Samenvattingen en Oren

Nectar biologie 2 deel 1: 6. Geordend leven

Nectar biologie 2 deel 1: 6. Geordend leven

Dit is de samenvatting van Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 1. Dit boek wordt gebruikt in 5 vwo in het voortgezet onderwijs. Hoofdstuk 6: Geordend Leven. Dit hoofdstuk behandelt onder andere de verschillende aspecten van het oog.


Nectar samenvatting boek informatie

  • Titel: Nectar vwo bovenbouw biologie 2 deel 1
  • Auteur: Bijsterbosch e.a.
  • Uitgever: Wolters-Noordhoff
  • ISBN: 9789001319250
  • Verkrijgbaar bij de reguliere boekwinkels.

6. 1 Een ogenblik

Je ogen beschermen je op de volgende manieren tegen fel licht:
  • oogleden gaan ‘knijpen’
  • kringspiertjes trekken samen zodat de pupil kleiner wordt
  • En de pigmentcellen in het netvlies verspreiden pigment zodat veel licht ‘weggevangen’ wordt.

Het hoornvlies is een laagje levende doorzichtige cellen, waarbij op de grensvlak lichtbreking optreedt. De ooglens (achter het hoornvlies) zorgt ervoor dat het beeld scherp op het netvlies valt.

Veraf beeld zien: Lensbandjes gaan aan de lens trekken en het straalvormig lichaam is ontspannen, hierdoor wordt de lens wordt platter
Beeld dichtbij: Straalvormig lichaam trekt samen en lensbandjes ontspannen, de lens wordt boller.

Deze verandering van de lens heet accommoderen.

Als het beeld op de gele vlek valt (deze bevindt zich recht achter de ooglens) is het beeld scherp. De rest is wazig. In de gele vlek bevinden zich alleen kegeltjes (dit zijn lichtgevoelige cellen met een spitsuiteinde). In rust sturen deze cellen een constante stroom naar de hersenen. Bij belichting valt het pigment in deze cellen uit elkaar en wordende ionenkanalen gesloten. Met deze sluiting hebben de hersenen genoeg informatie om een gekleurd beeld van de omgeving te maken. Een groot beeld van dichtbij kan door kleine oogbewegingen worden verscherpt.

Met 2 ogen kun je:
  • diepte zien
  • afstanden schatten
  • (snelheid en richting bepalen)

De 2 ogen hebben een klein hoekverschil, zodat je afstanden kunt schatten. Buiten de gele vlek bevinden zich de staafjes. Bij veel licht zijn ze verzadigd en gaan de ionenkanalen dicht. Bij weinig licht reageren ze op verandering (zwakke lichtprikkels) maar ze bepalen alleen de lichtintensiteit.

6.2 ‘Behind Blue Eyes’

Staafjes en kegeltjes geven informatie (impulsen) door aan sensorische zenuwcellen. Staafjes en kegeltjes zijn in groepen geschakeld (+ vertakte zenuwcellen = het receptief veld).

Ondanks groepsverdeling is dat niet nadelig voor het beeld. Het netvlies filtert de meeste ‘rotzooi’ weg. Dit is nodig om een goed contrast te vormen en de vorm van de objecten goed te kunnen waarnemen.

Om ‘vervagingen’ (bijv. bij de rand van een zwart vierkant op een witte ondergrond) te voorkomen zijn de receptieve velden cirkelvormig en de zintuigcellen zijn via ganglioncellen aan elkaar verbonden.

Er zijn 2 typen ganglioncellen:
  • ‘aan’ cellen
  • ‘uit’ cellen

Receptieve velden zijn er in twee uitvoering in aan-receptorvelden met de ‘aan’ cellen in het midden en de uit cellen aan de buitenkant. En de uit-receptorvelden (andersom). Deze zijn evenwijdig over het netvlies verspreid.

Een uit-receptorveld werkt maximaal als het centrum geen signaal (of zwart) ontvangt en de rand wel een signaal ontvangt. Dit is weer andersom bij de ‘aan’receptorvelden. Deze regel geldt niet alleen voor zwart-wit figuren maar ook bij kleuren.

