
Een kennismaking met de oude wereld hoofstuk 3
Hier een overzichtelijke samenvatting van hoofdstuk 3 van het boek Een kennismaking met de oude wereld van L. de Blois en R.J. van der Spek
III. Het tweede millennium
De Middenbronstijd (+-2000 - +-1600)
Egypte: het Middenrijk (+-2000 - +-1800) en de Tweede Tussenperiode (+-1800 - +-1550)Kort voor 200 v. Chr. werd de eenheid van Egypte hersteld door een gouwvorstendynastie (de elfde), die in Thebe regeerde. Thebe werd daardoor de nieuwe hoofdstad van het verenigde Egypte. Het Middenrijk was een bloeiperiode van de Egyptische cultuur, met name van de literatuur. Het was de tijd waarin de hiërogliefen de ideale vorm kregen en de literaire werken voorbeeldig werden en daarmee 'klassiek'.
Aan het einde van het Middenrijk brokkelde het gezag van de koningen weer af en ging de eenheid weer verloren. De veroveringstochten hielden op. Ook werd er minder gebouwd. Dit betekende het begin van de 'Tweede Tussenperiode' (ca. 1800-1550). In deze periode kreeg Egypte te maken met buitenlandse overheersers, de Hyksos.
Mesopotamië: de Oudassyrische en de Oudbabylonische tijd
In het begin van het tweede millennium kwamen in Mesopotamië twee staten tot ontwikkeling, die de volgende 1500 jaar een hoofdrol zouden blijven spelen, namelijk Assyrië en Babylonië. Het merkwaardige is dat een vreemd volk, de Amorieten, die zich sedert het einde van het derde millennium in Mesopotamië gevestigd hadden, daaraan een grote bijdrage heeft geleverd. De Amorieten zijn er echter nergens in geslaagd hun cultuur geheel op te leggen. Onverminderd bleven Sumerisch en Akkadisch de geschreven talen (het Akkadisch nu in twee varianten, het Assyrisch en het Babylonisch) en het spijkerschrift gebruikte schrift. Ook als spreektaal verdween het Amoritisch na verloop van tijd.
Noord-Mesopotamië: het Oudassyrische rijk (+-2000 - +-1750)
De stad Assur bestond al in de vroeg-dynastieke periode, maakte deel uit van de rijken van Akkad en Ur en werd rond 2000 v. Chr. zelfstandig. Er begon toen een periode van grote bloei, die vooral berustte op Assurs voorname rol in het handelsverkeer. Na een inzinking, ca. 1800, ging Assur in de achttiende eeuw een nieuwe bloeiperiode tegemoet na de machtsgreep van de Amoriet Samsi-Adad I.
Zuid-Mesopotamië: het Oudbabylonische rijk (+-1800 - +-1600)
Babylon was tot dan toe een onbetekenende stad geweest, maar werd in de achttiende eeuw een politieke grootmacht en bleef nadien, ook in perioden van politieke zwakte, een centrale rol vervullen in de Mesopotamische cultuur. De basis van de Babylonische beschaving werd gelegd door de Amoritische koning Hammurabi (18e eeuw, de datering is omstreden), die tegen het einde van zijn regering vrijwel geheel Mesopotamië had veroverd en ook Assyrië afhankelijk had gemaakt.
Lang heeft het Oudbabylonische rijk niet kunnen bestaan. Reeds onder Hammurabi's opvolgers brokkelde het af en gingen de militaire kracht en het gezag van de koningen achteruit. Het Oudbabylonische rijk kon zich niet verweren tegen nieuwe invallers, de Kassieten, na de plundering van Babylon door de koning van het Oudhethitische rijk omstreeks 1600. Opnieuw kreeg Mesopotamië te maken met vreemde overheersers. Ook zij zouden zich aanpassen aan de plaatselijke tradities.
