Deze onderwerpen worden ook wel algemene thema’s of literaire motieven genoemd en komen heel vaak voor.
Verhaalmotieven: een steeds terugkerend betekenisvol element in een literaire tekst. Er is hierbij sprake van herhaling. Ze verwijzen naar de thematiek van de tekst.
Leidmotief: De herhaling in de tekst van een concreet voorwerp.

Verhaalmotieven en leidmotieven hebben een structurerende functie

Soms verwijst de titel of de ondertitel naar de thematiek van de tekst/ het boek.

Het motto van een boek is een kort tekstje, vaak een citaat uit een literair werk, de Bijbel of een ander boek. Het motto is van toepassing op het boek en verwijst vaak naar de thematiek ervan.

Hoofdstuk 13

Autobiografische tekst: wanneer een auteur persoonlijke ervaringen en belevenissen als uitgangspunt neemt voor literaire teksten.
Egodocumenten: teksten van schrijvers waarin zij direct verslag doen van hun leven, ervaringen en belevenissen, zoals dagboeken en brieven.

Literatuuropvatting of poëtica: De visie van schrijvers op literatuur. Deze kan verwoord zijn in de literaire tekst zelf of worden verwoord in beschouwingen of essays van een schrijver of uitspraken over literatuur in interviews.

Tekstexterne poëtica’s: De literatuuropvattingen worden niet in de literaire tekst zelf geformuleerd.
Engagement: Een politieke of maatschappijkritische visie in boeken verwerken. De schrijvers zijn dan geëngageerd.
Therapeutische functie van een tekst: De tekst is een verwoording van de gevoelens van de schrijver.
Poëticale tekst: Een literaire tekst waarin de dichter zijn literatuuropvatting formuleert.
--> Tekstinterne poëtica
Alle schrijvers hebben een andere literatuuropvatting.

Mens- en wereldbeeld: de visie van de auteur op de mens, het menselijk bestaan en de plaats van de mens in de maatschappij en de wereld om hem heen. Het mens- en wereldbeeld bepaalt bij sommige auteurs de thematiek van hun werk.
© 2007 - 2010 Ridepi, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 04-02-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Ridepi is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Samenvatting hoofdstuk 12 en 13 uit Laagland voor VWO"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.