
Nectar biologie 2 deel 1: 7. Netwerken
Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 1. Dit boek wordt gebruikt in 5 vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 7: Netwerken. Dit hoofdstuk gaat over het opwekken van een impuls in zenuwcellen en hoe de voortgeleiding plaatsvindt.
Nectar samenvatting boek informatie
- Titel: Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 1
- Auteur: Bijsterbosch e.a.
- Uitgever: Wolters-Noordhoff
- ISBN: 9789001319250
- Verkrijgbaar bij de reguliere boekwinkels.
7.1 Van prikkel tot impuls
Impulsen: Ionen-stromen, met een elektrisch gevolg.Tussen binnen en buitenzijde van het membraan van de cellen in je lichaam is er een spannigsverschil (rustpotentiaal) = -70 mV tot –100 mV. De cel is dus gepolariseerd. De polarisatie van een cel wordt veroorzaakt en gehandhaafd door een Natrium-Kalium pomp. Na+ gaat de cel uit, K+ gaat de cel in. Door diffusie (er is namelijk ook een verschil in concentratie van Kalium en Natrium-ionen binnen en buiten de cel) willen ze er weer uit/in gaan. Daarom is de pomp voortdurend aan het werk (actief met het gebruik van ATP).
Zintuigzenuwen en spiercellen bevat transportpoorten voor Na+ en K+. In rust zijn deze poorten gesloten.
Actiepotentiaal of impuls:
- Prikkeling van het membraan zorgt ervoor dat de poorten veranderen. (Meeste effect heeft dat bij de Na+ poorten)
- Natrium gaat de cel in. (Het potentiaalverschil veranderd en bij 0 of meer volt is de cel gedepolariseerd.
- De natriumpoorten sluiten en de K+ poorten gaan juist meer los.
- De cel repolariseerd. Weer tot een rustwaarde van –70mV
Hyperpolarisatie:
De K+-stroom houdt iets te lang aan zodat er even nog meer spanningsverschil onstaat tussen de buiten en binnenkant van een cel. Na de impuls zorgt de Natrium-Kalium pomp ervoor dat de beginsituatie hersteld wordt.
Adequate prikkel: een andere prikkel dan elektrische prikkels. Bijvoorbeeld licht bij zintuigcellen in je oog.
Bij cellen geldt ‘de alles of niets wet’. Als de potentiaalverandering niet boven de drempelwaarde uitkomt. Geeft de cel geen signaal door. De impulsfrequentie bepaalt echter wel hoe sterk de impuls is.
Absoluut refractaire periode: de cel kan niet op een tweede prikkel reageren als er op dat moment een actiepotentiaal ontstaat.
Relatief refractaire periode: Als de K+ kanalen openstaan, kan alleen een zeer sterke prikkel nog een nieuwe impuls opwekken.
7.2 ‘Impulsieve zenuwcel zoekt contact met…’
Ionen verplaatsen zich d.m.v opeenvolging van gebeurtenissen:- Na+ stroomt de cel in. Celmembraan wordt gedepolariseerd.
- De omgeving reageert op het spanningsverschil naast zich.
- In de buurt van de Na+ gaan er ook Na+-kanalen open.
- En zo gaat het door je moet het vergelijken met een wave in het voetbalstadion.
De impulssnelheid kan vergroot worden door een isolerende myelineschede. Deze bestaat uit de cellen van Schwann, die om de uitlopers van een zenuwcel zijn gewikkeld. Ze bestaan uit de stof myeline. Om de 1 a 2 mm zitten insnoeringen (insnoering van Ranvier) waarin zich veel Na+ en K+ poorten bevinden. Door die schede met zijn insnoering gaat de impuls spongsgewijs naar elke schede.
Overdracht van een impuls naar een andere cel:
Aan het einde van een axon(zenuwcel) zit een synaps. D.m.v een impuls komen daar neurotransmitters vrij door exocytose. Hoe hoger de impuls, hoe meer neurotransmitters. De neurotransmitter bindt zich vast een een passend postsynaptisch membraan en de eiwitpoorten van de volgende cel gaan open en er ontstaat bij de volgende cel een prikkel.
