Samenvattingen en Bestuursrecht

Michiels - Hoofdzaken van het bestuursrecht hoofdstuk 5

Hier een beknopte en overzichtelijke samenvatting van hoofdstuk 5 van het boek Hoofzaken van het bestuursrecht van Prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels.


Centraal en decentraal bestuur

Autonomie en medebewind

Een orgaan van een gedecentraliseerd lichaam kan in autonomie handelen en in medebewind. Bij autonomie handelt het orgaan op eigen initiatief (mogelijk voor provincies en gemeenten). Voor alle vormen van decentralisatie is bestuur in medebewind mogelijk. In dat geval vordert de formele wetgever of andere hogere regelgever medewerking aan de uitvoering van die wet of regeling.

Het Rijk

Voor de organen van het centrale bestuur bestaat geen organieke of algemene wet waarin hun bevoegdheden zijn reregeld. Daarvoor zullen veelal bijzondere wetten geraadpleegt moeten worden.

De gemeente

Organisatie

De organisatie is geregeld in de Gemeentewet. In elke gemeente zijn de bestuursorganen de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester aanwezig.

De raad wordt gekozen door de bevolking, wethouders worden door de raad benoemd. De wethouders zijn aan de raad verantwoording schuldig en kunnen door de raad ontslagen worden.

De burgemeester is behalve lid van het college ook een afzonderlijk orgaan, en wordt benoemd door de Kroon. Overigens heeft de raad daar wel invloed op.

Gemeenten kunnen ook commissies hebben. Deze commissies zijn bestuursorganen (a-organen)

Taken en bevoegdheden

Veel op rijksniveau genomen beslissingen worden op decentraal niveau ten uitvoer gelegd. (medebewind).

De gemeenteraad is de gemeentelijke wetgever. Daar zijn grenzen aan:
  • territoirgrens: gemeentelijke verordeningen hebben alleen betrekking op het eigen grondgebied
  • bovengrens: gemeentelijke verordeningen mogen niet in strijd zijn met hogere regelgeving
  • zijgrens: waterschapsverordeningen, die nemen immers dezelfde hiërarchische positie in.
  • benedengrens: Het openbaar belang moet gediend worden, er mag niet ingegrepen worden in het privéleven van burgers

B en W vormen het dagelijks bestuur van de gemeente en zijn daarmee praktisch het machtigst. Zij bereiden raadsbesluiten voor, die dan gekeurd of gewijzigd worden door de raad, en leggen die ten uitvoer.

De burgemeester is voorzitter van de raad en het college. De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente en is tevens belast met de handhaving van de openbare orde.

De provincie

De organisatie van de provincie is geregeld in de Provinciewet, en is vergelijkbaar met de organisatie van gemeenten. De vaste organen zijn provinciale staten (PS), gedeputeerde staten (GS) en de Commissaris van de Koningin (CdK).

PS worden gekozen door de bevolking en benoemen de gedeputeerden. Gedeputeerden leggen aan PS verantwoording af en kunnen door PS worden ontslagen.

Ook de CdK moet verantwoording aan PS afleggen, maar kan niet worden ontslagen. De CdK maakt deel uit van een college (GS) (provincieorgaan), en is ook zelfstandig orgaan.(rijksorgaan).

Taken en bevoegdheden

Provinciale staten zijn de provinciale wetgever. Hier gelden dezelfde grenzen als bij de gemeente, behalve wat de zijgrens (met de waterschappen) betreft.

GS vormen het dagelijks bestuur van de provincie en zijn daarmee praktisch het machtigst. Zij bereiden besluiten voor, die dan gekeurd of gewijzigd worden door PS, en leggen die ten uitvoer.

De CdK is voorzitter van PS. De CdK vertegenwoordigt de provincie.

Het waterschap

Waterschappen zijn de oudste bestuurlijke eenheden van ons land. Ze hebben een tweeledige taak

Waterkwantiteitszorg: Zorgen dat er op de juiste plekken niet teveel of juist te weinig water is.
Waterkwaliteitszorg: Zorgen voor de kwaliteit van openbare wateren.