De Late Bronstijd (+-1600 - +-1200)
Het 'concert der mogendheden'De periode die in deze paragraaf beschreven wordt, is een tijd waarin in het Oude Nabije Oosten enkele grote mogendheden bestonden die elkaar min of meer in evenwicht hielden en door geregelde uitwisseling van gezantschappen en brieven contact met elkaar hielden. De mogendheden in de zogenaamde Late Bronstijd waren Egypte (Nieuwe Rijk), Mitanni, het Hethitische rijk, Assyrië en Babylonië. In deze tijd valt ook de bloeitijd van de zogenaamde Minoïsche beschaving op Kreta en de Myceense beschaving in Griekenland. Daarnaast waren er in Syrië en Palestina, nog net als voorheen, een aantal hoog ontwikkelde stadstaten. Tussen deze staten in bewogen zich nog steeds allerlei (half)nomadische stammen.
De macht van deze staten, zowel groot als klein, berustte op een nieuwe vinding die zich ca. 1600 razendsnel over het Nabije Oosten heeft verbreid: de strijdwagen.
Egypte: het Nieuwe Rijk (+-1550 - 1100)
Het was opnieuw een dynastie van Thebaanse gouwvorsten, die de Egyptische eenheid herstelde.
De achttiende dynastie was wellicht de meest roemruchte van de Egyptische geschiedenis (ca. 1550 - ca. 1300 v. Chr.). De koningen ervan - nu aangeduid met de titel 'farao' - begonnen meteen met het stichten van een imperium. Hun veroveringstochten reikten tot de Eufraat in Syrië en diep tot in Nubië.
De meest uitzonderlijke farao was ongetwijfeld Achnaton (ca. 1350). Hij heeft geprobeerd het Egyptische veelgodendom om te vormen tot een godsdienst waarin slechts één god vereerd werd, de Zonnegod Aton. Vooral Thebes god Amon moest het ontgelden. Overal werd zijn naam uitgewist. Achnaton verliet zelfs Thebe om zijn intrek te nemen in een nieuwe hoofdstad, Achet-Aton, het huidige El-Amarna. Met de godsdienst veranderde ook de Egyptische kunst van karakter. Terwijl zij voorheen vrij stereotiep was met zeer strenge regels in de vormgeving, werd zij nu vrijer.
De achttiende dynastie eindigde doordat drie generaals successievelijk de koningstroon wisten te verkrijgen.
In de dertiende eeuw, onder de negentiende dynastie, heeft Egypte zich nog éénmaal hersteld. Dat was onder andere het werk van Ramses II (1279-1212). Hij was ook een van de grootste bouwers.
Babylonië en Assyrië
Na de val van het Oudbabylonische rijk (ca. 1600) namen weldra indringers uit het oosten, de Kassieten, de macht in Babylon over en wisten die ruim vier eeuwen te behouden. De Kassieten pasten zich aan aan de bestaande Babylonische cultuur, waarin de Sumerische en Akkadische beschavingen langzamerhand verenigd waren.
Assyrië was aanvankelijk zwak. Zijn koningen waren in feite onderworpen aan de koningen van het noordwestelijke buurland Mitánni. Toen dit land kort na 1350 door toedoen van de Hethieten ten onder ging, kon Assyrië weer een zelfstandige rol spelen. Dit betekende dat Mesopotamië nu beheerst werd door twee middelgrote staten, Assyrië en Babylonië, die elkaar min of meer in evenwicht hielden. Dit zou zo blijven tot de achtste eeuw v. Chr.
Mitánni
Mitanni was een staat gelegen tussen de bovenlopen van de Eufraat en de Tigris. De inwoners waren Choerrieten (of Hurrieten). Zij woonden daar al in het derde millennium en breidden zich in de loop van de tijd uit in de richting van Klein-Azië en Syrië-Palestina.
Het Hethitische rijk
In Klein-Azië woonde van oudsher een aantal volken waarvan wij de herkomst niet kennen, maar die al zeer lang een stedelijke beschaving kenden. In het begin van het tweede millennium vestigde zich in centraal Anatolië een volk dat wij als 'de Hethieten' aanduiden. Ca. 1700 v. Chr. ontwikkelden zij een rijk van enige importantie, het Oudhethitische rijk, dat zijn macht over Syrië uitbreidde. Daarna verzwakte het rijk door troonstrijd en ging het veroverde gebied weer verloren. Ca. 1350 volgde een herstel door het optreden van koning Suppiluliumas, de stichter van het Nieuw-hethitische imperium.