7.3 ‘Boompje verwisselen’
Een zenuwcel kan 1 van de volgende neurotransmitter aanmaken:- Stimulerend neurotransmitters: zorgen voor depolarisatie van het volgende membraan
- Remmende neurotransmitters: zorgen voor hyperpolarisatie van het volgende membraan.
Gebruik van verschillende neurotransmitters zorgen ervoor dat niet de verkeerde zenuwcellen gaan reageren. Zodat bijvoorbeeld niet je hart langzamer gaat kloppen bij een snellere ademhaling. Of de volgende cel reageert ligt aan de optelsom van de stimulerende en remmende transmitters.
Reflexboog: zintuigcellen, sensorische cellen, schakelcellen, en motorische zenuwcellen vormen samen met bijbehorende spiercellen of kliercellen een reflexboog. Impulsen van pijnzintuig gaan via het centrale zenuwstelsel (ruggenmerg en hersenen) naar spieren.
Perifere zenuwstelsel: aan- en afvoerende delen van het centrale zenuwstelsel.
Een bundel van uitlopers van honderden zenuwcellen die omgeven zijn door bindweefsel heet een zenuw.
Motorische/sensorische zenuw: zenuw bevat uitsluitend uitlopers respectievelijk van motorische of sensorische zenuwcellen.
7.4 ‘Zonder erbij na te denken’
Neuro-endocriene reflex: reflexen die verlopen via de hypothalamus en hypofyse (hormoonaanmakers)Autonome zenuwstelsel: het deel van het zenuwstelsel dat je orgaanfuncties regelt. Dit gebeurt via aparte zenuwen (sympathische en parasympathische).Deze prikkelen via je hersenstam of ruggenmerg steeds je organen tot meer of minder activiteit.
Animale zenuwstelsel: stuurt bewuste bewegingen. Zoals skeletspieren. Neuronen in de hersenschors reageren op geluid, signalen gaan naar groep neuronen in de voorhersenen (basale kernen) deze activeren zenuwcellen in hersenstam en ruggenmerg waardoor spieren worden geactiveerd.
De kleine hersenen sturen de spieren bij een bepaalde beweging bij. Maar veel activiteiten gaan ook via motorprogramma’s. Deze heb je ontwikkeld tijdens je jeugd.
7.5 ‘Gebruik je hersens’
Sommige motorische programma’s zijn aangeboren bijvoorbeeld ademhalen. Maar door middel van motorisch schors kun je dit toch beïnvloeden.Limbisch systeem: gedeelte in de hersenen dat te maken heeft met emoties en die daardoor invloed hebben op je lichaam. Deze invloed wordt uitgevoerd via de hypothalamus en de hypofyse.
Voorbeeld terugkoppeling:
- Koud water
- huid wordt geprikkeld
- signaal wordt doorgegeven aan sensorische gedeelte in de hersenenschors
- signaal wordt doorgegeven aan motorische gedeelte in de hersenenschors
- schrikreactie
Gerelateerde links
Toetsjekennis.nl en Stebo Particulier Onderwijs.Verwante artikelen
- Verschillende typen zenuwcellen: Het zenuwstelsel bestaat uit zenuwcellen (neuronen) die elk zijn opgebouwd uit een cellichaam en uitlopers. In het cellichaam bevinden zich de kern en het grootste deel van d…
- Impulsgeleiding en de bouw van het zenuwstelsel: Het zenuwstelsel is erg belangrijk in ons lichaam, het stuurt en coördineert alle handelingen. Zonder zenuwstelsel zijn wij eigenlijk helemaal niks. In dit ar…
- Nectar vwo biologie deel 1 hoofdstuk 11 Regeling hormonen: Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie deel 1. Dit boek wordt gebruikt in 4vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 11: Regeling…
- De wereld van de zenuwcel: Zenuwcellen mogen dan wel de hoofdrol spelen, ze zijn erg afhankelijk van andere cellen, de zogenoemde gliacellen om hen te ondersteun. Een goed functionerend centraal zenuwstelsel…
- Het autonome zenuwstelsel: Het autonome of vegetatieve zenuwstelsel regelt samen met het hormoonstelsel het constant houden van de omstandigheden in het lichaam, het inwendige milieu. Meestal zijn we ons nie…
Bronnen en/of referenties
- Zie artikel

Reageer op het artikel "Nectar biologie 2 deel 1: 7. Netwerken"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