De bestuurlijke organisatie van de waterschappen is geregeld in de Waterschapswet. Er is in elk waterschap een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.

Het algemeen bestuur wordt gekozen, de leden van het dagelijks bestuur worden door het algemeen bestuur benoemd en ontslagen. De voorzitter wordt bij KB benoemd en ontslagen.

Het algemeen bestuur maakt de verordeningen, het dagelijks bestuur verzorgt de voorbereiding en uitvoering van besluiten van het dagelijks bestuur, de voorzitter zit beide besturen voor en vertegenwoordigt het waterschap.

Samenwerkingsvormen

De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) biedt de grondslag voor bindende samenwerkingsafspraken tussen openbare lichamen.

De Kaderwet bestuur in verandering werkt de in de Wgr geregelde materie uit voor zeven specifieke gebieden. Deze gebieden zijn verplicht een regionaal openbaar lichaam op te richten, hetgeen ook is geschied.

Openbare lichamen voor beroep en bedrijf

De publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO) biedt een kader voor regulering en subsidiering van het bedrijfsleven. (Wet op de bedrijfsorganisatie)

Aan het hoofd van de PBO staat de SER. De SER is bevoegd verordeningen te maken. Daarnaast zijn er bedrijfslichamen, productschappen, en bedrijfschappen. (PBO-schappen)
Ze hebben tot taak het belang van het bedrijfsleven in algemene zin te bevorderen. Ze hebben elk een algemeen en dagelijks bestuur en een voorzitter.

Zelfstandige bestuursorganen

Hiervoor ging het over organen die behoren tot een openbaar lichaam. Er zijn ook nog zo'n 150 zelfstandige bestuursorganen (zbo's). Zbo's zijn organen die een bestuurstaak verrichten, anders dan alleen advisering, die wel tot de rijksoverheid behoren, maar niet in een hiërarchische relatie staan tot een minister en daardoor geen directe bestuurlijke en democratische controle kennen.

Ook op gemeenteniveau bestaan dergelijke organen, al spreekt men dan meestal niet over zbo's.

Bij deze organen is wel indirecte controle mogelijk.

Het bestaan van deze organen met weinig democratische controle is vanuit bestuurkundig oogpunt nuttig: Veel taken, met name zeer technische en dus politiek weinig gevoelige zaken lenen zich prima voor zelfstandigheid.

Bestuurlijk toezicht

Er is een zeker mate van toezicht nodig op de decentrale lichamen. Dit is algemeen geregeld in Art. 10:2 Awb.

Preventief toezicht

De bekendste vorm van preventief toezicht is goedkeuring. Een besluit treedt dan pas in werking nadat het is goedgekeurd door een ander, door de wet aangewezen orgaan.

Een andere vorm van preventief toezicht is de verklaring van geen bezwaar. Dit verschilt van goedkeuring omdat toestemming wordt gegeven voor een te nemen besluit, waarvan de inhoud nog niet voor 100% hoeft vast te staan.

Repressief toezicht

Door vernietiging wordt de werking aan een besluit ontnomen. De vernietigingsbevoegdheid kan alleen bij wet worden verleend (en dus niet worden gedelegeerd).

In sommige gevallen is niet meteen duidelijk of het besluit vernietigd moet worden. Om te voorkomen dat een later te vernietigen besluit ongewenste gevolgen heeft, kan het tijdelijk worden geschorst.

Positief toezicht

Bij positief toezicht geeft een orgaan een ander orgaan de opdracht of aanwijzing een besluit te nemen of een besluit een bepaalde inhoud te geven.
© 2008 - 2010 Royale, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 14-05-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Royale is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels - Hoofdzaken van het bestuursrecht (3e druk), Kluwer

Reageer op het artikel "Michiels - Hoofdzaken van het bestuursrecht hoofdstuk 5"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.