Via oogzenuw komt het signaal aan in de thalamus, dan visuele schors voor de analyse van de informatie en die geeft de gegevens door aan andere delen van het lichaam.

Lui oog: 1 oog werkt niet goed. De kruising tussen de neuronen van de beide netvliezen is dan niet goed ontwikkeld. Dit kan worden verholpen door het goede oog af te plakken.

6.3 ‘Balanceren en Bewegen’

Je ogen en evenwichtsorganen werken samen om een goed beeld te krijgen van iets wat je aan het bekijken bent.
Het evenwichtsorgaan bevindt zich in het binnenoor. Het bestaat uit 3 halfcirkelvormige kanalen gevuld met endolymfe. De bodem van zo’n halfvormige cirkel bevat een verdikking waarin zich zintuigcellen met cilien. Deze vormen samen met een de cupula, en soort ‘lapdeur’. Bij elke beweging blijft de endolymfe even stilstaan (massa is traag) en die knallen tegen de cupula aan. Die een signaal doorgeeft.

Adequate prikkel: zintuigen zijn maar gespecialiseerd in 1 soort prikkel. En pas wanneer de drempelwaarde is overschreden voordat een zintuig signalen door gaat geven. Deze drempelwaarde kan verschillen per leeftijd.
Een vast ijkpunt kan handig zijn bij het bepalen van een beweging van het lichaam.

6. 4 ‘Soepel bewegen gaat niet vanzelf’

Spierspoeltjes (zitten in de spier zelf) geven informatie over de bewegingen van spieren.

Mogelijkheden om informatie door te geven:
  • In rust: actief (standaard frequentie)
  • Oprekking: frequentie gaat omhoog
  • Verkorting: frequentie gaat omlaag
  • In dezelfde positie blijven: fixatiezintuig.

Impulsen van spiervezels gaan ook naar spierspoeltjes en veranderen ze met de spieren mee zodat je geen rare bewegingen gaat maken (reflexbewegingen). Peeslichaampjes (aan het eind van een spier of eigenlijk in de pees) reageren echter altijd op spierbewegingen. Hoe meer spierspanning des te meer impulsen. Te veel spanning geeft een ‘spierverslapreflex’.

Rekreceptoren meten de hoek tussen de bovenbeen en het kniegewricht. En door samenwerking van veel gewrichtszintuigjes kun je vloeiende spierbewegingen maken. Bij onder water zwemmen, moet je een prikkel om te gaan ademen onderdrukken. Dit is mogelijk door oefening.

Terugkoppelingen bij het zwemmen:
  • Zuurstofgehalte daalt
  • pH daalt
  • receptoren in de aortaboog en halsslagaders nemen verandering waar
  • signaal naar hersenstam
  • signaal naar ademhalingsspieren voor ventilatiebeweging

6.5 ‘Je zesde zintuig’

Geur is een belangrijk communicatiemiddel tussen mensen. Speciale geurklieren produceren feromonen die oplossen in het neusslijmvlies van de ontvanger en signalen doorgeven. Deze stof speelt een grote rol in de dierenwereld.
Tastzin is ook een vorm van ‘zesde zintuig’. Exteroreceptoren (bevinden zich in de huid) nemen vormen waar (ruw, glad etc.). De lippen bevatten de meeste exteroreceptoren die ook het dichtst bij het oppervlak liggen. Ook thermoreceptoren (warmte en kou) helpen mee. Deze zitten het meest op de elleboog.

Het zenuwstelsel zelf is er ook 1 (zesde zintuig). Het combineren van ‘oude’ en ‘nieuwe’ informatie. De manier waarop het gebeurt is nog onduidelijk. Dit zintuig wordt ook wel intuïtie genoemd.
© 2008 - 2009 Victorho, gepubliceerd in Samenvattingen (Educatie en School) op 15-03-2008, laatst gewijzigd op 24-10-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Victorho is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Gerelateerde links

Toetsjekennis.nl en Studieboeken van Selexyz.

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Zie artikel

Reageer op het artikel "Nectar biologie 2 deel 1: 6. Geordend leven"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.