Het Hethitische rijk heeft onder sterke invloed gestaan van de Mesopotamische beschaving. Het spijkerschrift werd overgenomen en voor sommige teksten (bijvoorbeeld verdragen) het Akkadisch. Mesopotamische goden werden in de verdragen aangeroepen en Mesopotamische literatuur werd in het Hethitisch vertaald.
Kreta en Mycéne
In deze periode kwamen ook de culturen van Kreta en Mycéne, die overigens al teruggaan tot het derde millennium v. Chr., tot hun grootste bloei. Die van Kreta wordt in de moderne literatuur aangeduid als de 'Minoïsche' en die van Griekenland als de 'Helladische' of de 'Myceense'.
De belangrijkste stad op Kreta was Knossos
Het paleis was het centrum van het economische systeem, vergelijkbaar met dat van de derde dynastie van Ur of het Egyptische Nieuwe Rijk. Voor de paleisadministratie werd een syllabisch schrifttype ontwikkeld, het zogenaamde Lineair A, dat nog niet ontcijferd is, zodat we over de taal en de aard van het volk weinig kunnen zeggen.
Omstreeks 1450 veroverde een Myceense expeditie Kreta. Op diverse plaatsen werden verwoestingen aangericht, maar Knossos bleef gespaard en werd nu de belangrijkste stad.
In Griekenland had zich sedert ca. 2700 v. Chr. een vergelijkbare beschaving ontwikkeld als op Kreta.
Kort na 1600 begon een opvallende bloeiperiode van allerlei stedelijke centra (Mycene, Pylos, Tiryns). De hele beschaving werd toen ontegenzeggelijk militaristischer. Aanvankelijk ontbraken ook hier ommuringen, maar tussen 1400 en 1300 ontstonden sterke paleisforten.
Het Kretenzische schriftsysteem werd ook in Griekenland ingevoerd. Wel werd het aangepast om het voor het Grieks geschikt te maken. We noemen dit type schrift het lineair B. Toen de Grieken ca. 1450 overgestoken waren naar Kreta, hebben ze ook daar het Lineair B ingevoerd.
Internationale betrekkingen
Over de internationale betrekkingen in deze periode zijn we tamelijk goed ingelicht, dankzij de vondst van een archief te Achet-Aton (=El-Amarna) in Egypte.Een tweede belangrijke bron zijn de Hethitische verdragen die in grote getale bewaard zijn gebleven.
Een derde bron zijn de annalen die koningen over hun dappere daden hebben laten aanbrengen op tempelmuren, kleitafels en dergelijke.
Uit deze bronnen krijgen we een aardig beeld van het diplomatieke verkeer van die dagen. Vriendschappelijke betrekkingen werden onderhouden door het regelmatig uitwisselen van boden, brieven en geschenken en het sluiten van politieke huwelijken. Goede betrekkingen werden vaak aangeknoopt uit vrees voor een gemeenschappelijke vijand en omdat men inzag dat verdere strijd geen voordelen kon opleveren. © 2008 - 2010 Royale, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 08-06-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Royale is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Een kennismaking met de oude wereld hoofstuk 1: Hier een overzichtelijke samenvatting van hoofdstuk 1 van het boek Een kennismaking met de oude wereld van L. de Blois en R.J. van der Spek
- Een kennismaking met de oude wereld hoofstuk 2: Hier een overzichtelijke samenvatting van hoofdstuk 2 van het boek Een kennismaking met de oude wereld van L. de Blois en R.J. van der Spek
- Vindplaats van het eerste alphabet: Ugarit: Ugarit, ook wel bekend als Ras as-Shamra ligt aan de Syrische kust. Het is de plaats waar het eerste bekende alfabet ter wereld is gevonden, waarmee Syrië haar tit…
- Het bijbelboek de brief aan de Romeinen: In het tweede deel van de Bijbel, het Nieuwe Testament zijn veel boeken geschreven door de apostel Paulus. Hij had een opleiding gehad in de Oudtestamentische boeken,…
- Gebonden kruidensoep: Hier volgt het recept voor gebonden kruidensoep. Één portie gebonden kruidensoep bevat ca. 210 Kcal.
Bronnen en/of referenties
- Een kennismaking met de oude wereld van L. de Blois en R.J. van der Spek, 6e druk, 2001

Reageer op het artikel "Een kennismaking met de oude wereld hoofstuk 3"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

